Rust met een zere been | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home, two adults talk about resting a sore leg after walking too much..

NL → DA / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Rust met een zere been oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Mit ben gør lidt ondt.

Med been guh-uh liet ond. Mijn been doet een beetje pijn.
B

Sæt dig et øjeblik på denne stol.

Set dai et eu-uh-bleg oo den-uh stool. Ga even op deze stoel zitten.
A

Jeg har gået for meget i dag.

Yai haa go-ud foa meed ie deh. Ik heb vandaag te veel gelopen.
B

Læg benet op her, og hvil dig.

Leg been-uhd ob hea, uh veel dai. Leg je been hier omhoog en rust uit.
A

Må jeg gå lidt rundt senere?

Moa yai goo liet rond se-nee-uh? Kan ik later een beetje rondlopen?
B

Gå kun, hvis det føles godt.

Goo kon, vis de feuls god. Loop alleen als het goed voelt.
A

Sofaen føles bedre end denne stol.

Soo-fa-en feuls bed-uh en den-uh stool. De bank voelt beter dan deze stoel.
B

Så sæt dig der, og hold benet i ro.

Soo set dai dea, uh hol been-uhd ie roo. Ga dan daar zitten en houd je been stil.

Uitleg van de zinnen

  1. Mit ben gør lidt ondt.

    Mijn been doet een beetje pijn.

    Mit
    mijn
    ben
    been
    gør
    doet
    lidt
    een beetje
    ondt
    pijn
    Uitgebreide uitleg

    Mit betekent hier “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het krijgt in het Deens de vorm mit bij een onzijdig enkelvoud; bij een gemeenschappelijk enkelvoud is de vorm min, en bij meervoud mine. Voorbeeld: min stol = “mijn stoel”, maar mit ben = “mijn been”. ben betekent hier “been”. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: et ben in het enkelvoud en ben in het meervoud. Het bezittelijk woord mit stemt hier af op het enkelvoudige onzijdige zelfstandig naamwoord. gør is de tegenwoordige tijd van gøre, “doen/maken”. In deze zin hoort het samen met ondt bij de vaste uitdrukking gøre ondt, letterlijk “pijn doen”. De tegenwoordige tijd geeft aan dat de pijn nu aanwezig is. Voorbeeld: Det gør ondt. = “Het doet pijn.” lidt betekent “een beetje” en verzacht de mate van de pijn. Het staat vóór ondt en maakt de uitdrukking minder sterk dan alleen gør ondt. ondt betekent hier “pijn” binnen de uitdrukking gøre ondt. De combinatie gør ... ondt drukt uit dat iets pijn doet; het lichaamsdeel wordt als onderwerp genoemd. Een bruikbaar patroon is Min/Mit [lichaamsdeel] gør ondt = “Mijn [lichaamsdeel] doet pijn”. Samen vormen de delen: Mit ben (“mijn been”) + gør ... ondt (“doet pijn”), met lidt (“een beetje”) als aanduiding van de mate. De volledige betekenis is daarom: “Mijn been doet een beetje pijn.”

  2. Sæt dig et øjeblik på denne stol.

    Ga even op deze stoel zitten.

    Sæt dig
    ga zitten
    et øjeblik
    even; een ogenblik
    på
    op
    denne
    deze
    stol
    stoel
    Uitgebreide uitleg

    Sæt dig is hier een aansporing: “ga zitten”. Sæt is de gebiedende wijs van sætte (“zetten”), maar in deze vaste combinatie betekent het “gaan zitten”. dig is het wederkerende voornaamwoord bij “jij”: letterlijk wordt de aangesprokene als degene aangeduid die zichzelf in een zittende positie brengt. Vergelijk als voorbeeld: Sæt dig her. — “Ga hier zitten.” et øjeblik betekent hier “even” of “een ogenblik”. Øjeblik is een zelfstandig naamwoord; de combinatie met et duidt een korte tijdsduur aan. Als voorbeeld: Vent et øjeblik. — “Wacht even.” på is hier het voorzetsel voor de plaats waarop iemand gaat zitten: “op”. Het verbindt de handeling met het zitoppervlak. Als voorbeeld: Bogen ligger på bordet. — “Het boek ligt op de tafel.” denne betekent “deze” en wijst naar één nabij of aangewezen ding. Het staat hier vóór stol en past bij het enkelvoudige, gemeenschappelijke geslacht van dat zelfstandig naamwoord. De vorm is dus niet simpelweg een algemene vertaling van “dit”: bij andere grammaticale kenmerken kan een andere demonstratieve vorm nodig zijn. stol betekent “stoel”. De vorm is enkelvoud en onbepaald; na denne krijgt het zelfstandig naamwoord in het Deens deze vorm zonder een apart bepaald achtervoegsel. Voorbeeld: Denne stol er ledig. — “Deze stoel is vrij.” Samen vormen de delen de aansporing Sæt dig + de korte tijdsaanduiding et øjeblik + de plaatsbepaling på denne stol: “Ga even op deze stoel zitten.” De vorige en volgende zinnen maken duidelijk dat het gesprek over een pijnlijk been en veel lopen gaat, maar veranderen de grammaticale betekenis van deze zin niet.

  3. Jeg har gået for meget i dag.

    Ik heb vandaag te veel gelopen.

    Jeg har
    ik heb
    gået
    gelopen
    for meget
    te veel
    i dag
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Jeg har: Jeg betekent “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); samen vormen ze hier de hulpwerkwoordconstructie voor een voltooide handeling. Vergelijk: Jeg har læst = “Ik heb gelezen”. Het hulpwerkwoord staat dus niet op zichzelf als de volledige betekenis van de zin; het wordt aangevuld door gået. gået: dit is de vorm van gå (“lopen” of “gaan”) die hier na har wordt gebruikt: het voltooid deelwoord. gå heeft in deze constructie de vorm gået; bijvoorbeeld Hun har gået = “Zij heeft gelopen”. In deze zin verwijst gået volgens de vaste vertaling naar lopen, niet naar een algemene verplaatsing als “gegaan”. for meget: dit is een vaste combinatie voor “te veel”. for maakt duidelijk dat de hoeveelheid of mate boven het gewenste of passende niveau ligt; meget betekent “veel”. De combinatie kan ook bij een werkwoord staan: Han arbejder for meget = “Hij werkt te veel”. i dag: dit is de tijdsbepaling “vandaag”. Het bestaat uit i (“in/op”) en dag (“dag”), maar samen wordt het als de gewone uitdrukking voor de huidige dag gebruikt. Voor een andere dag kan bijvoorbeeld i går (“gisteren”) worden gebruikt. Samen betekent Jeg har gået for meget i dag: “Ik heb vandaag te veel gelopen.” Jeg har gået zegt dat het lopen al heeft plaatsgevonden en met het heden verbonden is; for meget geeft de te grote mate aan en i dag zegt wanneer het gebeurde.

  4. Læg benet op her, og hvil dig.

    Leg je been hier omhoog en rust uit.

    Læg
    leg
    benet
    het been
    op
    omhoog
    her
    hier
    hvil dig
    rust uit
    Uitgebreide uitleg

    Læg betekent hier “leg”. Het is de gebiedende wijs van lægge (“leggen”). In een instructie staat die vorm zonder apart onderwerp: Læg benet ... = “Leg het been ...”. Voorbeeld: Læg bogen her. = “Leg het boek hier.” benet betekent “het been”. De vorm bestaat uit ben (“been”) met de bepaalde uitgang -et: et ben = “een been” als onbepaalde vorm, benet = “het been”. Het Nederlandse woord “je” in de vertaling geeft bovendien aan dat het om het been van de aangesprokene gaat; de Deense vorm benet zelf drukt die bezitsrelatie niet uit. op betekent hier “omhoog”. Samen met læg geeft het de richting van de handeling aan: læg ... op = “leg ... omhoog”. Het is geen zelfstandig naamwoord in deze zin, maar een kort richtingswoord bij het werkwoord. Voorbeeld: Læg armen op. = “Leg de arm omhoog.” her betekent “hier” en wijst op de plaats waar het been omhoog moet worden gelegd. Voorbeeld: Sæt dig her. = “Ga hier zitten.” hvil dig betekent “rust uit”. hvil is de gebiedende wijs van hvile (“rusten”). dig is het wederkerende voornaamwoord dat bij de aangesprokene hoort; letterlijk gaat het om “rust jezelf”, maar de natuurlijke Nederlandse vertaling is “rust uit”. Bij een andere aangesprokene verandert het wederkerende voornaamwoord; bijvoorbeeld Han hviler sig. betekent “Hij rust uit.” De eerste opdracht is Læg benet op her: de aangesprokene moet het been hier omhoog leggen. Daarna volgt met og (“en”) de tweede opdracht hvil dig: rust uit. Samen betekent de volledige uiting: “Leg je been hier omhoog en rust uit.” Beide werkwoorden staan in de gebiedende wijs; het onderwerp is in beide opdrachten de aangesprokene.

  5. Må jeg gå lidt rundt senere?

    Kan ik later een beetje rondlopen?

    Må jeg
    mag ik / kan ik
    gå
    gaan/lopen
    lidt
    een beetje
    rundt
    rond
    senere
    later
    Uitgebreide uitleg

    Må jeg betekent hier “mag ik?” of, passend bij de vaste vertaling, “kan ik?”. må is de tegenwoordige vorm van at måtte en drukt hier uit dat de spreker vraagt of iets mag of kan. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at: Må jeg gå ...? is een herbruikbaar patroon voor “Mag/kan ik ...?”. jeg betekent “ik” en is het onderwerp. gå betekent hier “gaan/lopen”. De infinitief is gå; de tegenwoordige vorm is går. Voorbeeld: Jeg går senere. — “Ik ga later.” lidt betekent “een beetje” en maakt de mate van het rondlopen klein. Voorbeeld: Vent lidt. — “Wacht een beetje.” rundt betekent “rond”. Samen met gå vormt het hier gå rundt, “rondlopen”: lopen zonder dat in deze uiting een specifieke bestemming wordt genoemd. Het is een afzonderlijk bijwoord en geen deel van de vorm van gå. senere betekent “later”, dus op een tijdstip na het moment van spreken. Voorbeeld: Vi ses senere. — “We zien elkaar later.” Samen vormen de delen de vraag Må jeg gå lidt rundt senere?: “Kan ik later een beetje rondlopen?” De spreker vraagt of dat later mogelijk of toegestaan is. Het patroon Må jeg + infinitief ...? is herbruikbaar, bijvoorbeeld Må jeg sidde her? — “Mag ik hier zitten?”

  6. Gå kun, hvis det føles godt.

    Loop alleen als het goed voelt.

    Gå
    loop
    kun
    alleen
    føles
    voelt
    godt
    goed
    Uitgebreide uitleg

    Gå betekent hier “loop” en is de bevelsvorm van gå (“lopen/gaan”). In deze zin is het een aansporing: Gå! = “Loop!” De vorm gå kan ook als infinitief voorkomen, maar hier geeft de gebiedende context de aansporende betekenis. kun beperkt de aansporing: Gå kun betekent “loop alleen”. Het zegt niet hoeveel keer of hoe ver iemand moet lopen; de voorwaarde erna bepaalt wanneer dat passend is. føles komt van føle (“voelen”) en is hier de tegenwoordige vorm in de s-vorm føles, met de betekenis “voelt aan”. Het onderwerp is det, zoals in det føles godt — “het voelt goed”. De s-vorm hoort bij deze manier om een gewaarwording of indruk uit te drukken; ze is hier niet de gewone actieve vorm føler (“voelt”, wanneer een persoon iets voelt). godt is de vorm van god (“goed”) die hier bij det in deze uitdrukking staat. Vergelijk Det føles godt. — “Het voelt goed.” De vorm godt is dus niet het zelfstandig naamwoord of een werkwoord, maar het beschrijvende woord in de zin. Samen vormt Gå kun de aansporing “Loop alleen”, en hvis det føles godt de voorwaarde “als het goed voelt”. De hele uiting betekent daarom: “Loop alleen als het goed voelt.”

  7. Sofaen føles bedre end denne stol.

    De bank voelt beter dan deze stoel.

    Sofaen
    de bank
    føles
    voelt
    bedre
    beter
    end
    dan
    denne
    deze
    stol
    stoel
    Uitgebreide uitleg

    Sofaen betekent hier “de bank”. Het zelfstandig naamwoord sofa krijgt in de bepaalde enkelvoudsvorm het achtervoegsel -en: sofaen = “de bank”. Het achtervoegsel drukt hier bepaaldheid uit; het is geen los woord voor “de”. føles is de vorm die hier “voelt” betekent. Hij hoort bij føle en staat in de tegenwoordige tijd. In deze zin beschrijft føles hoe de bank aanvoelt of overkomt; het betekent hier niet dat een niet-genoemde persoon de bank actief voelt. Als herbruikbaar patroon kun je bijvoorbeeld leren: Det føles godt = “Het voelt goed.” bedre betekent “beter” en is de vergrotende trap van god: god – bedre – bedst (“goed” – “beter” – “best”). Hier maakt de vorm een vergelijking met de stoel. end betekent “dan” in een vergelijking. Een herbruikbaar patroon is A er bedre end B = “A is beter dan B”. Hier verbindt end de bank met het vergelijkingspunt dat erna komt. denne betekent “deze”. Dit is in het Deens de vorm voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht, zoals stol. De andere relevante vormen zijn dette bij enkelvoud van het onzijdige geslacht en disse bij meervoud. De vormkeuze hangt dus niet alleen van enkelvoud af, maar ook van het grammaticale geslacht en bij meervoud van het aantal. stol betekent “stoel”. Het is hier een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. De combinatie denne stol betekent “deze stoel”; in zo’n aanwijzende combinatie staat het zelfstandig naamwoord zonder het bepaalde achtervoegsel. Samen vormen de delen: Sofaen (“de bank”) + føles bedre (“voelt beter”) + end denne stol (“dan deze stoel”). De volledige betekenis is: “De bank voelt beter dan deze stoel.”

  8. Så sæt dig der, og hold benet i ro.

    Ga dan daar zitten en houd je been stil.

    Så
    dan
    sæt dig
    ga zitten
    der
    daar
    hold
    houd
    benet
    het been
    i ro
    stil
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en verbindt de aansporing met wat eraan voorafgaat. Het kan in andere contexten ook “dus” of “zo” betekenen, maar hier gaat het om de volgende stap. Sæt dig is een bevel dat letterlijk neerkomt op “ga zitten”. sæt is de gebiedende wijs van sætte (“zetten”); samen met het wederkerende dig vormt het hier de gebruikelijke uitdrukking voor iemand vragen om te gaan zitten. Voorbeelden: Sæt dig her. — “Ga hier zitten.” Sæt dig ned. — “Ga zitten.” der betekent “daar” en wijst hier naar de bedoelde plaats. Het is een plaatsbijwoord; het verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. her betekent daarentegen “hier”. hold is de gebiedende wijs van holde (“houden”). De vorm geeft een bevel of aansporing. Voorbeeld: Hold døren åben. — “Houd de deur open.” benet betekent hier “het been”. De basisvorm is ben; benet is de bepaalde enkelvoudsvorm met het lidwoordachtige einde -et. Het woord ben behoort tot de onzijdige woorden: et ben — “een been”, benet — “het been”. De vertaling specificeert hier dat het om het been van de aangesprokene gaat; de vorm benet zelf drukt die bezitter niet uit. i ro is een vaste combinatie met de betekenis “stil” of “in rust”. In deze zin beschrijft de combinatie de toestand waarin het been gehouden moet worden. Voorbeeld: Lad armen være i ro. — “Laat de arm stil liggen.” Samen vormen de delen een reeks van twee bevelen: Så sæt dig der betekent “Ga dan daar zitten”, en og hold benet i ro betekent “en houd je been stil”. Het hele Deense utterance betekent dus: “Ga dan daar zitten en houd je been stil.”

Grammatica

Imperativ med refleksivt pronomen: sæt dig / hvil dig

Sæt dig. Hvil dig.

Set dai. Veel dai.

Ga zitten. Rust uit.

Bij een bevel staat het wederkerende voornaamwoord dig na het werkwoord.

Deens woordenschat

ben zelfstandig naamwoord
been been benet
for meget uitdrukking
foa meed te veel
gøre ondt uitdrukking
guh-uh ond pijn doen gør lidt ondt

Mit ben gør lidt ondt.

gå werkwoord
goo lopen; gaan gået
i dag uitdrukking
ie deh vandaag
lidt bijwoord
liet een beetje
lægge werkwoord
leg-uh leggen læg
mit bepaler
med mijn
op bijwoord
ob omhoog
stol zelfstandig naamwoord
stool stoel
sætte sig werkwoord
set-uh sai gaan zitten sæt dig
øjeblik zelfstandig naamwoord
eu-uh-bleg moment

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn been doet een beetje pijn.

Antwoord tonenMit ben gør lidt ondt.

Kan ik later een beetje rondlopen?

Antwoord tonenMå jeg gå lidt rundt senere?

Loop alleen als het goed voelt.

Antwoord tonenGå kun, hvis det føles godt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

lopen; gaan

Antwoord tonengået

been

Antwoord tonenbenet

stoel

Antwoord tonenstol

moment

Antwoord tonenøjeblik