Jeg
“Jeg” betekent hier “ik” en is het onderwerp van de zin. Het staat voor de persoon die hulp nodig heeft in “Jeg har brug for hjælp”. Je gebruikt het als je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld bij een vraag of verzoek tijdens een reis.
har
“Har” betekent hier “heb” en vormt met “brug for” de uitdrukking “har brug for hjælp”: hulp nodig hebben. Het is de vorm van “have” die bij “jeg” staat. Je gebruikt deze combinatie om iets te vragen of te zeggen wat je nodig hebt.
brug for
“Brug for” vormt samen met “har” de vaste uitdrukking “har brug for hjælp”, die betekent dat iemand hulp nodig heeft. “Brug” en “for” werken hier samen; “for” verbindt de behoefte met datgene wat nodig is. Je kunt deze constructie gebruiken voor een persoon, voorwerp of dienst die je nodig hebt.
hjælp
“Hjælp” betekent hier “hulp” in “har brug for hjælp”. Het benoemt wat de spreker nodig heeft bij het kopen van een kaartje. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je assistentie vraagt bij een automaat of tijdens een reis.
til
“Til” betekent hier “om te” en verbindt “hjælp” met de activiteit “at købe en billet”. Het geeft aan waarvoor de hulp nodig is. Je ziet dezelfde verbinding in “hjælp til at købe” wanneer je hulp bij een handeling beschrijft.
at
“At” is hier de infinitiefmarkeerder vóór “købe” in “til at købe en billet”. Het maakt van “købe” de onbepaalde werkwoordsvorm die bij de activiteit hoort. Je gebruikt het in deze constructie wanneer je zegt waarvoor hulp nodig is.
købe
“Købe” betekent hier “kopen” in “at købe en billet”. Het staat na “at” als de handeling waarvoor hulp nodig is. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij het kopen van een kaartje aan een automaat.
en
“En” is hier het onbepaalde lidwoord bij “billet” in “en billet”. Het verwijst naar één kaartje zonder dat het eerder specifiek genoemd is. Je gebruikt “en” vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord zoals in “en billet”.
billet
“Billet” betekent hier “kaartje” of “ticket” in “en billet”. Het gaat om het vervoersbewijs dat de spreker wil kopen. Je gebruikt het in een reissituatie wanneer je over een ticket spreekt.
denne
“Denne” betekent hier “deze” in “denne rejse” en wijst naar de reis die de spreker bedoelt. Het staat direct vóór “rejse”. Je gebruikt het om één specifieke, nabije of al bedoelde reis aan te wijzen.
rejse
“Rejse” betekent hier “reis” in “denne rejse”. Het benoemt de tocht waarvoor het kaartje nodig is. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij het bespreken van een treinreis en de bijbehorende route.
Du
“Du” betekent hier “jij” of “u” en is het onderwerp van “Du kan købe den”. Het verwijst naar de persoon die uitleg krijgt bij de automaat. Je gebruikt het om één gesprekspartner rechtstreeks aan te spreken.
kan
“Kan” betekent hier “kunt” in “Du kan købe den” en drukt uit dat de gesprekspartner iets kan doen. Het is de vorm van “kunne” die bij “du” staat en wordt gevolgd door “købe”. Je gebruikt het om een mogelijkheid of praktische instructie te geven.
den
“Den” verwijst hier naar het kaartje uit de eerdere zin en betekent “het” in “købe den”. Het is het voorwerp van “købe”, zodat “billet” niet opnieuw hoeft te worden gezegd. Je gebruikt het om naar een eerder genoemd en specifiek ding te verwijzen.
i
“I” betekent hier “in” in “i denne automat”. Het geeft aan waar je het kaartje kunt kopen: in deze automaat. Je gebruikt het vóór een plaats of apparaat waarin een handeling plaatsvindt.
automat
“Automat” betekent hier “automaat” in “denne automat”. Het benoemt het apparaat waarmee de reiziger een kaartje koopt. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je bij een ticketautomaat de juiste keuze uitlegt.
Hvilken
“Hvilken” betekent hier “welke” in de vraag “Hvilken mulighed skal jeg vælge først?”. Het vraagt om één keuze uit meerdere mogelijkheden en staat vóór “mulighed”. Je gebruikt het om naar een specifieke optie te vragen.
mulighed
“Mulighed” betekent hier “mogelijkheid” of “optie” in “Hvilken mulighed”. Het verwijst naar een keuze op de automaat. Je gebruikt het wanneer je wilt weten welke optie je moet selecteren.
skal
“Skal” betekent hier “moet” of “zou moeten” in “skal jeg vælge først?”. Het vraagt welke handeling als eerste nodig of bedoeld is. Je gebruikt “skal” vóór een werkwoord zoals “vælge” om naar een vereiste of instructie te vragen.
vælge
“Vælge” betekent hier “kiezen” in “skal jeg vælge først?”. Het staat na “skal” in de werkwoordsvorm die de handeling benoemt. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij het selecteren van een bestemming of optie op een scherm.
først
“Først” betekent hier “eerst” en geeft de volgorde van de keuze aan in “vælge først”. De spreker wil weten welke handeling als eerste moet gebeuren. Je gebruikt het om de eerste stap in een reeks aan te wijzen.
Vælg
“Vælg” betekent hier “kies” en is een directe instructie in “Vælg din destination”. Het is de gebiedende vorm van “vælge”. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand kort uitlegt welke handeling die persoon op een scherm moet uitvoeren.
din
“Din” betekent hier “jouw” of “uw” in “din destination”. Het geeft aan dat de bestemming de bestemming van de aangesproken persoon is. Je gebruikt het vóór het zelfstandig naamwoord dat bij de gesprekspartner hoort.
destination
“Destination” betekent hier “bestemming” in “din destination”. Het gaat om de plaats waar de reiziger naartoe wil. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij het kiezen van een treinbestemming.
på
“På” betekent hier “op” in “på skærmen”. Het geeft aan waar de bestemming moet worden gekozen. Je gebruikt het vóór een oppervlak of scherm waarop informatie of opties staan.
skærmen
“Skærmen” betekent hier “het scherm” in “på skærmen”. De bepaalde vorm verwijst naar het specifieke scherm van de automaat. Je gebruikt het wanneer je naar een bekend scherm verwijst waarop de reiziger iets moet selecteren.
Hvordan
“Hvordan” betekent hier “hoe” in “Hvordan tjekker jeg”. Het opent een vraag naar de manier waarop de spreker iets kan controleren. Je gebruikt het om naar een werkwijze of procedure te vragen.
tjekker
“Tjekker” betekent hier “controleer” of “kijk na” in “tjekker jeg”. Het gaat om het controleren van de plaats waar de reiziger moet overstappen. Het is de vorm van “tjekke” die bij “jeg” staat; je gebruikt het bij het nakijken van informatie op een scherm.
hvor
“Hvor” betekent hier “waar” in “hvor jeg skal skifte”. Het introduceert de plaats waar de overstap moet gebeuren. Je gebruikt het om binnen een vraag of mededeling naar een locatie te verwijzen.
skifte
“Skifte” betekent hier “overstappen” in “skal skifte”. Het gaat om het wisselen van trein tijdens de reis. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je wilt weten waar de overstap op de route plaatsvindt.
Ruteoplysningerne
“Ruteoplysningerne” betekent hier “de routegegevens” en is het onderwerp van “Ruteoplysningerne vises”. Het verwijst naar de specifieke informatie over het traject die op de automaat verschijnt. Je gebruikt het bij het bespreken van route-informatie voor een reis.
vises
“Vises” betekent hier “worden getoond” of “verschijnen” in “Ruteoplysningerne vises”. Het beschrijft wat er vóór de betaling op het scherm gebeurt. Je gebruikt het bij informatie die automatisch op een scherm wordt weergegeven.
før
“Før” betekent hier “voor” in “før betaling”. Het geeft aan dat de routegegevens eerder verschijnen dan het betalen. Je gebruikt het om een tijdstip of handeling aan te geven die voorafgaat aan een andere handeling.
betaling
“Betaling” betekent hier “betaling” in “før betaling”. Het benoemt de handeling waarbij voor het kaartje wordt betaald. Je gebruikt het in een situatie waarin je de stappen vóór of tijdens het betalen beschrijft.
nu
“Nu” betekent hier “nu” in “Jeg kan nu se”. Het geeft aan dat de spreker de informatie op dit moment kan zien. Je gebruikt het om een verandering of nieuw inzicht op het huidige moment aan te geven.
se
“Se” betekent hier “zien” in “kan nu se”. Het staat na “kan” en beschrijft wat de spreker op het scherm waarneemt. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je bevestigt dat je een route of overstappunt kunt zien.
Hav
“Hav” betekent hier “houd” of “heb” in de instructie “Hav billetten med dig”. Het is de gebiedende vorm van “have” en zegt dat de reiziger het kaartje bij zich moet houden. Je gebruikt deze vorm om iemand een praktische instructie te geven.
billetten
“Billetten” betekent hier “het kaartje” in “Hav billetten med dig”. De bepaalde vorm verwijst naar het specifieke kaartje dat zojuist is gekocht. Je gebruikt het wanneer duidelijk is over welk ticket het gaat.
med
“Med” betekent hier “met” in “med dig”. Samen geeft dit aan dat het kaartje bij de reiziger moet blijven. Je gebruikt het in deze combinatie om te zeggen dat iemand iets bij zich heeft.
dig
“Dig” betekent hier “jou” of “u” in “med dig”. Het verwijst naar de aangesproken persoon die het kaartje bij zich moet houden. Je gebruikt het na “med” wanneer iets met de gesprekspartner meegaat of bij die persoon blijft.
indtil
“Indtil” betekent hier “totdat” in “indtil rejsen er slut”. Het geeft de eindgrens aan voor hoe lang het kaartje bij de reiziger moet blijven. Je gebruikt het vóór een gebeurtenis of toestand die het einde van die periode markeert.
rejsen
“Rejsen” betekent hier “de reis” in “indtil rejsen er slut”. De bepaalde vorm verwijst naar de specifieke reis waarvoor het kaartje is gekocht. Je gebruikt het wanneer de gesprekspartners dezelfde reis bedoelen.
er
“Er” betekent hier “is” in “rejsen er slut”. Het verbindt “rejsen” met de toestand “slut”. Het is de vorm van “være” die je gebruikt om een toestand of situatie te beschrijven.
slut
“Slut” betekent hier “voorbij” of “afgelopen” in “rejsen er slut”. De uitdrukking zegt dat de reis beëindigd is. Je gebruikt “indtil rejsen er slut” om aan te geven dat iets tot het einde van een reis moet worden bewaard of gedaan.