Een eenvoudige activiteit kiezen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared space, two adults choose between walking outside and reading inside in a quiet room..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een eenvoudige activiteit kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvilken aktivitet skal vi lave?

Vielgen aktiwie-teet sgal wie lee-we? Welke activiteit zullen we doen?
B

Vi kan gå en tur udenfor.

Wie kèn goh en toer oe-den-foor. We kunnen buiten wandelen.
A

Der kan være koldt udenfor.

Daa kèn vee-uh kold oe-den-foor. Het kan daar koud zijn.
B

Så kan vi læse indenfor.

Soh kèn wie lee-se inen-foor. Dan kunnen we binnen lezen.
A

Det lyder bedre at læse i dag.

De luu-uh bee-uh èt lee-se ie dè. Lezen klinkt vandaag beter.
B

Lad os vælge et roligt rum.

Lèth us welge e rohlie roem. Laten we een rustige kamer kiezen.
A

Jeg tager min bog med.

Yai tee-uh men boow mee. Ik neem mijn boek mee.
B

Jeg finder et sted til os.

Yai fen-uh e sdeeth tel us. Ik zal een plek voor ons vinden.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvilken aktivitet skal vi lave?

    Welke activiteit zullen we doen?

    Hvilken
    welke
    aktivitet
    activiteit
    skal vi
    zullen we
    lave
    doen
    Uitgebreide uitleg

    Hvilken betekent hier ‘welke’ en staat bij aktivitet, een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. In het Deens kies je hvilken bij enkelvoudig gemeenschappelijk geslacht, hvilket bij enkelvoudig onzijdig geslacht en hvilke bij meervoud. Voorbeeld: Hvilken bog læser du? — ‘Welk boek lees je?’ aktivitet betekent ‘activiteit’. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is aktiviteten (‘de activiteit’) en het meervoud is aktiviteter (‘activiteiten’). Hier staat het onbepaalde enkelvoud na hvilken. skal vi bestaat uit skal, de tegenwoordige vorm van skulle, en het onderwerp vi (‘we’). Skal geeft hier een geplande of voorgestelde toekomstige handeling weer, vergelijkbaar met ‘zullen’ of ‘gaan’. In een ja/nee-vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Skal vi gå? — ‘Zullen we gaan?’ lave is de infinitief en betekent hier ‘doen’. Na skal staat de infinitief zonder een extra infinitiefpartikel. De vorm blijft dezelfde bij verschillende onderwerpen: Jeg skal lave ... — ‘Ik zal ... doen’ en Vi skal lave ... — ‘Wij zullen ... doen’. Samen vormt Hvilken aktivitet skal vi lave? een vraag naar de keuze van de activiteit: ‘Welke activiteit zullen we doen?’ De vraagvorm begint met het vraagwoord, daarna volgt het werkwoord skal, vervolgens het onderwerp vi en ten slotte de infinitief lave.

  2. Vi kan gå en tur udenfor.

    We kunnen buiten wandelen.

    Vi kan
    we kunnen
    gå
    lopen; gaan
    tur
    wandeling; tocht
    udenfor
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    Vi kan betekent hier “we kunnen”. vi is de eerste persoon meervoud: de spreker rekent zichzelf en minstens één andere persoon tot de groep. kan is de tegenwoordige vorm van kunne, een modaal werkwoord voor mogelijkheid of haalbaarheid. Na kan staat de infinitief zonder at, bijvoorbeeld: Vi kan spise. — “We kunnen eten.” gå betekent als zelfstandig werkwoord onder andere “gaan” of “lopen”. In deze zin staat het in de infinitief na kan; de modaliteit zit dus in kan, niet in gå. Samen met en tur vormt het de herbruikbare uitdrukking gå en tur: “een wandeling maken”. Voorbeeld: Jeg går en tur. — “Ik maak een wandeling.” tur is een zelfstandig naamwoord met het onbepaalde lidwoord en: en tur — “een wandeling” of “een tocht”. De bepaalde vorm is turen — “de wandeling”. Het lidwoord en markeert hier de vorm van het Deense zelfstandig naamwoord; op zichzelf stelt het geen expliciet aantal vast. udenfor is een bijwoord en betekent “buiten”. Het geeft hier de plaats van de wandeling aan. Het kan ook zelfstandig als plaatsaanduiding worden gebruikt, bijvoorbeeld: Børnene leger udenfor. — “De kinderen spelen buiten.” De delen worden zo gecombineerd: Vi kan (“we kunnen”) + gå en tur (“een wandeling maken”) + udenfor (“buiten”). De volledige zin betekent daarom: “We kunnen buiten wandelen.”

  3. Der kan være koldt udenfor.

    Het kan daar koud zijn.

    Der kan være
    het kan ... zijn
    koldt
    koud
    udenfor
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    Der kan være vormt hier een onpersoonlijke constructie met de betekenis ‘het kan … zijn’. Der is in deze constructie een grammaticaal plaatswoord; het verwijst hier niet zelfstandig naar een specifieke persoon of zaak. Kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne en drukt mogelijkheid uit. Na kan staat være in de infinitief: kan være = ‘kan zijn’. Vergelijk: Der kan være travlt. — ‘Het kan druk zijn.’ Koldt betekent hier ‘koud’. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord kold die in deze constructie wordt gebruikt. Het bijvoeglijk naamwoord staat na være en beschrijft de toestand. Voor een bruikbaar contrast: Det er koldt. — ‘Het is koud.’ Udenfor betekent ‘buiten’ en geeft hier de plaats of omgeving van de genoemde toestand aan. Het is één Deens woord en staat in deze zin achter de constructie der kan være koldt. Het bijbehorende contrast is indenfor — ‘binnen’, zoals in Så kan vi læse indenfor. — ‘Dan kunnen we binnen lezen.’ Samen betekent Der kan være koldt udenfor: ‘Het kan buiten koud zijn.’ De zin zegt dus dat koude buiten mogelijk is; kan maakt de uitspraak mogelijkheidsmatig, koldt benoemt de toestand en udenfor lokaliseert die toestand buiten.

  4. Så kan vi læse indenfor.

    Dan kunnen we binnen lezen.

    Så kan vi
    Dan kunnen we
    læse
    lezen
    indenfor
    binnen
    Uitgebreide uitleg

    Så kan vi betekent hier “dan kunnen we”. så verwijst in deze zin naar een gevolg of volgende stap: “dan”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit. Na kan staat het werkwoord in de infinitief, zonder apart infinitiefteken: kan vi læse = “kunnen we lezen”. vi is het persoonlijke voornaamwoord voor “we”; het onderwerp komt vóór het hoofdwerkwoord læse. læse betekent hier “lezen”. Dit is de infinitiefvorm. Een korte herbruikbare structuur is kan + infinitief: Vi kan læse. — “We kunnen lezen.” Het werkwoord na kan blijft in deze constructie in de infinitief; kan draagt de vervoegde vorm. indenfor betekent hier “binnen” of “binnen binnenshuis”. Het is hier één bijwoordelijk woord en beschrijft waar het lezen plaatsvindt. In de vorige zin staat het tegenovergestelde udenfor (“buiten”), wat het ruimtelijke contrast ondersteunt. Dat contrast maakt indenfor hier plaatsbepalend, niet een aanduiding van tijd of bereik. Samen vormen de delen Så kan vi læse indenfor: “Dan kunnen we binnen lezen.” De zin zegt dat binnen lezen nu als mogelijkheid of volgende optie wordt voorgesteld; så geeft de overgang naar die optie aan, kan drukt de mogelijkheid uit, vi is de uitvoerder en indenfor geeft de plaats aan.

  5. Det lyder bedre at læse i dag.

    Lezen klinkt vandaag beter.

    Det lyder
    Dat klinkt
    bedre
    beter
    at læse
    lezen
    i dag
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Det lyder betekent hier “dat klinkt”. lyder is de tegenwoordige tijd van lyde (“klinken”): lyde → lyder. In deze vaste uitdrukking verwijst det naar de daaropvolgende inhoud als geheel; het is dus niet nodig om een specifiek zelfstandig naamwoord als referent aan te nemen. Voorbeeld: Det lyder godt. — “Dat klinkt goed.” bedre betekent “beter” en is de vergrotende trap van god (“goed”): god → bedre → bedst (“best”). Hier beschrijft het hoe iets klinkt: “beter klinken”. Voorbeeld: Det lyder bedre. — “Dat klinkt beter.” at læse betekent “lezen”. læse is de infinitief; at markeert hier de infinitief. In at læse wordt de activiteit van lezen als onderwerp van de zin gebruikt. Voorbeeld: Jeg vil læse. — “Ik wil lezen.” i dag is de vaste uitdrukking voor “vandaag”. De twee woorden vormen samen de tijdsbepaling; i betekent hier niet afzonderlijk “in” in de Nederlandse vertaling. Voorbeeld: Vi læser i dag. — “Wij lezen vandaag.” Samen vormen de delen: Det lyder (“dat klinkt”) + bedre (“beter”) + at læse (“lezen”) + i dag (“vandaag”). De hele zin betekent daarom: “Lezen klinkt vandaag beter.”

  6. Lad os vælge et roligt rum.

    Laten we een rustige kamer kiezen.

    Lad os
    laten we
    vælge
    kiezen
    roligt
    rustig
    rum
    kamer
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is een vaste Deense constructie om een voorstel in de eerste persoon meervoud te doen: “laten we …”. Lad is hier de gebiedende wijs van lade, en os betekent “ons”. Na deze constructie volgt een werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Lad os gå. — “Laten we gaan.” vælge is de infinitief van vælge, “kiezen”. In deze zin staat die infinitief na Lad os; hij krijgt hier dus niet de persoonsuitgang van een zelfstandig onderwerp. Voorbeeld: Lad os vælge en bog. — “Laten we een boek kiezen.” roligt is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord rolig, “rustig”, die hier bij het onzijdige enkelvoud rum past. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord en beschrijft welk soort kamer bedoeld wordt. Vergelijk: en rolig stol — “een rustige stoel” (gemeenschappelijk geslacht) en et roligt rum — “een rustige kamer” (onzijdig). Het is rolig dat deze vormwisseling heeft, niet rum. rum betekent hier “kamer” of “ruimte”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et rum. Het meervoud heeft dezelfde geschreven vorm: flere rum — “meerdere kamers/ruimtes”. In de vaste zin is rum enkelvoud; et is het onzijdige onbepaalde lidwoord en drukt op zichzelf geen bepaald aantal uit. Samen vormen de delen Lad os + infinitief vælge + et roligt rum de betekenis: “Laten we een rustige kamer kiezen.” De constructie stelt het kiezen gezamenlijk voor, en roligt specificeert het soort rum dat bedoeld wordt.

  7. Jeg tager min bog med.

    Ik neem mijn boek mee.

    Jeg
    ik
    tager … med
    meenemen
    min
    mijn
    bog
    boek
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”. Het is de Deense eerste-persoonsvorm van het persoonlijk voornaamwoord. In een ander voorbeeld: Jeg læser. — “Ik lees.” tager ... med betekent hier “meenemen”. Het werkwoord is tage; tager is de tegenwoordige tijd. In deze constructie staat med los na het lijdend voorwerp: Jeg tager bogen med. — “Ik neem het boek mee.” Het is dus een scheidbare constructie; tager en med horen inhoudelijk bij elkaar, hoewel er woorden tussen staan. min betekent “mijn” en verwijst hier naar het boek dat de spreker meeneemt. De vorm van dit bezittelijke woord hangt in het Deens samen met het soort zelfstandig naamwoord: min wordt gebruikt bij een en-woord, zoals bog. Bij een et-woord staat bijvoorbeeld mit: mit hus — “mijn huis”. bog betekent “boek”. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is bogen (“het boek”) en het meervoud is bøger (“boeken”). In een voorbeeld: Jeg læser en bog. — “Ik lees een boek.” Samen vormen de onderdelen Jeg tager min bog med. de betekenis: “Ik neem mijn boek mee.” De spreker is degene die iets meeneemt, min bog is het meegenomen voorwerp, en med maakt duidelijk dat het voorwerp wordt meegenomen.

  8. Jeg finder et sted til os.

    Ik zal een plek voor ons vinden.

    Jeg
    ik
    finder
    vind
    sted
    plek
    til os
    voor ons
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. Deze vorm verandert niet omdat het volgende zelfstandig naamwoord een bepaald geslacht heeft. Vergelijk: Jeg læser. — “Ik lees.” finder is de tegenwoordige vorm van het Deense werkwoord at finde, “vinden”. De infinitief at finde staat bijvoorbeeld in Jeg vil finde et sted. — “Ik wil een plek vinden.” Hier verwijst de tegenwoordige vorm, samen met de bedoelde vertaling, naar een toekomstige handeling: “zal vinden”. Het Deens kan de tegenwoordige tijd ook voor een toekomstige gebeurtenis gebruiken wanneer de context dat duidelijk maakt. Finder betekent hier dus niet noodzakelijk “is nu aan het vinden”. sted betekent “plek” of “plaats”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord; daarom staat het onbepaalde lidwoord als et: et sted. Daarmee wordt een niet nader bepaalde plek aangeduid; het lidwoord stelt op zichzelf geen concrete hoeveelheid vast. De bepaalde vorm is stedet, “de plek”. til os betekent hier “voor ons”. os is de objectsvorm na een voorzetsel van het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud; vi is de bijbehorende onderwerpsvorm: Vi finder et sted. — “Wij vinden een plek.” De combinatie til os geeft aan voor wie de plek bedoeld is. Til kan in andere contexten ook een richting of bestemming aangeven, maar hier past de betekenis “voor”. Samen bestaat de zin uit Jeg (“ik”) + finder (“vind/zal vinden”) + et sted (“een plek”) + til os (“voor ons”). De volledige bedoelde betekenis is: “Ik zal een plek voor ons vinden.” De spreker is degene die de plek zal vinden; os duidt de groep aan waarvoor die plek bedoeld is. In een context met een duidelijke toekomstige bedoeling klinkt deze Deense tegenwoordige vorm natuurlijk als een toekomstuitspraak.

Grammatica

Lad os + infinitiv

Lad os vælge en rolig aktivitet.

Lèth us welge en rohlie aktiwie-teet.

Laten we een rustige activiteit kiezen.

Gebruik “lad os” met de infinitief om een voorstel te doen, vergelijkbaar met “laten we” in het Nederlands.

Der er + zelfstandig naamwoord

Der er et roligt sted indenfor.

Daa è e rohlie sdeeth inen-foor.

Er is een rustige plek binnen.

“Der er” betekent “er is/zijn” en wordt gebruikt om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven.

Deens woordenschat

aktivitet zelfstandig naamwoord
aktiwie-teet activiteit

Hvilken aktivitet skal vi lave?

der voornaamwoord
daa er; daar

Der kan være koldt udenfor.

gå en tur uitdrukking
goh en toer wandelen; een wandeling maken

Vi kan gå en tur udenfor.

hvilken bepaler
vielgen welke

Hvilken aktivitet skal vi lave?

indenfor bijwoord
inen-foor binnen

Så kan vi læse indenfor.

koldt bijvoeglijk naamwoord
kold koud

Der kan være koldt udenfor.

lave werkwoord
lee-we doen; maken

Hvilken aktivitet skal vi lave?

læse werkwoord
lee-se lezen

Så kan vi læse indenfor.

så bijwoord
soh dan

Så kan vi læse indenfor.

udenfor bijwoord
oe-den-foor buiten

Vi kan gå en tur udenfor.

vi voornaamwoord
wie we

Vi kan gå en tur udenfor.

være werkwoord
vee-uh zijn

Der kan være koldt udenfor.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke activiteit zullen we doen?

Antwoord tonenHvilken aktivitet skal vi lave?

We kunnen buiten wandelen.

Antwoord tonenVi kan gå en tur udenfor.

Het kan daar koud zijn.

Antwoord tonenDer kan være koldt udenfor.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zijn

Antwoord tonenvære

doen; maken

Antwoord tonenlave

koud

Antwoord tonenkoldt

activiteit

Antwoord tonenaktivitet