Kiezen tussen twee tassen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: During a daily errand, two adults compare two bags and choose the stronger one for work papers..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Kiezen tussen twee tassen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvilken taske skal jeg vælge?

Vel-guhn tès-guh sgèl yaï vèèl-uh? Welke tas zal ik kiezen?
B

Denne er let.

Dennuh èa lèdh. Deze is licht.
A

Den anden taske ser stærkere ud.

Dèn annuhn tès-guh see stèa-guh-ruh oedh. De andere tas ziet er steviger uit.
B

Den har også to lommer.

Dèn haa òsuh toe lomuh. Deze heeft ook twee zakken.
A

Jeg har brug for en taske til arbejde.

Yaï haa broe foa en tès-guh tel aa-bai-dhuh. Ik heb een tas nodig voor mijn werk.
B

Så er den stærkere taske et logisk valg.

Soo èa dèn stèa-guh-ruh tès-guh edh loogisk vel. Dan is de stevigere tas een logische keuze.
A

Jeg kan lægge mine papirer i lommerne.

Yaï kan lèguh miinuh papiirah i lomuh-nuh. Ik kan mijn papieren in de zakken doen.
B

Det burde fungere godt for dig.

De boe-duh fong-geea gud fo daï. Dat zou goed voor je moeten werken.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvilken taske skal jeg vælge?

    Welke tas zal ik kiezen?

    Hvilken
    welke
    taske
    tas
    skal jeg
    zal ik
    vælge
    kiezen
    Uitgebreide uitleg

    Hvilken betekent hier “welke” en staat bij taske. Deze vorm hoort bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van de gemeenschappelijke woordklasse. Vergelijk hvilket bij een enkelvoudig onzijdig woord en hvilke bij meervoud. Voorbeeld: Hvilken bog læser du? — “Welk boek lees je?” taske betekent hier “tas”. Het is de onbepaalde enkelvoudsvorm; de bepaalde vorm is tasken, en een meervoudsvorm is tasker. Voorbeeld: Jeg har en taske. — “Ik heb een tas.” skal jeg bestaat uit skal, de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord skulle, en het onderwerp jeg (“ik”). In deze vraag drukt skal uit wat de spreker zal of moet doen; samen met de vraagvorm betekent het hier “zal ik”. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Skal jeg vente? — “Zal ik wachten?” vælge betekent “kiezen”. Dit is de infinitief, hier gebruikt na skal; een belangrijke verleden vorm is valgte (“koos”), en het voltooid deelwoord is valgt (“gekozen”). Voorbeeld: Jeg vil vælge den blå. — “Ik wil de blauwe kiezen.” Samen vormt Hvilken taske de vraag naar één tas uit een niet nader genoemde keuze. skal jeg vælge vraagt welke handeling de spreker zal uitvoeren. De volledige betekenis is daarom: “Welke tas zal ik kiezen?”

  2. Denne er let.

    Deze is licht.

    Denne
    deze
    er
    is
    let
    licht
    Uitgebreide uitleg

    Denne betekent hier “deze” en verwijst naar één nabij aangewezen zaak; de specifieke zaak wordt in deze zin niet met naam genoemd. Het is de vorm voor enkelvoud met gemeenschappelijk geslacht. Vergelijk dette voor enkelvoud onzijdig en disse voor meervoud. Voorbeeld: Denne er ny. — “Deze is nieuw.” er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). De vorm blijft er bij verschillende personen en aantallen: jeg er, du er, de er. Voorbeeld: Tasken er klar. — “De tas is klaar.” let betekent hier “licht” in de betekenis van niet zwaar. Hetzelfde woord kan in andere contexten ook “gemakkelijk” betekenen, maar de vaste vertaling kiest hier de betekenis “licht”. De basisvorm is let; voor een meervoud of bepaalde vormen verschijnt vaak lette, en de vergelijking is lettere — “lichter” — en lettest — “lichtst”. Voorbeeld: Denne taske er lettere. — “Deze tas is lichter.” Samen vormen de delen Denne er let de betekenis “Deze is licht.” Het aanwijzende woord staat als zelfstandig onderwerp, er verbindt het onderwerp met de eigenschap, en let beschrijft die eigenschap.

  3. Den anden taske ser stærkere ud.

    De andere tas ziet er steviger uit.

    Den
    de
    anden
    andere
    taske
    tas
    ser … ud
    ziet eruit
    stærkere
    steviger
    Uitgebreide uitleg

    Den is hier de bepaalde lidwoordsvorm bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het en-geslacht. In den anden taske betekent het samen met de rest van de woordgroep ‘de andere tas’. Het is hier niet nodig om den als een zelfstandig aanwijzend woord te analyseren. anden betekent hier ‘andere’ en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Bij een enkelvoudig en-woord is de vorm anden; bij een ett-woord is dat andet, en in het meervoud andre, bijvoorbeeld andre tasker (‘andere tassen’). Het woord markeert hier een onderscheid tussen deze tas en een andere tas. taske betekent ‘tas’. De onbepaalde vorm is en taske en de bepaalde vorm tasken (‘de tas’). In den anden taske benoemt taske het voorwerp waarover de zin gaat. ser ... ud is een onderbroken constructie met se ... ud, die hier ‘eruitzien’ betekent. ser is de tegenwoordige tijd van se; deze vorm verandert niet naar persoon of enkelvoud/meervoud, bijvoorbeeld jeg ser, du ser en den ser. Een beschrijvend woord kan tussen de twee delen staan: Hun ser træt ud — ‘Zij ziet er moe uit.’ Hier gaat het dus om hoe de tas eruitziet, niet alleen om kijken. stærkere betekent hier ‘steviger’. Het is de vergrotende trap van stærk (‘sterk’): stærk → stærkere. De vorm vergelijkt de tas met een andere, niet opnieuw genoemde maatstaf. Voorbeeld: Denne stol ser stærkere ud — ‘Deze stoel ziet er steviger uit.’ Samen vormen Den anden taske het onderwerp: ‘de andere tas’. In ser stærkere ud staat de vergrotende beschrijving tussen de twee delen van se ... ud. De volledige betekenis is: ‘De andere tas ziet er steviger uit.’

  4. Den har også to lommer.

    Deze heeft ook twee zakken.

    Den
    deze
    har
    heeft
    også
    ook
    to
    twee
    lommer
    zakken
    Uitgebreide uitleg

    Den betekent hier “deze” en staat zelfstandig als aanwijzend voornaamwoord voor het eerder besproken voorwerp. In het Deens staat den bij een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijke geslacht; det wordt gebruikt bij een enkelvoudig onzijdig woord. Voorbeeld: Den er stor. — “Deze is groot.” har is de vorm van het werkwoord have (“hebben”) voor onder andere jeg, du, han, hun en den. Het beschrijft hier wat het voorwerp bezit of heeft. Voorbeeld: Tasken har en rem. — “De tas heeft een riem.” også betekent “ook” en voegt deze mededeling toe aan iets dat al over het onderwerp bekend is. Het verandert niet van vorm. to is het telwoord “twee”. Het geeft hier het aantal zakken aan; het is geen verbogen vorm. lommer betekent hier “zakken”. Het enkelvoud is lomme, en lommer is het meervoud zonder bepaaldheidsuitgang. Voorbeeld: Tasken har to lommer. — “De tas heeft twee zakken.” Samen vormen de delen: Den (“deze”) + har (“heeft”) + også (“ook”) + to lommer (“twee zakken”). De volledige betekenis is daarom: “Deze heeft ook twee zakken.”

  5. Jeg har brug for en taske til arbejde.

    Ik heb een tas nodig voor mijn werk.

    Jeg har brug for
    nodig hebben
    taske
    tas
    arbejde
    werk
    Uitgebreide uitleg

    Jeg har brug for betekent hier “ik heb nodig”. Dit is een vaste Deense constructie: at have brug for + iets/iemand. Jeg is de eerste persoon enkelvoud en har is de tegenwoordige tijd van have. Het patroon kan bijvoorbeeld ook met Du har brug for ... worden gebruikt: “Jij hebt ... nodig.” Het losse woord brug betekent in deze constructie niet simpelweg “gebruik”; de hele combinatie have brug for drukt behoefte uit. taske betekent hier “tas”. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord en: en taske (een tas), tasken (de tas), tasker (tassen). In de gegeven zin staat de onbepaalde vorm na en: en taske. arbejde betekent hier “werk”. Het kan ook naar een baan of werk als activiteit verwijzen. In til arbejde geeft til het doel aan: “voor werk” of, volgens de vaste vertaling, “voor mijn werk”. De Deense zin bevat daarbij geen afzonderlijk bezittelijk woord voor “mijn”. Een bruikbaar vergelijkingsvoorbeeld is Jeg arbejder hjemme. — “Ik werk thuis.” Samen betekenen de delen: Jeg har brug for + en taske + til arbejde = “Ik heb een tas nodig voor mijn werk.” De constructie zegt dat de spreker een tas nodig heeft; til arbejde legt uit waarvoor die tas bedoeld is.

  6. Så er den stærkere taske et logisk valg.

    Dan is de stevigere tas een logische keuze.

    Så
    dan
    er
    is
    den
    de
    stærkere
    sterkere
    taske
    tas
    et
    een
    logisk
    logische
    valg
    keuze
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en staat aan het begin van de zin om deze keuze als gevolg of conclusie te presenteren. In andere contexten kan så ook “zo” betekenen; de vaste vertaling bepaalt hier de betekenis “dan”. er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”). De vorm er wordt gebruikt bij verschillende personen en aantallen: jeg er (“ik ben”), den er (“het/deze is”) en de er (“zij zijn”). den is hier het bepaalde lidwoord bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtig zelfstandig naamwoord. In den stærkere taske markeert den de bepaalde tas: “de stevigere tas”. De vorm zelf zegt niet wie of wat precies eerder genoemd is; de zin identificeert hier een bepaalde tas als keuze. Vergelijk voor een onbepaalde tas en taske (“een tas”). stærkere betekent hier “stevigere”. Het is de vergrotende trap van stærk (“stevig/sterk”): stærk → stærkere → stærkest (“het stevigst/sterkst”). De uitgang -ere hoort dus bij het bijvoeglijk naamwoord stærk, niet bij taske. Voorbeeld: Denne taske er stærkere. — “Deze tas is steviger.” taske is een zelfstandig naamwoord voor “tas”. De vorm is enkelvoud en onbepaald als los woord; in deze woordgroep wordt de bepaaldheid echter door den uitgedrukt, waardoor er geen bepaalde uitgang aan taske staat. De onbepaalde combinatie is en taske (“een tas”); een bepaalde tas kan ook tasken zijn, afhankelijk van de constructie. et is het onbepaalde lidwoord voor een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord. Het drukt op zichzelf geen getal als aparte hoeveelheid uit; het markeert hier de onbepaalde vorm van valg. Bij een gemeenschappelijk-geslachtig woord staat vaak en, bijvoorbeeld en taske. logisk betekent “logisch”. Het beschrijft hier valg in de woordgroep et logisk valg. Na et staat de vorm die bij een onzijdig enkelvoud hoort; bij het gemeenschappelijk geslacht is de vorm bijvoorbeeld en logisk idé (“een logisch idee”). valg betekent “keuze”. Het is hier een enkelvoudig, onzijdig zelfstandig naamwoord, zoals blijkt uit et valg. Een bruikbaar voorbeeld is Det er et godt valg. — “Dat is een goede keuze.” Samen vormen Så er de inleidende betekenis “Dan is”, gevolgd door de bepaalde woordgroep den stærkere taske (“de stevigere tas”). et logisk valg is het naamwoordelijke deel na “is” en betekent “een logische keuze”. De volledige vaste betekenis is daarom: “Dan is de stevigere tas een logische keuze.”

  7. Jeg kan lægge mine papirer i lommerne.

    Ik kan mijn papieren in de zakken doen.

    Jeg kan
    ik kan
    lægge
    leggen; doen
    mine
    mijn
    papirer
    papieren
    lommerne
    de zakken
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier “ik kan”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”) en drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Na kan staat een infinitief zonder at: Jeg kan læse = “Ik kan lezen”. lægge betekent hier “leggen” of, in deze context, “doen/plaatsen”. Het is de infinitief van lægge. Een belangrijk onderscheid is lægge tegenover ligge: lægge beschrijft dat iemand iets ergens plaatst, terwijl ligge beschrijft dat iets ergens ligt. Voorbeeld: Jeg lægger bogen på bordet. = “Ik leg het boek op tafel.” mine betekent “mijn” bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het bezittelijke woord verwijst naar de eerste persoon (“van mij”) en neemt hier de meervoudsvorm mine omdat papirer meervoud is. Bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat vaak min of mit, afhankelijk van het grammaticale geslacht van dat zelfstandig naamwoord; mine zelf is de meervoudsvorm. papirer betekent hier “papieren” of “documenten”. Het is het meervoud van papir (“papier/document”). In deze zin gaat het volgens de vertaling om papieren die de spreker bezit. Voorbeeld: Jeg læser mine papirer. = “Ik lees mijn papieren.” lommerne betekent “de zakken”. Het is de bepaalde meervoudsvorm van lomme (“zak”). De uitgang -ne markeert hier bepaald meervoud: lommer = “zakken”, lommerne = “de zakken”. De plaatsaanduiding i lommerne betekent “in de zakken”. Samen vormen de delen: Jeg kan + lægge = “ik kan plaatsen”, mine papirer = “mijn papieren”, en i lommerne = “in de zakken”. De volledige betekenis is daarom: “Ik kan mijn papieren in de zakken doen.” De combinatie kan + infinitief is een herbruikbaar patroon voor wat iemand kan of mogelijk kan doen: Jeg kan skrive. = “Ik kan schrijven.”

  8. Det burde fungere godt for dig.

    Dat zou goed voor je moeten werken.

    Det
    dat
    burde
    zou moeten
    fungere
    werken
    godt
    goed
    for dig
    voor jou
    Uitgebreide uitleg

    Det staat hier als onderwerp en betekent in deze vertaling dat. De precieze referent wordt door deze zin zelf niet benoemd. In het Deens is det de onzijdige enkelvoudsvorm van het persoonlijke voornaamwoord; dezelfde vorm kan ook als onpersoonlijk onderwerp worden gebruikt, afhankelijk van de context. Het is dus niet automatisch het dichtstbijzijnde zelfstandige naamwoord uit de vorige zin. burde is de verleden-tijdsvorm van bør en drukt hier zou moeten uit. Het geeft een verwachting of redelijke veronderstelling: iets zal naar verwachting werken. Na een modaal werkwoord zoals burde staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder een extra infinitiefmarker. Vergelijk: Det bør fungere — Dat zou moeten werken. fungere is de infinitief van het werkwoord fungere, werken of functioneren. In deze zin gaat het om de werking of geschiktheid van iets, niet om het verrichten van werk door een persoon. Voorbeeld: Planen fungerer godt. — Het plan werkt goed. godt betekent hier goed en zegt hoe iets functioneert. Het is de vorm die fungere bijwoordelijk nader bepaalt. Het verwante bijvoeglijke naamwoord is god, bijvoorbeeld in en god plan — een goed plan; bij het werkwoord staat in deze zin godt. for dig betekent voor jou. for is het voorzetsel voor, en dig is de object- en voorzetselvorm van het persoonlijke voornaamwoord du voor de aangesproken persoon. Voorbeeld: Det er for dig. — Dat is voor jou. Samen vormen de delen: Det + burde + fungere + godt + for dig = Dat zou goed voor je moeten werken. De zin drukt uit dat iets naar verwachting goed zal werken voor de aangesproken persoon.

Grammatica

have brug for + pronomen

Jeg har brug for dig.

Yaï haa broe foa daï.

Ik heb jou nodig.

In het Deens staat brug for na har; samen betekent har brug for ‘nodig hebben’.

se ... ud

Denne ser stærkere ud.

Dennuh see stèa-guh-ruh oedh.

Deze ziet er sterker uit.

Se ... ud betekent ‘er ... uitzien’; stærkere is de vergrotende trap van stærk.

Deens woordenschat

anden bijvoeglijk naamwoord
annuhn andere

Den anden taske ser stærkere ud.

denne voornaamwoord
dennuh deze Denne

Denne er let.

have werkwoord
haa hebben har

Den har også to lommer.

hvilken bepaler
vel-guhn welke Hvilken

Hvilken taske skal jeg vælge?

let bijvoeglijk naamwoord
lèdh licht

Denne er let.

også bijwoord
òsuh ook

Den har også to lommer.

se werkwoord
see zien; eruitzien ser

Den anden taske ser stærkere ud.

stærk bijvoeglijk naamwoord
stèa-g sterk stærkere

Den anden taske ser stærkere ud.

taske zelfstandig naamwoord
tès-guh tas

Hvilken taske skal jeg vælge?

to telwoord
toe twee

Den har også to lommer.

ud bijwoord
oedh uit

Den anden taske ser stærkere ud.

vælge werkwoord
vèèl-uh kiezen

Hvilken taske skal jeg vælge?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke tas zal ik kiezen?

Antwoord tonenHvilken taske skal jeg vælge?

Deze is licht.

Antwoord tonenDenne er let.

De andere tas ziet er steviger uit.

Antwoord tonenDen anden taske ser stærkere ud.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deze

Antwoord tonenDenne

tas

Antwoord tonentaske

kiezen

Antwoord tonenvælge

andere

Antwoord tonenanden