Voorbereiding op een korte toets | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a language classroom, two adults prepare for a short test by choosing what to review and trying practice questions..

NL → DA / Niveau: A2

Over deze les

Met Voorbereiding op een korte toets oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Vi har snart en kort prøve, ikke?

wie haa snaad un koat preuwe, egge? We hebben binnenkort een korte toets, toch?
B

Den handler om de vigtigste dele af dette kapitel.

die hèn-la om die wegdeste deele fan dèdhe kapi-deul. De toets gaat over de belangrijkste onderdelen van dit hoofdstuk.
A

Hvilken del skal jeg gennemgå først?

welgen deel sgel yai geenem-goo feuad? Welk onderdeel moet ik eerst doornemen?
B

Start med lytteafsnittet, fordi det normalt påvirker din score.

sdaad me ludde-af-sneedet, fo-die dhe noamald po-weer-ge dhen sgoa. Begin met het onderdeel luisteren, want dat heeft meestal invloed op je score.
A

Kan vi prøve nogle øvelsesspørgsmål sammen?

kan wie preuwe noole eu-wel-seus-sbeur-sge-mel samen? Kunnen we samen een paar oefenvragen maken?
B

Vi kan bruge nogle få korte spørgsmål og tjekke hvert svar.

wie kan broe-we noole foo koade sbeur-sge-mel o tsjegge wead svaa. We kunnen een paar korte vragen gebruiken en elk antwoord nakijken.
A

Jeg vil gennemgå mine fejl efter hvert spørgsmål.

yai vil geenem-goo main fail efde wead sbeur-sge-mel. Ik zal mijn fouten na elke vraag doornemen.
B

Det burde hjælpe dig med at forberede dig.

dhe boadhe jelbe dai me è fo-bea-dhe dai. Dat zou je moeten helpen om je voor te bereiden.

Woord voor woord

Vi “Vi” betekent hier “wij” en is het onderwerp van de zin. In “Vi har” staat het voor de personen die samen een toets hebben; je gebruikt het voor een groep inclusief jezelf.
har “har” betekent hier “hebben” en beschrijft dat de sprekers binnenkort een toets hebben. In “Vi har” staat het na het onderwerp; dezelfde combinatie kan ook bezit of een andere toestand uitdrukken.
snart “snart” betekent hier “binnenkort” en plaatst de toets in de nabije toekomst. Het staat in “snart en kort prøve” en is bruikbaar wanneer je zegt dat iets op korte termijn gebeurt.
en “en” is hier het onbepaalde lidwoord voor “prøve” in “en kort prøve”. Je gebruikt het voor één nog niet nader bepaalde toets of zaak.
kort “kort” betekent hier “kort” en beschrijft de toets als beperkt in lengte of omvang. In “en kort prøve” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; dezelfde positie komt vaak voor bij een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord.
prøve “prøve” betekent hier “toets” of “examen” in “en kort prøve”. Het verwijst naar de korte toets die binnenkort plaatsvindt; in een klas gebruik je dit woord om naar een toetsmoment te verwijzen.
ikke “ikke” is hier een vraagtag met de betekenis “toch?”, waarmee A bevestiging zoekt. In “Vi har snart en kort prøve, ikke?” staat het aan het einde van de zin; je gebruikt het wanneer je verwacht dat de ander het ermee eens is.
Den “Den” betekent hier “die” of “deze” als verwijzing naar de eerder genoemde toets. In “Den handler om” staat het als onderwerp en voorkomt het dat “prøve” opnieuw genoemd moet worden.
handler “handler” staat hier in de combinatie “handler om”, die betekent dat iets over een onderwerp gaat. In “Den handler om de vigtigste dele” volgt na “om” het onderwerp waar de toets over gaat; de uitdrukking is geschikt om het thema van iets te benoemen.
om “om” geeft in “handler om” de relatie met het onderwerp aan: de toets gaat over bepaalde onderdelen. Je gebruikt “handler om” met daarna het onderwerp of thema.
de “de” is hier het bepaalde lidwoord vóór het meervoudige “dele” in “de vigtigste dele”. Het verwijst naar specifieke onderdelen, namelijk de onderdelen die bij dit hoofdstuk horen.
vigtigste “vigtigste” betekent hier “belangrijkste” en geeft aan dat deze onderdelen de hoogste prioriteit hebben. In “de vigtigste dele” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om binnen een groep de meest belangrijke zaken aan te wijzen.
dele “dele” betekent hier “onderdelen” of “gedeelten” en verwijst naar verschillende secties van het hoofdstuk. In “dele af dette kapitel” volgt “af” om het geheel te noemen waarvan de onderdelen deel zijn.
af “af” geeft in “dele af dette kapitel” aan waarvan de onderdelen afkomstig zijn of deel uitmaken. De constructie zelfstandig naamwoord + “af” + geheel is bruikbaar om een deel-geheelrelatie te beschrijven.
dette “dette” betekent hier “dit” en wijst samen met “kapitel” naar het hoofdstuk dat in de huidige les centraal staat. In “dette kapitel” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om iets specifieks dichtbij de gesprekssituatie aan te wijzen.
kapitel “kapitel” betekent hier “hoofdstuk” of “unit” en is het geheel waaruit de belangrijkste onderdelen komen. In “dette kapitel” wordt het met “dette” verbonden; je kunt het in een lescontext gebruiken voor een afgebakend deel van lesmateriaal.
Hvilken “Hvilken” betekent hier “welke” en vraagt om een keuze uit meerdere onderdelen. In “Hvilken del” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt deze combinatie wanneer je wilt weten welke specifieke optie bedoeld wordt.
del “del” betekent hier “onderdeel” of “sectie” en verwijst naar één gedeelte van de lesstof. In “Hvilken del skal jeg gennemgå først?” vraagt A welk onderdeel als eerste bekeken moet worden.
skal “skal” drukt hier uit wat iemand zou moeten doen: welk onderdeel de spreker eerst moet doornemen. In “skal jeg gennemgå” staat het vóór de handeling; je gebruikt “skal” met een werkwoord om een verplichting, verwachting of voorgestelde actie uit te drukken.
jeg “jeg” betekent “ik” en is hier het onderwerp van de vraag. In “skal jeg gennemgå” geeft het aan wie de actie uitvoert; je gebruikt het voor jezelf als handelende persoon.
gennemgå “gennemgå” betekent hier “doornemen” of “herhalen” en verwijst naar het bestuderen van een onderdeel. In “skal jeg gennemgå” volgt het op “skal”; je gebruikt het met leerstof, een onderdeel of ander materiaal dat je systematisch bekijkt.
først “først” betekent hier “eerst” en geeft de volgorde van het herhalen aan. In “gennemgå først” staat het bij de handeling; je gebruikt het wanneer één stap vóór andere stappen komt.
Start “Start” is hier een aansporing met de betekenis “begin”. In “Start med lytteafsnittet” geeft B een concreet advies over het eerste onderdeel; je gebruikt deze vorm om iemand direct aan te moedigen ergens mee te beginnen.
med “med” draagt in “Start med lytteafsnittet” bij aan de constructie “begin met”. Na “Start med” volgt datgene waarmee iemand moet beginnen; de constructie is bruikbaar voor een eerste stap of onderdeel.
lytteafsnittet “lytteafsnittet” betekent hier “het luisteronderdeel” of “de luistersectie” van de toets. In “Start med lytteafsnittet” benoemt het precies het onderdeel waarmee de voorbereiding moet beginnen; je kunt het gebruiken om naar dit specifieke toetsgedeelte te verwijzen.
fordi “fordi” betekent hier “omdat” of “aangezien” en introduceert de reden voor het advies. In “fordi det normalt påvirker din score” volgt een volledige redengevende bijzin; je gebruikt het om uit te leggen waarom iets gebeurt of aanbevolen wordt.
det “det” betekent hier “het” of “het betreffende onderdeel” en verwijst naar “lytteafsnittet”. In “det normalt påvirker din score” is het de zaak die invloed heeft op de score; je gebruikt het om naar een eerder genoemd onderwerp terug te verwijzen.
normalt “normalt” betekent hier “meestal” of “gewoonlijk” en beschrijft een algemene tendens. In “normalt påvirker” staat het vóór de handeling; je gebruikt het om aan te geven dat iets doorgaans zo is, maar niet noodzakelijk altijd.
påvirker “påvirker” betekent hier “beïnvloedt” en beschrijft dat het luisteronderdeel effect heeft op de score. In “påvirker din score” staat eerst wat invloed uitoefent en daarna waarop; dit patroon is bruikbaar om een effectrelatie te beschrijven.
din “din” betekent hier “jouw” en geeft aan dat de score van de aangesproken persoon is. In “din score” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om iets aan één gesprekspartner toe te schrijven.
score “score” betekent hier “score” of “resultaat” van de toets. In “din score” wordt duidelijk wiens resultaat bedoeld is; je gebruikt het in een leercontext wanneer je over toets- of oefenresultaten praat.
Kan “Kan” betekent hier “kunnen” en opent een vraag naar de mogelijkheid om iets samen te doen. In “Kan vi prøve” staat het vóór het onderwerp en de handeling; je gebruikt deze vorm om beleefd naar een mogelijkheid of voorstel te vragen.
nogle “nogle” betekent hier “enkele” of “wat” en verwijst naar een niet precies bepaald aantal oefenvragen. In “nogle øvelsesspørgsmål” staat het vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om een aantal zaken zonder exact getal aan te duiden.
øvelsesspørgsmål “øvelsesspørgsmål” betekent hier “oefenvragen” die gebruikt worden om voor de toets te oefenen. In “prøve nogle øvelsesspørgsmål sammen” is het datgene wat de twee personen samen proberen; je gebruikt het voor vragen die bedoeld zijn als oefening.
sammen “sammen” betekent hier “samen” en geeft aan dat beide personen gezamenlijk oefenen. In “prøve nogle øvelsesspørgsmål sammen” staat het bij de handeling; je gebruikt het om samenwerking of een gezamenlijke activiteit uit te drukken.
bruge “bruge” betekent hier “gebruiken” en verwijst naar het inzetten van korte vragen als oefenmateriaal. In “Vi kan bruge” volgt het op “kan” en daarna komt het gebruikte materiaal; je gebruikt het met een voorwerp, hulpmiddel of materiaal.
“få” betekent hier “een paar” en geeft aan dat het om een kleine hoeveelheid vragen gaat. In “nogle få korte spørgsmål” staat het vóór het bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om een klein, niet exact aantal aan te duiden.
korte “korte” betekent hier “korte” en beschrijft de vragen als beperkt in lengte of omvang. In “korte spørgsmål” staat het vóór het zelfstandig naamwoord en heeft het deze vorm in de meervoudige woordgroep.
spørgsmål “spørgsmål” betekent hier “vragen” en verwijst naar de korte oefenitems die gecontroleerd worden. In “korte spørgsmål” vormt het samen met “korte” de woordgroep voor het oefenmateriaal.
og “og” betekent “en” en verbindt hier twee handelingen: vragen gebruiken en elk antwoord controleren. In “og tjekke” koppelt het een tweede werkwoord aan de eerste actie; je gebruikt het om gelijkwaardige handelingen of zaken te verbinden.
tjekke “tjekke” betekent hier “nakijken” of “controleren” en verwijst naar het controleren van elk antwoord. In “og tjekke hvert svar” staat het als tweede handeling naast “bruge”; je gebruikt het met datgene wat je wilt controleren.
hvert “hvert” betekent hier “elk” en laat zien dat de antwoorden één voor één worden gecontroleerd. In “hvert svar” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt het wanneer de handeling voor alle afzonderlijke items geldt.
svar “svar” betekent hier “antwoord” en verwijst naar het antwoord op iedere oefenvraag. In “hvert svar” wordt elk antwoord afzonderlijk bedoeld; je gebruikt het in een leercontext voor wat iemand op een vraag geeft.
vil “vil” betekent hier “zal” en drukt de intentie van de spreker uit om haar fouten te bekijken. In “Jeg vil gennemgå” staat het vóór de handeling; je gebruikt het om een voornemen of geplande actie aan te geven.
mine “mine” betekent hier “mijn” en geeft aan dat de fouten van de spreker zelf zijn. In “mine fejl” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt het om iets aan jezelf toe te schrijven.
fejl “fejl” betekent hier “fouten” die de spreker tijdens het oefenen maakt. In “mine fejl” wordt duidelijk dat het om haar eigen fouten gaat; je gebruikt het voor onjuiste antwoorden of andere vergissingen.
efter “efter” betekent hier “na” en geeft aan wanneer de fouten worden doorgenomen. In “efter hvert spørgsmål” volgt het vóór de gebeurtenis die als tijdsreferentie dient; je gebruikt het om een moment daarna aan te duiden.
burde “burde” betekent hier “zou moeten” en drukt een verwachting uit dat de oefening nuttig zal zijn. In “Det burde hjælpe” staat het vóór de handeling; je gebruikt het om een waarschijnlijk of gewenst gevolg voorzichtig te formuleren.
hjælpe “hjælpe” betekent hier “helpen” en verwijst naar het ondersteunen van de voorbereiding. In “hjælpe dig med at forberede dig” wordt aangegeven wie hulp krijgt en waarmee; de constructie is bruikbaar om hulp bij een activiteit te beschrijven.
dig “dig” betekent in “hjælpe dig” “jou” als persoon die hulp krijgt. In “forberede dig” verwijst “dig” naar dezelfde persoon als degene die zich voorbereidt; de vorm komt dus in twee verschillende functies binnen dezelfde zin voor.
forberede “forberede” betekent hier “voorbereiden” en verwijst naar het klaarmaken voor de korte toets. In “forberede dig” staat het na “at” en vormt het samen met “dig” de betekenis “je voorbereiden”; je gebruikt het voor voorbereiding op een taak, activiteit of toets.

Grammatica

lytteafsnit + -et

lytteafsnittet

ludde-af-sneedet

het luisteronderdeel

In het Deens wordt bepaaldheid vaak als achtervoegsel aan het zelfstandig naamwoord toegevoegd: lytteafsnit + -et.

hvert + zelfstandig naamwoord

hvert spørgsmål

wead sbeur-sge-mel

elke vraag

hvert is de vorm van hver voor een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals spørgsmål.

Deens woordenschat

dele zelfstandig naamwoord
deele onderdelen
først bijwoord
feuad eerst
gennemgå werkwoord
geenem-goo doornemen
handler om uitdrukking
hèn-la om gaat over

Den handler om de vigtigste dele.

har werkwoord
haa hebben

Vi har snart en kort prøve.

hvilken bepaler
welgen welk
Geslacht
common
ikke bijwoord
egge toch
kapitel zelfstandig naamwoord
kapi-deul hoofdstuk
kort bijvoeglijk naamwoord
koat kort

en kort prøve

prøve zelfstandig naamwoord
preuwe toets
snart bijwoord
snaad binnenkort
vigtigste bijvoeglijk naamwoord
wegdeste belangrijkste

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welk onderdeel moet ik eerst doornemen?

Antwoord tonenHvilken del skal jeg gennemgå først?

Kunnen we samen een paar oefenvragen maken?

Antwoord tonenKan vi prøve nogle øvelsesspørgsmål sammen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hoofdstuk

Antwoord tonenkapitel

onderdelen

Antwoord tonendele

belangrijkste

Antwoord tonenvigtigste

toets

Antwoord tonenprøve