Zonnig weer | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Outside, two adults talk about taking sunglasses and water before going for a sunny walk..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Zonnig weer oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Det er solrigt udenfor.

De e sool-rid oenunfoo. Het is zonnig buiten.
B

Tag dine solbriller med.

Tè dee-nuh sool-bril-luh mee. Neem je zonnebril mee.
A

Er det for varmt til en gåtur?

E de foa vamd tiel en goh-toe? Is het te warm voor een wandeling?
B

Det er varmt, men vi kan stadig gå.

De e vamd, men vee kan stee-die goh. Het is warm, maar we kunnen nog steeds gaan.
A

Vi kan blive i skyggen.

Vee kan blee-wuh ie sguu-un. We kunnen in de schaduw blijven.
B

Træerne vil nok holde os kølige.

Tree-un-uh vil nog hol-uh os keu-lie-uh. De bomen zullen ons wel koel houden.
A

Jeg tager en flaske vand med.

Yai tee-uh en fles-kuh van mee. Ik neem een fles water mee.
B

Den er god at have på gåturen.

Den e goh a hae-wuh poh goh-toe-un. Die is handig tijdens de wandeling.

Uitleg van de zinnen

  1. Det er solrigt udenfor.

    Het is zonnig buiten.

    Det er
    het is
    solrigt
    zonnig
    udenfor
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    Det er is een vaste manier om in het Deens een toestand of weerbeschrijving uit te drukken: letterlijk ongeveer “het is”. Det is hier een formeel onderwerp; het verwijst niet naar een specifiek eerder genoemd ding. Vergelijk bijvoorbeeld: Det er koldt. — “Het is koud.” solrigt betekent hier “zonnig”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord solrig die bij een onzijdige enkelvoudige context past. Een beknopte vormreeks is: solrig (gemeenschappelijk enkelvoud), solrigt (onzijdig enkelvoud), solrige (meervoud en bepaalde vormen). In deze weeruitdrukking staat dus de vorm solrigt, niet de basisvorm solrig. udenfor betekent “buiten” en functioneert hier als bijwoord: het geeft aan waar de beschreven toestand geldt. Het vormt samen met de weerbeschrijving geen nieuw zelfstandig naamwoord; het zegt eenvoudig dat het buiten zonnig is. Voorbeeld: Børnene leger udenfor. — “De kinderen spelen buiten.” Samen vormen de delen: Det er + solrigt + udenfor → “Het is zonnig buiten.” De zin beschrijft de toestand buiten, zonder een specifieke persoon als handelende actor te noemen.

  2. Tag dine solbriller med.

    Neem je zonnebril mee.

    Tag
    neem
    dine
    je/jouw
    solbriller
    zonnebril
    med
    mee
    Uitgebreide uitleg

    Tag betekent hier “neem” en is de gebiedende wijs van tage (“nemen”). De gebiedende wijs gebruikt deze korte vorm om iemand rechtstreeks iets te laten doen. Voorbeeld: Tag en paraply med. — “Neem een paraplu mee.” dine betekent hier “je/jouw” en staat bij solbriller, een meervoudsvorm. In het Deens past dine bij een meervoudig zelfstandig naamwoord; bij een enkelvoudig woord staat bijvoorbeeld din of dit, afhankelijk van het grammaticale type van dat woord. dine geeft bezit aan, maar op zichzelf geen extra informatie over wie de eigenaar is buiten de aangesproken persoon. solbriller betekent “zonnebril” en is meervoud in het Deens, ook al verwijst het in het Nederlands vaak naar één zonnebril als geheel. Het woord bestaat uit sol (“zon”) en briller (“brillen”), maar leer de volledige vorm hier als het gebruikelijke woord voor een zonnebril. Voorbeeld: Jeg har solbriller på. — “Ik draag een zonnebril.” med betekent hier “mee”. Na een werkwoord van meenemen vormt het met het werkwoord de betekenis “iets meenemen”. Het is dus niet alleen de algemene betekenis “met” in deze zin. Voorbeeld: Tag din jakke med. — “Neem je jas mee.” Samen vormen Tag ... med en het voorwerp de herbruikbare gebiedende- wijsconstructie Tag [iets] med: “Neem [iets] mee”. dine solbriller is het voorwerp: “je zonnebril”, letterlijk met een meervoudige Deense vorm. De volledige zin betekent daarom: “Neem je zonnebril mee.”

  3. Er det for varmt til en gåtur?

    Is het te warm voor een wandeling?

    Er det
    is het?
    for varmt
    te warm
    til
    voor
    gåtur
    wandeling
    Uitgebreide uitleg

    Er det opent een ja-neevraag in het Deens: het werkwoord er staat vóór det. Det is hier het onpersoonlijke onderwerp in de betekenis van “het” bij een weers- of situatiesoordeel; de vaste vertaling ondersteunt die lezing. for varmt betekent hier “te warm”. Varmt is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord varm die bij het onzijdige det past; de uitgang -t hoort dus bij varmt, niet bij for. For versterkt het oordeel tot “te”, niet enkel “erg”. Vergelijk: Det er varmt. — “Het is warm.” til verbindt het oordeel met datgene waarvoor de temperatuur ongeschikt wordt gevonden. In dit patroon betekent het “voor”: for varmt til + zelfstandig naamwoord = “te warm voor + zelfstandig naamwoord”. gåtur is een zelfstandig naamwoord voor een wandeling. Het is een samenstelling; het meervoud is gåture. Bijvoorbeeld: Vi tager en gåtur. — “We maken een wandeling.” Samen vormt de zin de vraag Er det for varmt til en gåtur?: “Is het te warm voor een wandeling?” En staat bij het enkelvoudige zelfstandig naamwoord gåtur; het geeft hier geen afzonderlijke numerieke telling weer. De vraag gebruikt dus de beoordeling “te warm” en koppelt die aan de activiteit “een wandeling”.

  4. Det er varmt, men vi kan stadig gå.

    Het is warm, maar we kunnen nog steeds gaan.

    Det er
    het is
    varmt
    warm
    men
    maar
    vi kan
    we kunnen
    stadig
    nog steeds
    gå
    gaan
    Uitgebreide uitleg

    Det er vormt hier een onpersoonlijke weerconstructie: det verwijst niet naar een specifiek genoemd ding, en er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). Het patroon Det er + bijvoeglijk naamwoord is bruikbaar voor het weer, bijvoorbeeld: Det er koldt. — “Het is koud.” varmt betekent hier “warm”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is varm; varmt is de onzijdige enkelvoudsvorm die bij det in deze constructie staat. Andere belangrijke vormen zijn varme, bijvoorbeeld bij meervoud of bepaalde woordgroepen. Voorbeeld: Vandet er varmt. — “Het water is warm.” men verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Het eerste deel geeft aan dat het warm is; het tweede deel voegt daar toch een mogelijkheid aan toe. vi kan betekent “we kunnen”. vi is de eerste persoon meervoud (“wij/we”). kan is de tegenwoordige tijd van het modale werkwoord kunne (“kunnen”). Na een modaal werkwoord staat in het Deens doorgaans een infinitief zonder at: Vi kan gå. — “We kunnen gaan.” stadig is een bijwoord met de betekenis “nog steeds”. Het geeft aan dat een mogelijkheid of toestand ondanks de genoemde omstandigheid blijft gelden. In vi kan stadig gå hoort het bij de mogelijkheid om te gaan, niet bij het woord varmt. gå is de infinitief van gå en betekent hier, overeenkomstig de vaste vertaling, “gaan”. Afhankelijk van de context kan hetzelfde werkwoord ook “lopen” betekenen. In deze zin volgt het als infinitief op kan. Samen ontstaat de structuur Det er varmt, men vi kan stadig gå.: “Het is warm, maar we kunnen nog steeds gaan.” De komma scheidt de twee hoofdzinnen; men markeert de tegenstelling, en stadig maakt duidelijk dat de mogelijkheid om te gaan blijft bestaan ondanks de warmte. Dit is een neutrale, alledaagse formulering.

  5. Vi kan blive i skyggen.

    We kunnen in de schaduw blijven.

    Vi kan
    wij kunnen
    blive
    blijven
    i
    in
    skyggen
    de schaduw
    Uitgebreide uitleg

    Vi kan betekent hier dat de spreker samen met anderen de mogelijkheid heeft om iets te doen. Vi is het persoonlijke voornaamwoord voor “wij”; kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”). In het Deens blijft kan hetzelfde bij verschillende personen. Voorbeeld: Vi kan gå. — “Wij kunnen gaan.” blive betekent hier “blijven”, dus niet weggaan of op dezelfde plaats verder zijn. Het is de infinitief na kan: na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in de infinitief. De vorm blive kan ook in andere contexten “worden” betekenen; hier maakt de combinatie met i skyggen de betekenis “blijven” duidelijk. Voorbeeld: Jeg kan blive her. — “Ik kan hier blijven.” i is het voorzetsel “in”. Het verbindt de handeling of toestand met de plaats die erop volgt. Voorbeeld: Vi er i huset. — “Wij zijn in het huis.” skyggen betekent “de schaduw”. Dit is de bepaalde vorm van skygge (“schaduw”): de uitgang -en markeert hier een bepaalde enkelvoudige vorm. De vorm is dus grammaticaal enkelvoud, maar de zin geeft daarmee geen expliciete numerieke telling of verdere informatie over de schaduw. Voorbeeld: Vi sidder i skyggen. — “Wij zitten in de schaduw.” Samen vormen de delen Vi kan blive + i skyggen de betekenis: “Wij kunnen in de schaduw blijven.” De modaliteit komt van kan, en blive staat als infinitief na dit modale werkwoord; i skyggen geeft de plaats aan.

  6. Træerne vil nok holde os kølige.

    De bomen zullen ons wel koel houden.

    Træerne
    de bomen
    vil
    zullen
    nok
    wel
    holde
    houden
    os
    ons
    kølige
    koel
    Uitgebreide uitleg

    Træerne betekent hier “de bomen”. Het is de bepaalde meervoudsvorm van træ (“boom”): et træ → træet (de boom), træer (bomen), træerne (de bomen). De uitgang -ene markeert hier dus bepaald meervoud. vil staat hier vóór het infinitief holde en vormt een toekomstige verwachting: “zullen”. In het Deens kan vil ook “willen” betekenen, maar in deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om de toekomst, niet om een wens van de bomen. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord zonder at: vil holde = “zal/zullen houden”. nok betekent hier “wel”, in de zin van een waarschijnlijke verwachting: de bomen zullen ons vermoedelijk koel houden. In andere zinnen kan nok bijvoorbeeld “genoeg” betekenen; die betekenis past hier niet. holde is de infinitief van holder (“houdt/houden”) en betekent hier “houden”. In de constructie holde nogen + bijvoeglijk naamwoord beschrijft het bijvoeglijk naamwoord de toestand waarin iemand of iets blijft: Hun holder døren åben. = “Zij houdt de deur open.” os is de objectsvorm van het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon meervoud: vi = “wij”, os = “ons”. Hier zijn de bomen het onderwerp van holde, en os is degene die door dat houden koel blijft. kølige betekent hier “koel”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord kølig die bij deze meervoudige groep past. De basisreeks is kølig (enkelvoud bij gemeenschappelijk geslacht), køligt (onzijdig enkelvoud), kølige (bepaald of meervoud). In holde os kølige beschrijft kølige de toestand van os, niet een eigenschap van de bomen. Samen betekent Træerne vil nok holde os kølige: “De bomen zullen ons wel koel houden.” De structuur is: onderwerp Træerne + toekomstige verwachting vil nok + infinitief holde + object os + toestandsbeschrijving kølige. De vaste vertaling sluit aan bij de context waarin in de schaduw blijven en water meenemen worden genoemd.

  7. Jeg tager en flaske vand med.

    Ik neem een fles water mee.

    Jeg
    ik
    tager
    neem
    flaske
    fles
    vand
    water
    med
    mee
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een ander voorbeeld: Jeg læser. — “Ik lees.” tager is de tegenwoordige tijd van tage, “nemen”. De vorm hoort bij de tegenwoordige tijd; in het Deens verandert het werkwoord hier niet mee met de persoon: jeg tager en de tager gebruiken allebei tager. In deze zin krijgt tage samen met med de betekenis “meenemen”. en flaske: flaske betekent “fles”. Het is een zelfstandig naamwoord; en markeert hier een niet nader bepaalde fles, zonder op zichzelf een exact aantal te beweren. Het meervoud is flasker: to flasker — “twee flessen”. vand betekent “water”. Dit is een stofnaam en wordt in deze betekenis doorgaans niet als afzonderlijke telbare eenheden behandeld. Een bruikbaar voorbeeld is Jeg drikker vand. — “Ik drink water.” med betekent hier “mee”. Het staat na het vervoegde werkwoord en maakt samen met tager de herbruikbare constructie tage ... med: “... meenemen”. Het object kan tussen werkwoord en med staan, zoals in deze zin: Jeg tager en bog med. — “Ik neem een boek mee.” Samen vormt de zin Jeg tager en flaske vand med. de betekenis: “Ik neem een fles water mee.” De volgorde is letterlijk: “ik neem een fles water mee”; en flaske vand is wat wordt meegenomen, en med maakt duidelijk dat het object met de spreker meegaat.

  8. Den er god at have på gåturen.

    Die is handig tijdens de wandeling.

    Den er
    die is
    god
    handig
    at have
    hebben
    på
    tijdens
    gåturen
    de wandeling
    Uitgebreide uitleg

    Den er betekent hier “die is”. In de gegeven context verwijst Den naar de eerder genoemde fles. Den is een enkelvoudige vorm voor een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht; de vorm zelf geeft hier niet aan dat het om een persoon gaat. Er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”); deze vorm verandert hier niet door het geslacht van den. God betekent hier, in combinatie met at have, “handig” of “nuttig”. De basisvorm is god; de vergelijkende vormen zijn bedre (“beter”) en bedst (“best”). Voorbeeld: Den er bedre at bruge. — “Die is beter te gebruiken.” At have is de infinitief “hebben”. At markeert hier de infinitief en hoort bij have; het is hier niet het voorzetsel “aan” of “naar”. Na een beoordeling zoals god kan god at have dus “handig om te hebben” betekenen. Voorbeeld: Det er rart at have tid. — “Het is fijn om tijd te hebben.” På is een voorzetsel. In på gåturen geeft het de situatie of gelegenheid aan: “tijdens de wandeling”. Dezelfde prepositie kan in andere contexten ook ruimtelijke of andere relaties uitdrukken, maar hier gaat het om de wandeling als activiteit of moment. Gåturen betekent “de wandeling”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van gåtur: en gåtur = “een wandeling”, gåturen = “de wandeling”. Het achtervoegsel -en draagt hier de bepaaldheid; gåtur is het zelfstandig naamwoord, niet tur als afzonderlijk basiswoord voor deze volledige vorm. Samen vormen de delen: Den er god at have = “Die is handig om te hebben”, en på gåturen = “tijdens de wandeling”. De volledige zin betekent daarom: “Die is handig tijdens de wandeling.”

Grammatica

Adjektiv i intetkøn: -t

solrigt, varmt

sool-rid, vamd

zonnig, warm

Bij een onzijdig zelfstandig naamwoord of ‘det’ krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak -t.

Bepaalde vorm van zelfstandige naamwoorden: -en/-ene

skyggen, træerne

sguu-un, tree-un-uh

de schaduw, de bomen

De bepaalde vorm wordt vaak gevormd met -en voor enkelvoud en -ene voor meervoud.

Deens woordenschat

blive werkwoord
blee-wuh blijven

Vi kan blive i skyggen.

for bijwoord
foa te

Er det for varmt til en gåtur?

gåtur zelfstandig naamwoord
goh-toe wandeling
Geslacht
common

Er det for varmt til en gåtur?

men voegwoord
men maar

Det er varmt, men vi kan stadig gå.

skygge zelfstandig naamwoord
sguu-uh schaduw skyggen
Geslacht
common

Vi kan blive i skyggen.

solbrille zelfstandig naamwoord
sool-bril-luh zonnebril solbriller
Geslacht
common

Tag dine solbriller med.

solrig bijvoeglijk naamwoord
sool-rie zonnig solrigt
Geslacht
neuter

Det er solrigt udenfor.

stadig bijwoord
stee-die nog steeds

Det er varmt, men vi kan stadig gå.

tage werkwoord
tee-uh nemen Tag

Tag dine solbriller med.

træ zelfstandig naamwoord
trè boom Træerne
Geslacht
neuter

Træerne vil nok holde os kølige.

udenfor bijwoord
oenunfoo buiten

Det er solrigt udenfor.

varm bijvoeglijk naamwoord
vam warm varmt
Geslacht
neuter

Er det for varmt til en gåtur?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het is zonnig buiten.

Antwoord tonenDet er solrigt udenfor.

Neem je zonnebril mee.

Antwoord tonenTag dine solbriller med.

We kunnen in de schaduw blijven.

Antwoord tonenVi kan blive i skyggen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

warm

Antwoord tonenvarmt

zonnig

Antwoord tonensolrigt

nog steeds

Antwoord tonenstadig

wandeling

Antwoord tonengåtur