Vragen naar ingrediënten | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home before eating, one adult asks about sauce ingredients and the other prepares a plate without the sauce..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Vragen naar ingrediënten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg spørge, hvad der er i denne sauce?

Moo jaj spèurə, wè dèr è ie denne sausa? Mag ik vragen wat er in deze saus zit?
B

Der er mælk og lidt hvidløg i.

Dèr è melk o led wie-loo ie. Er zit melk en een beetje knoflook in.
A

Jeg må ikke få mælk.

Jaj mo egge foo melk. Ik mag geen melk.
B

Jeg kan servere saucen ved siden af.

Jaj ken sè-wè-rə sausen wè sien-ə è. Ik kan de saus apart houden.
A

Det ville fungere bedre for mig.

De welle fongə-rə bèd-rə foo maj. Dat zou beter voor mij werken.
B

Er der andet mad, du skal undgå?

È dèr andə mèd, doe sgal ongoo? Is er nog ander eten dat je moet vermijden?
A

Hvidløg er fint.

Wie-loo è fènt. Knoflook is prima.
B

Jeg gør din tallerken klar uden saucen.

Jaj keur dien tal-a-gən klaa oedən sausen. Ik maak je bord klaar zonder de saus.

Uitleg van de zinnen

  1. Må jeg spørge, hvad der er i denne sauce?

    Mag ik vragen wat er in deze saus zit?

    Må jeg
    Mag ik …
    spørge
    vragen
    hvad
    wat
    der er
    er … / zich bevindt
    i
    in
    denne
    deze
    sauce
    saus
    Uitgebreide uitleg

    Må jeg drukt hier toestemming uit: “mag ik …?”. Må is de tegenwoordige vorm van måtte; afhankelijk van de context kan dat ook “moeten” betekenen, maar in deze vraag past de toestemmingsbetekenis. Na een modaal werkwoord staat in het Deens het volgende werkwoord in de infinitief zonder at. spørge betekent “vragen”. Het is hier de infinitief na må. Een bruikbaar patroon is Må jeg + infinitief? — bijvoorbeeld: Må jeg komme ind? = “Mag ik binnenkomen?” hvad betekent hier “wat”. Het leidt de inhoudsvraag in: wat er in de saus zit. In een zelfstandige vraag kan hvad bijvoorbeeld in Hvad er det? staan; hier maakt het deel uit van een ingebedde vraag binnen spørge. der er is de Deense existentiële constructie voor “er … / bevindt zich …”. der is hier geen concrete aanwijzing naar een bepaalde persoon of zaak; samen met er introduceert het wat ergens aanwezig is. De constructie kan voor enkelvoud en meervoud worden gebruikt: Der er en kop på bordet = “Er staat een kop op tafel” en Der er to kopper på bordet = “Er staan twee koppen op tafel”. i is het voorzetsel “in”. Het verbindt de aanwezige inhoud met de ruimte of het geheel waarin die zich bevindt. denne betekent “deze” en staat bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord. Het onzijdige enkelvoud heeft dette, en het meervoud heeft disse. Hier bepaalt denne dus dat de spreker naar deze specifieke saus verwijst; het woord zelf draagt de demonstratieve betekenis, niet een numerieke hoeveelheid. sauce is het zelfstandig naamwoord “saus”. In het Deens is het een gemeenschappelijk-geslachtswoord; de bepaalde vorm is saucen (“de saus”). In denne sauce staat het onbepaald na het aanwijzende denne, wat samen “deze saus” oplevert. De delen vormen samen Må jeg spørge (“Mag ik vragen”) + hvad der er i denne sauce (“wat er in deze saus”). De volledige vraag betekent dus: “Mag ik vragen wat er in deze saus zit?”

  2. Der er mælk og lidt hvidløg i.

    Er zit melk en een beetje knoflook in.

    Der er
    er is / er aanwezig
    mælk
    melk
    lidt
    een beetje
    hvidløg
    knoflook
    i
    in / erin
    Uitgebreide uitleg

    Der er vormt hier de Deense bestaansconstructie: hiermee wordt aangegeven dat iets aanwezig is, vergelijkbaar met “er is/zijn”. der is in deze constructie een vaste grammaticale vorm en niet het Nederlandse “daar”; er is het werkwoord at være (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. Een herbruikbaar patroon is Der er + iets: Der er kaffe på bordet. — “Er staat koffie op tafel.” mælk betekent hier “melk”. Het is een stofnaam, dus de zin zegt niet dat er één bepaalde hoeveelheid of één verpakking melk is; alleen dat er melk aanwezig is. Hetzelfde woord kan bijvoorbeeld voorkomen in Jeg drikker mælk. — “Ik drink melk.” og betekent “en” en verbindt hier twee aanwezige ingrediënten: mælk en lidt hvidløg. lidt geeft een kleine hoeveelheid aan: “een beetje”. Het wordt gebruikt bij een niet-telbare hoeveelheid, zoals melk of knoflook. Vergelijk lidt vand — “een beetje water” — met en lille kop — “een klein kopje”: lidt gaat over hoeveelheid, terwijl lille een bijvoeglijk naamwoord is dat een zelfstandig naamwoord beschrijft. hvidløg betekent “knoflook”. In deze zin wordt knoflook als ingrediënt of stof genoemd, zonder dat een afzonderlijke hoeveelheid wordt geteld. lidt hvidløg betekent daardoor “een beetje knoflook”. Voorbeeld: Der er hvidløg i suppen. — “Er zit knoflook in de soep.” i betekent hier “in” of “erin”. Door de voorafgaande vraag wordt duidelijk dat het om de eerder genoemde saus gaat. In het Deens kan i aan het einde staan in een bestaanszin als Der er noget i.; wat de houder is, wordt dan uit de context begrepen. Wanneer die expliciet wordt genoemd, staat die na i: Der er hvidløg i saucen. — “Er zit knoflook in de saus.” Samen betekent Der er mælk og lidt hvidløg i.: “Er zit melk en een beetje knoflook in.” De constructie meldt eerst wat aanwezig is (Der er), noemt daarna de twee ingrediënten die door og verbonden zijn, en sluit af met i, dat aangeeft dat ze in de eerder bedoelde saus zitten.

  3. Jeg må ikke få mælk.

    Ik mag geen melk.

    Jeg
    ik
    må ikke
    mag niet
    få
    krijgen of nemen
    mælk
    melk
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud. De vorm blijft hetzelfde als onderwerp, bijvoorbeeld: Jeg kan servere saucen. — “Ik kan de saus serveren.” må ikke drukt hier een verbod of gebrek aan toestemming uit: “mag niet”. må is de tegenwoordige vorm van måtte; na dit modale werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at. De ontkenning ikke hoort bij de modale betekenis: Jeg må ikke gå. — “Ik mag niet gaan.” Zonder ikke zou Jeg må gå betekenen: “Ik moet/mag gaan”, afhankelijk van de context. få is de infinitief na må; in deze zin betekent het niet simpelweg “krijgen”, maar “melk mogen hebben/nemen”. Hetzelfde werkwoord kan in andere contexten wel “krijgen” betekenen, bijvoorbeeld: Jeg får en gave. — “Ik krijg een cadeau.” Na andere modale werkwoorden blijft de infinitief eveneens onveranderd, zoals in Jeg kan få mælk. — “Ik kan melk krijgen.” mælk betekent “melk”. Het is hier een stofnaam zonder bepaald lidwoord, omdat de zin melk in het algemeen bedoelt en geen afzonderlijke portie specificeert. In het Deens kan een stofnaam ook met een bepaling voorkomen, bijvoorbeeld lidt mælk — “een beetje melk”; lidt maakt de hoeveelheid hier expliciet. Samen vormen de delen Jeg må ikke få mælk de betekenis “Ik mag geen melk.” De structuur is: onderwerp + modaal werkwoord + ontkenning + infinitief + datgene wat men niet mag hebben. De voorafgaande context noemt melk als ingrediënt, maar verandert de grammaticale opbouw van deze zin niet.

  4. Jeg kan servere saucen ved siden af.

    Ik kan de saus apart houden.

    Jeg kan
    ik kan
    servere
    serveren
    saucen
    de saus
    ved siden af
    apart / ernaast
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier “ik kan”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud en verwijst naar de spreker. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”); deze vorm is in het Deens niet specifiek voor de eerste persoon. Samen drukken ze hier uit dat de spreker de handeling kan uitvoeren. Na kan staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder extra infinitiefmarkeerder: Jeg kan servere. servere is de infinitief “serveren” of “opdienen”. De infinitief draagt hier geen persoonsuitgang; de persoon blijkt uit het onderwerp Jeg. Voorbeeld: Jeg kan hjælpe. — “Ik kan helpen.” saucen betekent hier “de saus”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van sauce: sauce → saucen. De uitgang -en markeert bij dit zelfstandig naamwoord bepaaldheid; hij is niet zelf een afzonderlijk woord voor “de”. Voorbeeld: Jeg varmer saucen. — “Ik warm de saus op.” ved siden af betekent hier “apart” of “ernaast”. In deze zin geeft de vaste vertaling de bedoelde praktische betekenis “apart, los van het andere”. Het is een voorzetseluitdrukking; in een andere context kan ze ook gewoon de ruimtelijke betekenis “naast” hebben. Voorbeeld: Koppen står ved siden af tallerkenen. — “De kop staat naast het bord.” Samen vormen de delen: Jeg kan + servere = “ik kan serveren”, saucen = “de saus”, en ved siden af = “apart/ernaast”. De hele zin betekent daarom: “Ik kan de saus apart houden.”

  5. Det ville fungere bedre for mig.

    Dat zou beter voor mij werken.

    Det
    dat / het
    ville
    zou
    fungere
    werken; functioneren
    bedre
    beter
    for mig
    voor mij
    Uitgebreide uitleg

    Det staat hier vooraan als neutraal onderwerp in de betekenis van “dat” of “het”. De zin identificeert niet zelfstandig waarnaar Det verwijst; de vorm is enkelvoudig en onzijdig. In een andere zin kan det ook naar een eerder genoemd onzijdig zelfstandig naamwoord verwijzen. ville is de verleden tijd van vil. In deze combinatie geeft het meestal een hypothetische of voorwaardelijke betekenis weer, vergelijkbaar met Nederlands “zou”: ville fungere = “zou werken”. De vorm ville wordt niet aangepast aan mig; de infinitief die erop volgt blijft fungere. fungere betekent hier “werken” in de zin van functioneren of geschikt blijken. Na ville staat het werkwoord in de infinitief. Een herbruikbaar patroon is Det ville fungere ... — “Dat zou ... werken”. bedre is de vergelijkende vorm van godt in deze bijwoordelijke betekenis: godt = “goed”, bedre = “beter”, bedst = “het best”. Het beschrijft hier hoe goed iets zou werken; het is dus niet de vorm van een zelfstandig naamwoord. for mig betekent “voor mij”. mig is de niet-onderwerpsvorm van het persoonlijke voornaamwoord; vergelijk jeg = “ik” als onderwerp en mig = “mij” na een voorzetsel. In dit fragment geeft for mig aan voor wie de voorgestelde werking beter zou zijn. Samen vormen de delen: Det + ville fungere geeft “dat zou werken”, bedre voegt de vergelijking “beter” toe en for mig beperkt die beoordeling tot de spreker. De volledige betekenis is: “Dat zou beter voor mij werken.” De formulering is geschikt om een voorkeur of geschiktheid voor de spreker uit te drukken.

  6. Er der andet mad, du skal undgå?

    Is er nog ander eten dat je moet vermijden?

    Er der
    is er
    andet
    ander
    mad
    eten
    du skal
    je moet
    undgå
    vermijden
    Uitgebreide uitleg

    Er der vormt hier een onpersoonlijke bestaansvraag: letterlijk wordt gevraagd of er iets aanwezig of beschikbaar is. Het is een herbruikbaar patroon: Er der + zelfstandig naamwoord? — “Is er ...?” / “Zijn er ...?”. Het werkwoord er blijft in dit patroon hetzelfde; het Nederlandse enkelvoud of meervoud bepaalt dus niet automatisch een andere Deense vorm. andet betekent hier “ander” in de betekenis “ander voedsel” of “nog ander voedsel”. Het verwijst niet naar een specifiek genoemd soort voedsel. Vergelijk de vormen anden (bijvoorbeeld bij een bepaald gemeenschappelijk-geslachtig enkelvoudig woord), andet (zoals in deze vorm) en andre voor meervoud. Welke vorm je kiest, hangt af van het woord of de constructie waarbij hij hoort; maak van andet dus niet automatisch de vaste vertaling voor elk gebruik van “ander”. mad betekent hier “eten” of “voedsel” als algemene stof of categorie. In andere contexten kan mad ook een maaltijd of een portie eten aanduiden, maar in deze vraag gaat het om voedsel dat iemand mogelijk moet vermijden. Een bruikbaar voorbeeld is: Jeg laver mad. — “Ik kook.” du skal bestaat uit het onderwerp du (“je/jij”) en het modale werkwoord skal. Hier drukt skal een verplichting of noodzakelijke handeling uit: “moet”. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at. Vergelijk: Du skal hvile. — “Je moet rusten.” Skal kan in andere zinnen ook een plan of verwachting uitdrukken, maar de vaste vertaling maakt hier de verplichtingsbetekenis passend. undgå betekent “vermijden”. Dit is de infinitief die na skal staat: skal undgå = “moet vermijden”. Het woord kan zowel een handeling als iets dat men probeert te consumeren of te doen als object hebben, bijvoorbeeld: Du skal undgå sukker. — “Je moet suiker vermijden.” Samen geeft Er der andet mad, du skal undgå? eerst de bestaansvraag Er der andet mad? en specificeert daarna du skal undgå welk voedsel bedoeld wordt: voedsel dat jij moet vermijden. De volledige betekenis is daarom: “Is er nog ander eten dat je moet vermijden?” De vraag is gericht aan één persoon (du) en gebruikt skal undgå voor de verplichting.

  7. Hvidløg er fint.

    Knoflook is prima.

    Hvidløg
    knoflook
    er
    is
    fint
    prima
    Uitgebreide uitleg

    Hvidløg betekent hier ‘knoflook’. Het is een zelfstandig naamwoord; in deze zin wordt het zonder lidwoord gebruikt voor knoflook als voedingsmiddel in het algemeen. Het meervoud heeft dezelfde vorm: hvidløg. er is de tegenwoordige tijd van være (‘zijn’). Deze vorm verandert niet met de persoon of het getal van het onderwerp: jeg er = ‘ik ben’, du er = ‘jij bent’, de er = ‘zij zijn’. fint betekent hier ‘prima’ of ‘in orde’. Het is de onzijdige vorm van fin (‘goed/fijn’). De vorm past bij het onzijdige enkelvoud van hvidløg, dat een et-woord is. Bij een gemeenschappelijk-geslachtswoord staat in deze functie fin, bij een onzijdig enkelvoud fint, en in het meervoud staat doorgaans fine. Voorbeeld: Et æble er fint. — ‘Een appel is prima.’ Samen vormen de delen Hvidløg er fint. de eenvoudige mededeling ‘Knoflook is prima.’

  8. Jeg gør din tallerken klar uden saucen.

    Ik maak je bord klaar zonder de saus.

    Jeg
    ik
    gør
    maak; doe
    din
    je; jouw
    tallerken
    bord
    klar
    klaar
    uden
    zonder
    saucen
    de saus
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”. Het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. gør is de tegenwoordige tijd van gøre (“doen; maken”). Met klar vormt het de bruikbare constructie gøre noget klar: iets klaarmaken of gereedmaken. De tegenwoordige tijd van dit werkwoord verandert niet met de persoon: jeg gør, du gør en de gør gebruiken allemaal gør. Een voorbeeld: Jeg gør maden klar. = “Ik maak het eten klaar.” din betekent “je/jouw” en staat vóór het bezeten zelfstandig naamwoord. Deze vorm wordt gebruikt bij een enkelvoudig en-woord, zoals en tallerken; bij een enkelvoudig et-woord staat dit, en bij meervoud dine. Het bezittelijke woord geeft de bezitsrelatie aan, niet een aantal. tallerken betekent hier “bord”. Het is een zelfstandig naamwoord van het en-type: en tallerken. Na een bezittelijk woord staat het zelfstandig naamwoord in deze combinatie in zijn onbepaalde vorm. Een voorbeeld: Jeg vasker en tallerken. = “Ik was een bord af.” klar betekent “klaar” of “gereed”. In gøre ... klar beschrijft het de toestand die het voorwerp na de handeling moet hebben. Bij een enkelvoudig en-woord staat de vorm klar; bij een et-woord staat klart en bij meervoud doorgaans klare. uden betekent “zonder” en leidt hier saucen in: uden saucen = “zonder de saus”. Een voorbeeld: Kaffe uden sukker. = “Koffie zonder suiker.” saucen betekent “de saus”. De basisvorm is sauce; de uitgang -en vormt de bepaalde enkelvoudsvorm: sauce + -en → saucen. Het gaat daardoor om een bepaalde, in de context bedoelde saus. saucen is niet meervoud; het meervoud is saucer, met de bepaalde meervoudsvorm saucerne. Samen heeft de zin de structuur Jeg + gør + din tallerken + klar + uden saucen: “Ik maak je bord klaar zonder de saus.” gør ... klar beschrijft het klaarmaken van het bord, en uden saucen geeft aan dat de saus niet bij die bereiding wordt inbegrepen.

Grammatica

ikke + infinitiv

ikke fungere

egge fongə-rə

niet werken

ikke staat vóór het werkwoord in de infinitief wanneer je een handeling ontkent.

uden + zelfstandig naamwoord

uden hvidløg

oedən wie-loo

zonder knoflook

Na uden volgt direct het zelfstandig naamwoord voor iets dat ontbreekt of niet wordt gebruikt.

Deens woordenschat

fungere werkwoord
fongə-rə werken
få werkwoord
foo krijgen
hvad voornaamwoord
wè wat
hvidløg zelfstandig naamwoord
wie-loo knoflook
ikke bijwoord
egge niet
ingredienser zelfstandig naamwoord
engredjensər ingrediënten
lidt bepaler
led een beetje
mælk zelfstandig naamwoord
melk melk
sauce zelfstandig naamwoord
sausa saus saucen
servere werkwoord
sè-wè-rə serveren
spørge werkwoord
spèurə vragen
ved siden af uitdrukking
wèd sien-ə è apart

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik mag geen melk.

Antwoord tonenJeg må ikke få mælk.

Dat zou beter voor mij werken.

Antwoord tonenDet ville fungere bedre for mig.

Knoflook is prima.

Antwoord tonenHvidløg er fint.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wat

Antwoord tonenhvad

ingrediënten

Antwoord toneningredienser

vragen

Antwoord tonenspørge

niet

Antwoord tonenikke