Uitchecken en hulp met je tas | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At a hotel reception desk, a guest checks out, returns the room key, and asks for help with a bag..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Uitchecken en hulp met je tas oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg vil gerne tjekke ud.

Jai wel gèrne tsjekke oed. Ik wil graag uitchecken.
B

Har du din værelsesnøgle med?

Haa doe dien veerelsesneule meed? Hebt u uw kamersleutel bij u?
A

Ja, her er den.

Jè, hè èr den. Ja, hier is hij.
B

Jeg ordner din udtjekning nu.

Jai onne dien oetsjekning noe. Ik check u nu uit.
A

Kan nogen hjælpe mig med min taske?

Ken nooen jelpe mai meed men teske? Kan iemand me met mijn tas helpen?
B

Jeg kan bede nogen om at møde dig ved skranken.

Jai ken beethe nooen om et meude dai vee sgranggen. Ik kan iemand vragen u bij de balie op te vangen.
A

Værelset var meget behageligt.

Veerelseð waa meed beheele. De kamer was erg comfortabel.
B

Det er jeg glad for at høre.

Deet èr jai glèd voor te heue. Dat hoor ik graag.
B

God rejse.

Goo raisse. Goede reis.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg vil gerne tjekke ud.

    Ik wil graag uitchecken.

    Jeg
    ik
    vil gerne
    wil graag
    tjekke ud
    uitchecken
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ‘ik’ en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Jeg kommer. — ‘Ik kom.’ vil gerne drukt hier ‘graag willen’ uit. vil is de tegenwoordige vorm van ville; samen met een infinitief vormt het een patroon voor een wens of bedoeling. gerne voegt de betekenis ‘graag’ toe. Herbruikbaar patroon: Jeg vil gerne + infinitief, bijvoorbeeld Jeg vil gerne hjælpe. — ‘Ik wil graag helpen.’ tjekke ud betekent hier ‘uitchecken’. tjekke is een infinitief en ud is een afzonderlijk partikel. Samen vormen ze de vaste combinatie ‘uitchecken’; de combinatie moet dus niet worden opgevat als alleen de algemene betekenis van tjekke plus een willekeurig los woord. Samen betekent Jeg vil gerne tjekke ud.: ‘Ik wil graag uitchecken.’ De spreker formuleert daarmee een wens om uit te checken.

  2. Har du din værelsesnøgle med?

    Hebt u uw kamersleutel bij u?

    Har du
    hebt u
    din
    uw
    værelsesnøgle
    kamersleutel
    med
    mee
    Uitgebreide uitleg

    Har du vormt een vraag met het werkwoord har (de tegenwoordige tijd van have, “hebben”) vóór het onderwerp du (“je/u”). De vorm du is tweede persoon enkelvoud. In de vaste Nederlandse vertaling wordt die aangesproken persoon met u weergegeven; dat maakt het Deense du zelf niet tot een formele vorm. Het patroon is: Har du ...? = “Heb je/hebt u ...?” din betekent hier “uw/je” en is een bezittelijk voornaamwoord bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het Deense fælleskøn (common gender). Het verwijst hier naar de aangesproken persoon als bezitter. Vergelijk: dit bij een enkelvoudig onzijdig woord en dine bij meervoud; de keuze wordt dus niet alleen door bezit bepaald, maar ook door het grammaticale geslacht en getal van het bezeten woord. værelsesnøgle betekent “kamersleutel”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: værelse betekent “kamer” en nøgle “sleutel”; het laatste deel is de kern van het samengestelde woord. Nøgle is fælleskøn en enkelvoud, wat aansluit bij din. Een bruikbaar voorbeeld is min husnøgle = “mijn huissleutel”. med betekent hier niet alleen letterlijk “met”. In de combinatie have noget med geeft het aan dat iemand iets bij zich heeft: Jeg har min telefon med. = “Ik heb mijn telefoon bij me.” Het woord med krijgt deze betekenis samen met het hebben-werkwoord en het voorwerp. Samen betekent Har du din værelsesnøgle med? dus: “Hebt u uw kamersleutel bij u?” De vraag gebruikt har voor het hebben, du voor de aangesproken persoon, din voor diens sleutel, værelsesnøgle voor het voorwerp en med voor “bij zich”.

  3. Ja, her er den.

    Ja, hier is hij.

    Ja
    ja
    her er
    hier is
    den
    hij
    Uitgebreide uitleg

    Ja is het Deense bevestigende woord “ja”. Hier staat het aan het begin als bevestiging van de voorafgaande vraag. her er betekent samen “hier is”. her is het plaatsbijwoord “hier”. er is de tegenwoordige tijd van at være (“zijn”); deze vorm kan, afhankelijk van het onderwerp, “is” of “zijn” betekenen. Samen vormt her er een herbruikbare presentatieve constructie: “hier is …”. Voorbeeld: Her er min bog. — “Hier is mijn boek.” den is hier een Deens persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het fælleskøn (gemeenschappelijk geslacht). Volgens de voorafgaande context en de vaste vertaling verwijst het hier naar de kamersleutel. Den blijft in deze functie dezelfde vorm als het voornaamwoord in een andere grammaticale rol; het onderscheid met det betreft onder meer het grammaticale geslacht: den voor enkelvoudig fælleskøn, det voor enkelvoudig neutrum en de voor meervoud. Voorbeeld: Hvor er nøglen? Her er den. — “Waar is de sleutel? Hier is hij.” Samen betekent Ja, her er den.: “Ja, hier is hij.” De zin bestaat uit een bevestiging (Ja), een plaatsaanduiding (her), het werkwoord (er) en den, dat naar de kamersleutel verwijst.

  4. Jeg ordner din udtjekning nu.

    Ik check u nu uit.

    Jeg
    ik
    ordner
    regel
    din
    jouw
    udtjekning
    uitchecken
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ‘ik’: dit is de uitvoerder van de handeling. Het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Du betekent ‘jij’ of ‘u’ als aangesprokene. ordner is de tegenwoordige tijd van ordne, ‘regelen’ of ‘in orde brengen’. Hier betekent het dat de spreker de uitcheckhandeling voor de aangesprokene afhandelt. De tegenwoordige tijd van het werkwoord verandert niet mee met persoon of getal: jeg ordner en han ordner hebben hier dezelfde werkwoordsvorm. Voorbeeld: Jeg ordner det. — ‘Ik regel het.’ din is het bezittelijk voornaamwoord voor ‘jouw’ bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. Het hoort hier bij udtjekning. De andere relevante vormen zijn dit bij een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord en dine bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. De vorm din markeert op zichzelf geen beleefdheid; de vaste Nederlandse vertaling gebruikt u voor de aangesprokene. Voorbeeld: din taske — ‘jouw tas’. udtjekning is een zelfstandig naamwoord voor ‘uitchecken’ of ‘uitcheckhandeling’. Het is hier geen werkwoord: het benoemt de handeling die de spreker regelt. Het is een woord van het gemeenschappelijke geslacht, waardoor din de passende bezitsvorm is in deze enkelvoudige combinatie. nu betekent ‘nu’ en plaatst de handeling in het huidige moment. Deze vorm verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Jeg gør det nu. — ‘Ik doe het nu.’ Samen vormen Jeg ordner + din udtjekning + nu de betekenis: ‘Ik regel jouw uitchecken nu.’ In de vaste Nederlandse vertaling wordt dezelfde bedoelde relatie natuurlijk weergegeven als ‘Ik check u nu uit’. din udtjekning koppelt de uitcheckhandeling aan de aangesprokene, en nu geeft aan dat de handeling op dit moment plaatsvindt. Een bruikbaar patroon is Jeg ordner din [zelfstandig naamwoord] nu. — ‘Ik regel jouw [zelfstandig naamwoord] nu.’

  5. Kan nogen hjælpe mig med min taske?

    Kan iemand me met mijn tas helpen?

    Kan nogen
    kan iemand
    hjælpe
    helpen
    mig
    mij
    med
    met
    min
    mijn
    taske
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Kan nogen: kan is de tegenwoordige vorm van kunne en drukt hier uit dat iemand iets kan doen; in combinatie met nogen vormt het de vraag “kan iemand …?”. Nogen betekent in deze vraag “iemand”. Voorbeeld: Kan nogen åbne døren? — “Kan iemand de deur openen?” hjælpe: dit is de infinitief van hjælpe (“helpen”). Na het modale werkwoord kan staat de infinitief zonder at: kan hjælpe. Vergelijk Jeg kan hjælpe — “Ik kan helpen” — met Jeg vil hjælpe — “Ik wil helpen”. mig: dit is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord dat overeenkomt met jeg (“ik”): jeg als onderwerp, mig als object. Hier is de spreker degene die hulp ontvangt. Voorbeeld: Hun hjælper mig. — “Zij helpt mij.” med: dit voorzetsel betekent hier “met” en verbindt de hulp met datgene waarbij hulp nodig is: hjælpe nogen med noget (“iemand met iets helpen”). Voorbeeld: Kan du hjælpe mig med opgaven? — “Kun je me met de opdracht helpen?” min: dit bezittelijke voornaamwoord betekent “mijn” en staat hier bij één zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. De vormen stemmen af op het bezeten woord: min bij gemeenschappelijk enkelvoud, mit bij onzijdig enkelvoud en mine bij meervoud. Voorbeeld: min bog, maar mit hus en mine bøger — “mijn boek”, “mijn huis” en “mijn boeken”. taske: dit zelfstandig naamwoord betekent “tas”. De basisvorm is taske; met het onbepaalde lidwoord is dat en taske, en de bepaalde vorm is tasken (“de tas”). Omdat taske een gemeenschappelijk-geslachtswoord is, past hier het bezittelijke min: min taske. Samen vormen Kan nogen hjælpe mig en med min taske de vraag of iemand de spreker kan helpen met diens tas. De volledige betekenis is: “Kan iemand me met mijn tas helpen?” De vraag is beleefd en direct bruikbaar wanneer de spreker hulp bij de tas vraagt.

  6. Jeg kan bede nogen om at møde dig ved skranken.

    Ik kan iemand vragen u bij de balie op te vangen.

    Jeg kan
    ik kan
    bede
    vragen
    nogen
    iemand
    om at
    om te
    møde
    ontmoeten; opvangen
    dig
    jou; u
    ved
    bij
    skranken
    de balie
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier “ik kan”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Dezelfde combinatie is bruikbaar in bijvoorbeeld: Jeg kan hjælpe. — “Ik kan helpen.” bede betekent hier “vragen”. Het is de infinitief van bede; na kan staat deze infinitief zonder extra infinitiefmarkering. Een belangrijk patroon is bede nogen om at ...: “iemand vragen om ...”. Dit werkwoord betekent in andere contexten ook “bidden”, maar die betekenis past hier niet. nogen betekent hier “iemand”. Het verwijst in deze zin naar een niet nader genoemde persoon; de zin specificeert niet wie dat is. In de vraag uit de context staat hetzelfde woord in Kan nogen hjælpe mig ...? — “Kan iemand me helpen ...?” om at is de constructie die de gevraagde handeling inleidt: “om te”. Samen met bede nogen krijg je het patroon bede nogen om at + werkwoord: “iemand vragen om te + werkwoord”. at markeert hier de infinitief, zoals in om at hjælpe — “om te helpen”. møde is de infinitief van møde. In deze vaste zin wordt het door de vertaling specifiek opgevat als “opvangen” of “tegemoetgaan”, niet als elkaar eenvoudigweg ontmoeten. De combinatie met dig en de plaatsbepaling maakt duidelijk dat de bedoelde persoon u bij de balie zal opvangen. In een andere context kan møde wel “ontmoeten” betekenen, bijvoorbeeld: Vi skal møde læreren. — “We gaan de leraar ontmoeten.” dig is een objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord en betekent hier “u” volgens de vaste vertaling. De vorm kan ook “jou” betekenen; de vertaling bepaalt hier de beleefde Nederlandse weergave. Het is degene die wordt opgevangen, niet degene die de handeling uitvoert. ved is een voorzetsel dat hier de plaats aanduidt: “bij”. Het verbindt de handeling met de locatie skranken: bij de balie. skranken betekent “de balie”. Dit is de bepaalde vorm van skranke; skranken verwijst dus naar een specifieke balie. De uitgang -en is hier onderdeel van de bepaalde vorm van het zelfstandig naamwoord, niet van ved. Samen vormen de delen Jeg kan bede nogen om at møde dig ved skranken de betekenis: “Ik kan iemand vragen u bij de balie op te vangen.” De spreker stelt een mogelijke handeling voor: een niet nader genoemde persoon vragen om de aangesprokene bij een specifieke balie op te vangen.

  7. Værelset var meget behageligt.

    De kamer was erg comfortabel.

    Værelset
    de kamer
    var
    was
    meget
    erg
    behageligt
    comfortabel
    Uitgebreide uitleg

    Værelset betekent hier “de kamer”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van værelse (“kamer”): værelse is onzijdig, en het achtervoegsel -et markeert hier bepaaldheid. Bijvoorbeeld: et værelse = “een kamer”, værelset = “de kamer”. var is de verleden tijd van at være (“zijn”). De vorm var wordt gebruikt bij enkelvoud en meervoud; het onderwerp bepaalt hier dus niet een aparte persoonsvorm. Bijvoorbeeld: Jeg var træt. = “Ik was moe.” meget betekent hier “erg” of “heel”. Het is een bijwoord dat de daaropvolgende eigenschap versterkt. Bijvoorbeeld: meget dyr = “erg duur”. behageligt betekent hier “comfortabel”. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord behagelig. Die vorm sluit aan bij het onzijdige værelse; bij een gemeenschappelijk-geslacht enkelvoud staat bijvoorbeeld et behageligt værelse (“een comfortabele kamer”), terwijl en behagelig stol (“een comfortabele stoel”) behagelig heeft. Samen vormen de delen: Værelset (“de kamer”) + var (“was”) + meget (“erg”) + behageligt (“comfortabel”). De volledige betekenis is daarom: “De kamer was erg comfortabel.”

  8. Det er jeg glad for at høre.

    Dat hoor ik graag.

    Det
    dat
    er
    ben
    jeg
    ik
    glad
    blij
    for at høre
    om te horen
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dat” en verwijst, in deze uitwisseling, naar de eerder meegedeelde informatie. Het is dus niet simpelweg het Nederlandse onpersoonlijke “het”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”); in combinatie met het onderwerp jeg betekent het hier “ben”. De vorm er blijft in het Deens hetzelfde bij verschillende personen: jeg er (“ik ben”), du er (“jij bent”), de er (“zij zijn”). jeg betekent “ik” en is hier het onderwerp van er. Omdat Det vooraan staat, volgt de persoonsvorm vóór het onderwerp: Det er jeg .... Dat is een Deense hoofdzinvolgorde met het werkwoord op de tweede plaats; je moet Det er hier dus niet als een vaste woordgroep met de betekenis “het is” leren. glad betekent hier “blij”. Het is een bijvoeglijk naamwoord in de naamwoordelijke bepaling na er. In jeg er glad verandert glad niet omdat het onderwerp mannelijk of vrouwelijk zou zijn: het Deens markeert de spreker hier niet op die manier. Relevante vormen zijn glad (enkelvoudige onbepaalde vorm), gladt (onzijdig enkelvoud) en glade (meervoud of bepaalde vorm). Voorbeeld: Hun er glad. — “Zij is blij.” for at høre hoort bij het patroon glad for at + infinitief en betekent hier “blij om te horen” of natuurlijker “blij dat ik dat hoor”. høre is de infinitief “horen”; de tegenwoordige tijd is hører (“hoor/hoort”). Voorbeeld: Jeg er glad for at se dig. — “Ik ben blij je te zien.” Samen staat Det voor de informatie waarnaar høre verwijst, en jeg er glad for at høre zegt dat de spreker blij is die informatie te horen. De natuurlijke betekenis van de hele zin is daarom: “Dat hoor ik graag.”

  9. God rejse.

    Goede reis.

    God
    goede
    rejse
    reis
    Uitgebreide uitleg

    God betekent hier ‘goede’ en staat vóór het zelfstandig naamwoord rejse. De vorm is god bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord zoals en rejse; vergelijk godt bij een onzijdig woord en gode bij bepaalde of meervoudige vormen. Voorbeeld: en god dag — ‘een goede dag’. rejse betekent ‘reis’. Het is hier een zelfstandig naamwoord: en rejse, meervoud rejser. Het verwante werkwoord rejse betekent ‘reizen’, maar in deze zin is rejse een zelfstandig naamwoord. Samen vormen God rejse een korte wens: letterlijk ‘goede reis’, gebruikt als ‘een goede reis gewenst’. De uitdrukking bevat geen uitgesproken werkwoord; de context maakt duidelijk dat de spreker iemand een prettige reis toewenst.

Grammatica

Adjektivet får -t efter et intetkønsord: behagelig → behageligt

et behageligt værelse

et beheele veerelse

Na een onzijdig zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak -t.

Danish gebruikt -t bij onzijdige woorden, zoals værelse.

Bepaalde zelfstandige naamwoorden krijgen een achtervoegsel: værelse → værelset, skranke → skranken

værelset; skranken

veerelseð; sgranggen

De bepaalde vorm wordt vaak met een achtervoegsel gevormd.

Bij neutrale woorden is dat vaak -et; bij gemeenschappelijke woorden vaak -en.

Deens woordenschat

bede werkwoord
beethe vragen; verzoeken

Jeg kan bede nogen om at møde dig ved skranken.

gerne bijwoord
gèrne graag

Jeg vil gerne tjekke ud.

hjælpe werkwoord
jelpe helpen

Kan nogen hjælpe mig med min taske?

med voorzetsel
meed bij je; mee

Har du din værelsesnøgle med?

møde werkwoord
meude ontmoeten; opwachten

Jeg kan bede nogen om at møde dig ved skranken.

nogen voornaamwoord
nooen iemand

Kan nogen hjælpe mig med min taske?

ordne werkwoord
onne regelen; afhandelen ordner

Jeg ordner din udtjekning nu.

skranke zelfstandig naamwoord
sgrangge balie; receptie skranken

Jeg kan bede nogen om at møde dig ved skranken.

taske zelfstandig naamwoord
teske tas

Kan nogen hjælpe mig med min taske?

tjekke ud werkwoord
tsjekke oed uitchecken

Jeg vil gerne tjekke ud.

udtjekning zelfstandig naamwoord
oetsjekning uitchecken; uitcheckprocedure

Jeg ordner din udtjekning nu.

værelsesnøgle zelfstandig naamwoord
veerelsesneule kamersleutel

Har du din værelsesnøgle med?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil graag uitchecken.

Antwoord tonenJeg vil gerne tjekke ud.

Hebt u uw kamersleutel bij u?

Antwoord tonenHar du din værelsesnøgle med?

Ja, hier is hij.

Antwoord tonenJa, her er den.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tas

Antwoord tonentaske

helpen

Antwoord tonenhjælpe

uitchecken; uitcheckprocedure

Antwoord tonenudtjekning

iemand

Antwoord tonennogen