Det
‘Det’ is here the impersonal subject in the weather sentence ‘Det er solrigt udenfor’: het gaat om de toestand buiten, niet om een bepaald voorwerp. Deze vorm komt ook voor in ‘Det er varmt’.
er
‘er’ betekent hier ‘is’ en is de vorm van het werkwoord zijn in ‘Det er solrigt udenfor’ en ‘Det er varmt’. In de vraag staat dezelfde vorm aan het begin als ‘Er det’.
solrigt
‘solrigt’ betekent ‘zonnig’ en beschrijft hier het weer buiten in ‘Det er solrigt udenfor’. Het past in de veelgebruikte combinatie ‘Det er’ plus een beschrijving van het weer.
udenfor
‘udenfor’ betekent hier ‘buiten’ en geeft aan waar het zonnige weer is: ‘Det er solrigt udenfor’. Je kunt het gebruiken om een plaats buiten aan te duiden.
Tag
‘Tag’ betekent hier ‘neem’ of ‘pak’ en is een aansporing in ‘Tag dine solbriller med’. Het is een vorm van ‘tage’ en komt in deze zin samen met ‘med’ voor wanneer je iemand vraagt iets mee te nemen.
dine
‘dine’ betekent hier ‘je’ of ‘jouw’ bij het meervoudige zelfstandig naamwoord ‘solbriller’. In ‘dine solbriller’ geeft het aan van wie de zonnebril is.
solbriller
‘solbriller’ betekent ‘zonnebril’ en is het voorwerp dat iemand moet meenemen in ‘Tag dine solbriller med’. Het woord staat hier na ‘dine’.
med
‘med’ betekent hier ‘mee’ in de volledige uitdrukking ‘Tag dine solbriller med’. Het voegt het idee toe dat je de zonnebril met je meeneemt; de combinatie ‘... med’ is bruikbaar bij iets meenemen.
for
‘for’ betekent hier ‘te’ in ‘for varmt’: het geeft aan dat de temperatuur misschien boven een geschikte grens ligt. De vaste combinatie is ‘for’ plus een beschrijvend woord, zoals ‘for varmt’.
varmt
‘varmt’ betekent hier ‘warm’ en beschrijft de temperatuur in ‘Er det for varmt til en gåtur?’ en ‘Det er varmt’. In de vraag staat het samen met ‘for’ om ‘te warm’ uit te drukken.
til
‘til’ betekent hier ‘voor’ in ‘til en gåtur’ en verbindt de temperatuur met de activiteit waarvoor die mogelijk ongeschikt is. De combinatie ‘til en gåtur’ duidt het doel of de activiteit aan.
en
‘en’ betekent hier ‘een’ in ‘en gåtur’. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord en maakt van de activiteit ‘een wandeling’.
gåtur
‘gåtur’ betekent ‘wandeling’ in ‘en gåtur’. Het woord wordt gebruikt na ‘en’ en benoemt de activiteit waarover de sprekers praten; later verwijst ‘gåturen’ naar dezelfde wandeling.
men
‘men’ betekent ‘maar’ en introduceert in ‘Det er varmt, men vi kan stadig gå’ een tegenstelling: het is warm, maar toch is gaan mogelijk. Je gebruikt het om twee tegengestelde mededelingen te verbinden.
vi
‘vi’ betekent ‘we’ en is hier het onderwerp van ‘vi kan stadig gå’ en ‘Vi kan blive i skyggen’. Het verwijst naar de twee mensen die samen beslissen wat ze gaan doen.
kan
‘kan’ betekent hier ‘kunnen’ en geeft mogelijkheid aan in ‘vi kan stadig gå’ en ‘Vi kan blive i skyggen’. Na ‘kan’ volgt in deze zinnen een werkwoord in de infinitief, zoals ‘gå’ of ‘blive’.
stadig
‘stadig’ betekent hier ‘nog steeds’ en laat zien dat ze ondanks de warmte toch kunnen gaan: ‘vi kan stadig gå’. In deze zin staat het tussen ‘kan’ en ‘gå’.
gå
‘gå’ betekent hier ‘gaan’ en verwijst in ‘vi kan stadig gå’ naar doorgaan met de wandeling. Het staat na ‘kan’; de combinatie ‘kan ... gå’ drukt uit dat gaan mogelijk is.
blive
‘blive’ betekent hier ‘blijven’ in ‘Vi kan blive i skyggen’. Het gaat om op dezelfde plaats blijven, namelijk in de schaduw, en niet om ergens naartoe gaan.
i
‘i’ betekent hier ‘in’ en geeft in ‘i skyggen’ de plaats aan waar ze kunnen blijven. De gebruikelijke structuur is ‘i’ gevolgd door een plaats of ruimte.
skyggen
‘skyggen’ betekent ‘de schaduw’ in ‘Vi kan blive i skyggen’. Dit is de bepaalde vorm van ‘skygge’ en staat hier na ‘i’ om de plaats aan te duiden.
Træerne
‘Træerne’ betekent ‘de bomen’ en is het onderwerp in ‘Træerne vil nok holde os kølige’. Het verwijst naar de bomen die volgens de spreker voor verkoeling zullen zorgen.
vil
‘vil’ betekent hier ‘zullen’ in ‘Træerne vil nok holde os kølige’ en drukt een verwachting over de toekomst uit. In deze betekenis staat het voor een infinitief, hier ‘holde’.
nok
‘nok’ betekent hier ongeveer ‘waarschijnlijk’ of ‘wel’ en verzacht de voorspelling in ‘vil nok holde’. De combinatie ‘vil nok’ wordt gebruikt wanneer iets als waarschijnlijk wordt voorgesteld, zonder absolute zekerheid.
holde
‘holde’ draagt in ‘holde os kølige’ de betekenis ‘houden’ bij: de bomen zullen ervoor zorgen dat wij koel blijven. De herbruikbare structuur is ‘holde’ plus een persoon of zaak plus een beschrijving, hier ‘os kølige’.
os
‘os’ betekent ‘ons’ en is in ‘holde os kølige’ de groep die door de bomen koel wordt gehouden. Het staat hier na het werkwoord ‘holde’ als degene op wie het effect gericht is.
kølige
‘kølige’ betekent hier ‘koel’ en beschrijft in ‘holde os kølige’ de toestand waarin ‘os’ blijft. Samen met ‘holde os’ vormt het de betekenis ‘ons koel houden’.
Jeg
‘Jeg’ betekent ‘ik’ en is het onderwerp in ‘Jeg tager en flaske vand med’. Het maakt duidelijk dat de spreker zelf de fles zal meenemen.
tager
‘tager’ betekent hier ‘neem’ of ‘breng mee’ in ‘Jeg tager en flaske vand med’. Het is een vorm van ‘tage’ en wordt hier gebruikt in de combinatie ‘tager ... med’ voor iets meenemen.
flaske
‘flaske’ betekent ‘fles’ in ‘en flaske vand’. Het staat na ‘en’ en wordt gevolgd door ‘vand’ om te zeggen wat voor fles het is.
vand
‘vand’ betekent ‘water’ en specificeert in ‘en flaske vand’ wat er in de fles zit. Deze combinatie benoemt een fles water.
Den
‘Den’ betekent hier ‘die’ of ‘het’ en verwijst terug naar ‘en flaske vand’ in ‘Den er god at have på gåturen’. Het is het onderwerp van de volgende beoordeling van die fles.
god
‘god’ betekent hier ‘goed’ in de betekenis ‘handig’ of ‘nuttig’ binnen ‘Den er god at have’. De volledige constructie zegt dat de fles nuttig is om bij je te hebben tijdens de wandeling.
at
‘at’ is hier het woord dat de infinitief inleidt in ‘god at have’. Samen met ‘have’ maakt het de constructie ‘om te hebben’ binnen de beoordeling dat de fles nuttig is.
have
‘have’ betekent ‘hebben’ in ‘god at have’: de fles is nuttig om te hebben tijdens de wandeling. Het staat hier als infinitief na ‘at’ en maakt deel uit van de constructie ‘god at have’.
på
‘på’ betekent hier ‘tijdens’ in ‘på gåturen’. Het verbindt de wandeling met het moment waarop de fles nuttig is; de structuur is ‘på’ plus een activiteit of gebeurtenis.
gåturen
‘gåturen’ betekent ‘de wandeling’ in ‘på gåturen’. Het is de bepaalde vorm van ‘gåtur’ en verwijst naar de wandeling die in het gesprek wordt gepland.