Drankjes en snacks voor een gast | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home, two adults prepare tea and snacks before a visitor arrives..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Drankjes en snacks voor een gast oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Vores gæst kommer snart.

voors gèst kommer snad. Onze gast komt binnenkort aan.
B

Skal vi servere kaffe eller te?

skèl vie sèrvéère kafè èler tee? Zullen we koffie of thee serveren?
A

Te er nok bedre i aften.

tee èr nog bèdre ie èftèn. Thee is vanavond waarschijnlijk beter.
B

Jeg koger noget vand i elkedlen.

jaj koo-a noo-et van ie èlkèdlèn. Ik kook wat water in de waterkoker.
A

Brug det store krus til vores gæst, tak.

broew de stoore kroes tel voors gèst, tak. Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.
B

Vil du have, at jeg også gør snacks klar?

vel doe hèwe, è jaj ò-soo geu-a snègs klaar? Wil je dat ik ook snacks klaarmaak?
A

Læg nogle kiks på den lille tallerken, tak.

lèe noole kègs po dèn lile tèlèrkènèn, tak. Leg alsjeblieft wat koekjes op het kleine bordje.
B

Alt vil være klar, før vores gæst kommer.

ald vel wèere klaar, feu-a voors gèst kommer. Alles zal klaar zijn voordat onze gast aankomt.

Uitleg van de zinnen

  1. Vores gæst kommer snart.

    Onze gast komt binnenkort aan.

    Vores
    onze
    gæst
    gast
    kommer
    komt
    snart
    binnenkort
    Uitgebreide uitleg

    Vores betekent hier “onze”. Het is het bezittelijke woord voor de eerste persoon meervoud. Het verandert niet omdat gæst enkelvoud is; vores blijft in deze functie dezelfde vorm. Vergelijk min voor “mijn” en vores voor “onze”. gæst betekent “gast”. De bepaalde vorm is gæsten (“de gast”); het onbepaalde meervoud is gæster (“gasten”). In deze zin staat het enkelvoud zonder afzonderlijk lidwoord, omdat vores al de bezitsrelatie aanduidt. kommer is de tegenwoordige vorm van komme (“komen”). In het Deens verandert de tegenwoordige tijd hier niet naar persoon: jeg kommer betekent “ik kom” en vi kommer betekent “wij komen”. In combinatie met snart beschrijft deze vorm dat de gast binnenkort komt of aankomt. snart betekent “binnenkort” of “spoedig”. Het is een bijwoord dat aangeeft wanneer het komen plaatsvindt. Voor een later moment kan bijvoorbeeld senere (“later”) worden gebruikt. Samen vormt Vores gæst de woordgroep “onze gast”. kommer snart zegt dat deze gast binnenkort komt. De volledige zin betekent dus: “Onze gast komt binnenkort aan.”

  2. Skal vi servere kaffe eller te?

    Zullen we koffie of thee serveren?

    Skal vi
    zullen we
    servere
    serveren
    kaffe
    koffie
    eller
    of
    te
    thee
    Uitgebreide uitleg

    Skal vi betekent hier “zullen we …?”. skal is de tegenwoordige vorm van skulle; als modaal werkwoord drukt het hier een voorstel uit, niet een vastgestelde verplichting. vi betekent “wij” en is de eerste persoon meervoud. In een Deense ja-neevraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Skal vi ...?. servere betekent “serveren” of “opdienen”. Dit is de infinitief. Na een modaal werkwoord zoals skal staat in het Deens de infinitief zonder at: Vi skal servere (“Wij zullen serveren”), niet een vorm met at. kaffe betekent hier “koffie”. Het is een zelfstandig naamwoord; als stofnaam wordt het vaak zonder lidwoord gebruikt wanneer men koffie in het algemeen of als drank bedoelt. Een voorbeeld: Jeg drikker kaffe. — “Ik drink koffie.” eller betekent “of” en verbindt hier twee alternatieven. Het is geen vraagwoord; de hele vraagstructuur komt door Skal vi ...?. te betekent hier “thee”. Ook dit is een zelfstandig naamwoord en kan als dranknaam zonder lidwoord staan. Een voorbeeld: Hun drikker te. — “Zij drinkt thee.” Samen vormen de delen Skal vi + servere + kaffe eller te? de vraag “Zullen we koffie of thee serveren?”. De spreker stelt dus voor om één van de twee genoemde dranken te serveren; eller markeert de keuze tussen koffie en thee.

  3. Te er nok bedre i aften.

    Thee is vanavond waarschijnlijk beter.

    Te
    thee
    er
    is
    nok
    waarschijnlijk
    bedre
    beter
    i aften
    vanavond
    Uitgebreide uitleg

    Te betekent hier “thee” en is het onderwerp van de zin. Het is een zelfstandig naamwoord; in het Deens is te een onzijdig? Nee: het woord is doorgaans fælleskøn (gemeenschappelijk geslacht), maar dat is in deze zin niet zichtbaar. Voorbeeld: Jeg drikker te. — “Ik drink thee.” er is de tegenwoordige tijd van være, “zijn”. De vorm er blijft in het Deens hetzelfde bij verschillende personen: jeg er, du er, de er — “ik ben”, “jij bent”, “zij zijn”. Voorbeeld: Kaffen er varm. — “De koffie is warm.” nok betekent hier “waarschijnlijk”. Het staat vóór de beoordeling en maakt die minder stellig: Det er nok rigtigt. — “Dat is waarschijnlijk juist.” In andere contexten kan nok ook een betekenis als “genoeg” hebben, maar dat is niet de betekenis in deze zin. bedre betekent “beter” en is de vergrotende trap van god, “goed”. De reeks is god — bedre — bedst: “goed” — “beter” — “best”. Bedre vergelijkt hier de thee met een andere mogelijkheid die uit de context begrijpelijk is; het zegt niet op zichzelf waarom de thee beter is. Voorbeeld: Denne løsning er bedre. — “Deze oplossing is beter.” i aften betekent “vanavond” of “deze avond”. Het is een vaste tijdsbepaling met i en aften; het verwijst naar de avond van de betreffende dag. Voorbeeld: Vi ses i aften. — “We zien elkaar vanavond.” Samen vormen de delen: Te is het onderwerp, er betekent “is”, nok maakt de uitspraak waarschijnlijk, bedre geeft de vergelijking “beter” en i aften bepaalt wanneer dit geldt. De volledige betekenis is daarom: “Thee is vanavond waarschijnlijk beter.”

  4. Jeg koger noget vand i elkedlen.

    Ik kook wat water in de waterkoker.

    Jeg
    ik
    koger
    kook
    noget
    wat; een onbepaalde hoeveelheid
    vand
    water
    i
    in
    elkedlen
    de waterkoker
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de spreker is degene die de handeling uitvoert. Het is de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Jeg læser. — “Ik lees.” koger komt van at koge en is hier de tegenwoordige tijd. In het Deens verandert deze werkwoordsvorm niet mee met persoon of getal: jeg koger, hun koger en de koger. Met vand betekent het hier dat de spreker water aan het koken brengt. Voorbeeld: Hun koger vand. — “Zij kookt water.” noget geeft bij vand een niet nader bepaalde hoeveelheid aan: “wat water” of “enige hoeveelheid water”. Het zegt op zichzelf geen exact aantal. Voorbeeld: Jeg drikker noget vand. — “Ik drink wat water.” vand is het zelfstandig naamwoord voor “water”. Het is hier een stofnaam en wordt daarom zonder meervoud gebruikt. Voorbeeld: Vand er koldt. — “Water is koud.” i is hier het voorzetsel “in”. Het verbindt de handeling met de plaats of het voorwerp waarin de handeling gebeurt. elkedlen betekent “de waterkoker”. De onbepaalde vorm is en elkedel; de bepaalde enkelvoudsvorm wordt elkedlen. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, niet meervoud. Voorbeeld: Vandet er i elkedlen. — “Het water zit in de waterkoker.” Samen vormt Jeg koger noget vand i elkedlen de betekenis: “Ik kook wat water in de waterkoker.” Jeg geeft de uitvoerder aan, koger de handeling in de tegenwoordige tijd, noget vand de niet nader bepaalde hoeveelheid water en i elkedlen de plaats of het voorwerp waarin dat gebeurt.

  5. Brug det store krus til vores gæst, tak.

    Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.

    Brug
    gebruik
    det
    het/de
    store
    grote
    krus
    mok
    til
    voor
    vores
    onze
    gæst
    gast
    tak
    alsjeblieft
    Uitgebreide uitleg

    Brug betekent hier “gebruik” en is de gebiedende wijs van bruge (“gebruiken”). De vorm richt zich niet op een zichtbaar genoemd onderwerp; in een opdracht is dat meestal de aangesprokene. Vergelijk: Brug koppen. — “Gebruik de kopjes.” det staat hier vóór een onzijdig zelfstandig naamwoord in een bepaalde woordgroep: det store krus (“de grote mok”). Het is dus niet zelf de betekenisvolle aanduiding van een specifiek eerder genoemd voorwerp; de hele woordgroep verwijst naar de bedoelde mok. Bij een gemeenschappelijk-geslachtwoord staat in deze constructie den, bijvoorbeeld den store kop — “de grote kop”. store is de bepaalde/meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord stor (“groot”). Voor een onzijdig enkelvoud is de onbepaalde vorm stort, maar na det in een bepaalde woordgroep verschijnt store: det store krus. De vorm beschrijft dus krus, niet det. Krus betekent “mok” of “beker” en is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et krus (“een mok”), kruset (“de mok”). In de bron wordt het niet als kruset gevormd; de bepaaldheid van de woordgroep wordt uitgedrukt door det vóór het bijvoeglijk naamwoord. Til betekent hier “voor” en geeft de bestemming of beoogde persoon aan. Een herbruikbaar patroon is X til Y: iets is voor Y bestemd. Voorbeeld: Det er til min ven. — “Het is voor mijn vriend.” Vores betekent “onze”. Deze bezittelijke vorm verandert niet naar geslacht of getal van het bezittelijke woord: vores krus kan “onze mok” zijn en vores gæster “onze gasten”. In vores gæst staat na het bezit geen afzonderlijk onbepaald lidwoord. Gæst betekent “gast”. Het is een zelfstandig naamwoord van gemeenschappelijk geslacht: en gæst (“een gast”), gæsten (“de gast”). In de bron wordt het voorafgegaan door vores, waardoor de woordgroep “onze gast” betekent. Tak betekent letterlijk “dank” en wordt hier als beleefde toevoeging gebruikt, met de bedoeling “alsjeblieft”. Het kan in andere zinnen ook gewoon “dank je” betekenen; in deze opdracht verzacht het de instructie. Samen vormen Brug det store krus de opdracht “Gebruik de grote mok”. Til vores gæst geeft aan dat die mok bestemd is voor onze gast. Het slot tak maakt de opdracht beleefd. De volledige betekenis is daarom: “Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.”

  6. Vil du have, at jeg også gør snacks klar?

    Wil je dat ik ook snacks klaarmaak?

    Vil du have
    wil je
    også
    ook
    gør
    maakt/doet
    snacks
    snacks
    klar
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Vil du have is de vraagconstructie “wil je?”. vil is de tegenwoordige tijd van ville (“willen”), terwijl du “jij” betekent. In deze zin vraagt Vil du have, at ...? niet of de luisteraar iets bezit, maar of die persoon wil dat een handeling gebeurt. Het patroon is: Vil du have, at + onderwerp + werkwoord ...? Bijvoorbeeld: Vil du have, at jeg åbner vinduet? — “Wil je dat ik het raam open?” at jeg leidt de bijzin in: at betekent hier “dat” en jeg is het onderwerp “ik”. De bijzin maakt duidelijk wie de handeling uitvoert. Na at staat in het Deens een gewone mededelende woordvolgorde, dus hier staat jeg vóór gør. også betekent “ook” en voegt deze handeling toe aan iets anders dat al bedoeld of genoemd is. De precieze eerdere handeling wordt in deze zin zelf niet genoemd. De plaats van også vóór gør maakt duidelijk dat het betrekking heeft op de voorgestelde handeling: die handeling moet eveneens gebeuren. gør is de tegenwoordige tijd van gøre, “doen” of “maken”. In gøre ... klar betekent het niet simpelweg “doen”, maar “iets klaarmaken”. De vorm gør hoort bij de tegenwoordige tijd; het infinitief is gøre. Bijvoorbeeld: Jeg gør maden klar. — “Ik maak het eten klaar.” snacks is hier het zelfstandig naamwoord “snacks”. Het is een meervoudsvorm; het enkelvoud is snack. In deze zin is het datgene wat klaargemaakt wordt. klar betekent hier “klaar” of “gereed”. Samen met gøre vormt het de herbruikbare constructie gøre + iets + klar: “iets klaarmaken”. klar staat hier na het object en beschrijft de toestand die het object door de handeling krijgt. Bijvoorbeeld: Hun gør tasken klar. — “Zij maakt de tas klaar.” Geheel samengevoegd betekent Vil du have, at jeg også gør snacks klar?: “Wil je dat ik ook snacks klaarmaak?” De hoofdzin vraagt naar de wens van de luisteraar; de bijzin noemt de voorgestelde handeling, met jeg als uitvoerder, snacks als wat wordt klaargemaakt en klar als de bereikte toestand.

  7. Læg nogle kiks på den lille tallerken, tak.

    Leg alsjeblieft wat koekjes op het kleine bordje.

    Læg
    leg neer
    nogle
    wat; enkele
    kiks
    koekjes
    på
    op
    den
    de; het bepaalde lidwoord
    lille
    kleine
    tallerken
    bord
    tak
    alsjeblieft
    Uitgebreide uitleg

    Læg is de gebiedende wijs van lægge, “leggen” of “plaatsen”. Hier vraagt het iemand om iets ergens neer te leggen. Vergelijk ligge, “liggen”: Læg bogen på bordet. = “Leg het boek op tafel.” In de gebiedende wijs staat het onderwerp niet apart; de aangesproken persoon is bedoeld. nogle betekent hier “wat” of “enkele” en staat bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. nogle æbler betekent bijvoorbeeld “wat appels”. Het geeft geen precies aantal aan. kiks betekent “koekjes”. Het woord heeft in deze vorm dezelfde spelling in enkelvoud en meervoud: en kiks = “een koekje”, to kiks = “twee koekjes”. Hier maakt nogle duidelijk dat het om meervoud gaat. på betekent hier “op” en markeert het oppervlak waarop iets wordt geplaatst: Læg nøglerne på bordet. = “Leg de sleutels op tafel.” den is in den lille tallerken het bepaalde lidwoord bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het fælleskøn (gemeenschappelijk geslacht). In deze woordgroep komt het overeen met “de”: “het kleine bord” als geheel betekent “het kleine bordje” in de vaste vertaling. Het lidwoord drukt bepaaldheid uit; het noemt zelf geen afzonderlijke hoeveelheid. lille is de enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord lille, “klein”. Bij meervoud staat små: en lille tallerken = “een klein bord”, små tallerkener = “kleine borden”. Lille heeft in het enkelvoud dezelfde vorm bij gemeenschappelijk en onzijdig geslacht. tallerken betekent “bord” of, preciezer, “bord om van te eten”. Het onbepaalde enkelvoud is en tallerken; het bepaalde enkelvoud is tallerkenen. Hier staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud binnen de bepaalde woordgroep den lille tallerken. tak betekent letterlijk “dank” of “bedankt”. Aan het einde van een verzoek werkt het als een beleefde toevoeging met de betekenis “alsjeblieft”; het verandert de opdracht zelf niet. Samen vormt Læg ... på ... een herbruikbaar patroon: “Leg ... op ...”. nogle kiks is wat er wordt neergelegd en den lille tallerken is het oppervlak waarop dat gebeurt. De hele zin betekent daarom: “Leg alsjeblieft wat koekjes op het kleine bordje.”

  8. Alt vil være klar, før vores gæst kommer.

    Alles zal klaar zijn voordat onze gast aankomt.

    Alt
    alles
    vil
    zal
    være
    zijn
    klar
    klaar
    før
    voordat
    vores
    onze
    gæst
    gast
    kommer
    aankomt
    Uitgebreide uitleg

    Alt betekent hier “alles” en staat zelfstandig als onderwerp. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm in de reeks al (gemeenschappelijk enkelvoud), alt (onzijdig enkelvoud) en alle (meervoud). Voorbeeld: Alt er godt. — “Alles is goed.” vil geeft hier samen met een infinitief een toekomstige gebeurtenis weer: “zal”. De basisvorm is ville; in deze zin staat de tegenwoordige vorm vil. De combinatie vil + infinitief is een belangrijk patroon voor de toekomst, zoals in Hun vil komme. — “Zij zal komen.” være is de infinitief “zijn”. Na vil blijft het werkwoord in de infinitief staan: vil være — “zal zijn”. klar is hier het bijvoeglijk naamwoord “klaar”. Het staat predicatief na være en beschrijft de toestand van het onderwerp. In standaarddeens congrueert een predicatief bijvoeglijk naamwoord met een onzijdig onderwerp: bij alt is de verwachte vorm klart. De vaste zin bevat letterlijk klar; die vorm wordt hier niet genormaliseerd. Voorbeeld: Tasken er klar. — “De tas is klaar.” før is een onderschikkend voegwoord met de betekenis “voordat”. Het leidt de tijdsbepalende bijzin in. Voorbeeld: Vi spiser, før filmen begynder. — “We eten voordat de film begint.” vores betekent “onze”. Dit bezittelijk woord verandert niet mee met geslacht of getal: vores gæst, vores hus en vores gæster gebruiken allemaal vores. gæst betekent “gast”. De vorm is hier enkelvoud; de meervoudsvorm is gæster. Na vores ontstaat de combinatie “onze gast”. kommer betekent hier “aankomt”. De basisvorm is komme; kommer is de tegenwoordige tijd. In een bijzin na før kan de tegenwoordige tijd naar een toekomstige gebeurtenis verwijzen: før vores gæst kommer betekent “voordat onze gast aankomt”. Samen vormen Alt vil være klar en før vores gæst kommer de betekenis: “Alles zal klaar zijn voordat onze gast aankomt.” De eerste deelzin beschrijft een toekomstige toestand; de bijzin met før bepaalt dat die toestand eerder geldt dan de aankomst van de gast.

Grammatica

verbum + nok + ...

Gæsten kommer nok snart.

gèstèn kommer nog snad.

De gast komt waarschijnlijk binnenkort aan.

In het Deens staat nok meestal na het vervoegde werkwoord; hier betekent het ‘waarschijnlijk’.

før + bijzin

Før vi serverer kaffe, koger vi vand.

feu-a vie sèrvéère kafè, koo-a vie van.

Voordat we koffie serveren, koken we water.

Na før staat een volledige bijzin. Het vervoegde werkwoord staat daarin op de gewone plaats.

Deens woordenschat

bedre bijvoeglijk naamwoord
bèdre beter
gæst zelfstandig naamwoord
gèst gast
Geslacht
common
i aften uitdrukking
ie èftèn vanavond
kaffe zelfstandig naamwoord
kafè koffie
Geslacht
common
koger werkwoord
koo-a kook
kommer werkwoord
kommer komt aan
noget bepaler
noo-et wat
nok bijwoord
nog waarschijnlijk
servere werkwoord
sèrvéère serveren
snart bijwoord
snad binnenkort
te zelfstandig naamwoord
tee thee
Geslacht
common
vores bepaler
voors onze

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Onze gast komt binnenkort aan.

Antwoord tonenVores gæst kommer snart.

Zullen we koffie of thee serveren?

Antwoord tonenSkal vi servere kaffe eller te?

Thee is vanavond waarschijnlijk beter.

Antwoord tonenTe er nok bedre i aften.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

beter

Antwoord tonenbedre

komt aan

Antwoord tonenkommer

onze

Antwoord tonenvores

gast

Antwoord tonengæst