Een tas controleren | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a daily life setting, two adults check a bag together and find a small notebook under a jacket..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Een tas controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Kan du hjælpe mig med at tjekke min taske?

Ken doe jelbe mai mè tsjekke min tesge? Kun je me helpen mijn tas te controleren?
B

Jeg kan kigge den igennem sammen med dig.

Jai ken kege den iegeenem samen mè dai. Ik kan er samen met jou doorheen kijken.
A

Kan du se noget, der mangler?

Ken doe see noo-uh, duh manglu? Zie je iets dat ontbreekt?
B

Din pung og din telefon er begge her.

Den poeng oh den telefoon èa bôwe hèa. Je portemonnee en je telefoon zijn er allebei.
A

Hvor er min lille notesbog?

Voa è min lele nootsboow? Waar is mijn kleine notitieboekje?
B

Den ligger under din jakke.

Den lega onna den jage. Het ligt onder je jas.
A

Så har jeg alt.

Soo haa jai elt. Dan heb ik alles.
B

Du kan lukke tasken nu.

Doe ken loege tesgen noe. Je kunt de tas nu sluiten.

Woord voor woord

Kan Kan en kan betekenen hier kunnen. In Kan du hjælpe vraagt de spreker of de ander kan helpen, en in Jeg kan biedt de ander aan om mee te kijken. Je gebruikt Kan du + werkwoord wanneer je aan één persoon naar mogelijkheid of vermogen vraagt.
du Du betekent jij en is hier de persoon die wordt aangesproken. In Kan du hjælpe staat du als degene die kan helpen. Je gebruikt du wanneer je rechtstreeks tegen één persoon spreekt.
hjælpe Hjælpe betekent helpen en noemt hier de hulp die de aangesproken persoon kan geven. In hjælpe mig med at tjekke krijgt mig de hulp en med at tjekke noemt de activiteit. Dit past bij een verzoek om hulp bij een concrete taak.
mig Mig betekent mij en verwijst hier naar de persoon die hulp krijgt. In hjælpe mig staat mig na het werkwoord hjælpe. Je gebruikt deze vorm wanneer de spreker zelf het voorwerp van de handeling is.
med Med betekent met en verbindt helpen met de activiteit die samen wordt uitgevoerd. In med at tjekke leidt het med de handeling in waarbij hulp wordt gegeven. Een bruikbaar patroon is iemand helpen med een bepaalde activiteit.
at At markeert hier het werkwoord tjekke als infinitief na med. In med at tjekke staat at direct vóór de handeling. Je gebruikt at in deze constructie wanneer je de activiteit na med benoemt.
tjekke Tjekke betekent controleren en verwijst hier naar het nakijken van de tas. In at tjekke staat het na de infinitiefmarkeerder at en vóór min taske. Je gebruikt het bij het controleren van spullen of informatie.
min Min betekent mijn en geeft aan dat de tas van de spreker is. In min taske staat min direct vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt min vóór iets van de spreker.
taske Taske betekent tas en is hier het voorwerp dat gecontroleerd wordt. In min taske wordt het gecombineerd met het bezittelijke min. Je gebruikt het voor een tas waarin iemand spullen meeneemt.
Jeg Jeg betekent ik en is hier de persoon die spreekt. In Jeg kan kigge staat Jeg als onderwerp van het aanbod om te kijken. Je gebruikt Jeg wanneer je iets over jezelf zegt of iets aanbiedt.
kigge Kigge betekent kijken en krijgt hier de betekenis van de inhoud van de tas bekijken. In kigge den igennem wordt den bekeken en igennem geeft aan dat de tas volledig wordt nagekeken. Je gebruikt deze handeling wanneer je samen iets inspecteert.
den Den verwijst hier naar de bekende tas die samen wordt nagekeken. In kigge den igennem staat den als het voorwerp van kigge. Je gebruikt den om naar een eerder genoemde, bekende zaak te verwijzen.
igennem Igennem betekent hier doorheen en maakt samen met kigge den duidelijk dat de tas helemaal wordt bekeken. In kigge den igennem staat het na het voorwerp den. Je gebruikt deze combinatie wanneer je iets volledig doorneemt of inspecteert.
sammen Sammen betekent samen en geeft aan dat de handeling in gezamenlijkheid gebeurt. In sammen med dig wordt duidelijk dat beide personen meedoen. Je gebruikt sammen med wanneer je zegt met wie je iets gezamenlijk doet.
dig Dig betekent jou en verwijst hier naar de persoon met wie de spreker samen kijkt. In sammen med dig staat dig na het voorzetsel med. Je gebruikt dig wanneer de aangesproken persoon het voorwerp of de partner van de handeling is.
se Se betekent zien en verwijst hier naar het waarnemen van iets in de tas. In Kan du se noget is noget wat de spreker mogelijk ziet. Je gebruikt Kan du se ...? om te vragen of iemand iets kan waarnemen.
noget Noget betekent iets en verwijst hier naar een nog niet bepaalde zaak die mogelijk ontbreekt. In se noget is het datgene waarnaar wordt gekeken. Je gebruikt noget wanneer je naar een onbepaald ding verwijst.
der Der verbindt hier noget met extra informatie over dat ding. In noget, der mangler leidt der het deel in dat beschrijft wat er aan de hand is. Je gebruikt deze vorm om na een zelfstandig naamwoord of onbepaald woord een beschrijving toe te voegen.
mangler Mangler betekent hier ontbreekt of is niet aanwezig. In der mangler beschrijft het wat er met iets aan de hand is tijdens het controleren van de tas. Je gebruikt het wanneer je vaststelt dat iets niet aanwezig is.
Din Din en din betekenen jouw en geven aan dat de genoemde spullen van de aangesproken persoon zijn. In Din pung og din telefon staat de bezitsvorm vóór beide zelfstandige naamwoorden. Je gebruikt din vóór iets dat van één aangesproken persoon is.
pung Pung betekent portemonnee en is hier één van de spullen die in de tas aanwezig zijn. In Din pung geeft Din aan van wie de portemonnee is. Je gebruikt pung voor een portemonnee waarin iemand geld of pasjes bewaart.
og Og betekent en en verbindt hier de twee genoemde spullen. In Din pung og din telefon koppelt het de portemonnee aan de telefoon. Je gebruikt og om woorden of zinsdelen aan elkaar te verbinden.
telefon Telefon betekent telefoon en is hier het tweede voorwerp dat aanwezig is. In din telefon geeft din aan dat de telefoon van de aangesproken persoon is. Je gebruikt telefon voor een toestel waarmee iemand belt of communiceert.
er Er geeft hier aan dat de portemonnee en telefoon aanwezig zijn. In er begge her wordt de aanwezigheid op deze plaats bevestigd. Je gebruikt er her om te zeggen dat iets of iemand hier is.
begge Begge betekent beide en verwijst naar de twee eerder genoemde voorwerpen. In er begge her bevestigt het dat zowel de portemonnee als de telefoon aanwezig is. Je gebruikt begge wanneer precies twee genoemde zaken samen worden bedoeld.
her Her betekent hier en verwijst naar de plaats waar de spullen zich bevinden. In begge her staat het na er om hun aanwezigheid op deze plek te bevestigen. Je gebruikt her wanneer je naar de huidige of aangewezen plaats verwijst.
Hvor Hvor betekent waar en vraagt hier naar de plaats van de kleine notitieboek. In Hvor er min lille notesbog? staat Hvor aan het begin van de plaatsvraag. Je gebruikt Hvor er ...? wanneer je wilt weten waar iets is.
lille Lille betekent klein en beschrijft hier het formaat van de notitieboek. In min lille notesbog staat lille vóór notesbog. Je gebruikt lille om een zelfstandig naamwoord als klein te beschrijven.
notesbog Notesbog betekent notitieboek en is hier het voorwerp waarvan de plaats wordt gevraagd. In min lille notesbog wordt het gecombineerd met min en lille. Je gebruikt notesbog voor een boekje waarin je aantekeningen schrijft.
ligger Ligger betekent hier ligt of bevindt zich en beschrijft de vaste plaats van de notitieboek. In Den ligger under din jakke wordt de positie onder de jas aangegeven. Je gebruikt ligger om de plaats van een liggend of geplaatst voorwerp te beschrijven.
under Under betekent onder en geeft hier de ruimtelijke relatie tussen de notitieboek en de jas aan. In ligger under din jakke staat under vóór de plaatsbepaling din jakke. Je gebruikt under wanneer iets zich lager of bedekt door iets anders bevindt.
jakke Jakke betekent jas en is hier het voorwerp waaronder de notitieboek ligt. In din jakke geeft din aan dat de jas van de aangesproken persoon is. Je gebruikt jakke voor een kledingstuk dat je buiten of als extra laag draagt.
Så betekent hier dan of dus en leidt een conclusie na het controleren van de tas in. In Så har jeg alt concludeert de spreker dat alles aanwezig is. Je gebruikt Så aan het begin van een zin wanneer een gevolg of conclusie volgt.
har Har betekent hier heb en geeft bezit of het beschikken over iets aan. In Så har jeg alt staat har na Så en vóór jeg, omdat de zin met Så begint. Je gebruikt har om te zeggen dat iemand iets heeft of alles bij zich heeft.
alt Alt betekent alles en verwijst hier naar alle spullen die de spreker nodig heeft. In har jeg alt is alt het geheel waarover de spreker beschikt. Je gebruikt alt wanneer je alle zaken zonder uitzondering bedoelt.
lukke Lukke betekent sluiten en verwijst hier naar het dichtdoen van de tas. In Du kan lukke tasken nu staat lukke na kan en vóór het voorwerp tasken. Je gebruikt kan + lukke om te zeggen dat iemand de tas nu mag of kan sluiten.
tasken Tasken betekent de tas en is de bepaalde vorm van taske. Hier verwijst het naar de tas die al eerder is genoemd. In lukke tasken gaat het om het sluiten van die bekende tas.
nu Nu betekent nu en geeft aan dat het sluiten op dit moment kan gebeuren. In lukke tasken nu staat nu aan het einde van de zin. Je gebruikt nu om een handeling aan het huidige moment te koppelen.

Grammatica

V2-woordvolgorde: Nu + werkwoord + onderwerp

Nu ligger begge her.

Noe lega bôwe hèa.

Nu liggen ze allebei hier.

Als nu vooraan staat, komt het vervoegde werkwoord op de tweede plaats, vóór het onderwerp.

begge als zelfstandig voornaamwoord

Begge ligger her.

Bôwe lega hèa.

Ze liggen allebei hier.

begge betekent ‘allebei’ en staat hier zelfstandig als onderwerp van de zin.

Deens woordenschat

begge voornaamwoord
bôwe allebei

Din pung og din telefon er begge her.

her bijwoord
hèa hier

Din pung og din telefon er begge her.

hjælpe werkwoord
jelbe helpen

Kan du hjælpe mig med at tjekke min taske?

igennem bijwoord
iegeenem erdoorheen

Jeg kan kigge den igennem sammen med dig.

kigge werkwoord
kege kijken

Jeg kan kigge den igennem sammen med dig.

mangle werkwoord
manglu ontbreken mangler

Kan du se noget, der mangler?

noget voornaamwoord
noo-uh iets

Kan du se noget, der mangler?

notesbog zelfstandig naamwoord
nootsboow notitieboekje
Geslacht
common

Hvor er min lille notesbog?

pung zelfstandig naamwoord
poeng portemonnee
Geslacht
common

Din pung og din telefon er begge her.

taske zelfstandig naamwoord
tesge tas
Geslacht
common

Kan du hjælpe mig med at tjekke min taske?

telefon zelfstandig naamwoord
telefoon telefoon
Geslacht
common

Din pung og din telefon er begge her.

tjekke werkwoord
tsjekke controleren

Kan du hjælpe mig med at tjekke min taske?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zie je iets dat ontbreekt?

Antwoord tonenKan du se noget, der mangler?

Waar is mijn kleine notitieboekje?

Antwoord tonenHvor er min lille notesbog?

Het ligt onder je jas.

Antwoord tonenDen ligger under din jakke.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

iets

Antwoord tonennoget

portemonnee

Antwoord tonenpung

kijken

Antwoord tonenkigge

erdoorheen

Antwoord tonenigennem