Een plek in de rij vrijhouden | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a line, one adult asks another to hold a place while they go back for a wallet..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een plek in de rij vrijhouden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Kan du holde min plads i køen i et minut?

kan doe hol-le mien ples i keu-en i et mi-noet Kun je mijn plek een minuut vrijhouden?
B

Jeg kan holde din plads, mens du er væk.

jai kan hol-le dien ples, mens doe er wek bent Ik kan je plek vrijhouden terwijl je weg bent.
A

Jeg har glemt min tegnebog.

jai haa glemd mien tejnə-boow Ik heb mijn portemonnee laten liggen.
B

Prøv at komme tilbage snart.

prèu at kom-me te-blee snaad Probeer snel terug te komen.
A

Jeg henter den nu.

jai hen-da den noo Ik ga hem nu pakken.
B

Jeg bliver her i køen.

jai blii-wa haa i keu-en Ik blijf hier in de rij.
A

Jeg fandt den og kom straks tilbage.

jai fent den oo kom straks te-blee Ik heb hem gevonden en ben meteen teruggekomen.
B

Du kan stille dig i køen igen.

doe kan stel-lə dai i keu-en i-geen Je kunt hier weer in de rij gaan staan.

Woord voor woord

Kan In de vraag “Kan du holde min plads i køen i et minut?” betekent “Kan” ‘kunnen’ en maakt het samen met “du” een verzoek: ‘kun je …?’. Gebruik “Kan du …?” om iemand beleefd iets te vragen.
du In “Kan du holde min plads i køen i et minut?” betekent “du” ‘jij’ en verwijst het naar de persoon aan wie A iets vraagt. Gebruik “du” als je één persoon rechtstreeks aanspreekt, bijvoorbeeld in “Kan du …?”.
holde In “holde min plads i køen” betekent “holde” dat je een plek voor iemand vrijhoudt. Het staat na “Kan” in de infinitief; een bruikbaar patroon is “holde + een plek of voorwerp”.
min In “min plads” betekent “min” ‘mijn’ en geeft het aan dat de plek bij de spreker hoort. Gebruik “min” vóór het bijbehorende zelfstandig naamwoord, zoals in “min plads”.
plads In “min plads i køen” betekent “plads” ‘plek’, hier de plek van de spreker in de rij. Gebruik “plads” met een bezittelijk woord, bijvoorbeeld “din plads” voor ‘jouw plek’.
i In “i køen” betekent “i” ‘in’ en geeft het de plaats binnen de rij aan. Gebruik “i” vóór een plaats of gebied, zoals in “i køen”.
køen In “i køen” betekent “køen” ‘de rij’ waarin de mensen wachten. “Køen” is de bepaalde vorm van “kø”; gebruik de uitdrukking “stå i køen” of “være i køen” voor een situatie in de rij.
et In “et minut” betekent “et” ‘een’ en staat het vóór het zelfstandige naamwoord “minut”. Gebruik “et” in een onbepaalde uitdrukking zoals “et minut” wanneer je naar één minuut verwijst.
minut In “et minut” betekent “minut” ‘minuut’, de korte tijd waarvoor de plek wordt vrijgehouden. Gebruik “et minut” om een korte tijdsduur aan te geven, bijvoorbeeld bij een verzoek.
Jeg In “Jeg kan holde din plads” betekent “Jeg” ‘ik’ en verwijst het naar de persoon die aanbiedt de plek vrij te houden. Gebruik “Jeg” als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld in “Jeg kan …”.
din In “din plads” betekent “din” ‘jouw’ en geeft het aan dat de plek bij de aangesproken persoon hoort. Gebruik “din” vóór het zelfstandig naamwoord voor iets dat aan één aangesproken persoon toebehoort.
mens In “mens du er væk” betekent “mens” ‘terwijl’ en verbindt het de handeling van het vrijhouden met de tijd waarin de andere persoon weg is. Gebruik “mens” vóór een bijzin om twee gelijktijdige situaties te verbinden.
er In “du er væk” betekent “er” ‘bent’ en beschrijft het de toestand dat de aangesproken persoon weg is. Het is een vorm van “være”; een bruikbaar patroon is “er + een toestand of plaats”.
væk In “du er væk” betekent “væk” ‘weg’ of ‘niet hier’. De uitdrukking “være væk” gebruik je wanneer iemand tijdelijk niet op de huidige plaats is.
har In “Jeg har glemt min tegnebog” helpt “har” om een voltooide gebeurtenis uit te drukken: de portemonnee is vergeten. “Har” is een vorm van “have”; gebruik het hier samen met “glemt” en een object.
glemt In “har glemt min tegnebog” betekent “glemt” ‘vergeten’ en zegt de spreker dat de portemonnee niet is meegenomen. “Glemt” is de voltooide vorm van “glemme” in de constructie “har glemt + object”.
tegnebog In “min tegnebog” betekent “tegnebog” ‘portemonnee’, het voorwerp dat de spreker heeft achtergelaten. Gebruik het met een bezittelijk woord, zoals “min tegnebog” of “din tegnebog”.
Prøv In “Prøv at komme tilbage snart” betekent “Prøv” ‘probeer’ en geeft het een aansporing. Het is de gebiedende vorm van “prøve”; gebruik “Prøv at + infinitief” om iemand aan te moedigen iets te doen.
at In “Prøv at komme tilbage” markeert “at” de infinitief “komme” na “Prøv”. Gebruik de hele constructie “Prøv at + werkwoord” wanneer je zegt dat iemand iets moet proberen.
komme In “komme tilbage” betekent “komme” ‘komen’, hier in de opdracht om terug te komen. Het staat na “at”; een bruikbaar patroon is “komme tilbage” voor terugkomen naar de eerdere plaats.
tilbage In “komme tilbage” betekent “tilbage” ‘terug’ en geeft het aan dat de persoon naar de rij terug moet komen. Gebruik “tilbage” met een werkwoord van beweging, zoals “komme tilbage”.
snart In “komme tilbage snart” betekent “snart” ‘binnenkort’ of ‘spoedig’. Gebruik “snart” om aan te geven dat iets in de nabije toekomst moet gebeuren, zoals bij iemand die snel moet terugkomen.
henter In “Jeg henter den nu” betekent “henter” dat de spreker de portemonnee gaat halen. Het is de tegenwoordige vorm van “hente”; gebruik “hente + object” wanneer je iets ergens gaat ophalen.
den In “Jeg henter den nu” verwijst “den” naar “tegnebog” en betekent het ‘die’ of ‘hem/het’ in de context van het voorwerp dat wordt gehaald. Gebruik “den” om in een vergelijkbare zin naar een eerder genoemd voorwerp te verwijzen.
nu In “Jeg henter den nu” betekent “nu” ‘nu’ en geeft het aan dat de spreker onmiddellijk vertrekt om de portemonnee te halen. Gebruik “nu” om het tijdstip van een huidige of direct volgende handeling aan te geven.
bliver In “Jeg bliver her i køen” betekent “bliver” ‘blijf’ of ‘blijf hier’ en zegt de spreker dat hij op zijn plaats blijft. Het is een vorm van “blive”; gebruik “blive + plaats” om aan te geven dat iemand ergens blijft.
her In “Jeg bliver her i køen” betekent “her” ‘hier’ en verwijst het naar de plaats waar de spreker staat. Gebruik “her” om de huidige locatie van de spreker aan te wijzen.
fandt In “Jeg fandt den” betekent “fandt” ‘vond’ en beschrijft het dat de spreker de portemonnee heeft gevonden. Het is de verleden vorm van “finde”; gebruik “finde + object” wanneer je zegt wat je hebt gevonden.
og In “Jeg fandt den og kom straks tilbage” betekent “og” ‘en’ en verbindt het vinden van de portemonnee met het terugkomen. Gebruik “og” om twee handelingen of mededelingen naast elkaar te zetten.
kom In “kom straks tilbage” betekent “kom” ‘kwam’ en beschrijft het dat de spreker terug naar de rij ging. Het is de verleden vorm van “komme”; gebruik “komme tilbage” voor terugkomen.
straks In “kom straks tilbage” betekent “straks” ‘meteen’ of ‘direct’. Gebruik “straks” om aan te geven dat iets zonder merkbare vertraging gebeurt, zoals direct terugkomen.
stille In “Du kan stille dig i køen igen” hoort “stille” bij “dig” en betekent de hele uitdrukking dat je je weer in de rij kunt opstellen of gaan staan. Het staat na “kan” in de infinitief; een bruikbaar patroon is “stille sig i køen”.
dig In “stille dig i køen” verwijst “dig” naar de aangesproken persoon en maakt het samen met “stille” de betekenis ‘je opstellen’ of ‘gaan staan’. Gebruik “stille dig” wanneer je één persoon zegt dat die zichzelf ergens moet plaatsen.
igen In “stille dig i køen igen” betekent “igen” ‘weer’ en geeft het aan dat de persoon opnieuw in de rij mag gaan staan. Gebruik “igen” wanneer een handeling of toestand terugkeert.

Grammatica

mens

mens

mens

terwijl

mens is een voegwoord voor een gelijktijdige handeling; het verbindt twee delen van een zin.

stille dig i køen igen

stille dig i køen igen

stel-lə dai i keu-en i-geen

weer in de rij gaan staan

Deze vaste uitdrukking gebruikt dig als voornaamwoord; vertaal de hele uitdrukking, niet elk woord afzonderlijk.

Deens woordenschat

din bepaler
dien jouw; je
et minut uitdrukking
et mi-noet een minuut
glemt werkwoord
glemd vergeten
holde werkwoord
hol-le vasthouden; vrijhouden
komme tilbage uitdrukking
kom-me te-blee terugkomen
køen zelfstandig naamwoord
keu-en de rij
mens voegwoord
mens terwijl
min bepaler
mien mijn
plads zelfstandig naamwoord
ples plek
Prøv werkwoord
prèu probeer
tegnebog zelfstandig naamwoord
tejnə-boow portemonnee
væk bijwoord
wek weg

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb mijn portemonnee laten liggen.

Antwoord tonenJeg har glemt min tegnebog.

Probeer snel terug te komen.

Antwoord tonenPrøv at komme tilbage snart.

Ik ga hem nu pakken.

Antwoord tonenJeg henter den nu.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vasthouden; vrijhouden

Antwoord tonenholde

terwijl

Antwoord tonenmens

vergeten

Antwoord tonenglemt

de rij

Antwoord tonenkøen