De gedeelde wasruimte gebruiken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared laundry room, two adults talk about using an available machine and collecting clothes promptly..

NL → DA / Niveau: A1

Over deze les

Met De gedeelde wasruimte gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg bruge det fælles vaskerum?

Mo jai broe-uh de fè-les vas-guh-roem? Kan ik de gedeelde wasruimte gebruiken?
B

Det er åbent nu.

De æ oh-bun noo. Het is nu open.
A

Er denne maskine ledig?

Æ den-uh ma-gie-nuh leethie? Is deze machine vrij?
B

Denne er ledig.

Den-uh æ leethie. Deze is beschikbaar.
A

Hvor skal jeg stille min kurv?

Voa skal jai stel-uh men koeuw? Waar moet ik mijn mand zetten?
B

Stil den ved siden af væggen.

Stel den vee-th see-uhn æ veg-uhn. Zet hem naast de muur.
A

Jeg tager mit tøj ud, når vasken er færdig.

Jai teer med tu-j oe-th, noor vas-guhn æ fèa-thie. Ik haal mijn kleren eruit als de was klaar is.
B

Hent dem med det samme.

Hen dem mee-th de sa-muh. Haal ze alstublieft meteen op.

Woord voor woord

“Må” betekent hier “mag” en wordt gebruikt om toestemming te vragen. In “Må jeg bruge det fælles vaskerum?” vraag je of je de gedeelde wasruimte mag gebruiken. Een bruikbaar patroon is “Må jeg bruge + voorwerp?” wanneer je toestemming wilt vragen.
jeg “jeg” betekent “ik” en verwijst naar de persoon die spreekt. Het staat hier als onderwerp in “Må jeg bruge det fælles vaskerum?” en “Jeg tager mit tøj ud”. Gebruik “jeg” vóór het werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
bruge “bruge” betekent hier “gebruiken” en is de handeling waarvoor toestemming wordt gevraagd. Na “Må jeg” volgt “bruge” in “Må jeg bruge det fælles vaskerum?”. Gebruik het patroon “Må jeg bruge + voorwerp?” bijvoorbeeld wanneer je een gedeelde voorziening wilt gebruiken.
det “det” verwijst in “det fælles vaskerum” naar het wasrum en vormt samen met “fælles vaskerum” de volledige woordgroep. Aan het begin van “Det er åbent nu” verwijst “Det” naar de ruimte of plaats waarover al gesproken wordt. Gebruik “det” dus ook om naar iets neutraals of een eerder genoemde situatie te verwijzen.
fælles “fælles” betekent “gedeeld” of “gemeenschappelijk” en beschrijft hier een wasruimte die door meerdere mensen wordt gebruikt. In “det fælles vaskerum” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik “fælles” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer iets gezamenlijk gebruikt of gedeeld wordt.
vaskerum “vaskerum” betekent “wasruimte” of “waslokaal”. In “det fælles vaskerum” gaat het om de gedeelde ruimte met wasmachines. Gebruik “vaskerum” wanneer je naar zo’n ruimte in bijvoorbeeld een gebouw verwijst.
er “er” betekent hier “is” en beschrijft een toestand: de ruimte is open of de machine is beschikbaar. Het is de tegenwoordige vorm van “være” en staat in “Det er åbent nu” en “Denne er ledig”. Gebruik “er” vóór een beschrijving zoals “åbent” of “ledig”.
åbent “åbent” betekent hier “open”, namelijk dat de gedeelde wasruimte toegankelijk is. De vorm staat in “Det er åbent nu” bij “det”. Gebruik het patroon “Det er åbent” wanneer je zegt dat een plaats of voorziening open is.
nu “nu” betekent “nu” en geeft aan dat de ruimte op dit moment open is. In “Det er åbent nu” staat het achter de beschrijving. Gebruik “nu” om een toestand of handeling aan het huidige moment te koppelen.
denne “denne” betekent “deze” en wijst hier naar een bepaalde wasmachine. In “Er denne maskine ledig?” staat het vóór “maskine”; in “Denne er ledig” staat het zelfstandig en verwijst het naar de machine. Gebruik “denne” om iets specifieks dichtbij of in de actuele situatie aan te wijzen.
maskine “maskine” betekent “machine”, hier een wasmachine in de gedeelde wasruimte. In “denne maskine” wordt de machine aangewezen als onderwerp van de vraag. Gebruik “maskine” met een beschrijving wanneer je wilt vragen of een apparaat beschikbaar is.
ledig “ledig” betekent hier “vrij” of “beschikbaar”, dus niet in gebruik. In “Er denne maskine ledig?” vraag je of iemand de machine kan gebruiken; in “Denne er ledig” wordt dat bevestigd. Gebruik “er + ledig” om aan te geven dat een plaats, machine of andere voorziening beschikbaar is.
hvor “Hvor” betekent “waar” en vraagt hier naar de juiste plaats voor de mand. In “Hvor skal jeg stille min kurv?” staat het aan het begin van de vraag. Gebruik “Hvor” wanneer je naar een locatie vraagt, vaak gevolgd door een vraag met “skal” of een ander werkwoord.
skal “skal” geeft hier aan wat de spreker moet of hoort te doen: waar de mand neergezet moet worden. In “Hvor skal jeg stille min kurv?” staat het vóór het onderwerp en gevolgd door “stille”. Gebruik het patroon “Hvor skal jeg + werkwoord?” wanneer je naar een te volgen plaats of handeling vraagt.
stille “stille” betekent hier “neerzetten” en beschrijft het plaatsen van de mand. Na “skal jeg” staat het in “Hvor skal jeg stille min kurv?”. Gebruik “stille + voorwerp + plaats” wanneer je iets ergens neerzet.
min “min” betekent “mijn” en geeft aan dat de mand van de spreker is. In “min kurv” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik “min + zelfstandig naamwoord” om bezit of eigendom aan te geven.
kurv “kurv” betekent “mand”, hier de mand van de spreker. In “min kurv” is het het voorwerp dat neergezet moet worden. Gebruik “kurv” wanneer je naar een mand voor bijvoorbeeld kleding of was verwijst.
Stil “Stil” betekent hier “zet neer” en geeft een directe instructie aan de andere persoon. In “Stil den ved siden af væggen” wordt gezegd dat de mand naast de muur moet worden geplaatst. “Stil” is de gebiedende vorm die bij “stille” hoort; gebruik het patroon “Stil + voorwerp + plaats” voor zo’n instructie.
den “den” betekent hier “hem” of “het” en verwijst naar de eerder genoemde mand. In “Stil den ved siden af væggen” voorkomt het dat “kurv” opnieuw genoemd moet worden. Gebruik “den” na een werkwoord wanneer je naar een eerder genoemd enkelvoudig voorwerp verwijst.
ved siden af “ved siden af” betekent als geheel “naast” en geeft in “Stil den ved siden af væggen” de plaats aan. “ved” draagt het idee van “bij”, “siden” verwijst naar een “zijde” en “af” maakt deel uit van deze vaste verbinding; samen vormen ze de betekenis “naast”. Gebruik “ved siden af + plaats of voorwerp” om de positie naast iets aan te geven.
væggen “væggen” betekent “de muur”, namelijk de specifieke muur waar de mand naast moet staan. De vorm hoort bij “væg” en maakt de muur bepaald met de uitgang “-en”. Gebruik “ved siden af væggen” wanneer je iets naast de muur plaatst.
tager “tager” betekent hier “neemt” of “haalt” en beschrijft het uitnemen van de kleding. In “Jeg tager mit tøj ud” geeft “ud” samen met “tager” aan dat de kleding uit de machine wordt gehaald. “tager” is de tegenwoordige vorm van “tage”; gebruik “tager + voorwerp + ud” voor iets dat je naar buiten of uit een ruimte haalt.
mit “mit” betekent “mijn” en geeft aan dat de kleding van de spreker is. In “mit tøj” staat het vóór “tøj”. Gebruik “mit + zelfstandig naamwoord” om bezit aan te geven bij het woord dat hier met “mit” wordt gecombineerd.
tøj “tøj” betekent “kleding” of “kleren”, hier de kleding die uit de machine gehaald wordt. In “mit tøj” verwijst het naar de kleding van de spreker als geheel. Gebruik “tøj” wanneer je over kleding spreekt zonder afzonderlijke kledingstukken te benoemen.
ud “ud” betekent hier “eruit” en geeft aan dat de kleding uit de machine wordt gehaald. In “tager mit tøj ud” staat het na het voorwerp en maakt het de richting van de handeling duidelijk. Gebruik “werkwoord + voorwerp + ud” wanneer iets uit een ruimte of naar buiten wordt gehaald.
når “når” betekent hier “wanneer” of “als” en introduceert het moment waarop de was klaar is. In “når vasken er færdig” volgt na “når” een volledige bijzin. Gebruik “når + bijzin” om aan te geven wanneer een handeling plaatsvindt.
vasken “vasken” betekent hier “de was” en verwijst naar de specifieke was die in de machine draait. De vorm hoort bij “vask” en maakt die was bepaald met de uitgang “-en”. In “når vasken er færdig” wordt gezegd dat deze was klaar moet zijn voordat de kleding eruit wordt gehaald.
færdig “færdig” betekent hier “klaar” of “af”, namelijk dat de wascyclus voltooid is. In “vasken er færdig” beschrijft het de toestand van de was. Gebruik “er færdig” om te zeggen dat een taak, activiteit of proces voltooid is.
Hent “Hent” betekent hier “haal op” of “verzamel” en is een instructie om de kleding uit de machine te nemen. In “Hent dem med det samme” verwijst het werkwoord naar de eerder genoemde kleding. “Hent” hoort bij “hente”; gebruik “Hent + voorwerp” wanneer je iemand vraagt iets op te halen.
dem “dem” betekent “ze” of “hen” en verwijst hier naar “mit tøj”, de kleding. In “Hent dem med det samme” staat het als voorwerp na het werkwoord. Gebruik “dem” om naar meerdere eerder genoemde personen of dingen te verwijzen.
med det samme “med det samme” betekent als geheel “meteen” of “onmiddellijk” en maakt de instructie dringend. “med” betekent letterlijk “met”, terwijl “det” en “samme” samen met “med” deze vaste uitdrukking vormen; de volledige uitdrukking betekent hier niet letterlijk “met hetzelfde”. Gebruik “werkwoord + med det samme” wanneer iemand iets onmiddellijk moet doen.

Grammatica

Når + ledsætning, imperativ

Når vasken er færdig, hent dem med det samme.

Noor vas-guhn æ fèa-thie, hen dem mee-th de sa-muh.

Als de was klaar is, haal ze dan meteen op.

Når leidt een bijzin in. Daarna volgt een hoofdzin met de gebiedende wijs: hent dem.

Deens woordenschat

bruge werkwoord
broe-uh gebruiken
fælles bijvoeglijk naamwoord
fè-les gemeenschappelijk
hvor bijwoord
voa waar
kurv zelfstandig naamwoord
koeuw mand
ledig bijvoeglijk naamwoord
leethie vrij; beschikbaar
maskine zelfstandig naamwoord
ma-gie-nuh machine
nu bijwoord
noo nu
stille werkwoord
stel-uh neerzetten
vaskerum zelfstandig naamwoord
vas-guh-roem wasruimte
ved siden af voorzetsel
vee-th see-uhn æ naast
væggen zelfstandig naamwoord
veg-uhn de muur
åbent bijvoeglijk naamwoord
oh-bun open

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik de gedeelde wasruimte gebruiken?

Antwoord tonenMå jeg bruge det fælles vaskerum?

Het is nu open.

Antwoord tonenDet er åbent nu.

Is deze machine vrij?

Antwoord tonenEr denne maskine ledig?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vrij; beschikbaar

Antwoord tonenledig

machine

Antwoord tonenmaskine

waar

Antwoord tonenhvor

gebruiken

Antwoord tonenbruge