Samen soep koken met een recept | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home, two adults cook soup together, follow a simple recipe, and taste it before adding more seasoning..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Samen soep koken met een recept oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Denne opskrift ser enkel nok ud til aftensmad.

denuh op-sgreft see-ah engul nog oe tel afdun-smeeth Dit recept ziet er eenvoudig genoeg uit voor het avondeten.
B

Jeg kan hakke grøntsagerne, mens du koger vand.

jaj kan haguh grun-see-ah-nuh, mens doe kooh-ah van Ik kan de groenten snijden terwijl jij water kookt.
A

Hvor længe skal suppen koge?

vo-ah leenguh sgel sobun koo-uh? Hoe lang moet de soep koken?
B

Lad suppen koge, indtil grøntsagerne er bløde.

le sobun koo-uh, entel grun-see-ah-nuh a bleuh-thuh. Laat de soep koken tot de groenten zacht zijn.
A

Skal vi smage på den, før vi tilsætter mere salt?

sgel vee smee-uh po den, feu-ah vee tel-sèd-uh mee-ah sald? Zullen we de soep proeven voordat we meer zout toevoegen?
B

Smag på den først.

smee po den feu-ahst. Proef de soep eerst.
B

Så kan vi krydre den forsigtigt.

soh kan vee krüü-thruh den fo-ah-sig-ti. Dan kunnen we de soep voorzichtig op smaak brengen.
A

Suppen smager bedre nu.

sobun smee-ah bee-thruh noe. De soep smaakt nu beter.
B

Næste gang kan vi tilsætte flere krydderurter.

negs-duh gang kan vee tel-sèd-uh flee-ah krü-duh-oe-ah-duh. De volgende keer kunnen we meer kruiden toevoegen.

Uitleg van de zinnen

  1. Denne opskrift ser enkel nok ud til aftensmad.

    Dit recept ziet er eenvoudig genoeg uit voor het avondeten.

    Denne
    dit/deze
    opskrift
    recept
    ser … ud
    lijkt
    enkel
    eenvoudig
    nok
    genoeg
    aftensmad
    avondeten
    Uitgebreide uitleg

    Denne staat vóór opskrift en betekent hier “dit/deze”. Het is de vorm voor één zelfstandig naamwoord van de gemeenschappelijke soort; vergelijk dette bij een et-woord in het onzijdige geslacht en disse in het meervoud. De vorm kiest dus niet alleen enkelvoud, maar ook het grammaticale geslacht van het volgende woord. opskrift betekent hier “recept”. De onbepaalde vorm is en opskrift; de bepaalde vorm is opskriften (“het recept”). In het vaste zinnetje maakt denne opskrift één specifiek recept tot onderwerp. ser ... ud is de Deense constructie voor “eruitzien” of, met een beoordeling, “lijken”. Het werkwoord is se, waarvan ser de tegenwoordige tijd is; ud hoort bij deze constructie en staat hier na het bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Maden ser god ud. — “Het eten ziet er lekker uit.” enkel betekent hier “eenvoudig”. Het beschrijft opskrift, dus het recept lijkt niet ingewikkeld. De vorm is de gemeenschappelijk-geslacht-enkelvoudsvorm. Het bijvoeglijk naamwoord verandert wel in andere relevante vormen: enkelt bij een onzijdig enkelvoud en enkle in het meervoud of bij bepaalde vormen. Een nuttige tegenstelling is kompliceret — “ingewikkeld”. nok betekent hier “genoeg” en begrenst de beoordeling: het recept ziet er eenvoudig genoeg uit. In de combinatie adjektiv + nok staat het na het bijvoeglijk naamwoord: stor nok betekent “groot genoeg”. aftensmad betekent “avondeten”. In til aftensmad geeft til het doel of de gelegenheid aan: “voor het avondeten”. Aftensmad kan als maaltijdnaam zelfstandig worden gebruikt; hier verwijst het naar de avondmaaltijd. Samen vormen de delen: Denne opskrift (“dit recept”) + ser enkel nok ud (“ziet er eenvoudig genoeg uit”) + til aftensmad (“voor het avondeten”). De volledige betekenis is daarom: “Dit recept ziet er eenvoudig genoeg uit voor het avondeten.”

  2. Jeg kan hakke grøntsagerne, mens du koger vand.

    Ik kan de groenten snijden terwijl jij water kookt.

    Jeg kan
    ik kan
    hakke
    hakken, snijden
    grøntsagerne
    de groenten
    mens
    terwijl
    du
    jij
    koger
    kookt
    vand
    water
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier “ik kan”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud “ik”; kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en blijft bij verschillende personen hetzelfde: jeg kan, du kan, de kan. Na kan staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at. hakke betekent hier groenten klein snijden of hakken. Het is de infinitief van hakke; na een modaal werkwoord zoals kan gebruik je deze vorm: Jeg kan hakke ... (“Ik kan ... hakken/snijden”). Voorbeeld: Jeg kan hakke løget. — “Ik kan de ui hakken.” grøntsagerne betekent “de groenten”. Het basiswoord is grøntsag (“groente”); grøntsager is het meervoud en -ne maakt dit meervoud bepaald: “de groenten”. Vergelijk: grøntsager = “groenten” en grøntsagerne = “de groenten”. mens verbindt twee gelijktijdige handelingen en betekent “terwijl”. Het volgende deel beschrijft wat op hetzelfde moment gebeurt. Voorbeeld: Hun læser, mens han laver mad. — “Zij leest terwijl hij kookt.” du is het persoonlijke voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud: “jij”. Het is hier het onderwerp van de bijzin na mens; du is niet de vorm voor “jullie”. koger betekent hier “kookt”. Het is de tegenwoordige vorm van koge (“koken”) en staat hier bij het onderwerp du: du koger. De aangesproken persoon kookt dus het water. In Hvor længe skal suppen koge? staat koge als infinitief na skal en betekent het “koken” met suppen als onderwerp. vand betekent “water”. Het is een ontelbaar zelfstandig naamwoord en heeft hier geen meervoud nodig. Voorbeeld: Jeg drikker vand. — “Ik drink water.” De zin wordt opgebouwd als Jeg kan + infinitief hakke + het bepaalde meervoud grøntsagerne, gevolgd door mens + de bijzin du koger vand. De volledige betekenis is: “Ik kan de groenten snijden terwijl jij water kookt.” De twee handelingen vinden volgens de zin gelijktijdig plaats; jeg is de uitvoerder van het snijden en du van het koken van water.

  3. Hvor længe skal suppen koge?

    Hoe lang moet de soep koken?

    Hvor længe
    hoe lang
    skal
    moet
    suppen
    de soep
    koge
    koken
    Uitgebreide uitleg

    Hvor længe vraagt naar de duur: “hoe lang” of “gedurende welke tijd”. Het is een vaste vraagcombinatie voor tijdsduur, niet voor de lengte van een voorwerp. Vergelijk Hvor længe bliver du? — “Hoe lang blijf je?” skal is hier de tegenwoordige vorm van skulle en drukt, samen met een infinitief, een noodzakelijkheid of vereiste handeling uit: “moet”. De vorm verandert hier niet omdat het onderwerp enkelvoud of meervoud is: jeg skal, du skal en de skal. Na skal staat de infinitief zonder at, zoals in Du skal vente. — “Je moet wachten.” suppen is de bepaalde enkelvoudsvorm van suppe, “soep”: en suppe = “een soep”, suppen = “de soep”. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid bij dit gemeenschappelijke geslacht; hij markeert niet op zichzelf een getal. In de gegeven vertaling gaat het om de soep die als concrete bereiding wordt bedoeld. koge is de infinitief van het werkwoord koge, “koken”. Na het modale werkwoord skal blijft het werkwoord in deze infinitiefvorm staan. Het kan zowel gaan om iets aan de kook brengen als om iets laten koken; in deze zin bepaalt de soep als onderwerp de betekenis: de soep moet koken. Vergelijk Lad suppen koge. — “Laat de soep koken.” Samen vormen de delen de vraag Hvor længe + skal + suppen + koge: “Hoe lang moet de soep koken?” Hvor længe vraagt naar de tijdsduur, skal geeft de vereiste handeling aan, en koge benoemt die handeling.

  4. Lad suppen koge, indtil grøntsagerne er bløde.

    Laat de soep koken tot de groenten zacht zijn.

    Lad
    laat
    suppen
    de soep
    koge
    koken
    indtil
    totdat
    grøntsagerne
    de groenten
    bløde
    zacht
    Uitgebreide uitleg

    Lad is de gebiedende wijs van lade. In deze zin vormt het met een infinitief een herbruikbaar patroon: Lad + onderwerp + infinitief = “laat ... [iets doen]” of “laat ... worden”. Het gaat hier om de opdracht om de soep te laten koken; Lad betekent op zichzelf niet “kook”. suppen is de bepaalde enkelvoudsvorm van suppe, “soep”: en suppe → suppen. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, vergelijkbaar met “de soep”. koge is de infinitief, “koken”. Na lad blijft het werkwoord in de infinitief: Lad suppen koge = “Laat de soep koken”. In een gewone mededeling kan dezelfde infinitief bijvoorbeeld voorkomen in suppen skal koge (“de soep moet koken”). indtil is een voegwoord dat een grens in de tijd introduceert: “totdat”. Het verbindt hier de hoofdzin met de voorwaarde die aangeeft wanneer het koken mag eindigen. grøntsagerne is de bepaalde meervoudsvorm van grøntsag, “groente”: grøntsager is meervoud en grøntsagerne is “de groenten”. De vorm verwijst hier naar de groenten als geheel binnen de kookinstructie. bløde betekent hier “zacht”. Het bijvoeglijk naamwoord heeft de basisvorm blød; bløde wordt onder meer gebruikt bij een meervoudig onderwerp, zoals grøntsagerne. Het staat na er, de vorm van være (“zijn”): grøntsagerne er bløde = “de groenten zijn zacht”. Samen geeft Lad suppen koge de instructie “laat de soep koken”. De bijzin indtil grøntsagerne er bløde bepaalt de grens: dit moet doorgaan totdat de groenten zacht zijn. De volledige betekenis is daarom: “Laat de soep koken totdat de groenten zacht zijn.”

  5. Skal vi smage på den, før vi tilsætter mere salt?

    Zullen we de soep proeven voordat we meer zout toevoegen?

    Skal vi
    zullen we
    smage på
    proeven
    den
    de soep
    før
    voordat
    tilsætter
    toevoegen
    mere
    meer
    salt
    zout
    Uitgebreide uitleg

    Skal vi vormt een vraag met een voorstel: “zullen we …?” skal is de tegenwoordige vorm van skulle en staat hier voor een voorstel of geplande handeling, niet voor een verplichting. In een vraag staat het werkwoord vóór vi. Voorbeeld: Skal vi vente? — “Zullen we wachten?” smage på betekent hier “proeven van”. Het werkwoord is smage; på hoort bij deze constructie wanneer je iets proeft. Voorbeeld: Jeg vil smage på suppen. — “Ik wil van de soep proeven.” den is een enkelvoudig voornaamwoord voor een zaak met het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. In deze zin verwijst het, volgens de vaste vertaling en de context, naar de soep. Het voornaamwoord neemt de plaats van het zelfstandig naamwoord in; het betekent hier dus niet letterlijk “die” als aanwijzing, maar “de soep” in deze context. før leidt een bijzin in en betekent “voordat”. In før vi tilsætter ... staat het onderwerp vi vóór het werkwoord, zoals gebruikelijk in een Deense bijzin. Voorbeeld: Vask hænderne, før du spiser. — “Was je handen voordat je eet.” tilsætter is de tegenwoordige vorm van tilsætte, “toevoegen”. De vorm is hier passend bij vi; in de tegenwoordige tijd heeft het werkwoord bij vi dezelfde vorm als bij andere personen: jeg tilsætter, vi tilsætter. Voorbeeld: Vi tilsætter vand. — “We voegen water toe.” mere betekent “meer” en geeft hier een grotere hoeveelheid zout aan dan er al aanwezig is of eerder is toegevoegd. Het is de vergrotende vorm die bij hoeveelheden wordt gebruikt; het kan bijvoorbeeld tegenover mindre (“minder”) staan. Voorbeeld: Tilsæt mere vand. — “Voeg meer water toe.” salt is het zelfstandig naamwoord “zout”. Het kan in het Deens zonder meervoudsuitgang een stof of onbepaalde hoeveelheid aanduiden. In mere salt bepaalt mere de hoeveelheid van die stof. Voorbeeld: Der er for meget salt. — “Er is te veel zout.” Samen betekent Skal vi smage på den, før vi tilsætter mere salt?: “Zullen we de soep proeven voordat we meer zout toevoegen?” De eerste vraag stelt het proeven voor; den verwijst naar de soep. Daarna geeft før de volgorde aan: eerst proeven, en pas daarna eventueel meer zout toevoegen. Het is een natuurlijke, praktische vraag in een kooksituatie.

  6. Smag på den først.

    Proef de soep eerst.

    Smag på
    proef
    den
    de soep
    først
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Smag på is hier een aansporing: “proef”. Het werkwoord is smage (“proeven”); smag is de gebiedende wijs. Deze vorm markeert in het Deens geen persoon of getal: dezelfde imperatief kan bijvoorbeeld tot één persoon of tot meerdere personen gericht zijn. De combinatie smage på wordt gebruikt voor iets proeven of ergens van proeven. Voorbeeld: Smag på suppen. — “Proef de soep.” den is hier het enkelvoudige objectvoornaamwoord met de betekenis “die/het”, en verwijst volgens de vaste vertaling en de context naar de soep. De vorm den hoort bij een enkelvoudig woord van het Deense gemeenschappelijke geslacht; de concrete referentie komt hier uit de context, niet alleen uit de vorm van het voornaamwoord. In een andere zin kan den naar een ander passend enkelvoudig antecedent verwijzen. først betekent “eerst”. Het geeft aan dat het proeven vóór de volgende handeling gebeurt. Voorbeeld: Læs først. — “Lees eerst.” Samen betekent Smag på den først.: “Proef eerst de soep.” De aangesprokene moet de soep proeven; volgens de aansluitende context gebeurt dat vóór het voorzichtig op smaak brengen.

  7. Så kan vi krydre den forsigtigt.

    Dan kunnen we de soep voorzichtig op smaak brengen.

    Så kan vi
    Dan kunnen we
    krydre
    op smaak brengen
    den
    de soep
    forsigtigt
    voorzichtig
    Uitgebreide uitleg

    Så kan vi betekent hier: “dan kunnen we”. Så is hier een verbindend bijwoord dat een volgende stap of gevolg aanduidt; kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en drukt mogelijkheid of gelegenheid uit. Na kan staat het werkwoord in de infinitief: kan vi krydre = “kunnen we op smaak brengen”. Omdat Så vooraan staat, volgt het Deens de V2-regel: het vervoegde werkwoord kan staat op de tweede plaats en het onderwerp vi volgt daarop. Dit is een mededelende zin, geen vraag. Voorbeeld: Så kan jeg hjælpe. — “Dan kan ik helpen.” krydre is de infinitief van het werkwoord krydre en betekent hier “op smaak brengen” of “kruiden”. Het is het zelfstandige werkwoord na het hulpwerkwoord kan; het krijgt daarom geen persoonsuitgang. Voorbeeld: Vi krydrer suppen. — “We brengen de soep op smaak.” den is hier een Deens persoonlijk voornaamwoord in het enkelvoud, in de vorm die past bij een zelfstandig naamwoord van het type suppen. Volgens de vaste vertaling en de voorafgaande context verwijst het in deze zin naar de soep: “de soep”. Het voornaamwoord herhaalt het zelfstandig naamwoord niet. Den kan ook naar een ander enkelvoudig referent van hetzelfde grammaticale type verwijzen; het is hier niet de meervoudsvorm. De vorm en het grammaticale type leggen dus de keuze van den vast, terwijl de context bepaalt waarnaar het verwijst. forsigtigt is een bijwoord en betekent “voorzichtig”. Het beschrijft hoe het op smaak brengen gebeurt. Het is verwant aan het bijvoeglijke naamwoord forsigtig (“voorzichtig”), maar de vorm forsigtigt staat hier bij het werkwoord en niet rechtstreeks bij een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Hun åbner døren forsigtigt. — “Zij opent de deur voorzichtig.” Samen vormen de delen Så kan vi + krydre den + forsigtigt de betekenis: “Dan kunnen we de soep voorzichtig op smaak brengen.” De handeling is krydre, het object is den (“de soep”), en forsigtigt geeft de wijze van handelen aan.

  8. Suppen smager bedre nu.

    De soep smaakt nu beter.

    Suppen
    de soep
    smager
    smaakt
    bedre
    beter
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Suppen betekent hier “de soep”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van suppe (“soep”): en suppe → suppen. De uitgang -en markeert bij dit zelfstandig naamwoord bepaaldheid; hij drukt niet op zichzelf een getal uit. smager betekent hier “smaakt”. De basisvorm is smage (“smaken”); smager is de tegenwoordige tijd. In deze zin is Suppen het onderwerp van smager, dus de soep is datgene waarvan de smaak wordt beschreven. Voorbeeld: Maden smager godt. — “Het eten smaakt goed.” bedre betekent “beter”. Dit is de vergrotende trap van god (“goed”): god → bedre → bedst (“best”). Het woord vergelijkt de smaak met een eerdere of andere toestand; de zin zegt dus dat de soep nu beter smaakt, zonder te specificeren waarmee zij wordt vergeleken. nu betekent “nu” en plaatst de beschreven smaak in het huidige moment. Samen met bedre vormt het de betekenis “nu beter”: de verbetering geldt op dit moment. De onderdelen worden zo samengevoegd: Suppen (“de soep”) is het onderwerp, smager (“smaakt”) is de tegenwoordige-tijdsvorm van “smaken”, bedre (“beter”) beschrijft de verbeterde smaak en nu (“nu”) geeft het tijdstip aan. De volledige betekenis is: “De soep smaakt nu beter.”

  9. Næste gang kan vi tilsætte flere krydderurter.

    De volgende keer kunnen we meer kruiden toevoegen.

    Næste gang
    volgende keer
    kan vi
    kunnen we
    tilsætte
    toevoegen
    flere
    meer
    krydderurter
    kruiden
    Uitgebreide uitleg

    Næste gang betekent hier “de volgende keer”. Næste staat vóór het zelfstandig naamwoord en geeft aan dat het om de eerstvolgende gelegenheid gaat; het is de vorm die in deze vaste uitdrukking wordt gebruikt. Voorbeeld: Næste dag regnede det. — “De volgende dag regende het.” kan vi bestaat uit het werkwoord kan en het onderwerp vi. Kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en drukt hier mogelijkheid of haalbaarheid uit. Na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at: kan vi tilsætte = “kunnen we toevoegen”. Vi betekent “we/wij” en is de vorm voor de spreker samen met minstens één andere persoon. tilsætte betekent “toevoegen”, hier in de infinitief. Het werkwoord bestaat in deze betekenis niet uit een vorm die aan het meervoud van het object wordt aangepast; de vorm blijft na kan gelijk. Voorbeeld: Vi kan tilsætte salt. — “We kunnen zout toevoegen.” flere betekent “meer” bij een telbare meervoudige hoeveelheid. Het staat vóór krydderurter en geeft aan dat het om een grotere hoeveelheid kruiden gaat dan eerder of dan de relevante hoeveelheid. De vorm contrasteert bijvoorbeeld met flere “meer” tegenover færre “minder” bij telbare zaken. Voorbeeld: Vi køber flere æbler. — “We kopen meer appels.” krydderurter betekent “kruiden”, in de betekenis van kruidenplanten of verse aromatische planten. Het is het meervoud van krydderurt; de meervoudsvorm eindigt hier op -er. In flere krydderurter bepaalt krydderurter wat er in grotere hoeveelheid wordt toegevoegd, terwijl flere de hoeveelheid aanduidt. Voorbeeld: Jeg planter krydderurter. — “Ik plant kruiden.” Samen vormt de zin: Næste gang (“de volgende keer”) + kan vi (“kunnen we”) + tilsætte (“toevoegen”) + flere krydderurter (“meer kruiden”). De volledige betekenis is dus: “De volgende keer kunnen we meer kruiden toevoegen.”

Grammatica

den + bijvoeglijk naamwoord op -e + zelfstandig naamwoord

den bløde suppe

den bleuh-thuh sobuh

de zachte soep

Na den krijgt het bijvoeglijk naamwoord meestal -e. Het zelfstandig naamwoord blijft hier onbepaald: den bløde suppe.

Deens woordenschat

aftensmad zelfstandig naamwoord
afdun-smeeth avondeten
blød bijvoeglijk naamwoord
bleuh-th zacht bløde
enkel bijvoeglijk naamwoord
engul eenvoudig
før voegwoord
feu-ah voordat
grøntsag zelfstandig naamwoord
grun-see groente grøntsagerne
Geslacht
common
hakke werkwoord
haguh hakken
hvor længe uitdrukking
vo-ah leenguh hoe lang
koge werkwoord
koo-uh koken koger
opskrift zelfstandig naamwoord
op-sgreft recept
Geslacht
common
smage werkwoord
smee-uh proeven
suppe zelfstandig naamwoord
sobuh soep suppen
Geslacht
common
vand zelfstandig naamwoord
van water

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hoe lang moet de soep koken?

Antwoord tonenHvor længe skal suppen koge?

Proef de soep eerst.

Antwoord tonenSmag på den først.

Dan kunnen we de soep voorzichtig op smaak brengen.

Antwoord tonenSå kan vi krydre den forsigtigt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

eenvoudig

Antwoord tonenenkel

avondeten

Antwoord tonenaftensmad

recept

Antwoord tonenopskrift

groente

Antwoord tonengrøntsagerne