Een wekelijks schoonmaakschema | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home, two adults divide cleaning chores and put a weekly schedule where they can remember it..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een wekelijks schoonmaakschema oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Vi har brug for en bedre rengøringsplan for lejligheden.

Wie haa broe foa en bee-uh rèn-geu-rings-plèn foa lai-li-hee-en. We hebben een beter schoonmaakschema voor het appartement nodig.
B

Vi har ikke fordelt pligterne ligeligt.

Wie haa eg-uh fo-deeld plig-duh-nuh lee-uh-led. We hebben de huishoudelijke taken niet gelijk verdeeld.
A

Jeg kan tørre støv af hylderne lørdag morgen.

Yai ken teu-uh stuhw è hüld-uh-nuh leu-dè mo-a-un. Ik kan zaterdagochtend de planken afstoffen.
B

Så vasker jeg gulvet i køkkenet efter frokost.

Soow was-guh yai goel-vuh ie keu-guh-nuh ef-duh froo-kosd. Dan dweil ik de keuken na de lunch.
A

Skal vi gøre badeværelset rent hver søndag?

Sgèl wie geu-uh ba-dhe-veel-suh-dh rèn-d vè-a seun-dè? Zullen we elke zondag de badkamer schoonmaken?
B

Søndag giver mening, fordi badeværelset hurtigt bliver beskidt.

Seun-dè gie-uh mee-ning, fo-dhie ba-dhe-veel-suh-dh hoed-die blee-uh bes-gied. Zondag is logisch, omdat de badkamer snel vies wordt.
A

Jeg hænger planen på køleskabet.

Yai hè-nguh plè-nuh poow keu-luh-sgè-buh-dh. Ik hang het schema op de koelkast.
B

Det burde hjælpe os med at huske hver opgave.

Dee boe-a-dhe yèl-puh oos mee è hoe-sguh vè-a oo-gè-wuh. Dat zou ons moeten helpen om elke taak te onthouden.

Uitleg van de zinnen

  1. Vi har brug for en bedre rengøringsplan for lejligheden.

    We hebben een beter schoonmaakschema voor het appartement nodig.

    Vi har brug for
    nodig hebben
    bedre
    beter
    rengøringsplan
    schoonmaakschema
    lejligheden
    het appartement
    Uitgebreide uitleg

    Vi har brug for is een vaste Deense constructie voor “nodig hebben”. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); in het Deens blijft die vorm bij verschillende personen hetzelfde. Het patroon is [onderwerp] har brug for [iets]: “iemand heeft iets nodig”. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” bedre betekent hier “beter” en is de vergrotende trap van god (“goed”): god → bedre → bedst (“best”). In deze zin vergelijkt het woord het gewenste schoonmaakschema met een andere, niet nader genoemde mogelijkheid. bedre verandert in het Deens niet voor enkelvoud of meervoud en staat hier vóór het zelfstandig naamwoord. rengøringsplan is een samenstelling van rengøring (“schoonmaak”) en plan (“plan”): een schoonmaakplan of schoonmaakschema. Het zelfstandig naamwoord staat hier onbepaald na en: en rengøringsplan. Een bruikbaar meervoud is rengøringsplaner, en de bepaalde enkelvoudsvorm is rengøringsplanen (“het schoonmaakschema”). Voorbeeld: Vi laver en rengøringsplan. — “We maken een schoonmaakschema.” lejligheden betekent “het appartement”. De vorm is de bepaalde enkelvoudsvorm van lejlighed (“appartement”): en lejlighed → lejligheden. Het achtervoegsel -en markeert hier bepaaldheid; het betekent niet op zichzelf een extra hoeveelheid. Voorbeeld: Lejligheden er stor. — “Het appartement is groot.” Samen vormen de delen: Vi har brug for + en bedre rengøringsplan + for lejligheden. Dat betekent: “We hebben een beter schoonmaakschema voor het appartement nodig.” for lejligheden geeft aan waarvoor het schema bestemd is.

  2. Vi har ikke fordelt pligterne ligeligt.

    We hebben de huishoudelijke taken niet gelijk verdeeld.

    Vi
    wij
    har
    hebben
    ikke
    niet
    fordelt
    verdeeld
    pligterne
    de huishoudelijke taken
    ligeligt
    gelijkmatig
    Uitgebreide uitleg

    Vi betekent hier “wij” en verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon. Het is de subjectsvorm; als object gebruikt het Deens bijvoorbeeld os (“ons”). har is de tegenwoordige vorm van have (“hebben”) bij alle personen: jeg har, vi har, de har. Hier is het een hulpwerkwoord in de voltooide tijd. Het volgende deel, fordelt, benoemt de handeling die al heeft plaatsgevonden. ikke maakt de zin negatief: de verdeling heeft niet op de genoemde manier plaatsgevonden. In het Deens staat ikke in deze hoofdzin na het werkwoordelijke element har en vóór het voltooid deelwoord. fordelt is het voltooid deelwoord van fordele (“verdelen”). De keten is fordele – fordelte – fordelt: infinitief, verleden tijd en voltooid deelwoord. In combinatie met har vormt har fordelt de voltooide tijd. Voorbeeld: De har fordelt arbejdet. — “Ze hebben het werk verdeeld.” pligterne betekent hier “de huishoudelijke taken”. Het is de bepaalde meervoudsvorm van pligt (“taak”, “verplichting”): pligt → pligter → pligterne. De uitgang -ne markeert hier het bepaalde meervoud; het gaat dus om bepaalde taken, niet om een onbepaald aantal taken. Welke taken precies bedoeld zijn, wordt door de zin zelf niet afzonderlijk opgesomd. ligeligt is een bijwoord met de betekenis “gelijkmatig” of “gelijk”. Het beschrijft hoe fordelt is uitgevoerd: de taken zijn verdeeld op een evenwichtige manier. Het verwante bijvoeglijke naamwoord is ligelig (“gelijkmatig”); als bijwoord staat hier ligeligt. Samen vormen har ... fordelt de voltooide tijd, ikke maakt die ontkennend, en pligterne is wat verdeeld is. ligeligt geeft aan op welke manier dat gebeurde. De volledige betekenis is daarom: “Wij hebben de huishoudelijke taken niet gelijk verdeeld.”

  3. Jeg kan tørre støv af hylderne lørdag morgen.

    Ik kan zaterdagochtend de planken afstoffen.

    Jeg kan
    ik kan
    tørre … af
    afstoffen
    støv
    stof
    hylderne
    de planken
    lørdag morgen
    zaterdagochtend
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier “ik kan”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud (“ik”); kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) bij deze persoon. Na een modaal werkwoord zoals kan staat een werkwoord zonder at: Jeg kan læse = “Ik kan lezen”. Hier drukt kan uit dat de spreker dit kan doen. tørre ... af betekent hier “afstoffen”. tørre is de infinitief van tørre; na kan blijft die vorm onveranderd. af hoort bij deze uitdrukking en staat na het object: tørre støv af. Het Deense tørre kan in andere contexten ook “drogen” of “afnemen” betekenen; hier krijgt het samen met støv en af de betekenis “afstoffen”. Voorbeeld: Jeg kan tørre bordet af. — “Ik kan de tafel afnemen.” støv betekent “stof”. Het is hier het materiaal dat wordt verwijderd en is het object van de handeling. Voorbeeld: Der er støv på bordet. — “Er ligt stof op de tafel.” hylderne betekent in deze zin “de planken”. Het is de bepaalde meervoudsvorm van hylde (“plank” of “schap”): hylde → hylder → hylderne. De uitgang -ne markeert hier het bepaalde meervoud; de vorm zegt niet hoeveel planken het precies zijn. Voorbeeld: Jeg tørrer hylderne af. — “Ik stof de planken af.” lørdag morgen betekent “zaterdagochtend”: lørdag is “zaterdag” en morgen is “ochtend”. Deze tijdsbepaling staat hier aan het einde en geeft aan wanneer de handeling kan plaatsvinden. Voorbeeld: Vi mødes lørdag morgen. — “We spreken zaterdagochtend af.” Samen vormt de zin: Jeg kan + de infinitiefconstructie tørre støv af + het object hylderne + de tijdsbepaling lørdag morgen. De volledige betekenis is: “Ik kan zaterdagochtend de planken afstoffen.”

  4. Så vasker jeg gulvet i køkkenet efter frokost.

    Dan dweil ik de keuken na de lunch.

    Så
    dan
    vasker
    dweil
    jeg
    ik
    gulvet
    de vloer
    køkkenet
    de keuken
    efter
    na
    frokost
    lunch
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier dan en staat vooraan als tijds- of volgordeadverbium. In een gewone mededelende Deense hoofdzin staat de persoonsvorm daarna op de tweede plaats: Så vasker jeg .... Dit is de Deense V2-volgorde: een vooropgeplaatst zinsdeel wordt gevolgd door de persoonsvorm, en daarna komt hier het onderwerp. vasker is de tegenwoordige tijd van vaske, ‘wassen’. In deze zin geeft de vaste Nederlandse vertaling aan dat het om ‘dweilen’ gaat: de handeling wordt toegepast op gulvet, de vloer. De vorm vasker kan bij verschillende onderwerpen dezelfde tegenwoordige-tijdsvorm hebben; de persoon wordt hier door jeg aangegeven. Voorbeeld: Jeg vasker bilen. — ‘Ik was de auto.’ jeg betekent ‘ik’ en is het onderwerp van de zin. Het verwijst hier naar de spreker. In het Deens blijft dit voornaamwoord hetzelfde als onderwerp; het verandert niet voor grammaticaal geslacht. gulvet betekent hier ‘de vloer’. Het basiswoord is gulv; -et maakt er de bepaalde enkelvoudsvorm van: gulv — ‘een vloer’/‘vloer’ in onbepaalde vorm, gulvet — ‘de vloer’. Het achtervoegsel draagt hier de bepaaldheid; er staat dus niet daarnaast nog een afzonderlijk Deens bepaald lidwoord. køkkenet betekent ‘de keuken’. Het basiswoord is køkken, en ook hier markeert -et de bepaalde enkelvoudsvorm: køkken — ‘keuken’, køkkenet — ‘de keuken’. Het suffix hoort bij het zelfstandig naamwoord, niet bij een voorafgaand bijvoeglijk naamwoord. efter betekent ‘na’ en leidt hier een tijdsbepaling in. Het verbindt de handeling met een later moment: het dweilen vindt plaats na de lunch. Voorbeeld: Vi går efter frokost. — ‘We gaan na de lunch.’ frokost betekent ‘lunch’ of ‘middagmaaltijd’. In efter frokost staat het zelfstandig naamwoord zonder bepaald suffix, zoals gebruikelijk in deze tijdsaanduiding. De vorm is niet meervoudig gemarkeerd. Samen vormen de delen: Så (‘dan’) + vasker jeg (‘dweil ik’) + gulvet (‘de vloer’) + i køkkenet (‘in de keuken’) + efter frokost (‘na de lunch’). De volledige betekenis is daarom: ‘Dan dweil ik de keuken na de lunch.’ De Deense bron noemt de vloer als lijdend voorwerp en de keuken als plaatsbepaling: letterlijker is het ‘Dan dweil ik de vloer in de keuken na de lunch.’

  5. Skal vi gøre badeværelset rent hver søndag?

    Zullen we elke zondag de badkamer schoonmaken?

    Skal vi
    zullen we…?
    gøre
    doen; maken
    badeværelset
    de badkamer
    rent
    schoon
    hver
    elke
    søndag
    zondag
    Uitgebreide uitleg

    Skal vi bestaat uit skal en vi. skal is de tegenwoordige vorm van skulle en drukt hier geen verplichting uit: samen met vi vormt het een voorstel, ongeveer “zullen we …?”. In deze ja-neevraag staat de persoonsvorm skal vóór het onderwerp vi, zoals gebruikelijk in een Deense vraag zonder vraagwoord. Vergelijk als voorbeeld: Skal vi spise nu? — “Zullen we nu eten?” gøre is de infinitief van gøre, “doen/maken”. Na skal staat de infinitief: skal gøre. In deze zin krijgt gøre zijn concrete betekenis vooral in de vaste combinatie gøre rent, die “schoonmaken” betekent. Het is dus niet nodig om deze combinatie letterlijk als alleen “doen” plus “schoon” te vertalen. badeværelset betekent hier “de badkamer”. De basisvorm is badeværelse; badeværelset is daarvan de bepaalde enkelvoudsvorm. Het woord is onzijdig; dat zie je hier aan de vorm van de bepaalde uitgang, niet aan een apart lidwoord vóór het zelfstandig naamwoord. rent betekent hier “schoon” binnen gøre rent. De vorm hoort bij de basisvorm ren; rent is de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord. In deze vaste uitdrukking functioneert het samen met gøre als de gebruikelijke manier om “schoonmaken” uit te drukken. Voorbeeld: De gør huset rent. — “Ze maken het huis schoon.” hver betekent “elke” en staat hier vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het patroon hver + tijdsaanduiding geeft een terugkerend moment aan, bijvoorbeeld hver mandag — “elke maandag”. søndag betekent “zondag”. De vorm is hier enkelvoud na hver: hver søndag, “elke zondag”. De zin stelt dus een regelmatig tijdstip voor, niet één specifieke zondag. Samen vormen skal vi gøre badeværelset rent en hver søndag de vraag: “Zullen we de badkamer elke zondag schoonmaken?” De vraag gebruikt skal vi om een voorstel te doen, gøre rent voor “schoonmaken”, en hver søndag om de wekelijkse herhaling aan te geven.

  6. Søndag giver mening, fordi badeværelset hurtigt bliver beskidt.

    Zondag is logisch, omdat de badkamer snel vies wordt.

    Søndag
    zondag
    giver mening
    is logisch; heeft zin
    badeværelset
    de badkamer
    hurtigt
    snel
    bliver
    wordt
    beskidt
    vies
    Uitgebreide uitleg

    Søndag betekent hier ‘zondag’. Het is een zelfstandig naamwoord dat ook zonder voorzetsel als tijdsaanduiding kan staan: Søndag arbejder jeg hjemme. — ‘Zondag werk ik thuis.’ De context maakt duidelijk dat het om een terugkerend moment voor het schoonmaken gaat. giver mening is de vaste Deense constructie give mening, ongeveer ‘betekenis geven’, met de betekenis ‘logisch zijn’ of ‘zin hebben’. giver is de tegenwoordige tijd van give. In het Deens verandert deze werkwoordsvorm niet naar persoon of getal; giver kan dus ook bij andere onderwerpen in de tegenwoordige tijd staan. Bijvoorbeeld: Det giver mening. — ‘Dat is logisch.’ badeværelset betekent ‘de badkamer’. De basisvorm is badeværelse; -et markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm: ‘de badkamer’. Het woord is onzijdig, wat je ook ziet in het onbepaalde lidwoord: et badeværelse — ‘een badkamer’. In deze zin verwijst het, in aansluiting op de vorige zin, naar de badkamer die men wil schoonmaken. hurtigt betekent ‘snel’ en beschrijft hier hoe snel de toestand verandert. Het is de vorm die als bijwoord wordt gebruikt en ook samenhangt met hurtig (‘snel’ als bijvoeglijk naamwoord). Bijvoorbeeld: Bussen kører hurtigt. — ‘De bus rijdt snel.’ bliver is de tegenwoordige tijd van blive en betekent hier ‘wordt’ of ‘raakt’. Het geeft een overgang naar een nieuwe toestand aan. Blive kan ook in andere constructies voorkomen, maar hier verbindt het onderwerp met de toestand beskidt: Vejret bliver koldt. — ‘Het weer wordt koud.’ beskidt betekent ‘vies’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na blive de nieuwe toestand van het onderwerp beschrijft. Een nuttig contrast is ren — ‘schoon’: Badeværelset bliver rent. — ‘De badkamer wordt schoon.’ De delen worden verbonden door fordi, ‘omdat’. Eerst noemt de spreker het moment en beoordeelt dat als logisch: Søndag giver mening. Daarna geeft de bijzin met fordi de reden: de badkamer wordt snel vies. Samen betekent de zin: ‘Zondag is logisch, omdat de badkamer snel vies wordt.’

  7. Jeg hænger planen på køleskabet.

    Ik hang het schema op de koelkast.

    Jeg
    ik
    hænger
    hangt
    planen
    het schema
    på
    op
    køleskabet
    de koelkast
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud. Het Deense onderwerppronomen verandert niet naar geslacht; het verwijst hier naar de spreker. Vergelijk du (“jij”) als onderwerp van een zin over de aangesprokene. hænger geeft hier de handeling weer waarbij de spreker het plan ophangt of aan de koelkast bevestigt. De basisvorm is hænge; hænger is de tegenwoordige tijd en kan bij verschillende onderwerpen dezelfde vorm houden: jeg hænger, du hænger, de hænger. Dat de handeling door de spreker wordt uitgevoerd, komt dus uit Jeg, niet uit een aparte persoonsuitgang in hænger. In combinatie met de rest van de zin krijgt deze vorm de betekenis “hangt op” of “hangt”. planen betekent hier “het schema”. De basisvorm is plan, en -en markeert de bepaalde vorm: “het plan/schema”. Een onbepaalde vorm is en plan (“een plan”). De bepaalde vorm zegt niet op zichzelf hoeveel plannen er zijn; hij presenteert dit plan als een geïdentificeerd geheel. på betekent hier “op” en geeft de plaats of het oppervlak aan waarop het plan terechtkomt. Met køleskabet vormt het de plaatsbepaling “op de koelkast”. De juiste voorzetselkeuze hangt in het Deens af van de bedoelde ruimtelijke relatie; på is hier niet het Nederlandse tijdsvoorzetsel “op” in bijvoorbeeld “op maandag”. køleskabet betekent “de koelkast”. De basisvorm is køleskab; de uitgang -et markeert de bepaalde vorm van dit onzijdige zelfstandige naamwoord. De vorm is dus bepaald enkelvoud, niet meervoud. Een onbepaalde vorm is et køleskab (“een koelkast”). Samen vormen de delen: Jeg (“ik”) + hænger (“hang”) + planen (“het schema”) + på (“op”) + køleskabet (“de koelkast”). De hele zin betekent daarom: “Ik hang het schema op de koelkast.” De tegenwoordige tijd beschrijft de handeling als iets dat de spreker nu uitvoert of als een algemene, direct gepresenteerde handeling.

  8. Det burde hjælpe os med at huske hver opgave.

    Dat zou ons moeten helpen om elke taak te onthouden.

    Det burde
    dat zou moeten
    hjælpe
    helpen
    os
    ons
    med at
    om te
    huske
    onthouden
    hver
    elke
    opgave
    taak
    Uitgebreide uitleg

    Det burde: det is een onzijdig, vaak neutraal voornaamwoord dat hier een hele situatie of handeling als onderwerp neemt; de tekst legt niet vast waarnaar het precies verwijst. Burde is de vorm van bør in de verleden tijd en drukt hier een verwachting of passende mogelijkheid uit: “zou moeten”. Het is dus niet simpelweg een verleden tijd van een gewone actie. Bijvoorbeeld: Det burde være nok. — “Dat zou genoeg moeten zijn.” hjælpe: dit is de infinitief van hjælpe (“helpen”). Na een modaal werkwoord zoals burde staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder extra infinitiefmarkeerder. Een veelgebruikt patroon is hjælpe nogen med at + infinitief: iemand helpen om iets te doen. os: dit is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor “wij”: vi = “wij” als onderwerp, os = “ons” als object. Hier is “ons” degene die geholpen wordt. Bijvoorbeeld: Hun hjælper os. — “Zij helpt ons.” med at: samen met hjælpe vormt dit het patroon hjælpe nogen med at gøre noget, letterlijk iemand helpen met iets doen. Med betekent hier niet alleen “met” in de ruimtelijke betekenis; het verbindt de hulp met de daaropvolgende handeling. At markeert hier de infinitief van het volgende werkwoord. huske: dit is de infinitief van huske, “onthouden” of “herinneren”. In deze zin gaat het om iets in het geheugen houden. Het staat na at in het patroon med at huske. Bijvoorbeeld: Jeg prøver at huske navnet. — “Ik probeer de naam te onthouden.” hver: dit betekent “elke” en staat bij een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord wanneer de leden afzonderlijk worden opgevat. Het verwijst hier niet naar een expliciet aantal, maar naar iedere taak afzonderlijk. Een nuttig contrast is alle opgaver — “alle taken”, met meervoud. opgave: dit zelfstandig naamwoord betekent hier “taak” of “opdracht”. De vorm is enkelvoud; het bepaalde enkelvoud is opgaven en het meervoud is opgaver. Na hver blijft het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: hver opgave — “elke taak”. Samen vormen de delen: Det burde (“dat zou moeten”) + hjælpe os (“ons helpen”) + med at huske hver opgave (“om elke taak te onthouden”). De volledige betekenis is: “Dat zou ons moeten helpen om elke taak te onthouden.”

Grammatica

Zelfstandig naamwoord + -en/-et/-ne

badeværelset

ba-dhe-veel-suh-dh

de badkamer

In het Deens wordt het bepaalde lidwoord vaak als uitgang aan het zelfstandig naamwoord vastgemaakt: badeværelse + et.

gøre + object + adjective

gøre badeværelset rent

geu-uh ba-dhe-veel-suh-dh rèn-d

de badkamer schoonmaken

Na gøre komt eerst het object en daarna het bijvoeglijk naamwoord rent; dit verschilt van het Nederlandse scheidbare werkwoord schoonmaken.

Deens woordenschat

bedre bijvoeglijk naamwoord
bee-uh beter

en bedre rengøringsplan

fordele werkwoord
fo-dee-luh verdelen fordelt

Vi har ikke fordelt pligterne ligeligt.

have brug for uitdrukking
wie haa broe foa nodig hebben har brug for

Vi har brug for en bedre rengøringsplan.

hylde zelfstandig naamwoord
hüld plank hylderne
Geslacht
common

tørre støv af hylderne

lejlighed zelfstandig naamwoord
lai-li-hee appartement lejligheden
Geslacht
common

for lejligheden

ligeligt bijwoord
lee-uh-led gelijkmatig

fordelt pligterne ligeligt

lørdag zelfstandig naamwoord
leu-dè zaterdag
Geslacht
common

lørdag morgen

morgen zelfstandig naamwoord
mo-a-un ochtend
Geslacht
common

lørdag morgen

pligt zelfstandig naamwoord
plig-d taak pligterne
Geslacht
common

Vi har ikke fordelt pligterne ligeligt.

rengøringsplan zelfstandig naamwoord
rèn-geu-rings-plèn schoonmaakschema
Geslacht
common

Vi har brug for en bedre rengøringsplan.

tørre støv af uitdrukking
teu-uh stuhw è afstoffen

Jeg kan tørre støv af hylderne.

vaske gulvet uitdrukking
was-guh goel-vuh de vloer dweilen vasker gulvet

Så vasker jeg gulvet i køkkenet.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

We hebben de huishoudelijke taken niet gelijk verdeeld.

Antwoord tonenVi har ikke fordelt pligterne ligeligt.

Ik hang het schema op de koelkast.

Antwoord tonenJeg hænger planen på køleskabet.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

taak

Antwoord tonenpligterne

verdelen

Antwoord tonenfordelt

plank

Antwoord tonenhylderne

gelijkmatig

Antwoord tonenligeligt