Jeg
„Jeg“ betekent hier „ik“ en is degene die het doel wil stellen. Het staat aan het begin van „Jeg vil sætte et mål“. Gebruik „Jeg“ als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld bij een wens of plan.
vil
„vil“ drukt hier een wens of bedoeling uit: de spreker wil een doel stellen. Het staat vóór het werkwoord „sætte“, zoals in „Jeg vil sætte et mål“. Gebruik „vil“ met een werkwoord voor plannen of intenties.
sætte
„sætte“ betekent hier een doel vaststellen of formuleren, in „sætte et mål“. De vorm staat na „vil“. Een bruikbaar patroon is „sætte et mål“ wanneer je een doel voor jezelf of een activiteit formuleert.
et
„et“ is hier het onbepaalde lidwoord vóór „mål“: „et mål“ betekent „een doel“. Het hoort direct bij het zelfstandig naamwoord. Gebruik dezelfde combinatie wanneer je een niet nader bepaald doel noemt.
mål
„mål“ betekent hier „doel“ of „doelstelling“, in „et mål for min sprogtræning“. Met „for“ geeft de uitdrukking aan waarvoor het doel bedoeld is. Je kunt „et mål“ gebruiken voor een concreet persoonlijk of leerdoel.
for
„for“ betekent hier „voor“ en verbindt het doel met het gebied waarop het betrekking heeft: „et mål for min sprogtræning“. Het staat vóór het deel dat het doel nader bepaalt. Gebruik „for“ in dit patroon om het doel of de bestemming ervan aan te geven.
min
„min“ betekent hier „mijn“ en geeft aan dat de taaltraining van de spreker is: „min sprogtræning“. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik „min“ vóór iets dat bij jezelf hoort of met jezelf te maken heeft.
sprogtræning
„sprogtræning“ betekent hier taaltraining of oefenen met een taal. In „min sprogtræning“ gaat het om de eigen oefenactiviteit van de spreker. Gebruik het woord wanneer je spreekt over doelgerichte training in een taal.
Hvilken
„Hvilken“ betekent „welke“ en vraagt hier om één bepaalde vaardigheid: „Hvilken færdighed“. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord waarover je informatie wilt. Gebruik „Hvilken“ aan het begin van een vraag naar een specifieke keuze of categorie.
færdighed
„færdighed“ betekent „vaardigheid“, hier een onderdeel van taal leren. Het is het woord waarnaar gevraagd wordt in „Hvilken færdighed“. Gebruik „færdighed“ voor iets wat iemand kan leren of oefenen.
synes
„synes“ drukt hier een persoonlijke beoordeling of ervaring uit: welke vaardigheid iemand het moeilijkst vindt. In de zin staat het in „synes du er sværest“. Gebruik „synes“ wanneer je naar iemands mening of indruk over iets vraagt of die geeft.
du
„du“ betekent „jij“ en is hier degene naar wiens beoordeling wordt gevraagd: „synes du“. Het verwijst naar de gesprekspartner. Gebruik „du“ als je rechtstreeks met één persoon spreekt.
er
„er“ verbindt hier de vaardigheid met de beschrijving „sværest“: de vaardigheid is het moeilijkst. Het staat in „færdighed synes du er sværest“. Gebruik „er“ om een onderwerp met een toestand of beschrijving te verbinden.
sværest
„sværest“ betekent hier „het moeilijkst“ en beschrijft de vaardigheid die de meeste moeite kost. Het staat in „er sværest“. Gebruik „sværest“ wanneer je binnen een groep of reeks aangeeft wat de meeste moeilijkheden oplevert.
lige
In „lige nu“ draagt „lige“ bij aan de betekenis „op dit moment“ of „nu meteen“. Het versterkt de verwijzing naar het huidige moment. Gebruik de vaste combinatie „lige nu“ wanneer je naar de huidige situatie vraagt of verwijst.
nu
„nu“ betekent „nu“ en verwijst in „lige nu“ naar het huidige moment. Samen maakt de uitdrukking duidelijk dat het om de situatie op dit moment gaat. Gebruik „lige nu“ bijvoorbeeld wanneer je vraagt wat iemand momenteel moeilijk vindt.
At
„At“ markeert hier het werkwoord in „At tale flydende“ en maakt er een activiteit van waarover gesproken wordt. Het staat direct vóór „tale“. Gebruik „at“ vóór een werkwoord wanneer je een activiteit als onderwerp of begrip noemt.
tale
„tale“ betekent hier „spreken“ of „praten“, in „At tale flydende“. Het benoemt de vaardigheid die de spreker wil oefenen. Gebruik „at tale“ wanneer je de activiteit van spreken beschrijft.
flydende
„flydende“ betekent hier vloeiend of soepel en beschrijft hoe iemand spreekt: „tale flydende“. Het staat bij „tale“ en zegt iets over de manier van spreken. Gebruik „tale flydende“ voor spreken zonder veel onderbrekingen.
i
„i“ betekent hier „in“ en plaatst de activiteit binnen „korte samtaler“. De combinatie is „i korte samtaler“. Gebruik „i“ om aan te geven binnen welke situatie of context iets gebeurt.
korte
„korte“ betekent hier „korte“ en beschrijft „samtaler“: „korte samtaler“. Het maakt duidelijk dat het om gesprekken van beperkte duur of omvang gaat. Gebruik „korte samtaler“ voor korte oefenmomenten of uitwisselingen.
samtaler
„samtaler“ betekent „gesprekken“ en verwijst hier naar de situaties waarin de spreker vloeiend wil leren spreken. Het staat in „i korte samtaler“. Gebruik het woord voor gesprekken tussen mensen, bijvoorbeeld tijdens taalpraktijk.
Vælg
„Vælg“ betekent „kies“ en geeft hier een directe aanbeveling: „Vælg så én lille taleøvelse“. Het is gericht aan de gesprekspartner. Gebruik „Vælg“ wanneer je iemand aanspoort om één mogelijkheid of activiteit te nemen.
så
„så“ betekent hier „dan“ en verbindt de beoordeling met het volgende advies: „Vælg så“. Het geeft aan wat de volgende stap is. Gebruik „så“ in deze betekenis om een vervolgactie na een eerdere situatie of conclusie aan te geven.
én
„én“ betekent hier „één“ en benadrukt dat er precies één oefening gekozen moet worden: „én lille taleøvelse“. Het staat vóór de beschrijving van de oefening. Gebruik „én“ wanneer je het aantal één nadrukkelijk wilt aangeven.
lille
„lille“ betekent hier „kleine“ en beschrijft de omvang van „taleøvelse“: „én lille taleøvelse“. De oefening moet dus beperkt en haalbaar zijn. Gebruik „lille“ vóór een zelfstandig naamwoord om een beperkte omvang aan te geven.
taleøvelse
„taleøvelse“ betekent „spreekoefening“ en verwijst hier naar de dagelijkse taak voor spreken. In „én lille taleøvelse hver dag“ wordt de oefening als een klein dagelijks doel gekozen. Gebruik het woord voor een activiteit waarmee je spreekvaardigheid oefent.
hver
„hver“ betekent hier „elke“ en verdeelt de activiteit over alle afzonderlijke dagen: „hver dag“. Het staat vóór „dag“. Gebruik „hver“ in tijdsaanduidingen om een terugkerend dagelijks patroon aan te geven.
dag
„dag“ betekent „dag“ en vormt samen met „hver“ de uitdrukking „hver dag“: elke dag. Hier geeft het aan hoe vaak de oefening wordt gedaan. Gebruik „hver dag“ voor een activiteit die dagelijks plaatsvindt.
Hvordan
„Hvordan“ betekent „hoe“ en vraagt hier naar de manier om de voortgang te volgen: „Hvordan kan jeg følge min fremgang?“ Het staat aan het begin van de vraag. Gebruik „Hvordan“ wanneer je naar een methode of werkwijze vraagt.
kan
„kan“ betekent hier „kan“ en drukt een mogelijke manier uit om de voortgang te volgen. Het staat in „Hvordan kan jeg følge min fremgang?“ vóór „følge“. Gebruik „kan“ om naar een mogelijkheid te vragen of die te beschrijven.
følge
„følge“ betekent hier de voortgang volgen of bijhouden, niet iemand fysiek achterna gaan. In „følge min fremgang“ krijgt het de betekenis van je ontwikkeling in de gaten houden. Gebruik „følge“ met iets waarvan je veranderingen of vooruitgang observeert.
fremgang
„fremgang“ betekent hier „vooruitgang“ in het leren spreken. Het is datgene wat de spreker wil volgen in „følge min fremgang“. Gebruik „fremgang“ wanneer je verbetering of ontwikkeling in een proces beschrijft.
Optag
„Optag“ betekent „neem op“ en is hier een directe instructie om één antwoord te registreren. Het staat in „Optag ét svar“. Gebruik „Optag“ wanneer je iemand vraagt om geluid, spraak of een antwoord op te nemen.
ét
„ét“ betekent hier „één“ en benadrukt dat er precies één antwoord moet worden opgenomen: „ét svar“. Het geeft het aantal van de handeling aan. Gebruik „ét“ wanneer één enkel item tegenover meerdere mogelijke items wordt benadrukt.
svar
„svar“ betekent „antwoord“ en verwijst hier naar de gesproken reactie die wordt opgenomen. Het staat als object in „Optag ét svar“. Gebruik „svar“ voor een reactie op een vraag of opdracht.
og
„og“ betekent „en“ en verbindt hier twee opeenvolgende handelingen: „Optag ét svar, og lyt til det igen senere“. Het koppelt de opname aan het later beluisteren. Gebruik „og“ om woorden, zinsdelen of handelingen met elkaar te verbinden.
lyt
„lyt“ betekent „luister“ en is hier een directe instructie. Het hoort bij „lyt til det“, waarbij wordt aangegeven waarnaar iemand moet luisteren. Gebruik „lyt til“ wanneer je iemand vraagt aandachtig naar iets te luisteren.
til
„til“ betekent hier „naar“ in de vaste combinatie „lyt til det“. Het geeft aan waarop het luisteren gericht is. Gebruik „lyt til“ met het geluid, de opname of de persoon waarnaar iemand luistert.
det
„det“ betekent hier „het“ of „ernaar“ en verwijst terug naar „ét svar“, het opgenomen antwoord. In „lyt til det“ is het datgene waarnaar opnieuw geluisterd wordt. Gebruik „det“ om naar iets eerder genoemde terug te verwijzen.
igen
„igen“ betekent „opnieuw“ of „weer“: het antwoord moet nogmaals beluisterd worden. Het staat in „lyt til det igen senere“. Gebruik „igen“ wanneer een handeling opnieuw plaatsvindt.
senere
„senere“ betekent „later“ en geeft aan dat het opnieuw luisteren niet meteen hoeft te gebeuren: „igen senere“. Het is een tijdsaanduiding. Gebruik „senere“ wanneer je naar een later moment verwijst zonder dat moment precies vast te leggen.
Den
„Den“ verwijst hier naar een specifieke routine die al genoemd is: „Den rutine“. Het staat vóór „rutine“ en maakt duidelijk welke routine bedoeld wordt. Gebruik „Den“ om naar iets bepaalds te verwijzen dat voor de gesprekspartners herkenbaar is.
rutine
„rutine“ betekent „routine“ en verwijst hier naar de combinatie van dagelijks opnemen en later terugluisteren. In „Den rutine“ gaat het om die concrete werkwijze. Gebruik het woord voor een activiteit of reeks handelingen die regelmatig wordt herhaald.
lyder
„lyder“ betekent hier „klinkt“ en drukt een beoordeling van de routine uit: „Den rutine lyder nem at følge“. Het beschrijft hoe de routine overkomt. Gebruik „lyder“ met een beschrijving wanneer je zegt welke indruk iets maakt.
nem
„nem“ betekent hier „makkelijk“ en beschrijft de routine als eenvoudig uit te voeren: „nem at følge“. Het zegt niet dat de routine al is uitgevoerd, maar dat ze haalbaar lijkt. Gebruik „nem at“ vóór een werkwoord om aan te geven dat iets eenvoudig is om te doen.
opgaven
„opgaven“ betekent hier „de taak“ en verwijst naar de kleine spreekoefening. Het is de bepaalde vorm van „opgave“ en staat in „Hold opgaven kort“. Gebruik deze vorm wanneer het om een specifieke, bekende taak gaat.
kort
„kort“ betekent hier „kort“ of beperkt in duur en omvang. In „Hold opgaven kort“ wordt gevraagd de taak klein te houden. Gebruik „holde ... kort“ om aan te geven dat iets niet lang of uitgebreid moet zijn.
gentag
„gentag“ betekent „herhaal“ en is hier een directe instructie om dezelfde taak opnieuw te doen. Het staat in „gentag den ofte“. Gebruik „gentag“ wanneer iemand een woord, zin, handeling of oefening opnieuw moet uitvoeren.
ofte
„ofte“ betekent „vaak“ en geeft aan dat de taak regelmatig herhaald moet worden: „gentag den ofte“. Het is een frequentieaanduiding. Gebruik „ofte“ wanneer een handeling meerdere keren en met regelmaat plaatsvindt.