Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een zere keel oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Min hals føles lidt øm.
Men hals feu-ləs led eum. Mijn keel doet een beetje pijn.Prøv at drikke noget varmt.
Preuw et dregə noodh vaad. Probeer iets warms te drinken.Kan du lave noget te til mig?
Kan doe lee-wə noodh tee tel mai? Kun je wat thee voor me maken?Jeg laver noget te nu.
Yai lee-wə noodh tee noe. Ik maak nu wat thee.Min stemme lyder mærkelig i dag.
Men sdem-mə luu-ər meer-kə-li ie dee. Mijn stem klinkt vandaag vreemd.Prøv at tale mindre nu.
Preuw et tee-lə men-rə noe. Probeer nu minder te praten.Jeg vil hvile mig, efter jeg har drukket den.
Yai vel wie-lə mai, ef-də yai haa drogədh den. Ik ga rusten nadat ik het heb opgedronken.Det burde være godt for din hals.
De boe-dhə vee-a gohd foo den hals. Dat zou je keel goed moeten doen.Uitleg van de zinnen
Min hals føles lidt øm.
Mijn keel doet een beetje pijn.
- Min
- mijn
- hals
- keel
- føles
- voelt aan
- lidt
- een beetje
- øm
- pijnlijk; gevoelig
Uitgebreide uitleg
Min betekent hier “mijn” en staat vóór hals. Het is de vorm van het bezittelijk voornaamwoord bij een enkelvoudig common-gender-zelfstandig naamwoord. Vergelijk mit bij een enkelvoudig neutrum en mine bij meervoud. Voorbeeld: min bog = “mijn boek”. hals betekent “keel”. Het is een zelfstandig naamwoord; het bepaalde enkelvoud is halsen (“de keel”) en het meervoud is halse (“kelen”). In deze zin gaat het om de keel van de spreker, zoals ook door Min wordt aangegeven. føles is de tegenwoordige tijd van føle (“voelen”) in de constructie “aanvoelen/voelen”. De vorm is hier derde persoon enkelvoud, omdat hals het onderwerp is: letterlijk voelt de keel op een bepaalde manier aan. Voorbeeld: Min hånd føles kold. = “Mijn hand voelt koud aan.” lidt betekent “een beetje” en verzacht de mate van de daaropvolgende beschrijving. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Jeg er lidt træt. = “Ik ben een beetje moe.” øm betekent hier “pijnlijk” of “gevoelig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat de toestand van hals beschrijft. Bij een neutrum enkelvoud wordt de vorm ømt, en bij meervoud of bepaalde andere combinaties ømme; de vorm øm past hier bij het enkelvoudige common-gender-onderwerp in de constructie føles ... øm. Samen vormen de delen: Min hals (“mijn keel”) + føles (“voelt aan”) + lidt øm (“een beetje pijnlijk/gevoelig”). De hele zin betekent dus: “Mijn keel doet een beetje pijn” of letterlijker: “Mijn keel voelt een beetje pijnlijk aan.”
Prøv at drikke noget varmt.
Probeer iets warms te drinken.
- Prøv
- probeer
- at drikke
- drinken
- noget
- iets
- varmt
- warms
Uitgebreide uitleg
Prøv is de gebiedende wijs van at prøve (“proberen”). De vorm geeft hier een aansporing aan de aangesprokene: “probeer”. Bijvoorbeeld: Prøv igen. — “Probeer opnieuw.” at drikke betekent “drinken”. at markeert hier het infinitief; na prøv volgt dus de constructie prøv at + infinitief: “probeer te …”. Het werkwoord drikke blijft in deze infinitiefvorm. Bijvoorbeeld: Prøv at hvile. — “Probeer te rusten.” noget betekent hier “iets” of “wat”, zonder een specifiek genoemd voorwerp. Het is een onbepaald voornaamwoord. In noget varmt verwijst het naar iets dat niet verder wordt benoemd. varmt betekent hier “warms” en hoort bij het niet nader genoemde, onzijdige noget. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is varm; varmt is de vorm die bij dit onzijdige enkelvoud hoort. Dit is geen vergrotende trap: “warmer” is varmere. Bijvoorbeeld: noget koldt — “iets kouds”. Samen vormen noget varmt en at drikke de betekenis “iets warms drinken”. De volledige constructie Prøv at drikke noget varmt. betekent daarom: “Probeer iets warms te drinken.” De zin is een directe, vriendelijke aansporing; de bepaalde drank wordt niet genoemd.
Kan du lave noget te til mig?
Kun je wat thee voor me maken?
- Kan du
- kun je
- lave
- maken
- noget
- wat; iets
- te
- thee
- til mig
- voor mij
Uitgebreide uitleg
Kan du betekent hier “kun je”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en du is het onderwerp “jij/je”. In een vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp. Na kan volgt een infinitief zonder at: Kan du lave ...? — “Kun je ... maken?” lave betekent hier “maken”. Het is de infinitief; in de tegenwoordige tijd verandert deze vorm niet met het onderwerp: jeg laver (“ik maak”), du laver (“jij maakt”). In de vraag staat lave na het modale werkwoord kan, dus niet laver. noget betekent hier “wat” in de betekenis van een niet nader bepaalde hoeveelheid. Het verwijst in deze zin naar thee, niet naar een afzonderlijk benoemd voorwerp. Een bruikbaar contrast is noget voor een niet nader bepaalde hoeveelheid of zaak en ikke noget voor “niets” in een ontkennende zin. te is het zelfstandig naamwoord “thee”. In deze zin gaat het om thee als drank of hoeveelheid; het woord zegt niet op zichzelf hoeveel thee het is. Voorbeeld: Jeg drikker te. — “Ik drink thee.” til mig betekent “voor mij”. til is het voorzetsel en mig is de vorm van het persoonlijke voornaamwoord die na een voorzetsel wordt gebruikt. Vergelijk jeg als onderwerp in Jeg laver te (“Ik maak thee”) met mig in te til mig (“thee voor mij”). Samen vormen de delen de vraag Kan du lave noget te til mig?: “Kun je wat thee voor me maken?” De vraag vraagt de aangesprokene om thee voor de spreker te maken. De woordvolgorde is modaal werkwoord + onderwerp + infinitief + wat er gemaakt wordt + voor wie het bedoeld is. De vraag is alledaags en beleefd van toon.
Jeg laver noget te nu.
Ik maak nu wat thee.
- Jeg
- ik
- laver
- maak
- noget
- wat / iets
- te
- thee
- nu
- nu
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. De vorm verandert niet volgens het geslacht van de spreker. Voorbeeld: Jeg arbejder. — “Ik werk.” laver is de tegenwoordige tijd van lave, “maken” of “doen”. In deze zin betekent het “maak”, omdat het samenhangt met te: thee maken. De tegenwoordige tijd kan in het Deens ook een handeling rond het huidige moment uitdrukken. Voorbeeld: Jeg laver mad. — “Ik maak eten.” noget betekent hier “wat” in de betekenis van een niet nader bepaalde hoeveelheid. Het staat vóór te en maakt van noget te de combinatie “wat thee”. Het drukt hier geen precies aantal koppen of porties uit. Voorbeeld: Jeg drikker noget vand. — “Ik drink wat water.” te is het zelfstandig naamwoord voor “thee”. Het verwijst hier naar de drank die wordt gemaakt. Voorbeeld: Te er varmt. — “Thee is warm.” nu is een bijwoord met de betekenis “nu” en plaatst de handeling rond het huidige moment. Voorbeeld: Jeg kommer nu. — “Ik kom nu.” Samen vormen Jeg laver en noget te de kern “ik maak wat thee”; nu voegt toe dat dit op dit moment gebeurt. De volledige betekenis is daarom: “Ik maak nu wat thee.”
Min stemme lyder mærkelig i dag.
Mijn stem klinkt vandaag vreemd.
- Min
- mijn
- stemme
- stem
- lyder
- klinkt
- mærkelig
- vreemd
- i dag
- vandaag
Uitgebreide uitleg
Min betekent hier “mijn” en is een bezittelijk woord bij stemme. In het Deens staat min bij een zelfstandig naamwoord van het en-geslacht in het enkelvoud; vergelijk mit bij een woord van het et-geslacht en mine bij meervoud. Voorbeeld: min bog — “mijn boek”. stemme betekent “stem”. De basisvorm is stemme; de bepaalde enkelvoudsvorm is stemmen (“de stem”), en het meervoud is stemmer (“stemmen”). lyder is de tegenwoordige tijd van lyde, “klinken”. Het beschrijft hier hoe de stem overkomt of klinkt. Voorbeeld: Det lyder godt. — “Dat klinkt goed.” mærkelig betekent hier “vreemd”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat de stem beschrijft. Bij een zelfstandig naamwoord van het et-geslacht in het enkelvoud wordt de vorm mærkeligt, en in het meervoud mærkelige: et mærkeligt ord — “een vreemd woord”; mærkelige lyde — “vreemde geluiden”. i dag is de vaste uitdrukking voor “vandaag”. Ze geeft aan wanneer iets geldt. Voorbeeld: Jeg arbejder i dag. — “Ik werk vandaag.” Samen vormen de delen Min stemme — “mijn stem”, lyder mærkelig — “klinkt vreemd” en i dag — “vandaag”. De volledige betekenis is daarom: “Mijn stem klinkt vandaag vreemd.”`
Prøv at tale mindre nu.
Probeer nu minder te praten.
- Prøv
- probeer
- at tale
- praten
- mindre
- minder
- nu
- nu
Uitgebreide uitleg
Prøv betekent hier “probeer” en is de gebiedende wijs van prøve (“proberen”). De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan; het onderwerp “jij” staat niet apart in de zin. Voorbeelden: Prøv igen. — “Probeer het opnieuw.” Prøve is niet hetzelfde als tro (“geloven”); de beginmedeklinker en betekenis verschillen. at tale betekent “te praten”. tale is de infinitief (“praten”); at markeert hier de infinitief. Na prøv geeft prøv at + infinitief een herbruikbaar patroon: “probeer te …”. Voorbeeld: Prøv at lytte. — “Probeer te luisteren.” Het werkwoord tale betekent spreken of praten; de precieze keuze tussen die Nederlandse vertalingen hangt van de context af. mindre betekent hier “minder”, namelijk een kleinere hoeveelheid of mate van praten. Het is de vergrotende trap van lidt: lidt — “een beetje”, mindre — “minder”, mindst — “het minst”. In tale mindre vergelijkt de zin de gewenste hoeveelheid praten met een niet nader genoemde grotere hoeveelheid; er wordt geen specifieke hoeveelheid genoemd. Voorbeeld: Tal mindre. — “Praat minder.” nu betekent “nu” en plaatst de aansporing bij het huidige moment. Het zegt wanneer de actie moet plaatsvinden; het verandert niet de betekenis van mindre. Samen vormen de delen Prøv at ... + tale mindre + nu de betekenis: “Probeer nu minder te praten.” De zin is een directe aansporing aan de aangesprokene om op dit moment minder te praten.
Jeg vil hvile mig, efter jeg har drukket den.
Ik ga rusten nadat ik het heb opgedronken.
- Jeg vil
- ik wil / ik ben van plan
- hvile mig
- rusten
- efter
- nadat
- jeg har
- ik heb
- drukket
- gedronken
- den
- het
Uitgebreide uitleg
Jeg vil betekent hier dat de spreker van plan is iets te doen. vil is de tegenwoordige vorm van ville en staat vóór een infinitief: Jeg vil hvile = “Ik wil/ga rusten”. De vorm drukt hier geen vast toekomstmoment uit; de bedoeling staat centraal. hvile mig betekent “rusten”. hvile is de infinitief en mig is het wederkerende voornaamwoord bij de eerste persoon: letterlijk “mij rusten”, natuurlijk vertaald als “rusten”. Vergelijk in een ander voorbeeld: Jeg vasker mig = “Ik was me”. Het voornaamwoord verandert mee met de persoon, bijvoorbeeld du vasker dig = “jij wast je”. efter leidt hier een bijzin in met een gebeurtenis die eerst voltooid is: “nadat”. Het is dus de tijdsrelatie tussen de twee handelingen, niet een onderdeel van drukket. jeg har betekent in deze bijzin “ik heb”. har is de tegenwoordige vorm van have en fungeert hier als hulpwerkwoord. Samen met het volgende voltooid deelwoord vormt het een voltooide constructie. drukket betekent hier “gedronken”. Het is het voltooid deelwoord van drikke (“drinken”): drikke → drukket. Met har geeft het aan dat het drinken vóór het rusten voltooid is. Bijvoorbeeld: Jeg har drukket vand = “Ik heb water gedronken.” den is hier een zelfstandig gebruikt Deens persoonlijk voornaamwoord voor een referent met gemeenschappelijk grammaticaal geslacht; in deze zin betekent het volgens de vaste vertaling “het” en verwijst het naar het gedronken object. Het concrete zelfstandig naamwoord wordt niet genoemd. Bij een onzijdige referent gebruikt het Deens in deze functie det in plaats van den. De hoofdzin Jeg vil hvile mig geeft de bedoeling weer: “Ik wil/ga rusten”. Daarna volgt met efter de bijzin jeg har drukket den: “nadat ik het heb gedronken”. Samen betekent de hele uiting: “Ik ga rusten nadat ik het heb opgedronken.” De voltooide vorm har drukket plaatst het drinken vóór het rusten.
Det burde være godt for din hals.
Dat zou je keel goed moeten doen.
- Det
- dat
- burde
- zou moeten
- være
- zijn
- godt
- goed
- for
- voor
- din
- je, jouw
- hals
- keel
Uitgebreide uitleg
Det is hier een zelfstandig gebruikt neutraal voornaamwoord met de betekenis “dat”. In combinatie met de vaste vertaling verwijst het naar wat eerder is genoemd. Het staat als onderwerp van de uitspraak. burde is een vorm van het modale werkwoord burde, met de betekenis “zou moeten”. Hier presenteert het verwachte nut als verwachting, niet als absolute zekerheid. Het staat vóór de infinitief være. være is de infinitief van het werkwoord waarvan er de tegenwoordige tijd is; het betekent “zijn”. Na een modaal werkwoord blijft de infinitief staan: burde være = “zou moeten zijn”. Voorbeeld: Det burde være nemt. — “Dat zou makkelijk moeten zijn.” godt betekent hier “goed” in de betekenis “heilzaam of gunstig”. Het is de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord god, passend bij het onzijdige det. Vergelijk: En god idé — “Een goed idee” en Et godt råd — “Een goed advies”. for verbindt iets dat gunstig is met degene of datgene waarvoor het gunstig is. In godt for ... betekent het dus “goed voor ...”. Voorbeeld: Motion er godt for kroppen. — “Beweging is goed voor het lichaam.” din betekent “je/jouw” en hoort hier bij één zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. De relevante vormen zijn din bij een enkelvoudig gemeenschappelijk woord, dit bij een enkelvoudig onzijdig woord en dine bij het meervoud. hals betekent “keel”. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht: en hals; de bepaalde vorm is halsen. Samen vormen din hals de woordgroep “je keel”. De hele structuur is Det burde være godt for din hals: het onderwerp Det + de modaliteit burde + de infinitief være + het predicatieve bijvoeglijk naamwoord godt + de bepaling for din hals. Daarmee betekent de zin letterlijk: “Dat zou goed moeten zijn voor je keel.” De vaste Nederlandse vertaling “Dat zou je keel goed moeten doen” geeft dezelfde bedoeling idiomatischer weer.
Grammatica
noget + bijvoeglijk naamwoord in de t-vorm
Prøv at drikke noget varmt.
Preuw et dregə noodh vaad.Probeer iets warms te drinken.
Na het onbepaalde voornaamwoord noget krijgt het bijvoeglijk naamwoord de onzijdige vorm: varmt.
mindre + werkwoord
Tale mindre.
Tee-lə men-rə.Minder praten.
Mindre staat vóór het werkwoord en geeft aan dat een handeling in kleinere mate gebeurt.
Deens woordenschat
- Geslacht
- common
- Geslacht
- common
- Geslacht
- common
- Geslacht
- neuter
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Mijn keel doet een beetje pijn.
Antwoord tonen
Min hals føles lidt øm.Probeer iets warms te drinken.
Antwoord tonen
Prøv at drikke noget varmt.Ik maak nu wat thee.
Antwoord tonen
Jeg laver noget te nu.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
drinken
Antwoord tonen
drikkeeen beetje
Antwoord tonen
lidtvoelen
Antwoord tonen
følesproberen