Klaar voor de kou | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Before going outside, two adults talk about wearing a scarf and gloves for cold weather..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Klaar voor de kou oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Det føles koldt udenfor.

De feu-luhs kold oewenfoa. Het voelt koud aan buiten.
B

Tag dit tørklæde på.

Tee dit teur-klee-uh poh. Doe je sjaal om.
A

Har jeg også brug for handsker?

Haa yai os-suh broew foa hanske? Heb ik ook handschoenen nodig?
B

De holder dine hænder varme.

Die holla die-ne henna vaame. Ze houden je handen warm.
A

Hvor er mine handsker?

Voa a mie-ne hanske? Waar zijn mijn handschoenen?
B

De ligger ved siden af din frakke.

Die leggja veh sie-en eh deen frage. Ze liggen naast je jas.
A

Jeg tager dem på, før jeg går.

Yai tee-a dem poh, feur yai goa. Ik doe ze aan voordat ik ga.
B

Så er du klar til kulden.

Soh a doe klaar til kollen. Dan ben je klaar voor de kou.

Woord voor woord

Det “Det” betekent hier “het” en is het onpersoonlijke onderwerp in “Det føles koldt udenfor.” Het verwijst niet naar een specifiek ding, maar opent de beschrijving van hoe het buiten aanvoelt.
føles “føles” betekent hier “aanvoelen” in “Det føles koldt”. Bij het werkwoord “føle” verschijnt in deze zin de vorm “føles”; je gebruikt de uitdrukking “Det føles + bijvoeglijk naamwoord” om een indruk of ervaring te beschrijven.
koldt “koldt” betekent “koud” in “Det føles koldt”. Het is hier de vorm van “kold” die bij “Det” in deze uitdrukking past; bijvoorbeeld in een nieuwe zin: “Vandet føles koldt” betekent dat het water koud aanvoelt.
udenfor “udenfor” betekent “buiten” en zegt waar het koud aanvoelt. Het staat in “Det føles koldt udenfor” achter de beschrijving van het weer; je kunt het gebruiken om een plaats buiten aan te duiden.
Tag “Tag” betekent hier “doe aan” of “trek aan” en is de aansporing in “Tag dit tørklæde på.” De vorm komt van “tage”; de combinatie “Tag ... på” gebruik je wanneer je iemand zegt een kledingstuk aan te trekken.
dit “dit” betekent “je” of “jouw” in “dit tørklæde”. Dit is de bezittelijke vorm bij het onzijdige enkelvoudige woord “tørklæde”; een nieuwe voorbeeldcombinatie is “dit hus” voor “jouw huis”.
tørklæde “tørklæde” betekent “sjaal” in “dit tørklæde”. Het woord staat hier als het kledingstuk dat iemand moet aantrekken; je kunt het bijvoorbeeld gebruiken in “et tørklæde” voor “een sjaal”.
“på” betekent hier “aan” als deel van “Tag dit tørklæde på”. Samen met “tage” maakt het duidelijk dat iets wordt aangetrokken; hetzelfde gebruik staat in “tager dem på”.
Har “Har” betekent hier “heb” in de vraag “Har jeg også brug for handsker?” De vorm komt van “have”; de constructie “Har jeg brug for ...?” vraag of iemand iets nodig heeft.
jeg “jeg” betekent “ik” in “Har jeg også brug for handsker?” Aan het begin van een zin verschijnt hetzelfde woord als “Jeg”, zoals in “Jeg tager dem på”; het verwijst naar de spreker.
også “også” betekent “ook” en voegt handschoenen toe aan iets dat al ter sprake is. In “Har jeg også brug for handsker?” staat het vóór datgene waarnaar gevraagd wordt; je kunt het gebruiken om een extra persoon, ding of handeling toe te voegen.
brug for “brug for” betekent als geheel “nodig hebben” in “Har jeg også brug for handsker?” Binnen deze vaste uitdrukking verwijst “brug” naar behoefte of nut en verbindt “for” die behoefte met wat nodig is. Een betrouwbaar patroon is “Jeg har brug for + zelfstandig naamwoord”, bijvoorbeeld als nieuwe zin: “Jeg har brug for hjælp.”
handsker “handsker” betekent “handschoenen” in “brug for handsker” en “mine handsker”. Het is de meervoudsvorm van “handske”; je gebruikt het voor het paar of meerdere handschoenen.
De “De” betekent hier “ze” en verwijst naar de handschoenen in “De holder dine hænder varme.” Het is dus een meervoudig persoonlijk voornaamwoord; in “De ligger ved siden af din frakke” verwijst het opnieuw naar dezelfde handschoenen.
holder “holder” betekent hier “houden” in “De holder dine hænder varme”. De vorm komt van “holde”; een bruikbaar patroon is “holde + iets + bijvoeglijk naamwoord”, wanneer iets ervoor zorgt dat iets in een bepaalde toestand blijft.
dine “dine” betekent “je” of “jouw” vóór het meervoudige woord “hænder” in “dine hænder”. Deze bezittelijke vorm gebruik je bij iets dat meervoudig is; bijvoorbeeld in een nieuwe combinatie: “dine sko” voor “jouw schoenen”.
hænder “hænder” betekent “handen” in “dine hænder”. Het is de meervoudsvorm van “hånd”; in deze zin zijn de handen het lichaamsdeel dat door de handschoenen warm blijft.
varme “varme” betekent “warm” in “holder dine hænder varme”. Het is hier de vorm van “varm” die bij het meervoudige “hænder” past; je gebruikt het om de toestand van de handen te beschrijven.
Hvor “Hvor” betekent “waar” in “Hvor er mine handsker?” Het vraagt naar een plaats; een veelgebruikt patroon is “Hvor er + iets?” wanneer je wilt weten waar iets zich bevindt.
er “er” betekent hier “zijn” in “Hvor er mine handsker?” De vorm komt van “være”; samen met “Hvor” vormt het een vraag naar de locatie van iets.
mine “mine” betekent “mijn” in “mine handsker”. Deze bezittelijke vorm staat hier bij het meervoudige woord “handsker”; bijvoorbeeld in een nieuwe combinatie: “mine bøger” voor “mijn boeken”.
ligger “ligger” betekent hier “liggen” en beschrijft waar de handschoenen zich bevinden in “De ligger ved siden af din frakke.” De vorm komt van “ligge”; je kunt “ligger” gebruiken voor iets dat zich op een bepaalde plaats bevindt of daar ligt.
ved siden af “ved siden af” betekent als geheel “naast” in “ved siden af din frakke”. “ved” geeft de plaatsrelatie aan, “siden” verwijst naar de zijkant en “af” verbindt die zijde met het referentiepunt; samen vormen ze de vaste uitdrukking “naast”. Een bruikbaar patroon is “ligger ved siden af + plaats of voorwerp”.
din “din” betekent “je” of “jouw” in “din frakke”. Deze vorm staat hier bij het enkelvoudige woord “frakke”; bijvoorbeeld in een nieuwe combinatie: “din taske” voor “jouw tas”.
frakke “frakke” betekent “jas” in “din frakke”. Het woord verwijst hier naar het kledingstuk waar de handschoenen naast liggen; je kunt het gebruiken in “en frakke” voor “een jas”.
tager “tager” betekent hier “doe aan” of “trek aan” in “Jeg tager dem på.” De vorm komt van “tage”; met “dem på” beschrijft het dat de spreker de handschoenen aantrekt.
dem “dem” betekent “ze” of “hen” als voorwerp in “Jeg tager dem på”. Het verwijst hier naar “handsker” en staat tussen “tager” en het partikel “på”; dit patroon gebruik je wanneer je naar eerder genoemde meervoudige voorwerpen verwijst.
før “før” betekent “voordat” in “før jeg går”. Het leidt een tijdsbepaling in die zegt welke handeling eerder plaatsvindt; een bruikbaar patroon is “før + persoon + werkwoord”.
går “går” betekent hier “ga” in “før jeg går”. De vorm komt van “gå” en beschrijft de handeling die nog moet plaatsvinden voordat de spreker naar buiten gaat.
“Så” betekent hier “dan” en verbindt de kledingactie met het gevolg in “Så er du klar til kulden.” Het kan aan het begin van een zin staan om een gevolg of volgende stap aan te geven.
du “du” betekent “je” of “jij” in “er du klar”. Het verwijst naar de persoon tegen wie gesproken wordt; na “Så” staat het in de volgorde “Så er du ...” achter het werkwoord.
klar “klar” betekent “klaar” in “klar til kulden”. Het beschrijft dat iemand voorbereid is; een veelgebruikt patroon is “klar til + iets”, voor datgene waarvoor iemand klaar is.
til “til” betekent hier “voor” in “klar til kulden”. Het verbindt “klar” met datgene waarvoor iemand voorbereid is; de vaste combinatie is “klar til + zelfstandig naamwoord”.
kulden “kulden” betekent “de kou” in “klar til kulden”. Het is de bepaalde vorm van “kulde” en verwijst hier naar de koude omstandigheden buiten; je gebruikt “klar til kulden” om klaar zijn voor de kou uit te drukken.

Grammatica

Hvor + verballed + subjekt?

Hvor ligger frakken?

Voa ligger fraga?

Waar ligt de jas?

In een Deense vraag met Hvor staat het werkwoord vóór het onderwerp: Hvor ligger frakken?

Det føles + neutrum-adjektiv

Det føles koldt udenfor.

De feu-luhs kold oewenfoa.

Het voelt koud buiten.

Na Det føles krijgt het bijvoeglijk naamwoord de onzijdige vorm: kold wordt koldt.

Deens woordenschat

føle werkwoord
feu-luh voelen føles

Det føles koldt udenfor.

handske zelfstandig naamwoord
hanske handschoen handsker

Har jeg også brug for handsker?

have brug for uitdrukking
haa broew foa nodig hebben

Har jeg også brug for handsker?

holde werkwoord
holla houden holder

De holder dine hænder varme.

hvor bijwoord
voa waar

Hvor er mine handsker?

hånd zelfstandig naamwoord
hon hand hænder

De holder dine hænder varme.

kold bijvoeglijk naamwoord
kold koud koldt
Geslacht
neuter

Det føles koldt udenfor.

ligge werkwoord
legga liggen ligger

De ligger ved siden af din frakke.

tage werkwoord
tee-a aantrekken Tag

Tag dit tørklæde på.

tørklæde zelfstandig naamwoord
teur-klee-uh sjaal
Geslacht
neuter

Tag dit tørklæde på.

udenfor bijwoord
oewenfoa buiten

Det føles koldt udenfor.

varm bijvoeglijk naamwoord
vaam warm varme

De holder dine hænder varme.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het voelt koud aan buiten.

Antwoord tonenDet føles koldt udenfor.

Doe je sjaal om.

Antwoord tonenTag dit tørklæde på.

Heb ik ook handschoenen nodig?

Antwoord tonenHar jeg også brug for handsker?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

handschoen

Antwoord tonenhandsker

hand

Antwoord tonenhænder

sjaal

Antwoord tonentørklæde

koud

Antwoord tonenkoldt