Klaar voor de kou | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Before going outside, two adults talk about wearing a scarf and gloves for cold weather..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Klaar voor de kou oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Det føles koldt udenfor.

De feu-luhs kold oewenfoa. Het voelt koud aan buiten.
B

Tag dit tørklæde på.

Tee dit teur-klee-uh poh. Doe je sjaal om.
A

Har jeg også brug for handsker?

Haa yai os-suh broew foa hanske? Heb ik ook handschoenen nodig?
B

De holder dine hænder varme.

Die holla die-ne henna vaame. Ze houden je handen warm.
A

Hvor er mine handsker?

Voa a mie-ne hanske? Waar zijn mijn handschoenen?
B

De ligger ved siden af din frakke.

Die leggja veh sie-en eh deen frage. Ze liggen naast je jas.
A

Jeg tager dem på, før jeg går.

Yai tee-a dem poh, feur yai goa. Ik doe ze aan voordat ik ga.
B

Så er du klar til kulden.

Soh a doe klaar til kollen. Dan ben je klaar voor de kou.

Uitleg van de zinnen

  1. Det føles koldt udenfor.

    Het voelt koud aan buiten.

    Det
    het
    føles
    voelt aan
    koldt
    koud
    udenfor
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “het” in een onpersoonlijke constructie. Het verwijst niet naar een eerder genoemd concreet zelfstandig naamwoord: in Det føles ... is het een formeel onderwerp voor een algemene gewaarwording of toestand. Dezelfde vorm kan in andere zinnen wel naar een bepaald onzijdig zelfstandig naamwoord verwijzen. føles komt van føle (“voelen”) en is hier de tegenwoordige tijd. De uitgang -s markeert in deze vorm de passieve of middendeponente vorm: letterlijk is iets als “het laat zich voelen” bedoeld, natuurlijk vertaald als “het voelt aan”. Vergelijk Jeg føler kulden (“Ik voel de kou”), waarin føler de gewone actieve vorm is. Voorbeeld: Det føles varmt. — “Het voelt warm aan.” koldt is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord kold (“koud”) die bij het onzijdige enkelvoudige det past. De basisvorm is kold; de vorm koldt heeft hier dus een grammaticale uitgang, niet een andere betekenis. Voorbeeld: Vandet er koldt. — “Het water is koud.” udenfor betekent “buiten” en staat hier als bijwoord: het geeft de plaats aan waar de beschreven kou wordt ervaren. Het is één Deens woord in deze betekenis. Voorbeeld: Hun venter udenfor. — “Zij wacht buiten.” Samen vormen de delen Det føles koldt (“Het voelt koud aan”) en udenfor (“buiten”) de volledige mededeling: “Het voelt koud aan buiten.” De zin beschrijft de algemene ervaring van de buitentemperatuur, zonder een specifieke persoon als voelende partij te noemen. In aansluiting daarop noemt de volgende zin een sjaal, maar die informatie verandert de betekenis van deze zin niet.

  2. Tag dit tørklæde på.

    Doe je sjaal om.

    Tag … på
    doe ... aan
    dit
    je
    tørklæde
    sjaal
    Uitgebreide uitleg

    Tag en på vormen hier samen de onderbroken constructie tage ... på: iets aantrekken of aandoen. Tag is de gebiedende wijs van tage (aantrekken, nemen). De gebiedende wijs heeft hier een niet-uitgesproken onderwerp: de aangesprokene. In deze zin hoort på bij het werkwoord, ook al staat het na het zelfstandig naamwoord. Vergelijk: Tag jakken på. — Trek de jas aan. dit betekent hier je of jouw en hoort bij het volgende zelfstandig naamwoord. De vorm dit wordt gebruikt bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord. Vergelijk binnen het Deens: din bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslacht-woord en dine bij een meervoudig woord. Het gaat hier om de bezitsrelatie met de aangesprokene; de vorm zegt op zichzelf niets over het aantal sjaals. tørklæde betekent sjaal. De onbepaalde enkelvoudsvorm is et tørklæde; een bepaalde vorm is tørklædet — de sjaal. Het woord is onzijdig, wat ook de keuze voor dit verklaart. Voor het meervoud is de vorm tørklæder. Samen betekent Tag dit tørklæde på. letterlijk ongeveer: trek je sjaal aan. De gebiedende wijs Tag ... på geeft de aangesprokene de opdracht om de genoemde sjaal aan te doen. De vertaling Doe je sjaal om. geeft dezelfde bedoelde handeling natuurlijk weer.

  3. Har jeg også brug for handsker?

    Heb ik ook handschoenen nodig?

    Har jeg
    heb ik
    også
    ook
    brug for
    nodig hebben
    handsker
    handschoenen
    Uitgebreide uitleg

    Har jeg betekent hier “heb ik”. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”) bij jeg (“ik”). In deze ja-neevraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Har jeg ...? is het herbruikbare patroon voor “Heb ik ...?”. også betekent “ook”. Het voegt iets toe aan wat al eerder of daarnaast geldt. Voorbeeld: Har du også brug for en jakke? — “Heb jij ook een jas nodig?” brug for vormt met have de vaste constructie have brug for (“nodig hebben”). Het zelfstandig naamwoord na for noemt wat nodig is. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” In de vraag staat de constructie door de inversie als Har jeg ... brug for ...?. handsker betekent “handschoenen”. Het is het meervoud van handske (“handschoen”); de vorm handsker duidt hier dus op meer dan één handschoen. Voorbeeld: Jeg har handsker på. — “Ik draag handschoenen.” Samen vormen de delen Har jeg også brug for handsker? de vraag “Heb ik ook handschoenen nodig?” Har jeg maakt de ja-neevraag, også betekent “ook”, en brug for handsker benoemt wat de spreker mogelijk nodig heeft.

  4. De holder dine hænder varme.

    Ze houden je handen warm.

    De
    ze
    holder
    houden
    dine
    je/jouw
    hænder
    handen
    varme
    warm
    Uitgebreide uitleg

    De betekent hier ‘ze’ en is, volgens de bedoelde lezing van de vaste vertaling, de Deense vorm voor de derde persoon meervoud. Dat het woord aan het begin van de zin met een hoofdletter staat, verandert die vorm niet. Voorbeeld: De kommer. — ‘Ze komen.’ holder is de tegenwoordige tijd van holde, ‘houden’. Hier vormt holde met een voorwerp en een bijvoeglijk naamwoord de betekenis ‘iets in een bepaalde toestand houden’. De tegenwoordige tijd heeft bij verschillende onderwerpen dezelfde vorm; hier past holder bij De. Voorbeeld: Jeg holder døren åben. — ‘Ik houd de deur open.’ dine is de bezittelijke vorm voor ‘jouw/je’ bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. De vorm kan zowel tegen één persoon als tegen meerdere personen gericht zijn; dine zegt dus dat het bezittelijke woord meervoudig is, niet hoeveel bezitters er zijn. Bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat doorgaans din bij een gemeenschappelijk-geslachtwoord en dit bij een onzijdig woord. hænder betekent ‘handen’ en is het meervoud van hånd, ‘hand’. Voorbeeld: Mine hænder er kolde. — ‘Mijn handen zijn koud.’ varme betekent hier ‘warm’. Het is de meervoudsvorm van varm en stemt in deze constructie overeen met het meervoudige hænder. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft de toestand waarin de handen gehouden worden. Voorbeeld: Hun holder fødderne varme. — ‘Zij houdt haar voeten warm.’ Samen vormt De holder dine hænder varme de structuur ‘ze houden jouw handen warm’: De voert de handeling uit, dine hænder is wat warm gehouden wordt, en varme benoemt de behouden toestand. De vaste Nederlandse vertaling is daarom: ‘Ze houden je handen warm.’

  5. Hvor er mine handsker?

    Waar zijn mijn handschoenen?

    Hvor er
    waar is/zijn
    mine
    mijn
    handsker
    handschoenen
    Uitgebreide uitleg

    Hvor er is de vraagconstructie voor “waar is/zijn”: hvor vraagt naar een plaats en er is hier de vorm van “zijn” voor een vraag naar de locatie. Het werkwoord staat vóór het onderwerp, zoals in Hvor er bogen? — “Waar is het boek?” en Hvor er bøgerne? — “Waar zijn de boeken?” mine betekent hier “mijn” bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het bezittelijk woord verwijst dus naar de bezitter van de handschoenen; de vorm mine wordt gebruikt bij meervoud, ongeacht het grammaticale geslacht van dat meervoudige zelfstandig naamwoord. Vergelijk min bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord en mit bij een enkelvoudig onzijdig woord: min bog — “mijn boek”, mit hus — “mijn huis”, mine bøger — “mijn boeken”. handsker betekent “handschoenen”. Dit is het meervoud van handske — “handschoen”. De meervoudsvorm maakt duidelijk dat er naar meer dan één handschoen wordt gevraagd. Voor één handschoen kun je zeggen: Hvor er min handske? — “Waar is mijn handschoen?” Samen vormen de delen Hvor er + mine + handsker de vraag Hvor er mine handsker? — “Waar zijn mijn handschoenen?” De vraag zoekt de plaats van de handschoenen; mine geeft aan dat ze van de spreker zijn.

  6. De ligger ved siden af din frakke.

    Ze liggen naast je jas.

    De
    ze
    ligger
    liggen
    ved siden af
    naast
    din
    je/jouw
    frakke
    jas
    Uitgebreide uitleg

    De betekent hier “ze” en verwijst in deze context naar de eerder genoemde handschoenen. Het is de derde persoon meervoud; het woord zelf verandert niet mee met het geslacht van de dingen waarnaar het verwijst. In een andere context kan de ook naar andere meervoudige personen of zaken verwijzen. ligger is de tegenwoordige tijd van ligge, “liggen”. De vorm beschrijft hier de plaats waar de voorwerpen zich bevinden. Bij een meervoudig onderwerp blijft de tegenwoordige tijd in het Deens dezelfde vorm: De ligger .... Een bruikbaar voorbeeld is: Bøgerne ligger på bordet. — “De boeken liggen op tafel.” ved siden af is een vaste voorzetseluitdrukking met de betekenis “naast”. Het benoemt een positie dicht bij de zijkant van iets. Bijvoorbeeld: Stolen står ved siden af bordet. — “De stoel staat naast de tafel.” din betekent “je/jouw” en staat hier vóór frakke. Deze vorm hoort bij één bezeten zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. Vergelijk dit bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord en dine bij een meervoud: din frakke, dit hus, dine handsker — “je jas”, “je huis”, “je handschoenen”. Het bezit kan in het Deens vóór het zelfstandig naamwoord staan, zoals in dit voorbeeld. frakke betekent “jas”, meer bepaald een jas of mantel als kledingstuk. Het is hier enkelvoud; met bepaaldheid krijgt het doorgaans de vorm frakken, “de jas”. In de gegeven zin staat echter de bezittelijke bepaler din vóór het zelfstandig naamwoord: din frakke. Samen vormen de delen De ligger + ved siden af + din frakke de betekenis: “Ze liggen naast je jas.” De zin zegt dus dat de eerder genoemde voorwerpen zich naast de jas bevinden. De tegenwoordige tijd beschrijft hun huidige positie; din frakke geeft aan bij welke jas de plaatsbepaling wordt gemaakt.

  7. Jeg tager dem på, før jeg går.

    Ik doe ze aan voordat ik ga.

    Jeg
    ik
    tager dem på
    ze aandoen
    før
    voordat
    går
    ga
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ik en is het onderwerp in de eerste persoon enkelvoud. Een bruikbaar contrast is du voor één aangesproken persoon. Voorbeeld: Jeg går nu. — Ik ga nu. tager dem på betekent hier dat de spreker de eerder bedoelde meervoudige voorwerpen aantrekt. tager is de tegenwoordige tijd van tage (nemen), maar met på vormt het de constructie tage ... på — iets aantrekken. Het voornaamwoord dem is de objectvorm en på staat als partikel na het object. Voorbeeld: Jeg tager jakken på. — Ik trek de jas aan. Het nuttige contrast is tage ... af — iets uittrekken. før leidt een tijdsbepaling in en betekent voordat. Het verbindt de handeling van aantrekken met het latere gaan. går is de tegenwoordige tijd van gå (gaan/lopen). Deens verandert deze werkwoordsvorm niet volgens de persoon: ook bij du, hun en jeg blijft de tegenwoordige vorm går. Hier betekent hij, volgens de vaste vertaling, ga. Voorbeeld: Hun går hjem. — Zij gaat naar huis. Samen betekent Jeg tager dem på, før jeg går.: Ik doe ze aan voordat ik ga. De hoofdzin zegt wat de spreker aantrekt; før jeg går plaatst het gaan daarna. De tegenwoordige tijd in beide delen beschrijft hier een nabije opeenvolging.

  8. Så er du klar til kulden.

    Dan ben je klaar voor de kou.

    Så
    dan
    er du
    ben je
    klar
    klaar
    kulden
    de kou
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier ‘dan’ en verwijst naar een gevolg of volgende stap in de gegeven situatie. Het kan in andere zinnen ook ‘zo’ betekenen, maar die betekenis past hier niet. er du bevat de tegenwoordige tijd van være (‘zijn’) en het voornaamwoord du (‘jij’). Omdat Så vooraan staat, komt het werkwoord vóór het onderwerp: Så er du ... = ‘Dan ben je ...’. Zonder zo’n vooropgeplaatst element is de gewone volgorde bijvoorbeeld Du er klar = ‘Jij bent klaar’. klar betekent hier ‘klaar’ of ‘gereed’. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat na er in de constructie at være klar (‘klaar zijn’). In klar til betekent het geheel ‘klaar voor’ of ‘klaar om iets te doen’. Voorbeeld: Jeg er klar til at gå. = ‘Ik ben klaar om te gaan.’ kulden betekent ‘de kou’. De basisvorm is kulde (‘kou’); kulden is de bepaalde vorm, vergelijkbaar met ‘de kou’. Het voorzetsel til hoort bij klar til en verbindt klar met datgene waarvoor iemand klaar is. Samen vormen klar til kulden de betekenis ‘klaar voor de kou’. De volledige opbouw is Så + er du + klar til kulden: eerst wordt het gevolg aangegeven (‘dan’), daarna ‘ben jij’, gevolgd door de toestand en datgene waarvoor die toestand geldt. De vaste betekenis is dus: ‘Dan ben je klaar voor de kou.’

Grammatica

Hvor + verballed + subjekt?

Hvor ligger frakken?

Voa ligger fraga?

Waar ligt de jas?

In een Deense vraag met Hvor staat het werkwoord vóór het onderwerp: Hvor ligger frakken?

Det føles + neutrum-adjektiv

Det føles koldt udenfor.

De feu-luhs kold oewenfoa.

Het voelt koud buiten.

Na Det føles krijgt het bijvoeglijk naamwoord de onzijdige vorm: kold wordt koldt.

Deens woordenschat

føle werkwoord
feu-luh voelen føles

Det føles koldt udenfor.

handske zelfstandig naamwoord
hanske handschoen handsker

Har jeg også brug for handsker?

have brug for uitdrukking
haa broew foa nodig hebben

Har jeg også brug for handsker?

holde werkwoord
holla houden holder

De holder dine hænder varme.

hvor bijwoord
voa waar

Hvor er mine handsker?

hånd zelfstandig naamwoord
hon hand hænder

De holder dine hænder varme.

kold bijvoeglijk naamwoord
kold koud koldt
Geslacht
neuter

Det føles koldt udenfor.

ligge werkwoord
legga liggen ligger

De ligger ved siden af din frakke.

tage werkwoord
tee-a aantrekken Tag

Tag dit tørklæde på.

tørklæde zelfstandig naamwoord
teur-klee-uh sjaal
Geslacht
neuter

Tag dit tørklæde på.

udenfor bijwoord
oewenfoa buiten

Det føles koldt udenfor.

varm bijvoeglijk naamwoord
vaam warm varme

De holder dine hænder varme.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het voelt koud aan buiten.

Antwoord tonenDet føles koldt udenfor.

Doe je sjaal om.

Antwoord tonenTag dit tørklæde på.

Heb ik ook handschoenen nodig?

Antwoord tonenHar jeg også brug for handsker?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

handschoen

Antwoord tonenhandsker

hand

Antwoord tonenhænder

sjaal

Antwoord tonentørklæde

koud

Antwoord tonenkoldt