Werken in een gedeeld kantoor | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared office, two adults talk about choosing an open desk, finding a quiet place, and leaving the desk clean..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met Werken in een gedeeld kantoor oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg arbejde på dette fælleskontor?

Mo yai aa-bai-de po de-de fel-le-skon-toor? Kan ik in dit gedeelde kantoor werken?
B

Vælg et ledigt skrivebord.

Vel et lee-digt skrie-we-boor. Kies een vrij bureau.
A

Jeg kan bruge skrivebordet ved døren.

Yai kan broe-e skrie-we-boor-de veh deur-en. Ik kan het bureau bij de deur gebruiken.
B

Lad skrivebordet være rent, når du er færdig.

Lè skrie-we-boor-de vee-re rent, no do e fair-di. Laat het bureau schoon achter als je klaar bent.
A

Jeg har brug for et roligt sted.

Yai ha broe fo et roo-ə-li steh. Ik heb een rustige plek nodig.
B

Prøv skrivebordet ved væggen.

Proeu skrie-we-boor-de veh vai-en. Probeer het bureau bij de muur.
A

Jeg vil rydde mine ting væk, før jeg går.

Yai vil reu-de mie-ne teng vek, feur yai goor. Ik zal mijn spullen opruimen voordat ik wegga.
B

Så er skrivebordet klar til den næste person.

So e skrie-we-boor-de klaar tel den nes-de pe-soon. Zo blijft het bureau klaar voor de volgende persoon.

Woord voor woord

Må betekent hier ‘mag’ en wordt gebruikt om toestemming te vragen in “Må jeg arbejde på dette fælleskontor?”. Een veelgebruikt patroon is “Må jeg ...?” wanneer je beleefd vraagt of iets toegestaan is.
jeg jeg betekent ‘ik’ en is hier de persoon die vraagt en later vertelt wat hij of zij kan doen. Het staat als onderwerp in “Må jeg arbejde ...?” en “Jeg kan bruge ...”. Gebruik “jeg” vóór het werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
arbejde arbejde betekent hier ‘werken’ in “Må jeg arbejde på dette fælleskontor?”. Na “Må” staat het werkwoord in deze vorm; het patroon “Må jeg arbejde ...?” gebruik je om toestemming te vragen om te werken.
på geeft hier de plaats aan waar iemand werkt: “arbejde på dette fælleskontor” betekent ‘werken in dit gedeelde kantoor’. Bij een werkplek kan “arbejde på + plaats” een natuurlijk patroon zijn.
dette dette betekent hier ‘dit’ in “dette fælleskontor” en wijst naar het kantoor dat op deze plek bedoeld wordt. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord; hetzelfde patroon gebruik je met een specifiek aangewezen ding.
fælleskontor fælleskontor betekent ‘gedeeld kantoor’ en noemt de werkplek in “dette fælleskontor”. Het woord past bij een gesprek over werken in een ruimte die door meerdere mensen wordt gebruikt.
Vælg Vælg betekent ‘kies’ en is hier een directe opdracht in “Vælg et ledigt skrivebord.” Je gebruikt “Vælg ...” wanneer je iemand vraagt één mogelijkheid uit meerdere opties te nemen.
et et betekent hier ‘een’ in “et ledigt skrivebord” en introduceert één nog niet specifiek gekozen bureau. Het patroon “et + zelfstandig naamwoord” gebruik je om een enkel ding niet-specifiek te noemen.
ledigt ledigt betekent hier ‘vrij’ of ‘beschikbaar’ en beschrijft een bureau dat gebruikt kan worden in “et ledigt skrivebord”. Het staat vóór “skrivebord” om aan te geven dat het bureau nog vrij is.
skrivebord skrivebord betekent ‘bureau’ in “et ledigt skrivebord”. In deze vorm noemt het een bureau dat nog gekozen moet worden; “et skrivebord” is een bruikbaar patroon om naar één bureau te verwijzen.
kan kan betekent hier ‘kan’ en drukt mogelijkheid uit in “Jeg kan bruge skrivebordet ved døren.” Het patroon “kan + werkwoord” gebruik je om te zeggen wat iemand kan of mag doen.
bruge bruge betekent ‘gebruiken’ in “Jeg kan bruge skrivebordet ved døren.” Na “kan” staat “bruge” in deze vorm; gebruik “kan bruge + voorwerp” om een mogelijke handeling te beschrijven.
skrivebordet skrivebordet betekent ‘het bureau’ en verwijst in “skrivebordet ved døren” naar een specifiek bureau. De vorm wordt gebruikt voor het bureau dat bij de deur staat en al als keuze besproken wordt.
ved ved betekent hier ‘bij’ of ‘vlak naast’ in “ved døren” en “ved væggen”. Het patroon “ved + plaats of voorwerp” gebruik je om de positie van iets aan te geven.
døren døren betekent ‘de deur’ in “skrivebordet ved døren”. Het verwijst naar een specifieke deur in het kantoor; samen met “ved” geeft het een herkenbare locatie aan.
Lad Lad opent hier een opdracht met de betekenis ‘laat’ in “Lad skrivebordet være rent”. Je gebruikt “Lad ...” om iemand te vragen iets in een bepaalde toestand te laten.
være være betekent hier ‘zijn’ of ‘blijven’ in de opdracht “Lad skrivebordet være rent”. In het patroon “Lad + voorwerp + være + beschrijving” geef je aan welke toestand moet blijven bestaan.
rent rent betekent ‘schoon’ en beschrijft de toestand van het bureau in “Lad skrivebordet være rent”. Het staat na “være” en zegt hoe het bureau moet worden achtergelaten.
når når betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ in “når du er færdig”. Het introduceert het moment waarop de hoofdhandeling moet gebeuren; gebruik “når + zin” om een tijdstip of voorwaarde aan te geven.
du du betekent ‘je’ en is hier de persoon die klaar is in “når du er færdig”. Het staat als onderwerp vóór “er”; je gebruikt “du” wanneer je één gesprekspartner rechtstreeks aanspreekt.
er er betekent hier ‘bent’ in “du er færdig” en verbindt “du” met de toestand “færdig”. Het patroon “du er + beschrijving” gebruik je om te zeggen hoe je gesprekspartner eraan toe is.
færdig færdig betekent hier ‘klaar’ of ‘af’ in “du er færdig”. De uitdrukking beschrijft dat de gesprekspartner met het werk klaar is; je gebruikt “er færdig” voor een afgeronde taak.
har har betekent letterlijk ‘heb’, maar staat hier in de vaste uitdrukking “Jeg har brug for et roligt sted”, die als geheel ‘ik heb een rustige plek nodig’ betekent. Het patroon “Jeg har brug for + zelfstandig naamwoord” gebruik je om een behoefte uit te drukken.
brug brug is hier onderdeel van “har brug for” en draagt binnen die uitdrukking bij aan de betekenis ‘nodig hebben’. Leer “har brug for” als geheel en plaats daarna wat je nodig hebt, zoals “har brug for et roligt sted”.
for for hoort hier bij de vaste uitdrukking “har brug for” en maakt samen met “har” en “brug” de betekenis ‘nodig hebben’. Na “for” volgt in deze zin het benodigde ding: “et roligt sted”.
roligt roligt betekent hier ‘rustig’ en beschrijft de plek in “et roligt sted”. Het staat vóór “sted” om aan te geven dat de spreker een plek zonder veel lawaai zoekt.
sted sted betekent ‘plek’ in “et roligt sted”. Het noemt de locatie die de spreker nodig heeft; het patroon “et ... sted” gebruik je om een bepaalde soort plek te beschrijven.
Prøv Prøv betekent ‘probeer’ in de opdracht “Prøv skrivebordet ved væggen.” Je gebruikt “Prøv ...” wanneer je iemand een mogelijkheid of oplossing wilt laten testen.
væggen væggen betekent ‘de muur’ in “ved væggen”. Het verwijst naar de specifieke muur waar het voorgestelde bureau bij staat; samen met “ved” geeft het de locatie aan.
vil vil betekent hier ‘zal’ of ‘is van plan te’ in “Jeg vil rydde mine ting væk, før jeg går.” Het patroon “Jeg vil + werkwoord” gebruik je om een voornemen of toekomstige handeling uit te drukken.
rydde rydde betekent hier ‘opruimen’ of ‘vrijmaken’ in “rydde mine ting væk”. Na “vil” staat “rydde” in deze vorm; samen met “mine ting væk” beschrijft het dat de spullen van het bureau worden verwijderd.
mine mine betekent hier ‘mijn’ in “mine ting” en geeft aan dat de spullen bij de spreker horen. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord; gebruik “mine + zelfstandig naamwoord” voor meerdere dingen die van jou zijn.
ting ting betekent hier ‘spullen’ of ‘dingen’ in “mine ting”. In deze kantoorcontext gaat het om de persoonlijke voorwerpen die op het bureau liggen; het patroon “mine ting” is bruikbaar wanneer je je eigen spullen bedoelt.
væk væk betekent ‘weg’ in “rydde mine ting væk” en geeft aan dat de spullen worden weggehaald. Samen met “rydde” vormt het de betekenis ‘spullen opruimen of wegleggen’.
før før betekent ‘voordat’ in “før jeg går”. Het introduceert de handeling die eerst moet gebeuren; gebruik “før + zin” om te zeggen dat iets vóór een andere gebeurtenis plaatsvindt.
går går betekent hier ‘ga’ of ‘vertrek’ in “før jeg går”. In deze kantoorcontext gaat het om weggaan; gebruik “jeg går” wanneer je zegt dat je vertrekt of ergens heen gaat.
Så betekent hier ‘zo’ of ‘dan’ en verbindt de opgeruimde situatie met het gevolg in “Så er skrivebordet klar til den næste person.” Aan het begin van een zin kan “Så” een gevolg of conclusie inleiden.
klar klar betekent hier ‘klaar’ of ‘gereed’ in “skrivebordet klar til den næste person”. Het beschrijft dat het bureau opnieuw gebruikt kan worden; het patroon “klar til + persoon of ding” geeft aan waarvoor iets gereed is.
til til betekent hier ‘voor’ in “klar til den næste person”. Het maakt duidelijk wie het bureau daarna kan gebruiken; gebruik “klar til + zelfstandig naamwoord” om de bestemde gebruiker of het doel te noemen.
den den betekent hier ‘de’ in “den næste person” en hoort bij de specifieke volgende persoon die het bureau zal gebruiken. Het staat vóór “næste person” binnen de volledige woordgroep.
næste næste betekent ‘volgende’ in “den næste person”. Het geeft aan dat deze persoon na de huidige gebruiker komt; gebruik “den næste + zelfstandig naamwoord” om de daaropvolgende persoon of zaak aan te duiden.
person person betekent ‘persoon’ in “den næste person”. Hier gaat het om degene die het bureau na de huidige gebruiker zal gebruiken; de woordgroep “den næste person” is bruikbaar wanneer je naar de volgende gebruiker verwijst.

Grammatica

rydde ... væk

Ryd ting væk.

Reu teng vek.

Ruim spullen op.

Bij ‘rydde ... væk’ staat het partikel ‘væk’ achter het lijdend voorwerp.

før + bijzin

Før næste person går, ryd ting væk.

Feur nes-de pe-soon goor, reu teng vek.

Ruim spullen op voordat de volgende persoon gaat.

Na ‘før’ volgt een bijzin; het werkwoord staat daar na het onderwerp.

Deens woordenschat

arbejde werkwoord
aa-bai-de werken
bruge werkwoord
broe-ə gebruiken
dette bepaler
dè-de dit
dør zelfstandig naamwoord
deur deur døren
Geslacht
common
fælleskontor zelfstandig naamwoord
fel-le-skon-toor gedeeld kantoor
Geslacht
neuter
lade werkwoord
lè-de laten Lad
ledig bijvoeglijk naamwoord
lee-di vrij of beschikbaar ledigt
Geslacht
neuter
voorzetsel
po op
ren bijvoeglijk naamwoord
reen schoon rent
Geslacht
neuter
skrivebord zelfstandig naamwoord
skrie-we-boor bureau skrivebordet
Geslacht
neuter
ved voorzetsel
veh bij
vælge werkwoord
vel-le kiezen Vælg

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik in dit gedeelde kantoor werken?

Antwoord tonenMå jeg arbejde på dette fælleskontor?

Kies een vrij bureau.

Antwoord tonenVælg et ledigt skrivebord.

Ik kan het bureau bij de deur gebruiken.

Antwoord tonenJeg kan bruge skrivebordet ved døren.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dit

Antwoord tonendette

kiezen

Antwoord tonenVælg

bureau

Antwoord tonenskrivebordet

werken

Antwoord tonenarbejde