Lezen in je vrije tijd | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home, two adults talk about reading a short book in a quiet room..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Lezen in je vrije tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvad læser du?

Va lee-suh doe? Wat lees je?
B

Jeg læser en kort bog.

Yai lee-suh un kòad boow. Ik lees een kort boek.
A

Kan du lide historien?

Kan doe lie-the hi-sto-a-ee-un? Vind je het verhaal leuk?
B

Den er nem at følge.

Den è-a neem èd feu-luh. Het is makkelijk te volgen.
A

Hvor læser du normalt?

Vo-a lee-suh doe nom-li? Waar lees je meestal?
B

Jeg læser normalt i et stille værelse derhjemme.

Yai lee-suh nom-li ie eet stèl-uh vè-a-ls-uh dè-a-yèm-uh. Ik lees meestal in een rustige kamer thuis.
A

Det lyder roligt.

De luu-a roo-li. Dat klinkt rustig.
B

Det hjælper mig med at nyde min fritid.

De yèl-buh mai mè èd nuu-the mien fri-tie. Het helpt me om van mijn vrije tijd te genieten.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvad læser du?

    Wat lees je?

    Hvad
    wat
    læser
    leest
    du
    je / jij
    Uitgebreide uitleg

    Hvad betekent hier “wat” en vraagt naar het ding of de inhoud waarnaar gevraagd wordt. Het is een vraagwoord; vergelijk bijvoorbeeld Hvem læser du? — “Wie lees je?” Daar vraagt hvem naar een persoon, terwijl hvad naar een zaak of inhoud vraagt. læser komt van læse, “lezen”. De vorm læser is de tegenwoordige tijd. In het Deens verandert de tegenwoordige tijd van dit werkwoord niet mee met de persoon: jeg læser betekent “ik lees” en du læser betekent “jij leest”. Het is dus læser dat de handeling “lezen” uitdrukt, niet du. du is het persoonlijke voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud: “jij/je”. Het verwijst hier naar de aangesprokene. In een andere rol verandert het voornaamwoord bijvoorbeeld in dig: Jeg ser dig — “Ik zie je.” Samen vormen de woorden een vraagpatroon: Hvad + werkwoord + du? De vraag vraagt wat de aangesprokene leest. De volledige betekenis is: “Wat lees je?”

  2. Jeg læser en kort bog.

    Ik lees een kort boek.

    Jeg
    ik
    læser
    lees
    en
    een
    kort
    kort
    bog
    boek
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: het is de Deense persoonlijke voornaamwoordsvorm voor de eerste persoon enkelvoud. In de vraag uit de context staat de overeenkomstige vorm du voor “je/jij”; dat is de tweede persoon enkelvoud. læser betekent hier “lees”. Het is de tegenwoordige tijd van læse (“lezen”): jeg læser = “ik lees”. In het Deens verandert de werkwoordsvorm in de tegenwoordige tijd niet mee met persoon en getal: jeg læser en du læser gebruiken dus dezelfde vorm. Voorbeeld: Jeg læser. — “Ik lees.” en is het onbepaalde lidwoord bij een zelfstandig naamwoord van het en-type, zoals en bog. Het markeert hier geen zelfstandig genoemde numerieke telling; het introduceert een niet nader bepaald boek als voorwerp van de zin. Voorbeeld: en stol — “een stoel”. kort betekent hier “kort” en beschrijft bog. Bij een enkelvoudig en-woord staat het bijvoeglijk naamwoord in deze vorm: en kort bog. Dezelfde vorm komt ook voor bij een onzijdig enkelvoudig woord, terwijl het meervoud doorgaans korte heeft, bijvoorbeeld korte bøger — “korte boeken”. De vorm kort hoort bij het bijvoeglijk naamwoord zelf; bog is niet de basisvorm ervan. bog betekent “boek”. Het is een zelfstandig naamwoord van het en-type: en bog. De meervoudsvorm is bøger — “boeken”. Samen vormen de delen Jeg læser + en kort bog: “Ik lees een kort boek.” De spreker is degene die leest, en kort bog is het niet nader bepaalde boek dat wordt gelezen, en kort beschrijft dat boek. De tegenwoordige tijd in læser geeft de handeling weer als iets wat nu gebeurt of als de actuele situatie wordt gepresenteerd.

  3. Kan du lide historien?

    Vind je het verhaal leuk?

    Kan du
    kun je
    lide
    leuk vinden
    historien
    het verhaal
    Uitgebreide uitleg

    Kan du staat hier aan het begin van een ja-neevraag en betekent samen ‘kun je’. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (‘kunnen’). Na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in de infinitief. du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon. In een Deense vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Kan du ...? betekent letterlijk ongeveer ‘Kun jij ...?’, maar de natuurlijke Nederlandse vertaling is ‘Kun je ...?’. Voorbeeld: Kan du læse? — ‘Kun je lezen?’ lide is hier het werkwoord ‘leuk vinden’. De vorm blijft na kan infinitief: kan lide. Dit is een vaste, zeer gebruikelijke manier om in het Deens te zeggen dat je iets prettig of leuk vindt. Voorbeeld: Jeg kan lide musik. — ‘Ik hou van muziek.’ Zonder kan verandert de tijd of modaliteit: Jeg kan lide ... betekent ‘Ik vind ... leuk’, terwijl Jeg kunne lide ... bijvoorbeeld ‘Ik vond ... leuk’ kan betekenen. historien betekent hier ‘het verhaal’. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van historie: en historie = ‘een verhaal’, historien = ‘het verhaal’. De uitgang -en markeert bij dit zelfstandig naamwoord bepaaldheid; hij drukt niet op zichzelf een numerieke hoeveelheid uit. Voorbeeld: Jeg læser historien. — ‘Ik lees het verhaal.’ Samen vormen de delen Kan du + lide + historien? de vraag ‘Vind je het verhaal leuk?’. De vraag vraagt of de aangesproken persoon het verhaal prettig vindt; de vorm kan lide draagt daarbij de betekenis ‘leuk vinden’.

  4. Den er nem at følge.

    Het is makkelijk te volgen.

    Den
    het
    er
    is
    nem
    makkelijk
    at følge
    volgen
    Uitgebreide uitleg

    Den betekent hier “het/het verhaal” en verwijst, met de gegeven context, naar historien. In het Deens is den de vorm voor een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijke geslacht; het is hier een zelfstandig gebruikt voornaamwoord, niet het Nederlandse lidwoord het. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”): at være = “zijn”, er = “is/zijn”. In deze zin vormt het samen met den de hoofdzin “het is”. nem betekent hier “makkelijk”. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord. Vergelijk de vormen nem (bij gemeenschappelijk geslacht of predicatief gebruik), nemt (bij onzijdig) en nemme (meervoud of bepaalde vorm). Voorbeeld: Det er nemt. — “Het is makkelijk.” Hier staat nemt omdat det onzijdig is. at følge betekent “volgen”. at markeert hier het infinitief, zoals in “te volgen”; følge is de infinitiefvorm. Voorbeeld: Det er nemt at forstå. — “Het is makkelijk te begrijpen.” In dit patroon kan na een bijvoeglijk naamwoord een infinitiefgroep volgen die aangeeft wat makkelijk is. Samen geeft Den er nem at følge de betekenis: “Het is makkelijk te volgen.” De vorm den verwijst naar het eerder genoemde verhaal, er nem beschrijft dat het volgen weinig moeite kost, en at følge noemt de handeling die makkelijk is. De constructie Det/Den er + bijvoeglijk naamwoord + at + infinitief is bruikbaar om de moeilijkheid of het gemak van een handeling te beschrijven.

  5. Hvor læser du normalt?

    Waar lees je meestal?

    Hvor
    waar
    læser
    leest
    du
    je
    normalt
    meestal
    Uitgebreide uitleg

    Hvor vraagt hier naar een plaats: “waar?”. Het staat vooraan omdat het gevraagde zinsdeel in deze vraag naar voren is gehaald. Een bruikbaar contrast is hvor “waar” tegenover hvornår “wanneer”. Voorbeeld: Hvor bor du? — “Waar woon je?” læser betekent hier “leest” en is de tegenwoordige vorm van læse — “lezen”. De vorm verandert in het Deens normaal niet volgens persoon of getal: jeg læser — “ik lees” en du læser — “je leest”. du is het persoonlijke voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. De meervoudsvorm is I: I læser — “jullie lezen”. In deze zin is du het onderwerp van læser. normalt betekent hier “meestal” en geeft aan dat het om een gewoonte of gebruikelijke situatie gaat. Het is afgeleid van normal en heeft hier de bijwoordelijke functie. Voorbeeld: Jeg arbejder normalt hjemme. — “Ik werk meestal thuis.” Samen vormt Hvor læser du normalt? een vraag met de volgorde vraagwoord + werkwoord + onderwerp + bijwoord: “Waar lees je meestal?” De zin vraagt naar de gebruikelijke plaats van het lezen; normalt zegt dat het om de gewoonlijke situatie gaat, niet om één specifiek moment.

  6. Jeg læser normalt i et stille værelse derhjemme.

    Ik lees meestal in een rustige kamer thuis.

    Jeg
    ik
    læser
    lees
    normalt
    meestal
    i
    in
    et
    een
    stille
    rustige
    værelse
    kamer
    derhjemme
    thuis
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud. De vorm is onafhankelijk van het geslacht van de spreker. Voorbeeld: Jeg bor her. — “Ik woon hier.” læser betekent hier “lees” en komt van at læse (“lezen”). Dit is de tegenwoordige tijd; dezelfde vorm kan bij verschillende personen staan: jeg læser, du læser, hun læser. Voorbeeld: Jeg læser en bog. — “Ik lees een boek.” normalt betekent “meestal” in deze zin. Het zegt iets over de gewoonte of frequentie van het lezen. Het is niet hetzelfde als altid (“altijd”): Jeg læser altid. — “Ik lees altijd.” i betekent “in” en leidt hier de plaatsbepaling in. et is het onbepaalde lidwoord bij een zogenoemd et-woord. Het markeert hier værelse als onbepaald; op zichzelf beweert het niet dat er precies één kamer is. Bij een en-woord staat doorgaans en in plaats van et. stille betekent hier “rustige” of “stille”. Het beschrijft værelse. In deze woordgroep staat het bij een et-woord, maar stille verandert hier niet van vorm door het grammaticale geslacht: ook bij een en-woord en in het meervoud kan stille staan. Voorbeeld: en stille dag — “een rustige dag”. værelse betekent “kamer”. Het is een zelfstandig naamwoord en vormt samen met et en stille de woordgroep et stille værelse — “een rustige kamer”. derhjemme betekent “thuis” en geeft aan waar de leessituatie plaatsvindt. Het is een vaste plaatsaanduiding; het is niet simpelweg een vorm van het zelfstandig naamwoord hjem in deze zin. Voorbeeld: Jeg arbejder derhjemme. — “Ik werk thuis.” Samen betekent i et stille værelse “in een rustige kamer”. derhjemme voegt toe dat dit lezen thuis plaatsvindt. De volledige zin betekent: “Ik lees meestal in een rustige kamer thuis.”

  7. Det lyder roligt.

    Dat klinkt rustig.

    Det
    dat; het
    lyder
    klinkt
    roligt
    rustig
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dat” en staat als onderwerp van de zin. Het kan in het Deens verwijzen naar iets dat al genoemd is of naar een hele situatie; uit deze zin blijkt geen specifieker zelfstandig naamwoord als referent. Det is de onzijdige enkelvoudsvorm; den is de overeenkomstige vorm bij enkelvoudige woorden van het gemeenschappelijke geslacht. Kies dus niet automatisch det alleen omdat het Nederlandse “dat” gebruikt wordt. lyder komt van lyde (“klinken”). De vorm is de tegenwoordige tijd: lyde → lyder. In deze zin beschrijft het werkwoord hoe iets klinkt of welke indruk iets maakt. Voorbeeld: Det lyder godt. — “Dat klinkt goed.” roligt betekent hier “rustig”. Het is de vorm van rolig die bij een onzijdig enkelvoudig predicatief woord past: rolig → roligt. Het woord beschrijft dus niet een zelfstandig naamwoord dat er direct achter staat, maar de toestand of indruk die met det wordt verbonden. Vergelijk voor de vergelijking: rolig (“rustig”), roligere (“rustiger”), roligst (“rustigst”). Voorbeeld: Rummet er roligt. — “De kamer is rustig.” Samen vormen de delen Det + lyder + roligt de betekenis “Dat klinkt rustig.” De structuur is een onderwerp, gevolgd door lyde in de tegenwoordige tijd en een beschrijving van de indruk die het onderwerp maakt. De zin kan zelfstandig gebruikt worden als een korte beoordeling van iets dat iemand hoort of waarvan men kennisneemt.

  8. Det hjælper mig med at nyde min fritid.

    Het helpt me om van mijn vrije tijd te genieten.

    Det
    het
    hjælper
    helpt
    mig
    mij
    med at
    om te
    nyde
    genieten van
    min
    mijn
    fritid
    vrije tijd
    Uitgebreide uitleg

    Det is hier het onderwerpelijke voornaamwoord “het”. De vorm geeft niet zelf aan waarnaar het verwijst; de verwijzing blijft in deze zin ongespecificeerd. In het Deens kan det ook als formeel onderwerp voorkomen, maar dat volgt hier niet noodzakelijk uit de vorm alleen. hjælper komt van hjælpe (“helpen”) en staat hier in de tegenwoordige tijd. Deze vorm verandert niet naar persoon of getal: jeg hjælper, du hjælper en det hjælper. Het onderwerp Det veroorzaakt dus geen speciale uitgang. Voorbeeld: Hun hjælper mig. — “Zij helpt mij.” mig is de objectsvorm van jeg (“ik”). Gebruik jeg als onderwerp en mig als object: Jeg hjælper hende. — “Ik help haar.” med at vormt hier samen met een werkwoord het patroon hjælpe nogen med at + infinitief, met de betekenis “iemand helpen om iets te doen”. Het volgende werkwoord blijft in de infinitief. Voorbeeld: Han hjælper mig med at lære dansk. — “Hij helpt me Deens te leren.” nyde is de infinitief “genieten van”. Hier benoemt het de activiteit waarbij de hulp helpt. Voorbeeld: Vi nyder musikken. — “Wij genieten van de muziek.” min betekent hier “mijn” en hoort bij het enkelvoudige gemeenschappelijk-geslachtswoord fritid. Het bezittelijk woord stemt af op het bezeten zelfstandig naamwoord: min bij een enkelvoudig en-woord, mit bij een enkelvoudig et-woord en mine bij het meervoud. Voorbeeld: min bog — “mijn boek”; mit hus — “mijn huis”. fritid betekent “vrije tijd”. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is fritiden (“de vrije tijd”). Samen vormt min fritid het object van nyde. De hele structuur is: Det hjælper mig med at nyde min fritid = “Het helpt me om van mijn vrije tijd te genieten.” Det is datgene wat helpt, mig is degene die hulp ontvangt, en med at nyde min fritid benoemt de activiteit waarvoor die hulp dient. De tegenwoordige tijd maakt de uitspraak actueel of algemeen, zonder op zichzelf een verdere tijdsaanduiding te geven.

Grammatica

kan lide + at + infinitiv

Jeg kan lide at læse.

Yai kan lie-the èd lee-suh.

Ik vind het leuk om te lezen.

Na kan lide volgt vaak at + infinitief wanneer je zegt wat je leuk vindt om te doen.

Vraagzin: vraagwoord + werkwoord + onderwerp

Hvad kan jeg lide?

Va kan yai lie-the?

Wat vind ik leuk?

In een Deense vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: kan jeg.

Deens woordenschat

bog zelfstandig naamwoord
boow boek
Geslacht
common

Jeg læser en kort bog.

den voornaamwoord
den het

Den er nem at følge.

følge werkwoord
feu-luh volgen

Den er nem at følge.

historie zelfstandig naamwoord
hi-sto-a-ee-a verhaal historien
Geslacht
common

Kan du lide historien?

hvad voornaamwoord
va wat

Hvad læser du?

hvor bijwoord
vo-a waar

Hvor læser du normalt?

jeg voornaamwoord
yai ik

Jeg læser en kort bog.

kan lide uitdrukking
kan doe lie-the leuk vinden

Kan du lide historien?

kort bijvoeglijk naamwoord
kòad kort

Jeg læser en kort bog.

læse werkwoord
lee-suh lezen læser

Jeg læser en kort bog.

nem bijvoeglijk naamwoord
neem makkelijk

Den er nem at følge.

normalt bijwoord
nom-li normaal gesproken

Hvor læser du normalt?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat lees je?

Antwoord tonenHvad læser du?

Ik lees een kort boek.

Antwoord tonenJeg læser en kort bog.

Vind je het verhaal leuk?

Antwoord tonenKan du lide historien?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

verhaal

Antwoord tonenhistorien

kort

Antwoord tonenkort

lezen

Antwoord tonenlæser

wat

Antwoord tonenhvad