Een afspraak verzetten | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At a reception desk, one adult reschedules an appointment, chooses a later opening, and confirms documents to bring..

NL → DA / Niveau: A2

Over deze les

Met Een afspraak verzetten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg skal flytte min aftale til en anden dag.

Jaj skal fluu-deh men af-dè-leh tel en an-nen dèè. Ik moet mijn afspraak naar een andere dag verzetten.
B

Jeg kan tjekke kalenderen for dig.

Jaj ken tsjek-keh ka-lèn-ner-en fohr dai. Ik kan de agenda voor je nakijken.
A

Er der noget ledigt senere i denne uge?

Èr dèèr noo-eth lee-thie see-neh-reh ee den-neh oeh-eh? Is er later deze week iets vrij?
B

Der er en ledig tid om eftermiddagen senere i denne uge.

Dèèr èr en lee-thie teed om ef-deh-me-thè-en see-neh-reh ee den-neh oeh-eh. Er is later deze week een plek in de middag vrij.
A

Det passer mig.

Deh pas-seh mai. Dat komt mij goed uit.
A

Jeg kan komme den eftermiddag.

Jaj kan kom-meh den ef-deh-me-thè. Ik kan die middag komen.
B

Jeg opdaterer aftalen.

Jaj ob-deh-deh-reh af-dè-len. Ik zal de afspraak aanpassen.
A

Skal jeg tage de samme dokumenter med?

Sgel jaj tee die sam-meh do-koe-men-ner mee-th? Moet ik dezelfde documenten meenemen?
B

Tag venligst dit kort og den udfyldte formular med.

Tee ven-lest diet kohrd oh den oe-th-fül-deh for-moe-lèèr mee-th. Neem alstublieft je kaart en het ingevulde formulier mee.

Woord voor woord

Jeg ‘Jeg’ betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van de zin. Het staat vooraan in ‘Jeg skal flytte min aftale’. Gebruik ‘Jeg’ wanneer je in het Deens over jezelf spreekt, bijvoorbeeld in een gesprek aan een balie.
skal ‘skal’ drukt hier uit dat de spreker iets moet of van plan is te doen: de afspraak moet worden verzet. In ‘Jeg skal flytte ...’ staat ‘skal’ vóór de infinitief ‘flytte’. Een bruikbaar patroon is ‘Jeg skal’ plus een handeling wanneer je een noodzakelijke of geplande actie noemt.
flytte ‘flytte’ betekent hier een afspraak naar een andere dag verzetten. Het staat na ‘skal’ in ‘skal flytte’. Gebruik ‘flytte’ in een nieuwe afspraak wanneer je een tijdstip of afspraak wilt wijzigen.
min ‘min’ betekent hier ‘mijn’ en verwijst naar de afspraak van de spreker in ‘min aftale’. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik ‘min’ om iets als van jezelf aan te duiden, bijvoorbeeld in een nieuwe uitdrukking ‘min tid’.
aftale ‘aftale’ betekent hier ‘afspraak’, namelijk de afspraak die de spreker wil verzetten. In ‘min aftale’ staat het na het bezittelijke ‘min’. Gebruik ‘aftale’ voor een geplande afspraak met bijvoorbeeld een arts, kantoor of andere dienstverlener.
til ‘til’ geeft hier de bestemming van de wijziging aan: naar een andere dag in ‘til en anden dag’. Het staat vóór de nieuwe dag of bestemming. Gebruik het patroon ‘til’ plus een tijdstip of plaats wanneer je zegt waar iets naartoe wordt verplaatst.
en ‘en’ betekent hier ‘een’ in ‘en anden dag’. Het introduceert een niet nader bepaalde dag. Het staat vóór ‘anden’ en ‘dag’.
anden ‘anden’ betekent hier ‘andere’ en beschrijft de dag waarnaar de afspraak wordt verplaatst. In ‘en anden dag’ staat het tussen het lidwoord en ‘dag’. Gebruik deze combinatie wanneer je een alternatief moment of een alternatieve dag noemt.
dag ‘dag’ betekent hier ‘dag’ in ‘en anden dag’. Het is het tijdswoord dat aangeeft wanneer de nieuwe afspraak plaatsvindt. Gebruik ‘dag’ om een kalenderdag te benoemen, bijvoorbeeld bij het plannen van een afspraak.
kan ‘kan’ betekent hier ‘kan’ en drukt mogelijkheid of beschikbaarheid uit in ‘Jeg kan tjekke kalenderen’. Het staat vóór de infinitief ‘tjekke’. Gebruik ‘Jeg kan’ plus een handeling wanneer je aanbiedt iets te doen of zegt wat mogelijk is.
tjekke ‘tjekke’ betekent hier de kalender controleren of nakijken. Het staat na ‘kan’ in ‘kan tjekke kalenderen’. Gebruik ‘tjekke’ met iets dat je controleert, zoals een kalender of formulier.
kalenderen ‘kalenderen’ betekent hier ‘de kalender’, waarin de beschikbare afspraken worden nagekeken. De vorm bevat het bepaalde lidwoord aan het einde en staat in ‘tjekke kalenderen’. Gebruik ‘kalenderen’ wanneer beide gesprekspartners weten over welke kalender het gaat.
for ‘for’ betekent hier ‘voor’ in ‘for dig’: de controle wordt ten behoeve van de ander gedaan. Het staat vóór ‘dig’. Gebruik ‘for’ plus een persoon wanneer je zegt voor wie je iets doet.
dig ‘dig’ betekent hier ‘jou’ in ‘for dig’. Het verwijst naar de persoon voor wie de kalender wordt nagekeken. Gebruik ‘for dig’ wanneer je iemand informeel zegt dat je iets voor die persoon doet.
Er ‘Er’ betekent hier ‘is’ in de vraag ‘Er der noget ledigt ...?’. Samen met ‘der’ vormt het de Deense manier om te vragen of iets beschikbaar is. Gebruik ‘Er der ...?’ aan een balie of telefoon wanneer je naar het bestaan of de beschikbaarheid van iets vraagt.
der ‘der’ hoort hier bij de constructie ‘Er der noget ledigt ...?’ en verwijst niet naar een concrete plaats. De volledige constructie betekent ‘is er iets beschikbaar?’. Gebruik ‘Er der’ plus datgene waarnaar je vraagt.
noget ‘noget’ betekent hier ‘iets’ in ‘noget ledigt’: een beschikbare afspraakmogelijkheid. Het staat vóór ‘ledigt’. Gebruik ‘noget’ wanneer je naar een niet nader genoemd ding of een niet nader genoemde mogelijkheid vraagt.
ledigt ‘ledigt’ betekent hier ‘vrij’ of ‘beschikbaar’ in ‘noget ledigt’. Het beschrijft de mogelijkheid waarnaar de spreker vraagt. Gebruik ‘ledigt’ bij een vrije afspraak, plaats of tijd wanneer je beschikbaarheid bespreekt.
senere ‘senere’ betekent hier ‘later’ en verwijst naar een moment na het huidige of eerder genoemde moment. Het komt voor in ‘senere i denne uge’. Gebruik ‘senere’ om een later tijdstip binnen een bepaalde periode aan te geven.
i ‘i’ betekent hier ‘in’ in ‘i denne uge’, dus binnen deze week. Het staat vóór de tijdsperiode. Gebruik ‘i’ plus een dag-, week- of maandperiode om aan te geven wanneer iets plaatsvindt.
denne ‘denne’ betekent hier ‘deze’ in ‘denne uge’. Het wijst naar de week waarin het gesprek plaatsvindt. Gebruik ‘denne’ vóór een tijdswoord wanneer je naar de huidige of bedoelde periode verwijst.
uge ‘uge’ betekent hier ‘week’ in ‘denne uge’. Samen met ‘i’ geeft het de periode aan waarin een vrije tijd wordt gezocht. Gebruik ‘uge’ bij het plannen of verplaatsen van afspraken binnen een week.
ledig ‘ledig’ betekent hier ‘vrij’ of ‘beschikbaar’ in ‘en ledig tid’. Het beschrijft een afspraakmoment dat nog niet bezet is. Gebruik ‘ledig’ vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je een beschikbare plaats of tijd aanduidt.
tid ‘tid’ betekent hier niet alleen ‘tijd’, maar specifiek een beschikbaar afspraakmoment in ‘en ledig tid’. Het staat na ‘ledig’. Gebruik ‘ledig tid’ wanneer je aan een receptie naar een vrij tijdstip vraagt.
om ‘om’ geeft hier het tijdstip of de periode aan in ‘om eftermiddagen’: in de middag. Het staat vóór ‘eftermiddagen’. Gebruik ‘om’ met een dagdeel wanneer je zegt wanneer iets plaatsvindt.
eftermiddagen ‘eftermiddagen’ betekent hier ‘de middag’ in ‘om eftermiddagen’. De vorm verwijst naar het dagdeel waarin de vrije afspraak valt. Gebruik ‘om eftermiddagen’ wanneer je een afspraak in de middag bespreekt.
Det ‘Det’ betekent hier ‘dat’ of ‘het’ in de vaste uitdrukking ‘Det passer mig’. Het verwijst naar het voorgestelde afspraakmoment. Gebruik ‘Det passer mig’ wanneer een voorgestelde tijd voor jou geschikt is.
passer ‘passer’ betekent in ‘Det passer mig’ dat iets geschikt is of goed uitkomt voor iemand. De betekenis ontstaat hier samen met ‘Det’ en ‘mig’, niet los van de hele uitdrukking. Gebruik ‘Det passer mig’ om bij een planning te bevestigen dat een voorstel geschikt is.
mig ‘mig’ betekent hier ‘mij’ in ‘Det passer mig’. Het geeft aan voor wie het voorgestelde tijdstip geschikt is. Gebruik ‘Det passer mig’ wanneer je aan een medewerker of gesprekspartner bevestigt dat een tijd goed voor jou is.
komme ‘komme’ betekent hier ‘komen’ in ‘Jeg kan komme den eftermiddag’: op die middag naar de afspraak komen. Het staat na ‘kan’. Gebruik ‘Jeg kan komme’ wanneer je je beschikbaarheid voor een voorgesteld moment bevestigt.
den ‘den’ betekent hier ‘die’ in ‘den eftermiddag’ en verwijst naar de eerder genoemde middag. Het staat vóór ‘eftermiddag’. Gebruik ‘den’ plus een tijdsaanduiding wanneer je naar een specifiek eerder genoemd moment verwijst.
opdaterer ‘opdaterer’ betekent hier de afspraak bijwerken of aanpassen in ‘Jeg opdaterer aftalen’. De vorm staat vóór het voorwerp ‘aftalen’. Gebruik ‘opdaterer’ met een afspraak, gegevens of een registratie wanneer je die informatie aanpast.
aftalen ‘aftalen’ betekent hier ‘de afspraak’ die wordt bijgewerkt. De bepaalde vorm staat als voorwerp na ‘opdaterer’ in ‘opdaterer aftalen’. Gebruik ‘aftalen’ wanneer het om een specifieke afspraak gaat die al bekend is.
tage ‘tage’ betekent hier meenemen in de constructie ‘tage de samme dokumenter med’. Het staat na ‘Skal jeg’ en wordt samen met ‘med’ gebruikt. Gebruik het patroon ‘tage’ plus iets plus ‘med’ wanneer je vraagt of zegt dat je iets naar een afspraak meeneemt.
de ‘de’ is hier het lidwoord bij het meervoudige ‘dokumenter’ in ‘de samme dokumenter’. Het verwijst naar specifieke documenten. Gebruik ‘de’ vóór een meervoud wanneer de bedoelde zaken bekend of bepaald zijn.
samme ‘samme’ betekent hier ‘dezelfde’ in ‘de samme dokumenter’. Het verwijst naar documenten die al eerder bij de afspraak hoorden of werden verwacht. Gebruik ‘de samme’ wanneer je wilt aangeven dat iets niet verandert.
dokumenter ‘dokumenter’ betekent hier ‘documenten’, die de bezoeker naar de afspraak moet meenemen. Het staat na ‘de samme’ in ‘de samme dokumenter’. Gebruik ‘dokumenter’ voor papieren of bestanden die iemand voor een afspraak moet meebrengen.
med ‘med’ betekent hier ‘mee’ in de constructie ‘tage de samme dokumenter med’. Het laat zien dat de documenten worden meegenomen naar de afspraak. Gebruik ‘tage ... med’ wanneer je iets van de ene plaats naar een andere plaats meeneemt.
Tag ‘Tag’ is hier een beleefd bevel: neem iets mee. Het staat aan het begin van ‘Tag venligst dette kort ... med’ en is de gebiedende vorm die bij ‘tage’ hoort. Gebruik ‘Tag’ in een directe instructie, bijvoorbeeld wanneer je iemand vertelt welke documenten of kaart nodig zijn.
venligst ‘venligst’ betekent hier ‘alstublieft’ en maakt de instructie ‘Tag ... med’ beleefd. Het staat direct na ‘Tag’. Gebruik ‘venligst’ in formele verzoeken aan een bezoeker, klant of medewerker.
dit ‘dit’ betekent hier ‘jouw’ of ‘je’ in ‘dit kort’; het verwijst naar de kaart van de aangesproken persoon. Het staat vóór ‘kort’. Gebruik ‘dit’ vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je iets als van de aangesproken persoon aanduidt.
kort ‘kort’ betekent hier ‘kaart’ in ‘dit kort’. Het is een van de dingen die de bezoeker naar de afspraak moet meenemen. Gebruik ‘kort’ voor een kaart die iemand bij een receptie of afspraak moet tonen.
og ‘og’ betekent hier ‘en’ en verbindt ‘dit kort’ met ‘den udfyldte formular’. Het voegt het tweede mee te brengen voorwerp toe. Gebruik ‘og’ om twee voorwerpen of handelingen in één verzoek te verbinden.
udfyldte ‘udfyldte’ betekent hier ‘ingevulde’ en beschrijft de formular als al ingevuld in ‘den udfyldte formular’. Het staat vóór ‘formular’. Gebruik ‘den udfyldte’ plus een document wanneer je vraagt om een formulier dat vooraf is ingevuld.
formular ‘formular’ betekent hier ‘formulier’, namelijk het ingevulde formulier dat moet worden meegenomen. Het staat na ‘den udfyldte’. Gebruik ‘formular’ voor een document met velden die iemand voor een afspraak invult.

Grammatica

Substantiv + -en: bestemt ental

Tjek kalenderen.

Tsjek ka-lèn-nen.

Controleer de agenda.

Een zelfstandig naamwoord krijgt vaak -en in de bepaalde vorm: kalender → kalenderen.

Adjektiv på -t efter noget

noget ledigt

Noo-eth lee-thie

iets vrijs of iets dat beschikbaar is

Na het onbepaalde voornaamwoord noget krijgt een bijvoeglijk naamwoord vaak de uitgang -t.

Deens woordenschat

aftale zelfstandig naamwoord
af-dè-leh afspraak
Geslacht
common
anden bijvoeglijk naamwoord
an-nen andere
dag zelfstandig naamwoord
dèè dag
Geslacht
common
eftermiddag zelfstandig naamwoord
ef-deh-me-thè middag eftermiddagen
Geslacht
common
flytte werkwoord
fluu-deh verzetten; verplaatsen
kalender zelfstandig naamwoord
ka-lèn-ner agenda; kalender kalenderen
Geslacht
common
ledig bijvoeglijk naamwoord
lee-thie vrij; beschikbaar ledigt
Geslacht
neuter
noget voornaamwoord
noo-eth iets
passe werkwoord
pas-seh passen; goed uitkomen passer
senere bijwoord
see-neh-reh later
tjekke werkwoord
tsjek-keh controleren; nakijken
uge zelfstandig naamwoord
oe-eh week
Geslacht
common

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik kan de agenda voor je nakijken.

Antwoord tonenJeg kan tjekke kalenderen for dig.

Dat komt mij goed uit.

Antwoord tonenDet passer mig.

Ik kan die middag komen.

Antwoord tonenJeg kan komme den eftermiddag.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

agenda; kalender

Antwoord tonenkalenderen

iets

Antwoord tonennoget

andere

Antwoord tonenanden

vrij; beschikbaar

Antwoord tonenledigt