Lad
Lad geeft hier een aansporing met de betekenis laten we. Samen met os opent het een voorstel, zoals in Lad os se på listen. Gebruik Lad os gevolgd door een infinitief wanneer je samen iets wilt doen.
os
Os betekent hier ons en verwijst naar de groep inclusief de spreker. In Lad os se op listen is os het voorwerp bij de aansporing. Lad os gebruik je om iemand uit te nodigen samen iets te doen.
se
Se betekent hier kijken of zien. Na Lad os staat se in de infinitief en met på vormt het de betekenis naar iets kijken. De combinatie se på krijgt een object, zoals listen in deze zin.
på
På verbindt se met datgene waarnaar je kijkt; in se på listen betekent het naar. In deze combinatie staat på vóór het bekeken voorwerp. Gebruik se på wanneer je samen ergens naar wilt kijken.
listen
Listen betekent hier de lijst die de twee personen controleren. Het is de bepaalde vorm van liste en verwijst naar een concrete lijst. In de zin staat het na på, zoals in se på listen.
Jeg
Jeg betekent ik en is hier degene die de lijst bij zich heeft. Het staat als onderwerp aan het begin van Jeg har den her. Gebruik Jeg als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
har
Har betekent hier heb en geeft aan dat de spreker iets bij zich heeft of bezit. In Jeg har den her staat har bij Jeg en wordt den als voorwerp gebruikt. Een veelgebruikte structuur is Jeg har gevolgd door een voorwerp.
den
Den betekent hier hem of het en verwijst naar de eerder genoemde lijst. Het vervangt listen als voorwerp in Jeg har den her. Gebruik den wanneer je naar dit eerder genoemde enkelvoudige voorwerp verwijst.
her
Her betekent hier hier en geeft de plaats aan waar de lijst zich bevindt. In Jeg har den her staat her na het voorwerp en verduidelijkt dat de spreker de lijst hier heeft. Gebruik her om een nabije of aangewezen plaats aan te duiden.
Er
Er betekent hier zijn en opent de vraag of de kopjes klaar zijn. In Er kopperne klar? staat er vóór het onderwerp omdat het een vraag is. Gebruik Er vóór een onderwerp om naar een toestand te vragen.
kopperne
Kopperne betekent hier de kopjes die voor het tafeldekken nodig zijn. Het verwijst naar meerdere concrete kopjes die al bekend zijn in de situatie. In Er kopperne klar? is kopperne het onderwerp van de vraag.
klar
Klar betekent hier klaar of gereed. Het beschrijft in Er kopperne klar? de toestand van de kopjes. Je kunt klar gebruiken om te vragen of iets voorbereid is.
vasket
Vasket betekent hier gewassen en beschrijft wat er met de kopjes is gedaan. Het is de vorm van vaske die na har staat in Jeg har vasket dem alle. Gebruik har met vasket om te zeggen dat je iets hebt gewassen.
dem
Dem betekent hier ze of hen en verwijst naar de kopjes. In Jeg har vasket dem alle is dem het voorwerp van vasket. Gebruik dem wanneer meerdere eerder genoemde personen of dingen het voorwerp van de handeling zijn.
alle
Alle betekent hier allemaal en benadrukt dat geen van de kopjes is overgeslagen. Samen met dem vormt het dem alle: ze allemaal. Gebruik alle na een voornaamwoord om naar de volledige groep te verwijzen.
Mangler
Mangler drukt hier uit dat iets ontbreekt of nog nodig is. In Mangler der noget? vraagt de spreker of er iets ontbreekt; in Vi mangler stadig en ske gaat het om iets dat nog nodig is. Gebruik mangler ook met een zelfstandig naamwoord voor wat ontbreekt.
der
Der heeft hier geen plaatsbetekenis, maar vult de onpersoonlijke plaats in de vraag Mangler der noget? Het maakt de algemene vraag mogelijk of er iets ontbreekt. Een veelgebruikte structuur is der vóór iets onbepaalds, zoals noget.
noget
Noget betekent hier iets of in deze vraag ook maar iets. Het verwijst zonder verdere specificatie naar wat eventueel ontbreekt. Gebruik noget wanneer je naar een onbepaald ding verwijst, zoals in Mangler der noget?
Vi
Vi betekent wij en verwijst naar de twee volwassenen die samen de tafel controleren. Het is het onderwerp van Vi mangler stadig en ske. Gebruik Vi wanneer de spreker zichzelf samen met anderen bedoelt.
stadig
Stadig betekent hier nog steeds en laat zien dat de behoefte nog niet is opgelost. In Vi mangler stadig en ske staat het vóór het voorwerp en benadrukt het dat er nog altijd een lepel nodig is. Gebruik stadig bij een toestand of behoefte die voortduurt.
en
En geeft hier aan dat er één lepel nodig is: en ske. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord en maakt duidelijk dat het om één niet nader bepaalde lepel gaat. Gebruik en vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je één exemplaar noemt.
ske
Ske betekent lepel en is het voorwerp dat nog nodig is voor het tafeldekken. In en ske verwijst het naar één lepel. Gebruik ske wanneer je over dit soort bestek spreekt.
kan
Kan betekent hier kan en drukt uit dat de spreker in staat of bereid is iets te doen. In Jeg kan hente en til staat kan vóór de infinitief hente. Gebruik Jeg kan gevolgd door een infinitief om een mogelijkheid of aanbod uit te drukken.
hente
Hente betekent hier halen of ophalen, namelijk een extra lepel halen. Het staat als infinitief na kan in Jeg kan hente en til. Gebruik hente met het voorwerp dat je ergens gaat halen.
til
Til voegt in en til de betekenis extra of nog één toe. En betekent één, terwijl de volledige combinatie en til naar nog een exemplaar verwijst. Gebruik en til wanneer je iets extra’s van hetzelfde soort wilt noemen.
Så
Så betekent hier dan en geeft het gevolg aan van het halen van de lepel. Aan het begin van Så er bordet dækket verbindt het de vorige handeling met de nieuwe toestand. Gebruik Så aan het begin van een zin om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
bordet
Bordet betekent hier de tafel die wordt gedekt. Het verwijst naar de concrete tafel in de thuissituatie en is de vorm van bord met de betekenis de tafel. In Så er bordet dækket is bordet datgene waarvan de toestand wordt beschreven.
dækket
Dækket betekent hier gedekt, in de zin dat de tafel volledig is klaargemaakt. Het is de vorm van dække die na er de toestand van bordet beschrijft in Så er bordet dækket. Gebruik er ... dækket om te zeggen dat iets gedekt of bedekt is.