Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een shirt omruilen voor een grotere maat oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Jeg købte den her skjorte.
Jaj keubde den hèèr sjeurde. Ik heb dit shirt gekocht.Den passer ikke.
Den pasuh egguh. Het past niet.Har du stadig kvitteringen og mærket?
Haa doe stèèdie kwetieringuh en mèrgeh? Heb je de bon en het kaartje nog?Jeg har gemt dem begge i posen.
Jaj haa gemd dem boguh ie poosuh. Ik heb ze allebei in de tas bewaard.Så kan jeg hjælpe dig med at returnere den eller bytte den.
Soo ken jaj jèlbuh dai mee retuneeruh den elle-r beuduh den. Dan kan ik je helpen het shirt terug te brengen of te ruilen.Jeg vil helst bytte den til en større størrelse.
Jaj wel helst beuduh den tel en steuruh steurelsuh. Ik wil het liever omruilen voor een grotere maat.Det burde kunne lade sig gøre, hvis skjorten ikke er brugt.
De boode koenuh lee-du sai geuruh, wes sjeurdun egguh a brood. Dat moet kunnen als het shirt niet gedragen is.Hvor kan jeg prøve den større størrelse?
Voor ken jaj preuvuh den steuruh steurelsuh? Waar kan ik de grotere maat passen?Prøverummene er bag den udstilling.
Preuvuh-rummenuh a bèè den oethstelling. De paskamers zijn achter die display.Uitleg van de zinnen
Jeg købte den her skjorte.
Ik heb dit shirt gekocht.
- Jeg
- ik
- købte
- kocht
- den her
- deze
- skjorte
- shirt
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik” en is het onderwerp: de spreker voert de handeling uit. De vorm blijft in het Deens gelijk voor de grammaticale rol in deze zin; het werkwoord daarna draagt hier niet een aparte persoonsuitgang voor “ik”. købte is de verleden tijd van købe (“kopen”). De vorm is dus: købe — købte. De Deense verleden tijd wordt normaal niet naar persoon of meervoud verbogen: jeg købte en de købte gebruiken dezelfde werkwoordsvorm. Voorbeeld: Jeg købte en bog. — “Ik kocht een boek.” den her is een aanwijzende bepaling met de betekenis “deze”. In deze zin verwijst de combinatie naar één gemeenschappelijk-geslachtelijk zelfstandig naamwoord dat erop volgt. De vorm verandert volgens het zelfstandig naamwoord: den her bij een gemeenschappelijk geslacht, det her bij een onzijdig enkelvoud en de her bij meervoud. Voorbeeld: Jeg vælger den her. — “Ik kies deze.” skjorte betekent “shirt” of “overhemd”. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord en: en skjorte. De bepaalde vorm is skjorten (“het shirt”/“het overhemd”); het achtervoegsel -en hoort bij het zelfstandig naamwoord zelf. Voorbeeld: Skjorten er blå. — “Het shirt is blauw.” Samen vormen de delen Jeg + købte + den her + skjorte: “Ik kocht dit shirt.” Het Deense købte drukt hier een afgeronde handeling in het verleden uit; de Nederlandse vaste vertaling gebruikt daarvoor “heb gekocht”, maar de bedoelde gebeurtenis en de betrokken personen blijven hetzelfde.
Den passer ikke.
Het past niet.
- Den
- het (verwijzend naar iets bekends)
- passer
- past
- ikke
- niet
Uitgebreide uitleg
Den verwijst hier, volgens de context, naar het eerder genoemde shirt. Het is de Deense voornaamwoordsvorm voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord met gemeenschappelijk geslacht. Bij een onzijdig enkelvoud staat det, en bij meervoud de. In deze zin betekent Den dus “het”; het woord benoemt zelf geen persoon. passer is de tegenwoordige tijd van passe. Hier betekent het dat iets qua maat of geschiktheid past. Afhankelijk van de context kan passe ook betekenen dat iets iemand goed staat of geschikt is. Voorbeeld: Den passer godt. — “Het past goed.” ikke betekent hier “niet” en ontkent de bewering passer. In het Deens staat de ontkenning in deze hoofdzin na het vervoegde werkwoord. Voorbeeld: Jeg passer ikke ind. — “Ik pas er niet bij.” Samen vormen Den passer ikke de structuur “het past niet”: Den is het onderwerp, passer is het werkwoord en ikke ontkent de bewering. De volledige betekenis is: “Het past niet.”
Har du stadig kvitteringen og mærket?
Heb je de bon en het kaartje nog?
- Har du
- heb je
- stadig
- nog
- kvitteringen
- de bon
- og
- en
- mærket
- het kaartje
Uitgebreide uitleg
Har du staat aan het begin van de vraag en betekent hier: “heb je”. har is de tegenwoordige vorm van have (“hebben”); du is het persoonlijke voornaamwoord voor “jij”. In een Deense ja/nee-vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Har du ...? betekent letterlijk “Heb jij ...?”. Voorbeeld: Har du nøglen? — “Heb je de sleutel?” stadig betekent hier “nog”: het gaat om het voortduren van het hebben of bewaren. Het kan in andere zinnen ook “nog steeds” betekenen. Voorbeeld: Har du stadig tid? — “Heb je nog tijd?” kvitteringen is “de bon”. De vorm is de bepaalde enkelvoudsvorm van kvittering (“bon”): kvittering → kvitteringen. Het achtervoegsel -en markeert hier bepaaldheid; het is niet een afzonderlijk woord. Voorbeeld: Jeg har kvitteringen. — “Ik heb de bon.” og is het voegwoord “en”. Het verbindt hier de twee zelfstandige naamwoordgroepen kvitteringen en mærket. mærket betekent hier “het kaartje”. De vorm is de bepaalde enkelvoudsvorm van mærke (“kaartje” in deze context): mærke → mærket. Het achtervoegsel -et markeert hier bepaaldheid bij dit woord. Voorbeeld: Jeg har mærket. — “Ik heb het kaartje.” Samen vormen de delen de vraag Har du stadig kvitteringen og mærket?: “Heb je de bon en het kaartje nog?” De vraag gebruikt het patroon Har du [bepaald voorwerp] og [bepaald voorwerp]? om te vragen of iemand beide genoemde voorwerpen nog heeft. stadig geldt voor de hele daaropvolgende combinatie, dus voor zowel de bon als het kaartje.
Jeg har gemt dem begge i posen.
Ik heb ze allebei in de tas bewaard.
- Jeg har
- ik heb
- gemt
- bewaard; opgeborgen
- dem
- ze; hen
- begge
- allebei
- posen
- de tas
Uitgebreide uitleg
Jeg har vormt hier het begin van de Deense voltooid tegenwoordige tijd: jeg is “ik” en har is de tegenwoordige vorm van have als hulpwerkwoord. Het hulpwerkwoord staat bij het onderwerp; de hoofdhandeling volgt in het voltooid deelwoord. Bijvoorbeeld: Jeg har læst bogen. — “Ik heb het boek gelezen.” gemt is het voltooid deelwoord van gemme (“bewaren”, “opbergen”). In deze zin gaat het om iets dat opgeborgen of bewaard is. De keten is gemme — gemte (verleden tijd) — gemt (voltooid deelwoord). Na har gebruik je hier gemt, niet de verleden tijd gemte. dem is de objectvorm van het Deense persoonlijke voornaamwoord voor meervoudige personen of zaken. Hier betekent het, in overeenstemming met de vaste vertaling, “ze/hen” als lijdend voorwerp. Het is niet hetzelfde als het onderwerpelijke de (“zij/ze”). Voorbeeld: Jeg ser dem. — “Ik zie ze.” begge betekent “allebei” en maakt expliciet dat het om twee gaat. Samen met dem ontstaat het patroon dem begge — “ze allebei”. Voorbeeld: Jeg kender dem begge. — “Ik ken ze allebei.” posen betekent “de tas”. Het is de bepaalde vorm van pose (“tas”): en pose — “een tas”, posen — “de tas”. De uitgang -en markeert hier de bepaalde vorm; hij drukt op zichzelf geen meervoud uit. De voorzetselgroep i posen betekent “in de tas”. Samen bouwen de delen de betekenis als volgt op: Jeg har geeft “ik heb”, gemt geeft de voltooide handeling “bewaard/opgeborgen”, dem begge geeft het lijdend voorwerp “ze allebei”, en i posen geeft de plaats “in de tas”. De volledige zin betekent dus: “Ik heb ze allebei in de tas bewaard.”
Så kan jeg hjælpe dig med at returnere den eller bytte den.
Dan kan ik je helpen het shirt terug te brengen of te ruilen.
- Så
- dan
- kan jeg
- kan ik
- hjælpe
- helpen
- dig
- je
- med at
- om te
- returnere
- terugbrengen
- den
- het
- eller
- of
- bytte
- ruilen
Uitgebreide uitleg
Så betekent hier “dan” en verwijst naar de situatie uit de context: “Dan kan ik …”. Het kan in andere zinnen ook “zo” betekenen, maar hier leidt het een gevolg in. kan jeg bestaat uit kan + jeg. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) voor alle personen; het verandert dus niet naar persoon of getal. In een hoofdvraag staat het werkwoord vaak vóór het onderwerp, maar hier is het een mededelende zin met inversie na Så: “Dan kan ik …”. Na een modaal werkwoord staat de volgende infinitief zonder at: kan hjælpe, niet kan at hjælpe. hjælpe is de infinitief van hjælpe, “helpen”. Een bruikbaar patroon is hjælpe nogen med at + infinitief: “iemand helpen om iets te doen”. Voorbeeld: Jeg hjælper hende med at pakke. — “Ik help haar met inpakken.” dig is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: “jou/je”. Het is hier degene die hulp ontvangt. De vorm dig staat na het werkwoord of een voorzetsel; als onderwerp gebruikt het Deens du. med at introduceert hier de activiteit waarbij de hulp wordt geboden: hjælpe dig med at returnere — “je helpen om terug te brengen”. at markeert de infinitief returnere; dit at is dus niet hetzelfde als het voorzetsel med. returnere is een infinitief en betekent hier “terugbrengen” of “retourneren”. De handeling staat na at, terwijl kan eerder in de zin de mogelijkheid of beschikbaarheid uitdrukt. Voorbeeld: Jeg vil returnere varen. — “Ik wil het artikel retourneren.” den is hier een enkelvoudig objectvoornaamwoord voor een zaak uit de context. De vaste vertaling identificeert die zaak als het shirt: “het shirt”. Het voornaamwoord verwijst dus in deze zin naar dat shirt; de vorm zelf zegt niet dat het om een persoon gaat. De tweede den later in de zin verwijst naar hetzelfde object. eller verbindt twee alternatieven: “of”. Het verbindt hier twee werkwoordelijke mogelijkheden binnen hetzelfde patroon: returnere den of bytte den. bytte is de infinitief van bytte, “ruilen” of “omruilen”. In deze zin gaat het om een alternatief voor terugbrengen: het shirt omruilen. Voorbeeld: Jeg vil bytte varen. — “Ik wil het artikel omruilen.” De eerste mogelijkheid is returnere den: het shirt terugbrengen. De tweede is bytte den: hetzelfde shirt omruilen. Samen met Så kan jeg hjælpe dig med at ontstaat de herbruikbare structuur Så kan jeg hjælpe dig med at X eller Y: “Dan kan ik je helpen om X of Y te doen.” De volledige betekenis is: “Dan kan ik je helpen het shirt terug te brengen of te ruilen.”
Jeg vil helst bytte den til en større størrelse.
Ik wil het liever omruilen voor een grotere maat.
- Jeg vil
- ik wil
- helst
- liever
- bytte
- ruilen
- den
- het
- til
- voor
- større
- groter
- størrelse
- maat
Uitgebreide uitleg
Jeg vil betekent hier “ik wil”. vil is de tegenwoordige vorm van ville en drukt in deze zin een wens of voornemen uit. Het werkwoord verandert niet naar persoon: jeg vil en bijvoorbeeld du vil gebruiken allebei vil. Voorbeeld: Jeg vil vente. — “Ik wil wachten.” helst maakt de voorkeur duidelijk: “liever” of “bij voorkeur”. Het staat hier bij vil en verzacht de keuze niet tot onzekerheid; de spreker geeft aan wat die het liefst wil doen. Voorbeeld: Jeg vil helst betale nu. — “Ik wil liever nu betalen.” bytte betekent hier “ruilen”. Na vil staat het werkwoord in de infinitief zonder apart infinitiefpartikel: vil bytte. Een bruikbaar patroon is bytte X til Y: “X ruilen voor Y”. Voorbeeld: Jeg vil bytte bogen til en anden. — “Ik wil het boek voor een andere ruilen.” den is hier het enkelvoudige objectpronomen voor een zaak van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. In deze context verwijst het, overeenkomstig de vertaling en de omliggende context, naar het shirt dat wordt omgeruild. Het is dus het voorwerp van bytte, niet de persoon die de ruil uitvoert. Voorbeeld: Jeg vasker den. — “Ik was hem/het.” til betekent in deze ruilconstructie “voor” en geeft aan wat ervoor in de plaats komt. Het maakt samen met bytte het patroon bytte den til ...: “het ruilen voor ...”. større betekent “groter” en is de vergrotende trap van stor (“groot”): stor — større — størst (“groot” — “groter” — “grootst”). Hier beschrijft større størrelse, niet het pronomen den. Voorbeeld: Jeg vil have en større kop. — “Ik wil een grotere kop.” størrelse betekent “maat” of algemener “grootte”. Het is een zelfstandig naamwoord; in en større størrelse staat het met het onbepaalde lidwoord en. Het lidwoord geeft hier niet op zichzelf een geteld aantal aan: de woordgroep benoemt een maat als ruilartikel. Voorbeeld: Denne størrelse passer. — “Deze maat past.” Samen vormen de delen: Jeg vil helst — “ik wil liever”, bytte den — “het ruilen”, en til en større størrelse — “voor een grotere maat”. De volledige betekenis is: “Ik wil het liever omruilen voor een grotere maat.”
Det burde kunne lade sig gøre, hvis skjorten ikke er brugt.
Dat moet kunnen als het shirt niet gedragen is.
- Det burde
- dat zou moeten
- kunne lade sig gøre
- kunnen lukken
- hvis
- als
- skjorten
- het shirt
- ikke er brugt
- niet gedragen zijn
Uitgebreide uitleg
Det burde: det is hier een formeel onderwerp in de vaste mogelijkheidconstructie; het verwijst niet zelfstandig naar een specifiek genoemd voorwerp. Burde is de vorm van bør die een voorzichtige verwachting of aanbeveling uitdrukt: “zou moeten”. Na een modaal werkwoord staat een infinitief. Voorbeeld: Det burde kunne fungere. — “Dat zou moeten kunnen werken.” kunne lade sig gøre: Dit is een vaste uitdrukking voor “mogelijk zijn” of “lukken”. Kunne is de infinitief van kan; lade is de infinitief van lader, en sig hoort bij deze uitdrukking. Samen met burde ontstaat de keten burde kunne lade sig gøre: “zou moeten kunnen lukken”. hvis: Dit is het onderschikkende voegwoord “als” in een voorwaarde. De bijzin begint hier met hvis, en de hoofdzin geeft aan wat onder die voorwaarde mogelijk zou zijn. Voorbeeld: Hvis varen er ren, kan den bruges. — “Als het artikel schoon is, kan het gebruikt worden.” skjorten: Dit betekent hier “het shirt”. De basisvorm is skjorte — “een shirt”; skjorten is de bepaalde enkelvoudsvorm, gevormd met het achtervoegsel -n. Het woord is van het gemeenschappelijke geslacht, daarom is de onbepaalde vorm en skjorte. ikke er brugt: ikke maakt de bewering negatief. Er is de tegenwoordige vorm van være — “zijn”. Brugt is de vorm van bruge — “gebruiken”; bij kleding betekent het hier, in combinatie met er, “gedragen” of “gebruikt”. In een bijzin staat de ontkenning vóór het vervoegde werkwoord: skjorten ikke er .... Voorbeeld: Skjorten er ikke brugt. — “Het shirt is niet gedragen.” De delen bouwen de betekenis stapsgewijs op: Det burde geeft een voorzichtige verwachting, kunne lade sig gøre zegt dat iets mogelijk zou moeten zijn, en hvis skjorten ikke er brugt voegt de voorwaarde toe. De volledige zin betekent daarom: “Dat zou moeten kunnen als het shirt niet gedragen is.”
Hvor kan jeg prøve den større størrelse?
Waar kan ik de grotere maat passen?
- Hvor kan jeg
- Waar kan ik …?
- prøve
- passen
- den
- de
- større
- grotere
- størrelse
- maat
Uitgebreide uitleg
Hvor kan jeg betekent hier “waar kan ik …?”. Hvor vraagt naar een plaats. kan is de tegenwoordige tijd van kunne en drukt hier mogelijkheid of toestemming uit; jeg is de eerste persoon enkelvoud (“ik”). Een bruikbaar patroon is Hvor kan jeg + werkwoord?, bijvoorbeeld: Hvor kan jeg betale? — “Waar kan ik betalen?” prøve betekent in deze context “passen”: de spreker wil de maat van een kledingstuk uitproberen. Het is de infinitief na kan; na een modaal werkwoord zoals kan staat in het Deens de infinitief zonder extra uitgang. Prøve kan in andere contexten ook “proberen” of “testen” betekenen, maar bij kleding past hier de betekenis “passen”. Voorbeeld: Jeg vil prøve jakken. — “Ik wil de jas passen.” den staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en het zelfstandig naamwoord. In deze combinatie markeert den de bepaalde nominale groep: “de”. Bij een onbepaald zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld en størrelse; met een bijvoeglijk naamwoord wordt de bepaalde combinatie den større størrelse. Het zelfstandig naamwoord zelf blijft hier in de vorm størrelse, niet in de vorm størrelsen. større is de vergrotende trap van stor (“groot”): stor – større – størst (“groot – groter – grootst”). Het woord beschrijft hier størrelse, dus het gaat om een grotere maat, niet om een groter voorwerp in het algemeen. De vorm større is de comparatief en verandert hier niet naar mannelijk/vrouwelijk, onzijdig of meervoud. størrelse is het zelfstandig naamwoord “maat”. Het is een gemeenschappelijk-geslachtswoord: en størrelse; de bepaalde vorm zonder voorafgaand bijvoeglijk naamwoord is størrelsen (“de maat”). In deze zin staat het na den større, waardoor de hele nominale groep den større størrelse “de grotere maat” betekent. Samen vormt de zin Hvor kan jeg prøve den større størrelse? de vraag “Waar kan ik de grotere maat passen?” De plaatsvraag Hvor kan jeg wordt verbonden met de handeling prøve en met het kleding- of maatbegrip den større størrelse. De vraag is beleefd en praktisch geformuleerd in een winkelsituatie.
Prøverummene er bag den udstilling.
De paskamers zijn achter die display.
- Prøverummene
- de paskamers
- er
- zijn
- bag
- achter
- den
- die
- udstilling
- display
Uitgebreide uitleg
Prøverummene betekent hier “de paskamers”. Het is het bepaalde meervoud van prøverum (“paskamer”): et prøverum → prøverummet (de paskamer) → prøverummene (de paskamers). Het woord verwijst dus naar meer dan één paskamer. er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”). De vorm blijft in het Deens hetzelfde bij verschillende personen en aantallen. Voorbeeld: De er her. = “Ze zijn hier.” bag betekent “achter” en geeft hier een plaatsrelatie aan. Het is een voorzetsel: bag døren betekent “achter de deur”. den betekent hier “die” en staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. In den udstilling bepaalt den dus de demonstratieve, bepaalde verwijzing; het is niet het meervoud de, dat in het Deens de is. udstilling betekent “display” of “tentoonstelling”. Het is een woord van het gemeenschappelijke geslacht: en udstilling (een display), udstillingen (de display) en udstillinger (displays). In den udstilling staat het zelfstandig naamwoord in de onbepaalde vorm na het aanwijzende woord; samen betekent de woordgroep “die display”. Samen vormen de delen: Prøverummene er (“de paskamers zijn”) + bag den udstilling (“achter die display”). De volledige betekenis is: “De paskamers zijn achter die display.”
Grammatica
stor → større
Jeg vil helst have en større skjorte.
Jaj wel helst haa en steuruh sjeurde.Ik wil het liefst een groter shirt.
De vergrotende trap van stor is onregelmatig: stor wordt større, niet *storer.
lade sig gøre
Det kan lade sig gøre at bytte.
De ken lee-du sai geuruh uh beuduh.Het is mogelijk om te ruilen.
lade sig gøre is een vaste uitdrukking voor ‘mogelijk zijn’; sig hoort bij de uitdrukking.
Deens woordenschat
Jeg har gemt dem begge i posen.
Jeg har gemt dem begge i posen.
Så kan jeg hjælpe dig med at returnere den eller bytte den.
Den passer ikke.
- Geslacht
- common
Har du stadig kvitteringen og mærket?
Jeg købte den her skjorte.
- Geslacht
- neuter
Har du stadig kvitteringen og mærket?
Den passer ikke.
- Geslacht
- common
Jeg har gemt dem begge i posen.
Så kan jeg hjælpe dig med at returnere den eller bytte den.
- Geslacht
- common
Jeg købte den her skjorte.
Har du stadig kvitteringen og mærket?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik heb dit shirt gekocht.
Antwoord tonen
Jeg købte den her skjorte.Het past niet.
Antwoord tonen
Den passer ikke.Heb je de bon en het kaartje nog?
Antwoord tonen
Har du stadig kvitteringen og mærket?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
passen
Antwoord tonen
passerbewaren
Antwoord tonen
gemtkopen
Antwoord tonen
købtekaartje