Een plek in de rij vrijhouden | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a line, one adult asks another to hold a place while they go back for a wallet..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een plek in de rij vrijhouden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Kan du holde min plads i køen i et minut?

kan doe hol-le mien ples i keu-en i et mi-noet Kun je mijn plek een minuut vrijhouden?
B

Jeg kan holde din plads, mens du er væk.

jai kan hol-le dien ples, mens doe er wek bent Ik kan je plek vrijhouden terwijl je weg bent.
A

Jeg har glemt min tegnebog.

jai haa glemd mien tejnə-boow Ik heb mijn portemonnee laten liggen.
B

Prøv at komme tilbage snart.

prèu at kom-me te-blee snaad Probeer snel terug te komen.
A

Jeg henter den nu.

jai hen-da den noo Ik ga hem nu pakken.
B

Jeg bliver her i køen.

jai blii-wa haa i keu-en Ik blijf hier in de rij.
A

Jeg fandt den og kom straks tilbage.

jai fent den oo kom straks te-blee Ik heb hem gevonden en ben meteen teruggekomen.
B

Du kan stille dig i køen igen.

doe kan stel-lə dai i keu-en i-geen Je kunt hier weer in de rij gaan staan.

Uitleg van de zinnen

  1. Kan du holde min plads i køen i et minut?

    Kun je mijn plek een minuut vrijhouden?

    Kan du
    kun je
    holde
    vrijhouden
    min
    mijn
    plads
    plek
    køen
    de rij
    minut
    minuut
    Uitgebreide uitleg

    Kan du vormt hier een vraagpatroon: “kun je …?” kan is de tegenwoordige vorm van kunne voor kunnen, en du is “jij”. In een ja/nee-vraag staat kan vóór du; daarna volgt de infinitief. Dit patroon kun je hergebruiken: Kan du hjælpe? = “Kun je helpen?” holde is de infinitief van holde. Na kan staat deze vorm zonder at. In deze zin betekent holde niet algemeen “vasthouden”, maar “vrijhouden” of “bezet houden” van een plaats. De infinitief blijft na kan hetzelfde voor verschillende personen: Jeg kan holde ... = “Ik kan ... vrijhouden.” min betekent hier “mijn” en hoort bij plads. Het is de bezittelijke vorm voor één bezitter bij een enkelvoudig woord van het type van en plads. Vergelijk din plads = “jouw plek”. plads betekent hier “plek” of “plaats”. Het is een zelfstandig naamwoord: en plads, meervoud pladser. In combinatie met holde gaat het om een plek voor iemand vrijhouden. køen betekent “de rij”. De basisvorm is kø; -en markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm: en kø = “een rij”, køen = “de rij”. i køen betekent “in de rij”. i et minut geeft de duur aan: “een minuut lang” of natuurlijk Nederlands “een minuut”. minut is een onzijdig zelfstandig naamwoord (et minut), waardoor het onbepaalde lidwoord et is. In deze zin drukt et minut de bedoelde tijdsduur uit. Samen betekent holde min plads i køen “mijn plek in de rij vrijhouden”. De vraagstructuur Kan du maakt daar een verzoek van: “Kun je mijn plek in de rij een minuut vrijhouden?”

  2. Jeg kan holde din plads, mens du er væk.

    Ik kan je plek vrijhouden terwijl je weg bent.

    Jeg kan
    ik kan
    holde
    vrijhouden
    din
    je/jouw
    plads
    plek
    mens
    terwijl
    du er væk
    je bent weg
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan: jeg betekent “ik” en is de onderwerpvorm voor de spreker. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”) bij jeg; na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at. Voorbeeld: Jeg kan hjælpe. — “Ik kan helpen.” holde: hier betekent holde niet algemeen “vasthouden”, maar “vrijhouden” in de combinatie holde en plads — een plaats voor iemand behouden. Het is de infinitief na kan. Dezelfde combinatie werkt met andere bezittelijke vormen: holde min plads — “mijn plek vrijhouden”; holde din plads — “jouw plek vrijhouden”. din: dit is een bezittelijk woord voor één bezitter, “jouw/je”. De vorm hangt in het Deens ook samen met het zelfstandig naamwoord: din bij een gemeenschappelijk-geslachtwoord zoals en plads, dit bij een onzijdig woord en dine bij meervoud. Hier hoort din bij plads. plads: betekent hier “plek” of “plaats”. In holde en plads gaat het om een plaats die voor iemand behouden blijft, bijvoorbeeld in een rij of op een andere locatie. Voorbeeld: Hun holder min plads. — “Zij houdt mijn plek vrij.” mens: betekent “terwijl” en verbindt hier de hoofdzin met een gelijktijdige bijzin. De bijzin beschrijft wat op hetzelfde moment geldt. Voorbeeld: Læs, mens jeg laver mad. — “Lees terwijl ik kook.” du er væk: du is de onderwerpvorm “jij/je”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”); væk betekent hier “weg” of “niet aanwezig”. Samen betekent de uitdrukking “je bent weg”. Voorbeeld: Hun er væk i dag. — “Zij is vandaag weg.” De hele zin bouwt zo op: Jeg kan (“ik kan”) + holde din plads (“jouw plek vrijhouden”) + mens du er væk (“terwijl je weg bent”). De vaste betekenis is: “Ik kan je plek vrijhouden terwijl je weg bent.”

  3. Jeg har glemt min tegnebog.

    Ik heb mijn portemonnee laten liggen.

    Jeg har
    ik heb
    glemt
    vergeten
    min
    mijn
    tegnebog
    portemonnee
    Uitgebreide uitleg

    Jeg har is een combinatie van het onderwerp Jeg (“ik”) en de tegenwoordige vorm har van have (“hebben”). Samen met een voltooid deelwoord vormt har vaak de voltooide tijd: Jeg har glemt = “ik ben vergeten”. In het Deens helpt har hier om de gebeurtenis als voltooid te presenteren. glemt betekent hier “vergeten”. Het is het voltooid deelwoord van glemme (“vergeten”): glemme – glemte – glemt (infinitief – verleden tijd – voltooid deelwoord). Een bruikbaar patroon is Jeg har glemt ... (“Ik ben ... vergeten”). Voorbeeld: Jeg har glemt navnet. = “Ik ben de naam vergeten.” min betekent “mijn” en staat hier bij tegnebog. Het is een bezittelijk woord, geen werkwoordsvorm van glemme. De vorm stemt in het Deens af op het zelfstandig naamwoord: bij een enkelvoudig en-woord staat min, bij een enkelvoudig et-woord mit, en bij meervoud mine. Voorbeeld: min bog = “mijn boek”; mine bøger = “mijn boeken”. tegnebog betekent “portemonnee”. Het is een zelfstandig naamwoord; de combinatie min tegnebog betekent “mijn portemonnee”. Het woord behoort tot de en-klasse, wat hier de vorm min ondersteunt. Samen vormen de delen Jeg har glemt min tegnebog: “Ik ben mijn portemonnee vergeten.” In de vaste Nederlandse vertaling wordt dezelfde bedoelde situatie weergegeven als “Ik heb mijn portemonnee laten liggen.” Het patroon Jeg har glemt + [iets] is herbruikbaar om te zeggen dat je iets vergeten bent. De zin is een gewone, neutrale mededeling.

  4. Prøv at komme tilbage snart.

    Probeer snel terug te komen.

    Prøv
    probeer
    komme
    komen
    tilbage
    terug
    snart
    snel
    Uitgebreide uitleg

    Prøv betekent hier “probeer”. Het is de gebiedende wijs van prøve (“proberen”): prøve → prøv. De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan. Bijvoorbeeld: Prøv igen. — “Probeer het opnieuw.” komme betekent “komen” en staat hier in de infinitief na at: at komme — “komen”. Na prøv geeft Prøv at + infinitief aan wat iemand moet proberen te doen. Bijvoorbeeld: Prøv at læse. — “Probeer te lezen.” tilbage betekent “terug”. Het geeft aan dat de beweging teruggaat naar een eerder uitgangspunt of een eerdere plaats. Samen met komme vormt het komme tilbage — “terugkomen”. Bijvoorbeeld: Hun kommer tilbage. — “Zij komt terug.” snart betekent “binnenkort” of, afhankelijk van de context, “snel”. In deze zin bepaalt het dat het terugkomen spoedig moet gebeuren. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of aantal. Samen vormen de delen Prøv at komme tilbage snart. de aansporing: “Probeer snel terug te komen.” Prøv at introduceert de handeling die geprobeerd moet worden, komme tilbage betekent “terugkomen” en snart voegt toe dat dit spoedig moet gebeuren.

  5. Jeg henter den nu.

    Ik ga hem nu pakken.

    Jeg
    ik
    henter
    haal op; pak
    den
    hem
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud: de spreker voert de handeling uit. In een vraag of met een andere persoon kun je bijvoorbeeld Du henter kaffen. zeggen: “Jij haalt de koffie.” henter is de tegenwoordige tijd van hente, “halen, ophalen of pakken”. De vorm kan dus een handeling in het heden uitdrukken; de precieze Nederlandse keuze hangt van de context af. Voorbeeld: Jeg henter pakken senere. — “Ik haal het pakket later op.” den is hier het object dat de spreker gaat halen of pakken. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het in deze zin om “hem” gaat. In het Deens is den een vorm voor een enkelvoudig referent van het gemeenschappelijke geslacht; de vorm zelf drukt niet dezelfde persoonsaanduiding uit als het Nederlandse hem. Bij een expliciet mannelijke persoon wordt in andere zinnen vaak ham gebruikt, maar in deze vaste uiting blijft de waargenomen vorm den. nu betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Voorbeeld: Jeg kommer nu. — “Ik kom nu.” Samen vormen de delen Jeg henter den nu. de betekenis: “Ik ga hem nu pakken.” Jeg geeft de uitvoerder aan, henter de handeling, den het object van die handeling en nu het tijdstip. De zin zegt dus dat de spreker hem op dit moment gaat halen of pakken.

  6. Jeg bliver her i køen.

    Ik blijf hier in de rij.

    Jeg
    ik
    bliver
    blijf
    her
    hier
    køen
    de rij
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Dit is het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud. Voor een andere persoon gebruik je bijvoorbeeld du = “jij”. Voorbeeld: Jeg venter. — “Ik wacht.” bliver komt van blive en staat hier in de tegenwoordige tijd. In deze zin betekent het “blijf” of “ergens blijven”, niet “word”. De tegenwoordige vorm bliver verandert in het Deens normaal niet naar persoon of getal: zowel jeg bliver als de bliver gebruikt bliver. Voorbeeld: Hun bliver hjemme. — “Zij blijft thuis.” her is een bijwoord van plaats en betekent “hier”. Het verwijst naar de plaats waar de spreker zich bevindt of blijft. Voorbeeld: Kom her! — “Kom hier!” køen is de bepaalde enkelvoudsvorm van kø, “rij”. kø is de onbepaalde vorm; køen betekent “de rij”. Het achtervoegsel -en markeert hier de bepaaldheid. Voorbeeld: Køen er lang. — “De rij is lang.” Aan het einde vormt i køen een plaatsbepaling: i betekent “in” en køen betekent “de rij”. Samen met Jeg bliver en her ontstaat de volledige betekenis: “Ik blijf hier in de rij.”

  7. Jeg fandt den og kom straks tilbage.

    Ik heb hem gevonden en ben meteen teruggekomen.

    Jeg
    ik
    fandt
    vond
    den
    hem
    og
    en
    kom
    kwam
    straks
    meteen
    tilbage
    terug
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de onderwerpsvorm voor de eerste persoon enkelvoud. De vorm van dit voornaamwoord verandert niet met de tijd; de verleden tijd blijkt hier uit de werkwoordsvormen. fandt is de verleden tijd van finde (“vinden”): finde → fandt. De vorm zegt dat het vinden vóór het moment van spreken plaatsvond. Voorbeeld: Jeg fandt min telefon. — “Ik vond mijn telefoon.” den is hier een zelfstandig gebruikt, enkelvoudig voornaamwoord voor het gevonden object; volgens de vaste vertaling wordt dat met “hem” weergegeven. De vorm den hoort bij een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijke geslacht; voor een onzijdig enkelvoudig woord staat in deze functie doorgaans det. Het voornaamwoord zelf benoemt niet opnieuw wat er gevonden is. og betekent “en” en verbindt hier twee handelingen met hetzelfde onderwerp: Jeg fandt ... en kom .... Het onderwerp hoeft daarom niet vóór het tweede werkwoord opnieuw te worden genoemd. kom is de verleden tijd van komme (“komen”): komme → kom. Deze verleden tijd heeft in het Deens dezelfde vorm bij verschillende personen en aantallen; kom is dus niet specifiek een enkelvoudsvorm. Hier betekent het “kwam” bij het onderwerp Jeg. Voorbeeld: Jeg kom sent. — “Ik kwam laat.” straks betekent “meteen” of “direct”. Het bijwoord geeft aan dat het terugkomen onmiddellijk op het vinden volgde; het verandert niet van vorm. tilbage betekent “terug” en geeft de richting van het komen aan: naar een eerdere plaats of situatie. Samen met kom vormt het de betekenis “kwam terug”. Voorbeeld: Hun kom tilbage. — “Zij kwam terug.” De hele zin bestaat uit twee verbonden gebeurtenissen in het verleden: Jeg fandt den (“ik vond hem”), gevolgd door og kom straks tilbage (“en kwam meteen terug”). Samen betekent de vaste uiting: “Ik heb hem gevonden en ben meteen teruggekomen.”

  8. Du kan stille dig i køen igen.

    Je kunt hier weer in de rij gaan staan.

    Du
    je
    kan
    kunt
    stille dig
    je opstellen / gaan staan
    køen
    de rij
    igen
    weer
    Uitgebreide uitleg

    Du is het Deense persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud: ‘je/jij’. Het verwijst hier naar degene tegen wie gesproken wordt. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (‘kunnen’). Bij een modaal werkwoord staat daarna een infinitief zonder at: Du kan stille ... = ‘je kunt ...’. De vorm kan verandert niet mee met de persoon. stille dig betekent hier ‘je opstellen’ of ‘gaan staan’. stille is de infinitief; dig is de reflexieve vorm die terugverwijst naar Du. In de herbruikbare constructie stille sig i kø betekent het geheel ‘in de rij gaan staan’ of ‘zich in de rij opstellen’. In een ander voorbeeld verandert het reflexieve voornaamwoord mee met het onderwerp, bijvoorbeeld Hun kan stille sig i kø = ‘Zij kan in de rij gaan staan’. køen betekent ‘de rij’. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van kø: het achtervoegsel -en maakt er ‘de rij’ van. i køen betekent letterlijk ‘in de rij’. igen is een bijwoord met de betekenis ‘weer’ of ‘opnieuw’. Het geeft aan dat de handeling nogmaals gebeurt. Samen vormen de delen Du kan + stille dig i køen + igen de betekenis: ‘Je kunt hier weer in de rij gaan staan.’ Het modale werkwoord drukt de mogelijkheid uit, stille dig i køen benoemt de handeling en igen voegt ‘weer’ toe.

Grammatica

mens

mens

mens

terwijl

mens is een voegwoord voor een gelijktijdige handeling; het verbindt twee delen van een zin.

stille dig i køen igen

stille dig i køen igen

stel-lə dai i keu-en i-geen

weer in de rij gaan staan

Deze vaste uitdrukking gebruikt dig als voornaamwoord; vertaal de hele uitdrukking, niet elk woord afzonderlijk.

Deens woordenschat

din bepaler
dien jouw; je
et minut uitdrukking
et mi-noet een minuut
glemt werkwoord
glemd vergeten
holde werkwoord
hol-le vasthouden; vrijhouden
komme tilbage uitdrukking
kom-me te-blee terugkomen
køen zelfstandig naamwoord
keu-en de rij
mens voegwoord
mens terwijl
min bepaler
mien mijn
plads zelfstandig naamwoord
ples plek
Prøv werkwoord
prèu probeer
tegnebog zelfstandig naamwoord
tejnə-boow portemonnee
væk bijwoord
wek weg

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb mijn portemonnee laten liggen.

Antwoord tonenJeg har glemt min tegnebog.

Probeer snel terug te komen.

Antwoord tonenPrøv at komme tilbage snart.

Ik ga hem nu pakken.

Antwoord tonenJeg henter den nu.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vasthouden; vrijhouden

Antwoord tonenholde

terwijl

Antwoord tonenmens

vergeten

Antwoord tonenglemt

de rij

Antwoord tonenkøen