Wandelen als hobby | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a free-time conversation, two adults talk about walking in a park and going there together..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Wandelen als hobby oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Er gåture din hobby?

Eèr koo-toe-uh dien hobbie? Is wandelen jouw hobby?
B

Jeg kan godt lide at gå ture i min fritid.

Jaj ken go lie-eh uh koo toe-uh ee mien free-tie. Ik wandel graag in mijn vrije tijd.
A

Hvor plejer du at gå hen?

Voh plai-uh doe uh koo hen? Waar ga je meestal wandelen?
B

Jeg går i parken.

Jaj koo ee paa-kn. Ik wandel in het park.
A

Er ruten lang?

Eèr roe-then leng? Is de route lang?
B

Det er en kort og nem gåtur.

Dee eèr en koord oh nem koo-toe-uh. Het is een korte, gemakkelijke wandeling.
A

Det lyder afslappende.

Dee luu-uh af-slab-nuh. Dat klinkt ontspannend.
B

Vi kan gå derhen sammen.

Wie ken koo daai-hen sam-uh. We kunnen daar samen naartoe gaan.

Uitleg van de zinnen

  1. Er gåture din hobby?

    Is wandelen jouw hobby?

    Er
    is
    gåture
    wandelen; wandelingen
    din
    jouw
    hobby
    hobby
    Uitgebreide uitleg

    Er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”). In een ja-neevraag staat het werkwoord hier vooraan: Er ...? betekent “Is ...?”. gåture betekent hier “wandelen” en letterlijk “wandelingen”. Het is het meervoud van gåtur (“wandeling”): en gåtur = één wandeling, gåture = meerdere wandelingen. In deze zin wordt die meervoudsvorm gebruikt om de activiteit wandelen aan te duiden; het is geen vervoegde werkwoordsvorm. Voorbeeld: Jeg går en tur. — “Ik maak een wandeling.” din is het bezittelijke woord voor “jouw” bij een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht in het enkelvoud. De vorm hangt samen met hobby, niet met de persoon die bezit. Vergelijk dit bij een onzijdig enkelvoudig woord en dine bij een meervoudig woord. Hier betekent din hobby dus “jouw hobby”. hobby betekent “hobby” en is het zelfstandig naamwoord waarnaar gevraagd wordt. Samen vormen Er gåture din hobby? de vraag “Is wandelen jouw hobby?”. De structuur is Er + onderwerp (gåture) + bezittelijke bepaling en zelfstandig naamwoord (din hobby).

  2. Jeg kan godt lide at gå ture i min fritid.

    Ik wandel graag in mijn vrije tijd.

    Jeg
    ik
    kan godt lide
    leuk vinden
    gå
    wandelen
    ture
    wandelingen
    fritid
    vrije tijd
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud; deze vorm verandert niet naargelang de spreker man of vrouw is. kan godt lide is de vaste Deense uitdrukking voor “leuk vinden” of “graag … doen”. In deze zin staat ze vóór at plus een werkwoord: Jeg kan godt lide at ... = “Ik vind het leuk om ...” of natuurlijker “Ik doe ... graag”. Het werkwoord kan hoort bij het onderwerp Jeg; godt lide vormt hier samen met kan de uitdrukking en betekent niet letterlijk alleen “goed leuk vinden”. gå betekent hier “wandelen” of “lopen”. Het is de infinitief na at: at gå = “wandelen” / “om te wandelen”. In at gå ture krijgt het de vaste betekenis “wandelingen maken” of “gaan wandelen”. Voorbeeld: Jeg vil gerne gå. — “Ik wil graag wandelen.” ture is het meervoud van tur, “wandeling” of “tocht”. In de combinatie gå ture verwijst het naar wandelingen maken; het is dus niet nodig om ture hier als een aparte bestemming te begrijpen. Voorbeeld: Vi går ture hver dag. — “Wij maken elke dag wandelingen.” fritid betekent “vrije tijd”. Het is een zelfstandig naamwoord; in min fritid betekent het “mijn vrije tijd”. min past hier bij het enkelvoudige woord fritid. Voorbeeld: Hvad laver du i din fritid? — “Wat doe je in je vrije tijd?” Samen bestaan de delen uit Jeg + kan godt lide + at gå ture + i min fritid: “Ik vind het leuk om in mijn vrije tijd wandelingen te maken.” Natuurlijk Nederlands is: “Ik wandel graag in mijn vrije tijd.”

  3. Hvor plejer du at gå hen?

    Waar ga je meestal wandelen?

    Hvor
    waar
    plejer du at
    heb je de gewoonte om ...?
    gå hen
    ergens naartoe gaan
    Uitgebreide uitleg

    Hvor betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het is een vraagwoord; vergelijk hvor? (“waar?”) met hvornår? (“wanneer?”), dat naar tijd vraagt. plejer du at vormt samen met het daaropvolgende werkwoord een vraag over een gewoonte: “heb je de gewoonte om …?”. plejer is de tegenwoordige vorm van pleje; pleje at betekent “gewoonlijk …”. du is het onderwerp “je/jij”, en at markeert het daaropvolgende werkwoord als infinitief. In deze Deense vraag staat plejer vóór du: plejer du ...? Voorbeeld: Plejer du at læse om aftenen? — “Lees je ’s avonds meestal?” gå hen betekent hier “ergens naartoe gaan”. gå is de infinitief van het werkwoord “gaan/lopen”; hen voegt gerichte beweging naar een plaats toe. Voorbeeld: Jeg går hen til parken. — “Ik ga naar het park.” Samen vormen Hvor + plejer du at + gå hen? de betekenis “Waar ga je meestal naartoe?”. In de vaste Nederlandse vertaling wordt die activiteit weergegeven als wandelen: “Waar ga je meestal wandelen?” De vraag richt zich op de plaats waar de aangesprokene gewoonlijk naartoe gaat.

  4. Jeg går i parken.

    Ik wandel in het park.

    Jeg
    ik
    går
    ga; wandel
    i
    in
    parken
    het park
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is het onderwerp: de spreker voert de handeling uit. Het is de eerste persoon enkelvoud. In het Deens blijft jeg dezelfde vorm als onderwerp in zinnen zoals Jeg går (“Ik wandel”) en Jeg bor her (“Ik woon hier”). går is de tegenwoordige tijd van gå, “gaan” of, zoals hier, “wandelen”. De vaste vertaling maakt duidelijk dat de betekenis in deze zin “wandel” is. De vorm går wordt gebruikt voor de tegenwoordige tijd; bijvoorbeeld Hun går i parken betekent “Zij wandelt in het park”. i is het voorzetsel “in”. Het verbindt de handeling met de plaats. Bijvoorbeeld: Jeg bor i byen betekent “Ik woon in de stad”. parken betekent “het park”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van en park (“een park”): het achtervoegsel -en maakt het zelfstandig naamwoord bepaald, dus parken is letterlijk “park-het”. Een onbepaalde vorm staat bijvoorbeeld in Jeg ser en park (“Ik zie een park”). Samen vormen de delen Jeg går i parken.: “Ik wandel in het park.” Jeg geeft de wandelaar aan, går de handeling in de tegenwoordige tijd, en i parken de plaats waar die handeling plaatsvindt.

  5. Er ruten lang?

    Is de route lang?

    Er
    is
    ruten
    de route
    lang
    lang
    Uitgebreide uitleg

    Er is de tegenwoordige tijd van het werkwoord at være (“zijn”). In deze vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Er ...? betekent hier “Is ...?”. Er blijft in het Deens hetzelfde bij verschillende personen en aantallen; het verandert dus niet zoals Nederlandse vormen als “ben”, “is” en “zijn”. Voorbeeld: Er kaffen varm? — “Is de koffie warm?” ruten betekent hier “de route”. De basisvorm is rute (“route”); ruten is de bepaalde enkelvoudsvorm, gevormd met het achtervoegsel -en. Het lidwoord zit dus aan het zelfstandig naamwoord vast. De onbepaalde vorm is en rute (“een route”), terwijl ruten “de route” betekent. lang betekent hier “lang”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na het werkwoord er het onderwerp beschrijft. In deze zin staat het bij de gemeenschappelijke enkelvoudsvorm ruten. Vergelijk in een andere constructie: en lang rute — “een lange route”. Bij een onzijdig zelfstandig naamwoord verschijnt vaak langt, bijvoorbeeld et langt tog — “een lange trein”. De herbruikbare vraagstructuur is Er + zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord? (“Is/zijn [iets] [eigenschap]?”). Hier verbinden Er en ruten zich tot “Is de route ...?”, en lang vult de eigenschap in. Samen betekent Er ruten lang?: “Is de route lang?”

  6. Det er en kort og nem gåtur.

    Het is een korte, gemakkelijke wandeling.

    Det er
    het is
    en
    een
    kort
    kort
    og
    en
    nem
    gemakkelijk
    gåtur
    wandeling
    Uitgebreide uitleg

    Det er is een veelgebruikt Deens patroon voor een beoordeling of beschrijving: “het is”. Det heeft hier geen concreet genoemde persoon of zaak als referent; in deze constructie werkt het als formeel onderwerp. Er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). Bijvoorbeeld: Det er let. — “Het is gemakkelijk.” en is het onbepaalde lidwoord bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het en-type, hier gåtur. Het geeft op zichzelf geen specifiek aantal als extra betekenis; de combinatie presenteert een wandeling zonder haar nader te identificeren. kort betekent hier “kort” en beschrijft de duur of lengte van de wandeling. Dit is de vorm bij een enkelvoudig en-woord in de onbepaalde vorm: en kort gåtur. De vorm korte verschijnt onder andere bij een bepaald of meervoudig zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld den korte tur — “de korte tocht”. og verbindt twee gelijkwaardige beschrijvingen. In kort og nem beschrijft het beide bijvoeglijke naamwoorden dezelfde gåtur. Bijvoorbeeld: Bogen er kort og interessant. — “Het boek is kort en interessant.” nem betekent hier “gemakkelijk” of “niet moeilijk”. Het is de vorm bij een enkelvoudig en-woord in de onbepaalde vorm: en nem gåtur. Bij een bepaald of meervoudig zelfstandig naamwoord staat doorgaans nemme, bijvoorbeeld nemme opgaver — “gemakkelijke opdrachten”. gåtur is een zelfstandig naamwoord voor een wandeling. Het meervoud is gåture; in de zin staat het enkelvoud na en. Samen vormen Det er en en kort og nem gåtur de betekenis: “Het is een korte en gemakkelijke wandeling.” De bijvoeglijke naamwoorden staan vóór gåtur en blijven in deze onbepaalde enkelvoudsvorm zonder extra -e.

  7. Det lyder afslappende.

    Dat klinkt ontspannend.

    Det
    dat
    lyder
    klinkt
    afslappende
    ontspannend
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dat” en staat als onderwerp voor iets dat als een geheel wordt beoordeeld, bijvoorbeeld een eerder genoemde activiteit of situatie. De vorm is onzijdig enkelvoud; in deze vaste uitdrukking identificeert det niet zelfstandig een specifiek zelfstandig naamwoord. lyder is de tegenwoordige tijd van lyde (“klinken”). Deense werkwoorden krijgen in de tegenwoordige tijd hier geen aparte persoonsuitgang voor enkelvoud en meervoud: jeg lyder, det lyder en vi lyder hebben dezelfde werkwoordsvorm. Det lyder godt betekent bijvoorbeeld “Dat klinkt goed.” afslappende betekent “ontspannend”: iets veroorzaakt of bevordert ontspanning. Het is de tegenwoordig deelwoordsvorm van afslappe, die hier bijvoeglijk wordt gebruikt. Vergelijk afslappet (“ontspannen”) voor iemand of iets dat zelf in een ontspannen toestand is: Hun er afslappet = “Zij is ontspannen.” Samen vormt Det lyder afslappende de betekenis “Dat klinkt ontspannend.” De volgorde is onderwerp + werkwoord van waarneming/beoordeling + beschrijving. De zin beoordeelt dus hoe iets klinkt; hij beweert niet rechtstreeks dat de activiteit al ontspannend is.

  8. Vi kan gå derhen sammen.

    We kunnen daar samen naartoe gaan.

    Vi kan
    wij kunnen
    gå
    gaan
    derhen
    daarheen
    sammen
    samen
    Uitgebreide uitleg

    Vi kan betekent hier ‘wij kunnen’. Vi is de eerste persoon meervoud: de spreker samen met minstens één andere persoon. Kan is de tegenwoordige vorm van kunne (‘kunnen’). Na kan staat in het Deens de infinitief zonder at: Vi kan gå = ‘Wij kunnen gaan’. Voorbeeld: Vi kan vente. = ‘Wij kunnen wachten.’ gå betekent hier ‘gaan’ of ‘lopen’. De vorm is de infinitief; na een modaal werkwoord zoals kan krijgt het werkwoord juist deze vorm. Voorbeeld: De kan gå nu. = ‘Zij kunnen nu gaan.’ derhen betekent ‘daarheen’: het geeft een richting naar een eerder bepaalde of aangewezen plaats aan. Het is dus meer dan alleen der (‘daar’): der duidt een plaats aan, terwijl derhen beweging in de richting van die plaats uitdrukt. Voorbeeld: Hvordan kommer vi derhen? = ‘Hoe komen we daarheen?’ sammen betekent ‘samen’, dus met elkaar of gezamenlijk. Het beschrijft hier de manier waarop het gaan gebeurt. Voorbeeld: Vi arbejder sammen. = ‘Wij werken samen.’ Samen vormen de delen Vi kan gå derhen sammen. de betekenis: ‘Wij kunnen daar samen naartoe gaan.’ Vi kan geeft de mogelijkheid aan, gå derhen beschrijft de beweging naar die plaats en sammen zegt dat de betrokken personen gezamenlijk gaan. De woordvolgorde is een bruikbaar patroon: Vi kan + infinitief + richting + samen.

Grammatica

kan godt lide + zelfstandig naamwoord

kan godt lide gåture

ken go lie-eh koo-toe-uh

wandelingen leuk vinden

De vaste Deense uitdrukking kan godt lide betekent ‘leuk vinden’ en wordt hier direct met een zelfstandig naamwoord gebruikt.

plejer at + infinitief

plejer at gå

plai-uh uh koo

gewoonlijk gaan/lopen

Na plejer volgt at met de infinitief. Deze constructie drukt een gewoonte of iets dat je meestal doet uit.

Deens woordenschat

fritid zelfstandig naamwoord
free-tie vrije tijd
gå werkwoord
koo gaan / lopen
gåtur zelfstandig naamwoord
koo-toe-uh wandeling
gåture zelfstandig naamwoord
koo-toe-uh wandelingen

at gå ture

hen bijwoord
hen heen
hobby zelfstandig naamwoord
hobbie hobby
kan godt lide uitdrukking
ken go lie-eh leuk vinden

Jeg kan godt lide at gå ture

kort bijvoeglijk naamwoord
koord kort
nem bijvoeglijk naamwoord
nem gemakkelijk
parken zelfstandig naamwoord
paa-kn het park
plejer werkwoord
plai-uh gewoonlijk doen
ruten zelfstandig naamwoord
roe-then de route

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is wandelen jouw hobby?

Antwoord tonenEr gåture din hobby?

Waar ga je meestal wandelen?

Antwoord tonenHvor plejer du at gå hen?

Ik wandel in het park.

Antwoord tonenJeg går i parken.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

het park

Antwoord tonenparken

vrije tijd

Antwoord tonenfritid

de route

Antwoord tonenruten

hobby

Antwoord tonenhobby