Det
In “Det blæser udenfor.” is “Det” een onpersoonlijk onderwerp bij het weer: het betekent hier niet naar een specifiek ding. Dezelfde vorm wordt in het Deens gebruikt om een weerstoestand uit te drukken, zoals in een nieuw voorbeeld “Det regner.”
blæser
“Blæser” betekent hier dat het waait. Dit is de vorm van “blæse” die in “Det blæser udenfor.” wordt gebruikt; je gebruikt het bij wind of bij iets dat door de wind wordt bewogen.
udenfor
“Udenfor” betekent “buiten” en geeft hier aan waar het waait. Het kan als plaatsaanduiding bij een zin staan, zoals in “Det blæser udenfor.”
Hold
“Hold” is hier een aansporing: houd iets vast. In “Hold fast i din hat med den ene hånd.” vormt het samen met de rest een instructie die je bijvoorbeeld aan iemand buiten kunt geven.
fast
In “Hold fast i din hat med den ene hånd.” betekent “fast” stevig of goed vast. Het versterkt daar de handeling van vasthouden; de hele combinatie “Hold fast i” betekent dat je iets stevig vasthoudt.
i
In “Hold fast i din hat” geeft “i” aan waaraan je je vasthoudt; de combinatie betekent “je hoed vasthouden”. Gebruik “i” hier met het voorwerp dat iemand moet vasthouden.
din
“Din” betekent “jouw” en hoort hier bij “hat” in “din hat”. Het bezittelijke woord staat vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in een nieuw patroon “din taske” voor “jouw tas”.
hat
“Hat” betekent “hoed” in “din hat”. Je gebruikt het met een bezittelijk woord of een ander bepalend woord wanneer je over een hoed spreekt.
med
“Med” betekent “met” en geeft in “med den ene hånd” aan welk hulpmiddel of lichaamsdeel wordt gebruikt. Een bruikbaar patroon is “med” gevolgd door een zelfstandig naamwoord, zoals “med én hånd” voor “met één hand”.
den
In “den ene hånd” betekent “den” het bepaalde lidwoord bij “ene hånd”, ongeveer “de ene hand”. In “Så blæser den ikke op.” verwijst dezelfde vorm naar de tas en betekent hij “die” of “het”; de betekenis volgt daar uit de context.
ene
“Ene” betekent in “den ene hånd” “ene” of “de ene”, dus één specifieke hand. De combinatie “den ene hånd” wordt gebruikt om die hand tegenover de andere hand aan te duiden.
hånd
“Hånd” betekent “hand” in “den ene hånd”. Het staat hier na “med” om aan te geven waarmee de hoed wordt vastgehouden.
Træerne
“Træerne” betekent “de bomen” in “Træerne bevæger sig meget.” De vorm is het bepaalde meervoud van “træ”, en je gebruikt hem hier als onderwerp van de zin.
bevæger
In “Træerne bevæger sig meget.” betekent “bevæger” dat de bomen bewegen. De vorm hoort bij de vaste combinatie “bevæger sig”, waarin “sig” aangeeft dat de beweging bij het onderwerp zelf hoort.
sig
“Sig” verwijst in “Træerne bevæger sig meget.” terug naar “Træerne”: de bomen bewegen zichzelf of bewegen zich. Het staat hier samen met “bevæger” in de combinatie “bevæger sig”.
meget
“Meget” betekent hier “veel” of “erg” en geeft aan dat de bomen sterk bewegen. Het staat na “bevæger sig”; in een nieuw voorbeeld kan “Det blæser meget.” betekenen dat het erg waait.
Vinden
“Vinden” betekent “de wind” in “Vinden er stærkere ved gaden.” De vorm is bepaald en staat hier als onderwerp van de zin.
er
“Er” betekent “is” en verbindt in “Vinden er stærkere ved gaden.” de wind met de beschrijving “stærkere”. Het is de vorm van “være” die je gebruikt om een toestand of eigenschap uit te drukken.
stærkere
“Stærkere” betekent “sterker” en vergelijkt de wind hier met de wind op een andere plaats. Het staat na “er”; een bruikbaar patroon is “X er stærkere end Y” wanneer je twee dingen vergelijkt.
ved
“Ved” betekent hier “bij” of “in de buurt van” en staat in “ved gaden”. Gebruik “ved” met een plaats om aan te geven dat iets zich daar vlakbij bevindt.
gaden
“Gaden” betekent “de straat” in “ved gaden”. Het is de bepaalde vorm van “gade” en staat hier na “ved” als plaatsaanduiding.
Skal
“Skal” betekent in “Skal vi gå langsommere?” “zullen” of “zouden we moeten”. Samen met “vi” en “gå” maakt het een vraag waarmee je een voorstel doet.
vi
“Vi” betekent “wij” en is in “Skal vi gå langsommere?” de groep die langzamer zal lopen. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord in deze vraag.
gå
“Gå” betekent hier “lopen” en staat in “Skal vi gå langsommere?” na “skal”. Je gebruikt het voor bewegen te voet of, afhankelijk van de context, voor ergens naartoe gaan.
langsommere
“Langsommere” betekent “langzamer” en beschrijft hier hoe de personen moeten lopen. Het kan na een werkwoord staan, zoals in “gå langsommere”, wanneer je om een lagere snelheid vraagt.
Lad
In “Lad os gå langsommere ved gaden.” draagt “Lad” bij aan het voorstel “laten we”. De vaste constructie “Lad os” wordt gebruikt om samen met iemand iets voor te stellen.
os
“Os” betekent “ons” en verwijst in “Lad os gå langsommere ved gaden.” naar de spreker en de andere persoon samen. Het hoort bij de constructie “Lad os” voor een gezamenlijk voorstel.
Jeg
“Jeg” betekent “ik” en is in “Jeg holder også min taske tæt ind til mig.” het onderwerp. Je gebruikt het vóór het werkwoord wanneer je over je eigen handeling spreekt.
holder
“Holder” betekent hier “houd” of “houd vast”: de spreker houdt haar tas dicht bij zich. Dit is de vorm van “holde” in “Jeg holder ...”; een bruikbaar patroon is “Jeg holder” gevolgd door wat je vasthoudt.
også
“Også” betekent “ook” en voegt in “Jeg holder også min taske tæt ind til mig.” deze handeling toe aan de eerdere voorzorgsmaatregelen. Het staat hier na “holder” en vóór het voorwerp “min taske”.
min
“Min” betekent “mijn” en hoort bij “taske” in “min taske”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord om bezit aan te geven.
taske
“Taske” betekent “tas” in “min taske”. Je gebruikt het met een bezittelijk woord wanneer je specificeert van wie de tas is.
tæt
“Tæt” betekent “dicht” of “vlakbij” in “tæt ind til mig”. De hele uitdrukking zegt dat de spreker de tas dicht tegen zich aan houdt; “tæt” geeft daar de kleine afstand aan.
ind
In “tæt ind til mig” geeft “ind” een beweging naar binnen of naar de spreker toe aan. Samen met “tæt” en “til mig” beschrijft het dat de tas dicht tegen de spreker wordt gehouden.
til
“Til” betekent hier “naar” of “tegen” in de combinatie “ind til mig”. Het verbindt de richting van de beweging met de persoon naar wie de tas wordt gebracht.
mig
“Mig” betekent “mij” en verwijst in “tæt ind til mig.” naar de spreker. Het staat na “til” in de uitdrukking “ind til mig”.
Så
“Så” betekent hier “dus” of “dan” en leidt in “Så blæser den ikke op.” het gevolg van de handeling in de vorige zin in. Je kunt “Så” aan het begin van een zin gebruiken om een gevolg aan te kondigen.
ikke
“Ikke” betekent “niet” en maakt in “Så blæser den ikke op.” de uitspraak ontkennend. Het staat hier vóór “op” binnen de werkwoordelijke combinatie “blæser ... op”.
op
In “blæser den ikke op” draagt “op” bij aan de betekenis dat de tas door de wind opengaat of openwaait. De combinatie “blæse op” moet hier als geheel worden begrepen; “op” betekent niet zelfstandig “open”.