Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een verloren reiskaart melden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Jeg tror, jeg har mistet mit rejsekort i toget.
Jaj troa, jaj haa mesdet med raizekoa(d) i tsooweth. Ik denk dat ik mijn reiskaart in de trein ben kwijtgeraakt.Du skal gå til kontoret for hittegods.
Doe sgal goa tel konto-uhd foa heddegoos. Je moet naar het bureau voor gevonden voorwerpen gaan.Kan de forhindre, at kortet bliver brugt?
Ken die foa-henra, èd koa-deth bliewa broegd? Kunnen zij voorkomen dat de kaart wordt gebruikt?De kan hjælpe dig med at udfylde en formular for at spærre det.
Die ken jèlbe daj med èd oedfülle èn foa-meela foa èd spèara deth. Ze kunnen je helpen een formulier in te vullen om de kaart te blokkeren.Jeg har mine kontooplysninger med mig.
Jaj haa mie-ne konto-oplüsninge med mai. Ik heb mijn accountgegevens bij me.De oplysninger vil hjælpe medarbejderne.
Die op-lüsninge wel jèlbe medwabaidene. Die informatie zal het personeel helpen.Så spørger jeg, om jeg skal have et nyt kort.
Soa spöara jaj, om jaj sgal hèwe edh nüüd koa(d). Dan vraag ik of ik een nieuwe kaart moet aanvragen.Spørg først, fordi nogen måske har afleveret det.
Spöa föast, foa-die noowen mosge haa afleeweth deth. Vraag het eerst, omdat iemand de kaart misschien heeft ingeleverd.Uitleg van de zinnen
Jeg tror, jeg har mistet mit rejsekort i toget.
Ik denk dat ik mijn reiskaart in de trein ben kwijtgeraakt.
- Jeg tror
- ik denk
- mistet
- kwijtgeraakt; verloren
- mit
- mijn
- rejsekort
- reiskaart
- i
- in
- toget
- de trein
Uitgebreide uitleg
Jeg tror betekent hier “ik denk”. tror is de tegenwoordige tijd van tro (“denken, geloven”): jeg tror = “ik denk”. Na deze uitdrukking volgt met een komma de inhoud van de gedachte: jeg har ... (“ik ben ... / ik heb ...”, afhankelijk van het werkwoord). mistet is de voltooide vorm van miste (“verliezen; kwijtraken”). In deze zin staat het met har: har mistet is de voltooide tijd en betekent “ben kwijtgeraakt” of “heb verloren”. De vorm mistet is hier het voltooid deelwoord; het is niet de tegenwoordige tijd. mit betekent “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Deze vorm hoort bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord, hier rejsekort. De bezitsvormen contrasteren bijvoorbeeld met min bij een gemeenschappelijk-geslacht-woord en mine bij meervoud; de keuze wordt dus bepaald door het zelfstandig naamwoord. rejsekort betekent “reiskaart”. Het is een samenstelling van rejse (“reizen”) en kort (“kaart”), maar in deze zin functioneert het als één zelfstandig naamwoord. Met mit vormt het de woordgroep mit rejsekort = “mijn reiskaart”. i betekent hier “in” en geeft de plaats aan. Het is een voorzetsel dat de plaats van de verloren kaart introduceert. toget betekent “de trein”. De basisvorm is tog (“trein”); toget is de bepaalde enkelvoudsvorm, vergelijkbaar met “de trein” in het Nederlands. Het achtervoegsel -et maakt hier de bepaaldheid zichtbaar. Samen vormen jeg har mistet mit rejsekort en i toget de inhoud van jeg tror: “ik denk dat ik mijn reiskaart in de trein ben kwijtgeraakt”. De hele uiting betekent dus: “Ik denk dat ik mijn reiskaart in de trein ben kwijtgeraakt.”
Du skal gå til kontoret for hittegods.
Je moet naar het bureau voor gevonden voorwerpen gaan.
- Du skal
- je moet
- gå
- gaan
- til
- naar
- kontoret
- het kantoor
- for
- voor
- hittegods
- gevonden voorwerpen
Uitgebreide uitleg
Du skal betekent hier “je moet”. Du is de tweede persoon enkelvoud (“je/jij”). skal is de tegenwoordige vorm van skulle; in deze constructie drukt het een verplichting uit. Na een modaal werkwoord zoals skal staat het volgende werkwoord in de infinitief: Du skal vente = “Je moet wachten”. gå betekent “gaan” en staat hier in de infinitief, omdat het volgt op skal. De combinatie skal gå geeft dus “moet gaan” weer. De infinitief is dezelfde vorm als het grondwoord; in de tegenwoordige tijd zonder modaal verschijnt vaak går: Jeg går = “Ik ga”. til betekent “naar” en geeft hier de bestemming aan. Voor een beweging naar een plaats is dit een veelgebruikt patroon: gå til + plaats = “naar + plaats gaan”. Voorbeeld: Hun går til stationen = “Zij gaat naar het station”. kontoret betekent “het kantoor”. Dit is de bepaalde enkelvoudsvorm van kontor (“kantoor”): et kontor = “een kantoor”, kontoret = “het kantoor”. De uitgang -et markeert hier de bepaalde vorm; hij drukt niet op zichzelf een meervoud uit. for betekent hier “voor” en verbindt kontoret met het soort dienst of bestemming dat erop volgt. Het gaat dus om een kantoor voor gevonden voorwerpen, niet om een tweede bewegingsrichting. De betekenis van een voorzetsel moet uit de verbinding blijken; for kan in andere zinnen ook andere relaties aangeven. hittegods betekent “gevonden voorwerpen”. Het is een Deens zelfstandig naamwoord voor voorwerpen die zijn gevonden en bij een bevoegde dienst worden bewaard. In kontoret for hittegods specificeert het welke soort kantoor bedoeld wordt. Voorbeeld: Jeg afleverer tasken til hittegods = “Ik lever de tas in bij de dienst voor gevonden voorwerpen.” Samen vormen de delen Du skal + gå + til kontoret for hittegods de betekenis: “Je moet naar het bureau voor gevonden voorwerpen gaan.” De modale verplichting staat vooraan, gå benoemt de beweging en til markeert de bestemming. De formulering is geschikt voor een gewone, directe aanwijzing.
Kan de forhindre, at kortet bliver brugt?
Kunnen zij voorkomen dat de kaart wordt gebruikt?
- Kan de
- kunnen zij
- forhindre
- voorkomen
- kortet
- de kaart
- bliver brugt
- wordt gebruikt
Uitgebreide uitleg
Kan de betekent hier “kunnen zij”. kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne; deze vorm blijft hetzelfde bij verschillende personen en getallen. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief, dus kan forhindre, niet een vervoegde vorm. In een Deense vraag staat het modale werkwoord vóór het onderwerp: Kan de ...? Het pronomen de heeft hier, volgens de vaste vertaling, de betekenis “zij”. forhindre betekent “voorkomen” of “verhinderen”. Het is hier de infinitief na kan. Een bruikbaar patroon is forhindre, at ...: “voorkomen dat ...”. Voorbeeld: De vil forhindre, at døren åbner. — “Zij willen voorkomen dat de deur opengaat.” kortet betekent hier “de kaart”. De basisvorm is et kort; kortet is de bepaalde enkelvoudsvorm. Het achtervoegsel -et markeert hier dus een bepaald onzijdig enkelvoud. Ter vergelijking: kort kan het onbepaalde meervoud zijn en kortene het bepaalde meervoud. In deze zin verwijst de vaste vertaling naar de kaart die geblokkeerd moet worden. bliver brugt betekent “wordt gebruikt”. bliver is de tegenwoordige vorm van blive (“worden”), en brugt is het voltooid deelwoord van bruge (“gebruiken”). Samen vormen ze een veelgebruikte Deense passiefconstructie: blive + voltooid deelwoord. Daardoor is kortet grammaticaal het onderwerp van de bijzin, terwijl de gebruiker niet wordt genoemd. Voorbeeld: Døren bliver åbnet. — “De deur wordt geopend.” De hele vraag bestaat uit Kan de + forhindre + at kortet bliver brugt: “Kunnen zij voorkomen dat de kaart wordt gebruikt?” Het eerste deel vraagt naar hun mogelijkheid; de at-bijzin benoemt precies wat voorkomen moet worden. De formulering is een gewone, neutrale vraag.
De kan hjælpe dig med at udfylde en formular for at spærre det.
Ze kunnen je helpen een formulier in te vullen om de kaart te blokkeren.
- De kan
- zij kunnen
- hjælpe
- helpen
- dig
- jou
- med at
- met het ... doen
- udfylde
- invullen
- formular
- formulier
- for at
- om te
- spærre
- blokkeren
- det
- de kaart
Uitgebreide uitleg
De kan betekent hier “zij kunnen”. De is in deze zin het persoonlijke voornaamwoord voor meervoud “zij”; de vertaling bevestigt dat het om de betrokken personen gaat. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”). Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord zonder at: De kan hjælpe = “Zij kunnen helpen”. Kan verandert niet met de persoon: jeg kan, du kan, de kan. hjælpe betekent hier “helpen”. De vorm is de infinitief, omdat hij na kan staat. Een bruikbaar patroon is hjælpe nogen med at ...: “iemand helpen om ...”. Voorbeeld: Hun hjælper mig med at læse. — “Zij helpt mij met lezen.” dig betekent “jou” en is de objectsvorm van du (“jij”). Gebruik dig voor de persoon die hulp ontvangt: Jeg hjælper dig = “Ik help jou”. In De kan hjælpe dig is de degene die helpt en dig degene die geholpen wordt. med at leidt hier samen met een werkwoord een activiteit in: med at udfylde = “met het invullen”. Het patroon hjælpe ... med at + infinitief is direct herbruikbaar. Med betekent in dit patroon niet simpelweg dat twee personen samen iets doen; het verbindt de hulp aan de activiteit. udfylde betekent “invullen” en staat als infinitief na at. Het kan worden gebruikt voor een formulier of andere gegevensvelden. Voorbeeld: Jeg skal udfylde formularen. — “Ik moet het formulier invullen.” formular is het zelfstandig naamwoord “formulier”. In deze zin staat het na het onbepaalde lidwoord en: en formular = “een formulier”. Het bepaalde enkelvoud is formularen: “het formulier”. Het zelfstandig naamwoord, niet udfylde, draagt hier de vorm voor bepaaldheid. for at introduceert het doel van de handeling: for at spærre = “om te blokkeren”. Na for at volgt een infinitief. Voorbeeld: Hun ringer for at spørge. — “Zij belt om het te vragen.” spærre betekent “blokkeren” of “laten blokkeren” in de bedoelde context. Het is hier een infinitief na for at. Het kan bijvoorbeeld met een kaart, rekening of toegang worden gebruikt; in deze zin wordt het specifieke object door det aangegeven. det betekent hier “de kaart”. De vertaling identificeert het bedoelde object als de kaart, en det is de enkelvoudige onzijdige vorm van het Deense aanwijzende/persoonlijke voornaamwoord. Het verwijst dus in deze zin naar kortet (“de kaart”), niet naar het formulier. Vergelijk als voorbeeld: Jeg vil spærre det. — “Ik wil het blokkeren.” Samen betekent De kan hjælpe dig med at udfylde en formular “Zij kunnen je helpen een formulier in te vullen”. Daarna geeft for at spærre det het doel van het invullen: “om de kaart te blokkeren”. De volledige zin is daarom: “Ze kunnen je helpen een formulier in te vullen om de kaart te blokkeren.”
Jeg har mine kontooplysninger med mig.
Ik heb mijn accountgegevens bij me.
- Jeg
- ik
- har
- hebben
- mine
- mijn
- kontooplysninger
- accountgegevens
- med mig
- bij me
Uitgebreide uitleg
Jeg is de persoonlijke vorm voor de spreker als onderwerp: “ik”. In het Deens verandert deze vorm niet naar geslacht of getal; voor een andere persoon gebruik je bijvoorbeeld du (“jij”) of hun (“zij”). har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”). Het kan bezit uitdrukken, zoals hier, maar ook een toestand of iets dat iemand bij zich heeft. Voorbeeld: Jeg har en nøgle. — “Ik heb een sleutel.” mine betekent hier “mijn” bij kontooplysninger. Deze bezitsvorm wordt gebruikt vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord. Vergelijk: min konto (“mijn account”) maar mine konti (“mijn accounts”). De vorm mit hoort bij een enkelvoudig onzijdig woord; de keuze hangt dus af van het zelfstandig naamwoord, niet alleen van de bezitter. kontooplysninger betekent “accountgegevens” of “informatie over een account”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: konto (“account”) plus oplysninger (“gegevens/informatie”). oplysninger is het meervoud van oplysning (“gegeven” of “informatiepunt”). Voorbeeld: Mine oplysninger er korrekte. — “Mijn gegevens kloppen.” med mig betekent “bij me” of letterlijk “met mij”. mig is de vorm van jeg die na een voorzetsel wordt gebruikt: med mig, niet med jeg. Het geheel maakt duidelijk dat de spreker de gegevens bij zich heeft. Voorbeeld: Har du dit pas med dig? — “Heb je je paspoort bij je?” Samen vormen de delen: Jeg har (“ik heb”) + mine kontooplysninger (“mijn accountgegevens”) + med mig (“bij me”). De volledige betekenis is dus: “Ik heb mijn accountgegevens bij me.”
De oplysninger vil hjælpe medarbejderne.
Die informatie zal het personeel helpen.
- De
- de
- oplysninger
- informatie
- vil
- zal
- hjælpe
- helpen
- medarbejderne
- het personeel
Uitgebreide uitleg
De staat hier vóór oplysninger en maakt duidelijk dat het om bepaalde, al geïdentificeerde informatie gaat. In deze zin wordt het natuurlijk vertaald als “de”. De vorm de kan in het Deens ook andere functies hebben, maar die zijn hier niet bedoeld. oplysninger betekent hier “informatie”. Het is de meervoudsvorm van oplysning (“inlichting”, “gegeven” of “informatiepunt”). De combinatie de oplysninger verwijst dus naar bepaalde informatie of gegevens. Voorbeeld: Jeg læser oplysningerne. — “Ik lees de informatie.” Daar is oplysningerne een bepaalde vorm met het achtervoegsel -ne. vil is een hulpwerkwoord dat hier toekomst of verwachting uitdrukt: “zal”. Na vil staat het volgende werkwoord in de infinitief. Een vergelijkbaar patroon is Hun vil komme. — “Zij zal komen.” Vil kan in andere zinnen ook “willen” betekenen, maar in deze zin past de toekomstige betekenis bij de vertaling. hjælpe betekent “helpen”. De vorm blijft hier een infinitief omdat hij volgt op vil: vil hjælpe = “zal helpen”. De stamvorm is ook hjælpe; de tegenwoordige vorm is hjælper, bijvoorbeeld in De hjælper medarbejderne. — “Zij helpen de medewerkers.” medarbejderne betekent “de medewerkers” of “het personeel”. Het is de bepaalde meervoudsvorm van medarbejder (“medewerker”): medarbejdere is onbepaald meervoud en medarbejderne is bepaald meervoud. Het achtervoegsel -ne draagt hier de bepaaldheid; het zelfstandig naamwoord zelf is niet door vil of hjælpe verbogen. Samen vormen de oplysninger het onderwerp, vil hjælpe de toekomstige werkwoordgroep en medarbejderne het lijdend voorwerp. De volledige betekenis is daarom: “Die informatie zal het personeel helpen.”
Så spørger jeg, om jeg skal have et nyt kort.
Dan vraag ik of ik een nieuwe kaart moet aanvragen.
- Så
- dan
- spørger
- vraag
- jeg
- ik
- om
- of
- skal
- moet
- have
- hebben
- nyt
- nieuwe
- kort
- kaart
Uitgebreide uitleg
Så betekent hier ‘dan’ en geeft een volgende stap aan. Voorbeeld: Så går vi hjem. — Dan gaan we naar huis. spørger is de tegenwoordige tijd van spørge (‘vragen’). Hier staat het bij jeg: jeg spørger — ik vraag. De verleden tijd is spurgte: Jeg spurgte ham. — Ik vroeg het hem. jeg is het Deense persoonlijke voornaamwoord voor ‘ik’ en is hier het onderwerp van spørger. Als object heeft het Deens de vorm mig: Hun ser mig. — Zij ziet mij. om leidt hier een indirecte ja/nee-vraag in en betekent ‘of’. Voorbeeld: Hun spørger, om jeg kommer. — Zij vraagt of ik kom. skal is de tegenwoordige tijd van skulle. Vóór een infinitief drukt het hier uit dat iets moet gebeuren: jeg skal have — ik moet hebben. In de vaste vertaling wordt de bedoelde handeling weergegeven als ‘een nieuwe kaart aanvragen’. Voorbeeld: Du skal ringe. — Je moet bellen. have is de infinitief van have en betekent als werkwoord ‘hebben’. Na skal staat het in de infinitief: skal have. In deze zin maakt de vaste vertaling de bedoelde handeling expliciet als ‘aanvragen’; dat maakt have op zichzelf niet tot het werkwoord ‘aanvragen’. nyt is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord ny (‘nieuw’) bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Daarom staat er et nyt kort; bij een gemeenschappelijk geslacht is de vorm en ny .... Voorbeelden: en ny bog — een nieuw boek; et nyt brev — een nieuwe brief. kort betekent hier ‘kaart’. Het is hier een onzijdig zelfstandig naamwoord, zichtbaar aan et en nyt. In andere contexten kan kort ook het bijvoeglijk naamwoord ‘kort’ betekenen; dat is hier niet de betekenis. Samen vormen Så spørger jeg en om jeg skal have et nyt kort de structuur ‘Dan vraag ik of ...’. De ingebedde vraag gaat, volgens de vaste vertaling, over de vraag of de spreker een nieuwe kaart moet aanvragen. De volledige betekenis is: ‘Dan vraag ik of ik een nieuwe kaart moet aanvragen.’
Spørg først, fordi nogen måske har afleveret det.
Vraag het eerst, omdat iemand de kaart misschien heeft ingeleverd.
- Spørg
- vraag
- først
- eerst
- fordi
- omdat
- nogen
- iemand
- måske
- misschien
- afleveret
- ingeleverd
- det
- de kaart
Uitgebreide uitleg
Spørg is de gebiedende wijs van spørge (“vragen”). De vorm heeft geen apart onderwerp nodig; het aangesproken onderwerp (“jij” of “jullie”) wordt uit de gebiedende wijs begrepen. Voorbeeld: Spørg læreren. — “Vraag de leraar.” først betekent hier “eerst”, dus vóór de volgende handeling. Het is een bijwoord en verandert niet mee. fordi leidt de redengevende bijzin in: “omdat”. Na fordi volgt hier de inhoud die de reden geeft voor het vragen. nogen betekent in deze zin “iemand”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader genoemde persoon. Het staat hier als onderwerp van de bijzin. måske betekent “misschien”. Het maakt de bewering onzeker: het is mogelijk dat iemand de kaart heeft ingeleverd, maar dat wordt niet als zeker gepresenteerd. afleveret is het voltooid deelwoord van aflevere (“inleveren”, “afgeven”). De constructie har afleveret vormt de voltooide tijd: har is het hulpwerkwoord en afleveret draagt de handeling “ingeleverd”. In deze zin gaat het om het inleveren van de kaart, zoals de vertaling en de voorafgaande context aangeven. det is een onzijdig enkelvoudig objectvoornaamwoord. Hier verwijst het naar de kaart; die specifieke verwijzing wordt door de vaste vertaling en de voorafgaande context ondersteund. In andere zinnen kan det naar een ander onzijdig enkelvoudig ding of naar een hele situatie verwijzen. De delen vormen samen Spørg først (“Vraag het eerst”) en daarna de redengevende bijzin fordi nogen måske har afleveret det (“omdat iemand de kaart misschien heeft ingeleverd”). De volledige betekenis is daarom: “Vraag het eerst, omdat iemand de kaart misschien heeft ingeleverd.” De gebiedende wijs maakt dit tot een directe instructie; fordi koppelt daar de reden aan.
Grammatica
Bepaalde zelfstandige naamwoorden krijgen vaak het achtervoegsel -et.
toget
tsoowethde trein
Het achtervoegsel -et maakt een zelfstandig naamwoord bepaald: toget betekent ‘de trein’.
Deens woordenschat
- Geslacht
- neuter
- Geslacht
- neuter
- Geslacht
- neuter
- Geslacht
- neuter
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik heb mijn accountgegevens bij me.
Antwoord tonen
Jeg har mine kontooplysninger med mig.Die informatie zal het personeel helpen.
Antwoord tonen
De oplysninger vil hjælpe medarbejderne.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
de kaart
Antwoord tonen
kortetvoorkomen
Antwoord tonen
forhindregevonden voorwerpen
Antwoord tonen
hittegodsdenken