Hvor
“Hvor” betekent hier “waar” en vraagt naar de plaats van het einde van de rij, zoals in “Hvor er enden af denne kø?”. Je gebruikt het aan het begin van een vraag naar een plaats, bijvoorbeeld samen met er en een plaatsbepaling. In deze situatie vraag je dit aan iemand die weet waar je achteraan moet aansluiten.
er
“er” verbindt het onderwerp met zijn plaats of toestand: in “Hvor er enden af denne kø?” vraag je waar het einde is, en in “Enden er henne ved døren.” wordt de plaats genoemd. Het komt hier samen met een plaatsbepaling zoals henne ved døren. Je gebruikt het om te zeggen of te vragen waar iets is.
enden
“enden” betekent hier “het einde”, specifiek het achterste punt van de rij in “Hvor er enden af denne kø?” en “Enden er henne ved døren.” Aan het begin van de zin staat dezelfde vorm als “Enden”, met een hoofdletter. Je gebruikt deze vorm hier om het einde van iets concreets aan te wijzen.
af
“af” geeft in “enden af denne kø” de relatie “van” aan: het gaat om het einde van deze rij. Het verbindt enden met datgene waarvan het einde wordt bedoeld. Je kunt af hier gebruiken om een onderdeel of punt van iets aan te duiden.
denne
“denne” betekent “deze” en wijst in “denne kø” naar de rij waar de gesprekspartners bij staan. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord kø. Je gebruikt het om één specifieke, nabije zaak aan te wijzen.
kø
“kø” betekent hier “rij” of “wachtende rij”, in “enden af denne kø”. Het woord wordt in deze les verbonden met enden en later met “enden af køen”. Je gebruikt het wanneer mensen achter elkaar wachten, bijvoorbeeld bij een deur.
henne
“henne” wijst in “Enden er henne ved døren.” naar een plek daar, bij de deur. Het helpt de plaats van het einde aan te wijzen tegenover de huidige positie van de spreker. Je gebruikt het om naar een plek op enige afstand te verwijzen.
ved
“ved” betekent hier “bij” in “ved døren” en draagt in “ved siden af døren” bij aan de betekenis “naast de deur”. De precieze plaatsrelatie wordt bepaald door de hele uitdrukking waarin het staat. Je gebruikt ved met een plaats of voorwerp om nabijheid aan te geven.
døren
“døren” verwijst naar de deur in zowel “ved døren” als “ved siden af døren”. Het geeft het herkenbare object aan waaraan de plaats wordt gekoppeld. Je gebruikt het hier om te zeggen waar het einde van de rij of het bord zich bevindt.
Skal
“Skal” betekent in “Skal jeg vente der?” “zal” of “moet” en maakt van de zin een vraag naar wat de spreker moet doen. Het staat vóór jeg en wordt gevolgd door de werkwoordsvorm vente. Je gebruikt dit patroon om te vragen of een handeling de juiste volgende stap is.
jeg
“jeg” betekent “ik” en verwijst naar de spreker, bijvoorbeeld in “Skal jeg vente der?” en “Jeg går hen til enden af køen.” Het is degene die wacht of naar het einde van de rij gaat. Aan het begin van de zin verschijnt dezelfde vorm als “Jeg”, met een hoofdletter.
vente
“vente” betekent hier “wachten” in “Skal jeg vente der?”. Het staat na Skal en beschrijft de handeling waarnaar de spreker vraagt. Je gebruikt het wanneer iemand op een plaats blijft totdat hij of zij aan de beurt is.
der
“der” betekent in “Skal jeg vente der?” “daar” en verwijst naar de eerder genoemde plek bij het einde van de rij. Het staat na vente en geeft aan waar de spreker moet wachten. Je gebruikt der om naar een bepaalde plaats te verwijzen.
Stil
“Stil” is in “Stil dig bag den sidste person.” een aansporing om te gaan staan. Het richt zich rechtstreeks tot de persoon die achteraan in de rij moet aansluiten. Je gebruikt het in een korte instructie over waar iemand zich moet positioneren.
dig
“dig” verwijst in “Stil dig bag den sidste person.” naar de aangesprokene en hoort bij de handeling waarbij die persoon zichzelf ergens neerzet. Samen met Stil geeft het de betekenis “ga daar staan”. Je gebruikt deze combinatie wanneer je iemand aanwijst waar die moet gaan staan.
bag
“bag” betekent hier “achter” in “bag den sidste person”. Het geeft de positie aan ten opzichte van de laatste persoon in de rij. Je gebruikt bag met een persoon of voorwerp om aan te geven dat iets zich erachter bevindt.
den
“den” maakt in “den sidste person” deel uit van de bepaalde woordgroep “de laatste persoon”. Het staat vóór sidste en person en helpt deze specifieke persoon aan te wijzen. Je gebruikt dit patroon vóór een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord.
sidste
“sidste” betekent “laatste” in “den sidste person”. Het beschrijft de persoon die op dat moment achteraan in de rij staat. Je gebruikt het om het laatste element in een volgorde of rij aan te wijzen.
person
“person” betekent “persoon” in “den sidste person”. Hier verwijst het naar degene die als laatste in de rij staat. Je gebruikt het voor een afzonderlijk mens, bijvoorbeeld bij een instructie over waar je moet aansluiten.
så
“så” betekent hier “zag” in “Jeg så ikke skiltet.” en hoort bij het werkwoord se. Samen met ikke zegt de spreker dat hij of zij het bord niet heeft gezien. Je gebruikt deze vorm om te verwijzen naar het waarnemen van een teken of voorwerp.
ikke
“ikke” ontkent in “Jeg så ikke skiltet.” het zien van het bord. Het staat na så en maakt duidelijk dat de spreker het bord niet heeft waargenomen. Je gebruikt ikke om een handeling of bewering te ontkennen.
skiltet
“skiltet” betekent hier “het bord” of “het teken” dat informatie over de rij geeft, in “Jeg så ikke skiltet.” De spreker zegt dat dit bord hem of haar niet is opgevallen. Je gebruikt het voor een bord of teken dat ergens zichtbaar is opgehangen.
Det
“Det” verwijst in “Det hænger ved siden af døren.” naar het eerder genoemde bord of teken. Als onderwerp zegt het dat dit voorwerp naast de deur hangt. Je gebruikt det hier om naar een genoemd voorwerp terug te verwijzen.
hænger
“hænger” betekent hier “hangt” of “is opgehangen” in “Det hænger ved siden af døren.” Het beschrijft de positie van het bord naast de deur. Je gebruikt het voor iets dat aan een oppervlak hangt of daar is bevestigd.
siden
“siden” betekent “zijde” of “kant” binnen de plaatsaanduiding “ved siden af døren”. In die volledige uitdrukking gaat het om een plek naast de deur. Je gebruikt dit onderdeel samen met ved en af om de positie “naast” uit te drukken.
går
“går” betekent in “Jeg går hen til enden af køen.” “ga” of “loop” en beschrijft de beweging van de spreker naar het einde van de rij. Het wordt hier gecombineerd met hen til om een bestemming aan te geven. Je gebruikt het wanneer iemand zich naar een andere plek begeeft.
hen
“hen” voegt in “Jeg går hen til enden af køen.” een gerichte beweging naar een andere plek toe. Samen met går hen til betekent het dat de spreker naar het einde van de rij gaat. Je gebruikt het om beweging naar een bestemming duidelijk te maken.
til
“til” betekent hier “naar” en verbindt de beweging met de bestemming in “hen til enden af køen”. Het laat zien waar de spreker naartoe gaat. Je gebruikt til vóór een bestemming of doel van een beweging.
dér
“dér” betekent “daar” in “Det er dér, folk stiller sig i kø.” Het wijst nadrukkelijk naar de plek waar mensen achteraan aansluiten. Je gebruikt deze vorm wanneer je een specifieke plaats wilt aanwijzen of benadrukken.
folk
“folk” betekent hier “mensen” en verwijst in “folk stiller sig i kø” naar de mensen die zich bij de rij aansluiten. Het is het onderwerp van de handeling die volgt. Je gebruikt het voor mensen in het algemeen, zonder één bepaalde persoon te noemen.
stiller
“stiller” draagt in “folk stiller sig i kø” de betekenis “gaan staan” of “zich opstellen”. Samen met sig beschrijft het dat mensen hun plaats in de rij innemen. Je gebruikt deze constructie wanneer mensen zich ergens opstellen, bijvoorbeeld in een wachtende rij.
sig
“sig” verwijst in “folk stiller sig i kø” terug naar folk: de mensen stellen zichzelf op in de rij. Het hoort bij stiller en maakt duidelijk dat de mensen zich positioneren. Je gebruikt sig hier als onderdeel van de constructie voor jezelf ergens neerzetten of gaan staan.
i
“i” betekent in “stiller sig i kø” “in” en geeft aan dat mensen in de rij gaan staan. Samen met kø vormt het de vaste betekenis “in de rij”. Je gebruikt deze combinatie wanneer iemand zich bij een wachtende rij voegt.