Restjes bewaren voor morgen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home after dinner, two adults put leftovers in a container, label them, and keep them for lunch tomorrow..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Restjes bewaren voor morgen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Der er mange rester fra aftensmaden.

Deea èa mèŋe rèsta frau awfns-mèèdhən. Er zijn veel restjes van het avondeten.
B

Lad os lægge dem i en ren beholder.

Laadh os lègge dem ie en rèèn be-hoolda. Laten we ze in een schone bak doen.
A

Må jeg varme dem op til frokost i morgen?

Moo yai vaarme dem op tel fro-gost ie moòn? Kan ik ze morgen voor de lunch opwarmen?
B

Det kan du, hvis vi opbevarer dem i køleskabet indtil da.

De kan doe, ves vie oo-be-vaar dem ie keu-les-gaa-beth en-deel daa. Je kunt dat als we ze tot die tijd in de koelkast bewaren.
A

Skal jeg sætte en etiket på beholderen?

Sgal yai sèdha èn e-ti-geed po be-hooldaən? Zal ik een label op de bak doen?
B

Så ved vi i morgen, hvad der er i den.

Soo vee vie ie moòn, vaa deea ie den. Dan weten we morgen wat erin zit.
A

Jeg sætter en tydelig etiket på den.

Yai sèdha èn tuu-dheli e-ti-geed po den. Ik doe er een duidelijk label op.
B

Det gør frokosten nemmere.

De geua fro-gosten nèmma. Dat maakt de lunch makkelijker.

Uitleg van de zinnen

  1. Der er mange rester fra aftensmaden.

    Er zijn veel restjes van het avondeten.

    Der er
    er zijn
    mange
    veel
    rester
    restjes
    fra
    van
    aftensmaden
    het avondeten
    Uitgebreide uitleg

    Der er is een vaste Deense manier om het bestaan of de aanwezigheid van iets te beschrijven: “er zijn”. Der is hier een formeel onderwerp; het verwijst niet naar een bepaald ding. er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”). Het werkelijke genoemde element volgt daarna: Der er en rest = “Er is een rest” en Der er rester = “Er zijn restjes”. mange betekent hier “veel” en staat bij het meervoud rester. Het is de vorm die je gebruikt bij meerdere telbare zaken: mange bøger = “veel boeken”. Bij een niet-telbare hoeveelheid gebruik je vaak meget, bijvoorbeeld meget vand = “veel water”. rester betekent hier “restjes” of “overgebleven eten”. De vorm is het onbepaalde meervoud van rest (“rest”): en rest → rester. Het bepaalde meervoud is resterne (“de restjes”). fra geeft hier de herkomst of bron aan en betekent “van” in fra aftensmaden: de restjes zijn afkomstig van het avondeten. Het kan ook een vertrekpunt aanduiden, bijvoorbeeld fra København = “uit/vanaf Kopenhagen”. aftensmaden betekent “het avondeten”. Het is de bepaalde vorm van aftensmad (“avondeten”): aftensmad → aftensmaden. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid bij dit enkelvoudige gemeenschappelijke-geslachtswoord; hij drukt niet op zichzelf een hoeveelheid uit. Samen vormen de delen Der er + mange rester + fra aftensmaden: “Er zijn veel restjes van het avondeten.” De zin stelt dus het bestaan van veel restjes vast en geeft aan waarvan ze afkomstig zijn.

  2. Lad os lægge dem i en ren beholder.

    Laten we ze in een schone bak doen.

    Lad os
    laten we
    lægge
    leggen; doen
    dem
    ze; hen
    i
    in
    en
    een
    ren
    schoon
    beholder
    bak; bewaardoos
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is een vaste aansporingsconstructie: Lad os + infinitief betekent “laten we …”. Lad is hier de gebiedende wijs van lade (“laten”); os is het object voor “ons”. Voorbeeld: Lad os spise. — “Laten we eten.” lægge betekent hier iets ergens neerzetten of plaatsen. Het is de infinitief na Lad os. Een belangrijk Deens contrast is lægge tegenover ligge: lægge beschrijft het plaatsen van iets, terwijl ligge de toestand of plaats beschrijft waarin iets ligt. Voorbeeld: Jeg lægger bogen på bordet. — “Ik leg het boek op tafel.” dem is een objectvorm voor meervoudige personen of zaken. In deze context verwijst het, in overeenstemming met de vaste vertaling en de vorige zin, naar de restjes van het avondeten: “ze”. De vorm dem blijft in het Deens dezelfde voor dit meervoudige object; hij verandert niet naar grammaticaal geslacht. i betekent hier “in” en leidt de plaats aan waar iets wordt neergezet. Voorbeeld: Maden er i beholderen. — “Het eten zit in de bak.” en is het onbepaalde lidwoord bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het en-geslacht. Het geeft hier een niet nader bepaalde bak of container aan; op zichzelf beweert het niet dat er precies één exemplaar wordt geteld. ren betekent hier “schoon”. De vorm staat bij beholder, een enkelvoudig en-woord: en ren beholder. Bij een enkelvoudig ett-woord wordt het rent, en bij meervoud of bepaalde vorm is de vorm doorgaans rene, bijvoorbeeld et rent rum — “een schone kamer” en rene rum — “schone kamers”. beholder betekent “bak” of “bewaarcontainer”: een voorwerp waarin je iets kunt doen of bewaren. Het is een zelfstandig naamwoord van het en-geslacht, zoals blijkt uit en beholder. Samen vormen de delen: Lad os (“laten we”) + lægge dem (“ze plaatsen”) + i en ren beholder (“in een schone bak”). De volledige betekenis is: “Laten we ze in een schone bak doen.”

  3. Må jeg varme dem op til frokost i morgen?

    Kan ik ze morgen voor de lunch opwarmen?

    Må jeg
    mag ik
    varme … op
    opwarmen
    dem
    ze
    frokost
    lunch
    i morgen
    morgen
    Uitgebreide uitleg

    Må jeg betekent hier “mag ik?” en vraagt om toestemming. må is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord måtte; na een modaal werkwoord volgt in het Deens een infinitief zonder at. Voorbeeld: Må jeg komme? = “Mag ik komen?” varme ... op betekent hier “opwarmen”. Het is een scheidbaar werkwoord: de basisvorm is varme op. Na må staat varme vóór het object en staat het partikel op erna. Voorbeeld: Jeg varmer suppen op. = “Ik warm de soep op.” dem is de meervoudsvorm voor een object: “ze” of “hen”. De vorm verwijst hier naar de eerder genoemde meervoudige dingen, zonder zelf vast te leggen welke dingen dat precies zijn. Het nuttige contrast is de als onderwerp tegenover dem als object. Voorbeeld: De kommer. = “Ze komen”; Jeg ser dem. = “Ik zie ze.” frokost betekent “lunch”. In til frokost geeft het samen met til het doelmoment “voor de lunch”. Als voorbeeld van andere maaltijdwoorden: morgenmad betekent “ontbijt” en aftensmad “avondeten”. i morgen is de tijdsuitdrukking “morgen”. Deze staat in de zin na til frokost en geeft aan wanneer het opwarmen plaatsvindt. Voorbeeld: Vi ses i morgen. = “We zien elkaar morgen.” Samen vormt Må jeg de toestemmingsvraag, varme dem op de handeling met dem als object, en til frokost i morgen het doelmoment. De volledige betekenis is: “Kan ik ze morgen voor de lunch opwarmen?”

  4. Det kan du, hvis vi opbevarer dem i køleskabet indtil da.

    Je kunt dat als we ze tot die tijd in de koelkast bewaren.

    Det
    dat
    kan du
    kun je
    hvis
    als
    opbevarer
    bewaren
    dem
    ze
    køleskabet
    de koelkast
    indtil da
    tot die tijd
    Uitgebreide uitleg

    Det: Hier betekent dit “dat” en verwijst het, in de gegeven context, naar de eerder genoemde handeling: ze morgen voor de lunch opwarmen. Het is dus niet het onpersoonlijke “het” in een zin als Det regner. kan du: kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”) en drukt mogelijkheid of toestemming uit. du betekent “je/jij”. In de hoofdzin staat hier het werkwoord vóór het onderwerp: Det kan du — letterlijk ongeveer “Dat kun je”. De bedoelde handeling na kan is niet opnieuw uitgesproken, omdat die uit de context bekend is. hvis: Dit is het onderschikkende voegwoord “als”. Het leidt de voorwaarde in. In een Deense hvis-bijzin staat het vervoegde werkwoord na het onderwerp, zoals in hvis vi opbevarer. opbevarer: Dit is de tegenwoordige tijd van opbevare, “bewaren”. De vorm verandert hier niet door vi: vi opbevarer betekent “wij bewaren”. De tegenwoordige tijd kan in deze voorwaardelijke bijzin een toekomstige voorwaarde uitdrukken. Voorbeeld: Hvis vi opbevarer maden koldt, holder den længere. — “Als we het eten koud bewaren, blijft het langer goed.” dem: Dit is het persoonlijke voornaamwoord “ze/hen” voor een meervoudig lijdend voorwerp. Het verwijst hier naar de zaken die in de eerdere vraag met dem (“ze”) werden genoemd. De vorm dem blijft gelijk voor mannelijk en vrouwelijk meervoud; het is de objectvorm, tegenover het onderwerpvoornaamwoord de (“ze” als onderwerp). køleskabet: Dit betekent “de koelkast”. køleskab is de onbepaalde vorm; køleskabet is de bepaalde enkelvoudsvorm. Het achtervoegsel -et markeert hier bepaaldheid; het is niet de meervoudsvorm. Voorbeeld: Maden står i køleskabet. — “Het eten staat in de koelkast.” indtil da: Dit betekent “tot die tijd”. indtil geeft een grens in de tijd aan, en da betekent hier “dan/toen”, met verwijzing naar een eerder genoemde tijd. Samen verwijzen ze naar de tijd die in de context is genoemd: morgen voor de lunch. Voorbeeld: Vent indtil da. — “Wacht tot die tijd.” Samen vormen Det kan du en hvis vi opbevarer dem i køleskabet indtil da de betekenis: “Dat kun je, als we ze tot die tijd in de koelkast bewaren.” De hoofdzin geeft aan dat de eerder besproken handeling mogelijk is; de hvis-bijzin noemt de voorwaarde daarvoor. i køleskabet betekent “in de koelkast”, en indtil da bepaalt hoe lang ze daar bewaard worden.

  5. Skal jeg sætte en etiket på beholderen?

    Zal ik een label op de bak doen?

    Skal jeg
    zal ik
    sætte
    doen; zetten
    etiket
    label
    på
    op
    beholderen
    de bak; de container
    Uitgebreide uitleg

    Skal jeg betekent hier “zal ik ...?”. skal is de tegenwoordige vorm van skulle; met een onderwerp als jeg kan deze combinatie een voorstel of vraag naar toestemming vormen. Het volgende werkwoord staat in de infinitief: Skal jeg vente? = “Zal ik wachten?” sætte betekent hier “plaatsen/doen” en is de infinitief. Het is de vorm die na skal wordt gebruikt; skal draagt de tijd en modaliteit. De keuze voor sætte past bij het plaatsen van iets op een oppervlak of in een bepaalde positie. Voorbeeld: Jeg sætter koppen på bordet. = “Ik zet de kop op tafel.” etiket is een zelfstandig naamwoord voor een label of etiket. In de zin staat het na het onbepaalde lidwoord en, dus als een onbepaald enkelvoudig zelfstandig naamwoord: en etiket. Het lidwoord drukt hier niet op zichzelf een specifiek aantal uit; de zin introduceert een label als het voorwerp dat geplaatst kan worden. på betekent hier “op” en geeft de plaatsingsrelatie aan: het label komt op het oppervlak van iets. Dezelfde voorzetselkeuze komt bijvoorbeeld voor in på bordet = “op de tafel”. beholderen betekent “de bak” of “de container”. Dit is de bepaalde enkelvoudsvorm van beholder; het achtervoegsel -en maakt er “de container” van. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het om de bak/container gaat waarop het label wordt geplaatst. Een onbepaalde vorm is en beholder = “een container”. Samen vormen de delen de vraag Skal jeg + infinitief sætte + voorwerp en etiket + plaatsbepaling på beholderen: “Zal ik een label op de bak doen?” De vraag gaat dus over de voorgestelde handeling van een label op die container plaatsen.

  6. Så ved vi i morgen, hvad der er i den.

    Dan weten we morgen wat erin zit.

    Så
    dan
    ved
    weet
    vi
    we
    i morgen
    morgen
    hvad der er i den
    wat erin zit
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan”: het verbindt deze uitspraak met de voorwaarde of handeling uit de context. Het kan in andere zinnen ook “dus” of “zo” betekenen, maar hier past de tijds-/gevolgrelatie “dan”. ved is de tegenwoordige vorm van het werkwoord vide, “weten”. De vorm ved wordt gebruikt bij jeg, du, han/hun/den/det en vi, I, de; het werkwoord verandert hier dus niet voor persoon of meervoud. De tegenwoordige vorm kan met een tijdsbepaling ook naar de toekomst verwijzen: Vi ved det i morgen betekent “We weten het morgen” of natuurlijker “Morgen weten we het”. vi betekent “we/wij” en is de onderwerpsvorm voor de spreker samen met minstens één andere persoon. De vorm voor “ons” in een andere zinsrol is os, bijvoorbeeld Hun hjælper os — “Zij helpt ons.” i morgen is de vaste Deense tijdsbepaling voor “morgen”. i betekent in deze combinatie niet letterlijk een plaatselijke “in”; samen geven de woorden de dag na vandaag aan. Het staat hier na vi ved, maar bepaalt de tijd van het weten. hvad der er i den is een ingebedde vraag en betekent hier “wat erin zit”. hvad vraagt naar de inhoud of identiteit van iets. In de constructie hvad der er ... helpt der er om uit te drukken wat er aanwezig is; het is vergelijkbaar met “wat er ... is” in het Nederlands. i den betekent “erin/in die”, waarbij den hier, gesteund door de context, naar de beholderen of bak verwijst. den is de vorm voor een enkelvoudig en-woord; in deze zin is het geen nieuw genoemde deelnemer. Samen betekent Så ved vi i morgen, hvad der er i den: “Dan weten we morgen wat erin zit.” Het patroon is bruikbaar als Så ved jeg ..., hvad der er i den — “Dan weet ik ..., wat erin zit” — waarbij alleen het onderwerp wordt aangepast. De komma markeert de ingebedde vraag, niet een losse vraag aan de gesprekspartner.

  7. Jeg sætter en tydelig etiket på den.

    Ik doe er een duidelijk label op.

    Jeg
    ik
    sætter
    doe; zet
    tydelig
    duidelijk
    etiket
    label
    på den
    erop
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ik: de spreker voert de handeling uit. De vorm is de eerste persoon enkelvoud; bijvoorbeeld Jeg læser. = Ik lees. sætter is de tegenwoordige tijd van sætte, hier met de betekenis ergens op doen/zetten. Het onderwerp is Jeg, dus de vorm staat in de tegenwoordige tijd zonder een aparte persoonsuitgang: Jeg sætter ... = Ik doe/zet .... Het Deense werkwoord kan ook in andere contexten plaatsen of instellen betekenen; hier wordt de betekenis bepaald door het label en på den. tydelig betekent hier duidelijk. Het is een bijvoeglijk naamwoord bij etiket: met het onbepaalde lidwoord en krijgt het de vorm voor een enkelvoudig gemeenkundig zelfstandig naamwoord. Vergelijk en tydelig besked = een duidelijke boodschap. Het onbepaalde lidwoord en geeft hier geen specifiek numeriek aantal als leerpunt; het markeert een niet nader bepaald zelfstandig naamwoord. etiket betekent label of etiket. Het is hier het voorwerp dat wordt aangebracht. Het zelfstandig naamwoord staat na en, en daarom verschijnt de combinatie en tydelig etiket. Voorbeeld: Jeg læser etiketten. = Ik lees het label.; etiketten is daar de bepaalde vorm van hetzelfde woord. på den betekent hier erop of letterlijk op het/de betreffende ding. på geeft de positie of bestemming aan: iets wordt op een oppervlak of voorwerp aangebracht. den is een Deens enkelvoudig voornaamwoord voor een gemeenkundige referent; de precieze referent wordt in deze ene zin niet benoemd. De vorm verwijst dus niet automatisch naar het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Jeg sætter mærket på den. = Ik doe het merkje erop. Samen vormen de delen: Jeg is degene die handelt, sætter beschrijft het aanbrengen, en tydelig etiket is wat wordt aangebracht, en på den geeft aan waar het terechtkomt. De volledige betekenis is daarom: Ik doe er een duidelijk label op.

  8. Det gør frokosten nemmere.

    Dat maakt de lunch makkelijker.

    gør
    maakt
    frokosten
    de lunch
    nemmere
    makkelijker
    Uitgebreide uitleg

    gør betekent hier ‘maakt’ en is de tegenwoordige tijd van gøre (‘maken’). In het Deens verandert de tegenwoordige vorm niet naar persoon of getal: jeg gør, du gør en det gør hebben allemaal gør. Voorbeeld: Det gør arbejdet lettere. — Dat maakt het werk gemakkelijker. frokosten betekent hier ‘de lunch’. De basisvorm is frokost; frokosten is de bepaalde enkelvoudsvorm. Het achtervoegsel -en markeert bij dit woord bepaaldheid: en frokost betekent ‘een lunch’, terwijl frokosten ‘de lunch’ betekent. De vorm zegt op zichzelf niet hoeveel lunches er zijn buiten deze enkelvoudige vorm; de bepaalde vorm verwijst hier naar de bedoelde lunch. nemmere betekent ‘makkelijker’ of ‘gemakkelijker’. Het is de vergrotende trap van nem (‘makkelijk’): nem — nemmere — nemmest (‘makkelijk’ — ‘makkelijker’ — ‘het makkelijkst’). De vorm nemmere vergelijkt de toestand met een eerdere of mogelijke andere toestand, zonder die andere toestand te noemen. Voorbeeld: Denne løsning er nemmere. — Deze oplossing is makkelijker. Aan het begin staat Det, dat hier als onderwerp ‘dat’ betekent. Samen vormen Det gør ... nemmere en het daaropvolgende zelfstandig naamwoord het patroon Dat maakt ... makkelijker: gøre krijgt een object, hier frokosten, en nemmere beschrijft het resultaat voor dat object. Zo betekent Det gør frokosten nemmere als geheel: ‘Dat maakt de lunch makkelijker.’

Grammatica

hvis + bijzin

Hvis du opbevarer aftensmaden i køleskabet, gør du det nemmere.

Ves doe oo-be-vaar awfns-mèèdhən ie keu-les-gaa-beth, geua doe de nèmma.

Als je het avondeten in de koelkast bewaart, maak je het makkelijker.

Een bijzin met hvis kan vooraan staan; na de komma volgt de hoofdzin.

nem → nemmere

Det er nemmere at opbevare rester.

De èa nèmma èd oo-be-vaarə rèsta.

Het is makkelijker om restjes te bewaren.

nemmere is de vergrotende trap van nem en betekent ‘makkelijker’.

Deens woordenschat

aftensmad zelfstandig naamwoord
awfns-mèèdh avondeten aftensmaden

Der er mange rester fra aftensmaden.

beholder zelfstandig naamwoord
be-hoolda bakje, bewaardoos

Lad os lægge dem i en ren beholder.

frokost zelfstandig naamwoord
fro-gost lunch

Må jeg varme dem op til frokost i morgen?

i morgen bijwoord
ie moòn morgen

Må jeg varme dem op til frokost i morgen?

indtil voorzetsel
en-deel tot

Hvis vi opbevarer dem i køleskabet indtil da.

køleskab zelfstandig naamwoord
keu-les-gaap koelkast køleskabet

Hvis vi opbevarer dem i køleskabet indtil da.

lægge werkwoord
lègge leggen

Lad os lægge dem i en ren beholder.

opbevare werkwoord
oo-be-vaarə bewaren opbevarer

Hvis vi opbevarer dem i køleskabet indtil da.

ren bijvoeglijk naamwoord
rèèn schoon

Lad os lægge dem i en ren beholder.

rester zelfstandig naamwoord
rèsta restjes

Der er mange rester fra aftensmaden.

sætte werkwoord
sèdha zetten sætter

Skal jeg sætte en etiket på beholderen?

varme op werkwoord
vaarme op opwarmen varme dem op

Må jeg varme dem op til frokost i morgen?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Er zijn veel restjes van het avondeten.

Antwoord tonenDer er mange rester fra aftensmaden.

Dat maakt de lunch makkelijker.

Antwoord tonenDet gør frokosten nemmere.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

leggen

Antwoord tonenlægge

restjes

Antwoord tonenrester

lunch

Antwoord tonenfrokost

bewaren

Antwoord tonenopbevarer