Hørte
Hørte betekent hier «hoorde» in de vraag naar de zojuist afgespeelde omroep. Het is de verleden tijd van høre. Een bruikbaar vraagpatroon is «Hørte du ...?» voor iets dat iemand eerder heeft gehoord.
du
Du betekent hier «je» of «jij» en verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. In «Hørte du meddelelsen lige før?» staat du als degene die iets heeft gehoord. Het wordt vaak gebruikt in directe vragen aan één persoon.
meddelelsen
Meddelelsen betekent hier «de mededeling», namelijk de omroep op het station. De vorm verwijst naar een specifieke mededeling die beide personen kennen. Een gebruikelijk patroon is «høre meddelelsen» wanneer je naar een mededeling luistert.
lige
Lige betekent hier «net» of «zojuist» in de vaste combinatie «lige før». Het versterkt de nabijheid in de tijd: de mededeling gebeurde kort geleden. «Lige» staat in deze betekenis vóór een tijdsaanduiding zoals «lige før».
før
Før betekent hier «geleden» in «lige før», dus kort geleden. In andere contexten kan het ook «voor» betekenen, maar in deze dialoog gaat het om een moment vóór nu. De combinatie «lige før» is een gebruikelijke manier om «net ervoor» of «zojuist» aan te duiden.
Toget
Toget betekent hier «de trein», de trein waar de reizigers op wachten. Het is de specifieke trein die vanaf een ander perron vertrekt. Een bruikbaar patroon is «Toget kører fra ...» om te zeggen vanaf welk perron of welke plaats de trein vertrekt.
kører
Kører betekent hier «vertrekt» in de zin van een trein die gaat rijden. Het verwijst dus niet alleen naar rijden, maar in «Toget kører fra en anden perron» naar het vertrek van de trein. Een gebruikelijk patroon is «kører fra» met de plaats van vertrek erna.
fra
Fra betekent hier «vanaf» en geeft het vertrekpunt van de trein aan. In «kører fra en anden perron» volgt na fra het perron waar de trein vertrekt. Het wordt vaak gebruikt voor een herkomst- of vertrekpunt.
en
En is hier het onbepaalde lidwoord «een» vóór «anden perron». Het introduceert een niet eerder genoemd perron. Een gebruikelijk patroon is «en» vóór een zelfstandig naamwoord dat als één niet-bepaald ding wordt genoemd.
anden
Anden betekent hier «andere» of «een andere» en onderscheidt het vertrekperron van het eerder bedoelde perron. In de exacte combinatie «en anden perron» staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Het wordt gebruikt om een alternatief of verschillend ding aan te wijzen.
perron
Perron betekent hier «perron», de plaats op het station waar de trein vertrekt. Het woord staat in «en anden perron» en benoemt het nieuwe vertrekpunt. Het kan worden gecombineerd met een bepaling die het perron specificeert, zoals «en anden perron».
På
På betekent hier «op» in «På tavlen» en geeft aan waar de informatie staat. Het verwijst naar het informatiebord op het station. Een gebruikelijk patroon is «På ... står der» om te zeggen wat ergens geschreven of vermeld staat.
tavlen
Tavlen betekent hier «het bord», namelijk het informatiebord waarop de wijziging staat. De vorm verwijst naar een specifiek bord in de stationsomgeving. Een bruikbaar patroon is «På tavlen står der ...» voor informatie die op een bord staat.
står
Står draagt hier in «På tavlen står der» de betekenis «staat» of «is vermeld»: op het bord staat bepaalde informatie. Het gaat om geschreven of weergegeven informatie, niet om een persoon die daar letterlijk staat. De constructie «På tavlen står der, at ...» is bruikbaar om de inhoud van een bord weer te geven.
der
Der hoort hier bij de constructie «På tavlen står der» en helpt aan te geven dat er op het bord informatie staat. In deze zin betekent het niet zelfstandig «daar» als bestemming. Een gebruikelijk patroon is «står der, at ...» wanneer je vermeldt wat ergens staat.
at
At betekent hier «dat» en leidt de inhoud in van wat op het bord staat. Het verbindt «står der» met de mededeling «vi skal bruge den anden perron i stedet». Een bruikbaar patroon is «står der, at ...» om te zeggen dat ergens staat dat iets het geval is.
vi
Vi betekent hier «we» en verwijst naar de twee reizigers samen. In «vi skal bruge den anden perron» is vi degene die het andere perron moet gebruiken. Het wordt gebruikt als onderwerp voor een handeling die de spreker samen met anderen uitvoert.
skal
Skal betekent hier «moeten» of «zouden moeten» en geeft aan wat de reizigers volgens het bord moeten doen. Het staat na «vi» en vóór het werkwoord «bruge». Een gebruikelijk patroon is «skal» plus een werkwoord, zoals «skal bruge».
bruge
Bruge betekent hier «gebruiken» en verwijst naar het nemen van het andere perron voor de trein. Na «skal» staat de vorm «bruge». Een bruikbaar patroon is «skal bruge den anden perron» wanneer iemand moet aangeven welke optie gebruikt moet worden.
den
Den betekent hier «de» of «die» in «den anden perron» en verwijst naar het specifieke andere perron. Het maakt duidelijk welk perron bedoeld wordt. Het staat vóór een bepaling zoals «anden» en vóór het zelfstandig naamwoord.
i stedet
I stedet betekent als geheel «in plaats daarvan» en geeft aan dat het andere perron de eerdere keuze vervangt. «I» draagt het idee van «in» bij en «stedet» verwijst naar «de plaats»; samen vormen ze de uitdrukking «i stedet». Een bruikbaar patroon is «bruge den anden perron i stedet» wanneer je een alternatief kiest.
Så
Så betekent hier «dan» of «dus» en leidt de praktische conclusie uit de platformwijziging in. Het verbindt de nieuwe informatie met de volgende actie. Een gebruikelijk patroon is «Så skal vi ...» om na een constatering een volgende stap voor te stellen.
følge
Følge betekent hier «volgen» en verwijst naar het volgen van de wegwijzers op het station. Na «skal» staat de vorm «følge». Een bruikbaar patroon is «følge skiltene» wanneer je aanwijzingen of borden volgt.
skiltene
Skiltene betekent hier «de borden» of «de wegwijzers» die naar het juiste perron leiden. De vorm verwijst naar de concrete borden op het station. Een gebruikelijk patroon is «følge skiltene» voor het volgen van bewegwijzering.
nu
Nu betekent hier «nu» en benadrukt dat de reizigers onmiddellijk moeten handelen. Het staat zowel bij «følge skiltene nu» als bij «går nu». Het kan achter de handeling staan om aan te geven wanneer die moet gebeuren.
Har
Har betekent hier «hebben» in de vraag «Har vi tid nok ...?». De spreker vraagt of er voldoende tijd beschikbaar is. Een bruikbaar vraagpatroon is «Har vi ...?» om te vragen of de groep iets heeft of over iets beschikt.
tid
Tid betekent hier «tijd», meer bepaald de tijd die nodig is om het andere perron te bereiken. In «tid nok» wordt het aangevuld door «nok» om voldoende tijd aan te duiden. Een gebruikelijk patroon is «have tid til at ...» voor tijd hebben om iets te doen.
nok
Nok betekent hier «genoeg» en geeft aan dat de beschikbare tijd voldoende kan zijn. Het staat na het zelfstandig naamwoord in «tid nok». Een bruikbaar patroon is «tid nok til at ...» voor «genoeg tijd om ...».
til
Til betekent hier «om te» in «til at komme derhen» en leidt het doel of de handeling in waarvoor tijd nodig is. Het staat vóór «at» en het werkwoord «komme». Een gebruikelijk patroon is «tid til at ...» wanneer je tijd hebt om iets te doen.
komme
Komme betekent hier «komen» of «bereiken» en verwijst naar het bereiken van het andere perron. In «til at komme derhen» volgt het na «at» in een doelconstructie. Een bruikbaar patroon is «komme derhen» voor ergens naartoe komen of een plaats bereiken.
derhen
Derhen betekent hier «daarheen» en verwijst naar het andere perron als bestemming. De vorm geeft richting aan, niet alleen een plaats waar iemand zich bevindt. Een gebruikelijk patroon is «komme derhen» wanneer je zegt dat iemand een eerder genoemde plaats bereikt.
Det
Det betekent hier «dat» in het antwoord «Det har vi» en verwijst naar het feit dat ze genoeg tijd hebben. Het herneemt dus de inhoud van de voorafgaande vraag, niet een concreet voorwerp. Een bruikbaar patroon is «Det har vi» als bevestiging dat je iets inderdaad hebt.
hvis
Hvis betekent hier «als» en introduceert de voorwaarde waaronder ze genoeg tijd hebben. De voorwaarde staat in «hvis vi går nu». Een gebruikelijk patroon is «hvis» gevolgd door een voorwaarde en daarna de uitkomst.
går
Går betekent hier «gaan» of in deze stationscontext «vertrekken». In «hvis vi går nu» betekent het dat ze nu weggaan om op tijd bij het andere perron te komen. Een bruikbaar patroon is «hvis vi går nu» om een onmiddellijke vertrekvoorwaarde uit te drukken.
Jeg
Jeg betekent hier «ik» en verwijst naar de spreker die over zijn of haar eigen ticket spreekt. In «Jeg holder min billet klar» is jeg degene die het ticket gereed houdt. Het wordt gebruikt als onderwerp wanneer de spreker een eigen handeling beschrijft.
holder
Holder betekent hier «houd» of «bewaar» en beschrijft dat de spreker het ticket gereed houdt. In de constructie «holder ... klar» geeft het aan dat iets in een bepaalde toestand blijft. Een bruikbaar patroon is «holde noget klar» voor iets gereed houden.
min
Min betekent hier «mijn» en geeft aan dat het ticket van de spreker is. Het staat vóór «billet» in «min billet». Een gebruikelijk patroon is «min» plus een zelfstandig naamwoord om bezit aan te geven.
billet
Billet betekent hier «kaartje» of «ticket» voor de trein. Het is het document dat de reiziger klaarhoudt en dat het personeel mogelijk controleert. Een bruikbaar patroon is «holde min billet klar» wanneer je een ticket gereed houdt.
klar
Klar betekent hier «klaar» of «gereed». In «holder min billet klar» beschrijft het de toestand waarin het ticket bewaard wordt. Een gebruikelijk patroon is «holde ... klar» voor iets gereed houden.
Hav
Hav betekent hier «houd» of «zorg dat je het bij je hebt» en is een aansporing om het ticket direct beschikbaar te houden. In «Hav den ved hånden» wordt duidelijk dat den naar het ticket verwijst. Een bruikbaar patroon is «Hav ... ved hånden» wanneer iemand iets binnen handbereik moet houden.
ved hånden
Ved hånden betekent als geheel «bij de hand» of «binnen handbereik». «Ved» geeft de relatie «bij» aan en «hånden» noemt «de hand»; samen beschrijven ze iets dat gemakkelijk gepakt kan worden. De uitdrukking «Hav den ved hånden» is bruikbaar wanneer iemand een voorwerp direct beschikbaar moet houden.
personalet
Personalet betekent hier «het personeel», namelijk de medewerkers van het station of de trein. Het verwijst naar de groep die het ticket kan controleren. Een gebruikelijk patroon is «personalet kan ...» om een mogelijke handeling van medewerkers te beschrijven.
kan
Kan betekent hier «kan» of «mogelijk zal» en geeft aan dat het personeel het ticket misschien controleert. Het staat vóór «tjekke». Een bruikbaar patroon is «kan» plus een werkwoord, zoals «kan tjekke», voor een mogelijke handeling.
tjekke
Tjekke betekent hier «controleren» en verwijst naar het nakijken van het ticket. Na «kan» staat de vorm «tjekke». Een gebruikelijk patroon is «tjekke den» wanneer een eerder genoemd voorwerp wordt gecontroleerd.
stiger på
Stiger på betekent hier «instappen» of «aan boord gaan», namelijk in de trein. «Stiger» draagt het idee van opstappen bij en «på» geeft aan dat je ergens op of in gaat; samen vormen ze de handeling «stiger på». De combinatie wordt gebruikt in «før vi stiger på» om iets te beschrijven dat vóór het instappen gebeurt.