Skal
In Skal jeg vælge ...? betekent Skal hier ‘zal’ of ‘moet’ en maakt het een vraag over wat iemand zal kiezen. De vorm komt vóór jeg en de infinitief in het patroon Skal jeg + infinitief? Je gebruikt dit bijvoorbeeld om iemand om advies te vragen.
jeg
Jeg betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de persoon die de keuze maakt. Het staat in Skal jeg vælge ...? vóór de handeling. Gebruik jeg als je over jezelf spreekt.
vælge
Vælge betekent hier ‘kiezen’ en beschrijft de handeling waarover de spreker advies vraagt. Het staat na Skal jeg in Skal jeg vælge en sandwich eller en salat? Na Skal jeg volgt in dit patroon de vorm vælge. Je gebruikt het wanneer je tussen mogelijkheden beslist.
en
En is hier een onbepaald lidwoord vóór een nog niet specifiek aangewezen sandwich of salade, zoals in en sandwich en en salat. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt en om naar één niet nader bepaalde zaak te verwijzen.
sandwich
Sandwich betekent hier ‘sandwich’ en noemt één van de twee mogelijke gerechten. In en sandwich staat het na het onbepaalde lidwoord en. Je gebruikt het bij het benoemen of kiezen van dit soort eten.
eller
Eller betekent ‘of’ en verbindt hier de twee keuzemogelijkheden en sandwich en en salat. Het staat tussen de alternatieven. Je gebruikt eller om opties tegenover elkaar te plaatsen.
salat
Salat betekent hier ‘salade’ en is de tweede mogelijke keuze in de vraag. In en salat staat het na het onbepaalde lidwoord. Je gebruikt het om dit gerecht te benoemen.
Salaten
Salaten betekent hier ‘de salade’ en verwijst naar de salade als concrete optie bij de eetkeuze. Salaten is de bepaalde vorm die in deze dialoog bij salat hoort. Je gebruikt deze vorm wanneer je naar een specifieke salade verwijst.
er
Er betekent hier ‘is’ en verbindt Salaten met de beschrijving et lettere valg. Het staat tussen het onderwerp en de beschrijving. Je gebruikt er om te zeggen wat iets is of hoe iets wordt beoordeeld.
et
Et is hier een onbepaald lidwoord vóór valg in et lettere valg, ‘een lichtere keuze’. Het staat direct vóór de combinatie van bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord. Je gebruikt et in zulke onbepaalde combinaties met een woord als valg.
lettere
Lettere betekent hier ‘lichter’ en vergelijkt de salade als optie met een zwaardere keuze. In et lettere valg beschrijft het valg. Je gebruikt deze vergelijkende vorm wanneer iets minder zwaar is dan een andere mogelijkheid.
valg
Valg betekent hier ‘keuze’ of ‘optie’ in et lettere valg. Het benoemt de salade als een mogelijke beslissing, niet de handeling van kiezen zelf. Je gebruikt valg wanneer je over een beschikbare mogelijkheid of beslissing spreekt.
ikke
Ikke betekent hier ‘niet’ en ontkent de beschrijving særlig sulten in Jeg er ikke særlig sulten. Het staat vóór het deel dat ontkend wordt. Je gebruikt ikke om een ontkenning te maken.
særlig
Særlig betekent hier ‘erg’ of ‘bijzonder’ in de ontkennende combinatie ikke særlig sulten, dus ‘niet erg hongerig’. Het versterkt sulten binnen deze ontkenning. Je gebruikt ikke særlig + bijvoeglijk naamwoord om te zeggen dat iets niet in sterke mate geldt.
sulten
Sulten betekent hier ‘hongerig’ en beschrijft de toestand van de spreker in Jeg er ikke særlig sulten. Het staat na er en wordt door ikke særlig afgezwakt. Je gebruikt het wanneer je zegt dat je honger hebt of juist niet erg hongerig bent.
Så
Så betekent hier ‘dan’ en leidt de gevolgtrekking in dat de salade waarschijnlijk beter past. Het verbindt de eerdere informatie met Så passer den måske bedre til dig. Je gebruikt Så aan het begin van een reactie om een gevolg of conclusie in te leiden.
passer
Passer betekent hier ‘past’ of ‘is geschikt voor’ in passer ... til dig. Het beschrijft dat de salade aansluit bij de geringe honger van de ander. Een betrouwbaar patroon is iets passer til iemand. Je gebruikt het om te zeggen dat iets bij iemands behoeften of situatie aansluit.
den
Den betekent hier ‘die’ of ‘het’ en verwijst terug naar Salaten. In Så passer den måske bedre til dig is den het onderwerp van passer. Je gebruikt den om naar een eerder genoemde zaak te verwijzen.
måske
Måske betekent ‘misschien’ en maakt de uitspraak voorzichtig: de salade past mogelijk beter. Het staat in Så passer den måske bedre til dig tussen het onderwerp en de rest van de zin. Je gebruikt måske wanneer je geen zekerheid wilt uitdrukken.
bedre
Bedre betekent hier ‘beter’ en vergelijkt hoe goed de salade bij de persoon past. In passer den måske bedre til dig beschrijft het de vergelijking met de andere keuze. Je gebruikt bedre wanneer iets geschikter of gunstiger is dan een alternatief.
til
Til betekent hier ‘bij’ in passer ... til dig en geeft aan op wie de geschiktheid betrekking heeft. Het hoort in deze betekenis bij passer. Je gebruikt passer til + persoon of situatie om te zeggen dat iets bij iemand of iets aansluit.
dig
Dig betekent hier ‘jou’ en verwijst naar de persoon voor wie de salade mogelijk geschikter is. Het staat na til in til dig. Je gebruikt deze vorm wanneer iemand de ontvanger of betrokken persoon is na til.
Hvad
Hvad betekent hier ‘wat’ en vraagt naar het eten dat de ander neemt. In Hvad tager du? staat het aan het begin van de vraag als vraagwoord. Je gebruikt Hvad + werkwoord om naar een zaak of keuze te vragen.
tager
Tager betekent hier ‘neemt’ of, bij een eetkeuze, ‘neemt als bestelling’. Het is de vorm van tage die in Hvad tager du? gebruikt wordt. Je gebruikt tager met een persoon en het gekozen object, bijvoorbeeld in een vraag naar iemands bestelling.
du
Du betekent ‘jij’ en verwijst naar de persoon aan wie gevraagd wordt wat die neemt. Het staat in Hvad tager du? na het werkwoord. Je gebruikt du wanneer je één gesprekspartner aanspreekt.
vil
Vil betekent hier ‘wil’ en drukt de wens van de spreker uit in Jeg vil have noget større. Het staat vóór have in het patroon vil + infinitief. Je gebruikt vil om een wens of voornemen uit te drukken.
have
Have draagt hier de betekenis ‘hebben’ of ‘nemen’ binnen Jeg vil have noget større: de spreker wil iets groters. Het volgt vil en krijgt noget større als aanvulling. Je gebruikt vil have + zaak wanneer je zegt wat je wilt hebben of nemen.
noget
Noget betekent hier ‘iets’ en verwijst naar een nog niet nader genoemd gerecht. In noget større wordt het nader beschreven door større. Je gebruikt noget wanneer je naar een onbepaalde zaak verwijst.
større
Større betekent hier ‘groter’ en beschrijft het soort eten dat de spreker wil. Het staat na noget in noget større. Je gebruikt noget + bijvoeglijk naamwoord om een onbepaald ding nader te beschrijven.
vælger
Vælger betekent hier ‘kiest’ in Jeg vælger sandwichen en beschrijft de concrete beslissing van de spreker. Vælger is de vorm van vælge die in deze dialoog bij Jeg gebruikt wordt. Een bruikbaar patroon is persoon + vælger + gekozen zaak.
sandwichen
Sandwichen betekent hier ‘de sandwich’ en verwijst naar de specifieke sandwich die de spreker kiest. Sandwichen is de bepaalde vorm die in deze dialoog bij sandwich hoort. Je gebruikt deze vorm wanneer het om een bekende of aangewezen sandwich gaat.
mij
Het aangeleverde woord is mij, maar de exacte Deense vorm in de dialoog is mig. In til mig betekent mig ‘mij’ en verwijst het naar de persoon voor wie iets geschikt is. Je gebruikt til mig wanneer je zegt dat iets bij jou past of voor jou bestemd is.
Lad
Lad betekent hier ‘laten we’ en begint het voorstel om samen te bestellen. In Lad os bestille vormt het met os en bestille een uitnodiging tot een gezamenlijke handeling. Je gebruikt Lad os + infinitief om samen iets voor te stellen.
os
Os betekent hier ‘ons’ of ‘wij’ binnen Lad os bestille. Het maakt duidelijk dat de voorgestelde handeling door de gesprekspartners samen wordt uitgevoerd. Je gebruikt os na Lad in het patroon Lad os + infinitief.
bestille
Bestille betekent hier ‘bestellen’ en noemt de handeling die de twee personen samen willen uitvoeren. Het staat als infinitief na Lad os in Lad os bestille. Je gebruikt bestille wanneer je eten of drinken bij een medewerker bestelt.
når
Når betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ en leidt de tijdsbepaling in wanneer ze zullen bestellen. Het staat vóór når medarbejderen kommer tilbage. Je gebruikt når + bijzin om aan te geven op welk moment iets gebeurt.
medarbejderen
Medarbejderen betekent hier ‘de medewerker’ en verwijst naar de persoon aan de eetbalie die terugkomt. Medarbejderen is de bepaalde vorm die in deze dialoog bij medarbejder hoort. Je gebruikt deze vorm wanneer een specifieke medewerker bedoeld is.
kommer
Kommer betekent hier ‘komt’ in kommer tilbage en beschrijft de terugkeer van de medewerker. Kommer is de vorm van komme die in de bijzin gebruikt wordt. Je gebruikt het samen met terugkeer-informatie, zoals kommer tilbage.
tilbage
Tilbage betekent hier ‘terug’ en geeft aan dat de medewerker opnieuw naar de balie komt. In kommer tilbage vult het de richting of beweging van kommer aan. Je gebruikt verb + tilbage om terugkeer uit te drukken.