Er
“Er” betekent hier “is” en vormt het begin van de vraag “Er madlavning din hobby?”. “Er” is de vorm van “være” die in deze vraag wordt gebruikt.
madlavning
“Madlavning” betekent hier “koken” als activiteit of hobby. Het wordt gebruikt als onderwerp in “Er madlavning din hobby?”.
din
“Din” betekent hier “jouw” en verwijst naar de hobby van de aangesprokene. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “hobby”, zoals in “din hobby”.
hobby
“Hobby” betekent hier “hobby” of een activiteit die iemand graag doet. In “din hobby” gaat het om de activiteit die van de aangesprokene is.
Jeg
“Jeg” betekent “ik” en verwijst naar de spreker. Het staat aan het begin van zinnen zoals “Jeg laver ofte en enkel suppe”.
kan godt lide
“Kan godt lide” betekent samen “leuk vinden” of “graag doen”, zoals in “Jeg kan godt lide at lave enkel mad”. “Kan” hoort hier samen met “godt” en “lide” bij deze vaste uitdrukking: de hele uitdrukking geeft aan dat iets prettig wordt gevonden. Je kunt “kan godt lide” gebruiken vóór een zelfstandig naamwoord of vóór “at” met een werkwoord.
at
“At” markeert hier het werkwoord in de infinitief in “at lave” en betekent ongeveer “te”. Een veelgebruikt patroon is “kan godt lide at” gevolgd door een werkwoord.
lave
“Lave” betekent hier “maken” of, bij eten, “koken” in “at lave enkel mad”. Het is de infinitief na “at”; de vorm “laver” komt verderop in de dialoog voor als “maakt” of “kookt”.
enkel
“Enkel” betekent hier “eenvoudig” of “simpel” en beschrijft “mad”. Je kunt “enkel” vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om iets als eenvoudig te omschrijven.
mad
“Mad” betekent hier “eten” of “voedsel” in “enkel mad”. Het kan samen met een beschrijving staan, zoals “enkel mad”.
derhjemme
“Derhjemme” betekent “thuis” en geeft aan waar de spreker het eten maakt. Het staat in “lave enkel mad derhjemme” en kan achter een zin of werkwoordelijke uitdrukking staan.
Hvad
“Hvad” betekent “wat” en vraagt in “Hvad kan du godt lide at lave?” naar de activiteit. Het staat aan het begin van deze vraag, vóór de rest van de vraagzin.
du
“Du” betekent “jij” of “je” en verwijst naar de aangesprokene. In “kan du godt lide” is “du” degene over wiens voorkeur wordt gevraagd.
laver
“Laver” betekent hier “maakt” of “kookt” in “Jeg laver ofte en enkel suppe”. Het is de vorm van “lave” die in deze mededeling bij “Jeg” wordt gebruikt.
ofte
“Ofte” betekent “vaak” en geeft aan dat de spreker regelmatig een eenvoudige soep maakt. Het staat in “Jeg laver ofte en enkel suppe” tussen het werkwoord en het voorwerp.
en
“En” betekent hier “een” en introduceert “suppe” als één niet nader bepaalde soep. Het staat direct vóór “suppe” in “en enkel suppe”.
suppe
“Suppe” betekent “soep”. In “en enkel suppe” gaat het om een eenvoudige soep die de spreker vaak maakt.
Bruger
“Bruger” betekent hier “gebruikt” in de vraag “Bruger du en opskrift?”. Het is de vorm van “bruge” die hier vooraan in de vraag staat.
opskrift
“Opskrift” betekent “recept” en verwijst hier naar de instructies voor het maken van de soep. Het staat na “en” in “en opskrift”.
følger
“Følger” betekent hier “volgt” in “Jeg følger en nem opskrift”. Het is de vorm van “følge” die je gebruikt om te zeggen dat je een recept of andere instructies volgt.
nem
“Nem” betekent hier “makkelijk” of “eenvoudig” en beschrijft het recept. In “en nem opskrift” staat het vóór het zelfstandig naamwoord.
vil
“Vil” geeft in “Jeg vil gerne prøve suppen” de wens of bereidheid van de spreker aan: “ik wil graag”. Het is de vorm van “ville” in het patroon “vil gerne” gevolgd door een werkwoord.
gerne
“Gerne” betekent hier “graag” en maakt samen met “vil” de uitdrukking “vil gerne”, oftewel “graag willen”. Je kunt “vil gerne” gebruiken vóór een infinitief, zoals in “vil gerne prøve”.
prøve
“Prøve” betekent hier “proberen” of “proeven” in “prøve suppen”. Een gebruikelijk patroon is “prøve” met een voorwerp, zoals de soep proberen.
suppen
“Suppen” betekent “de soep” in “prøve suppen”. Dit is de bepaalde vorm van “suppe” en verwijst naar de soep die eerder is genoemd. Je kunt “suppen” gebruiken wanneer duidelijk is over welke soep je spreekt.
når
“Når” betekent hier “wanneer” of “als” en introduceert de tijd waarop de soep wordt geprobeerd: “når den er klar”. Het staat vóór een bijzin over iets dat later klaar zal zijn.
den
“Den” betekent hier “die” of “het” en verwijst naar “suppen”. In “den er klar” vervangt “den” het eerder genoemde woord “suppen”.
klar
“Klar” betekent hier “klaar” in “den er klar”. Het staat na “er” om te zeggen dat de soep gereed is om te proberen of te delen.
gemmer
“Gemmer” betekent hier “bewaart” of “houdt apart” in “Jeg gemmer lidt suppe til dig”. Het is de vorm van “gemme” en wordt hier gebruikt met iets dat wordt bewaard en iemand voor wie het bestemd is.
lidt
“Lidt” betekent hier “een beetje” of “wat” en geeft een kleine hoeveelheid soep aan in “lidt suppe”. Je kunt “lidt” vóór een hoeveelheid of een niet-afgebakende stof gebruiken.
til
“Til” betekent hier “voor” en geeft aan voor wie de soep wordt bewaard: “til dig”. Een gebruikelijk patroon is “gemme noget til nogen”, iets voor iemand bewaren.
dig
“Dig” betekent hier “jou” of “je” en verwijst naar de persoon voor wie de soep wordt bewaard. Na het voorzetsel “til” gebruik je in deze uitdrukking “dig”: “til dig”.