Een tas pakken voor een uitstapje | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Before an outing, two adults check a packed bag for a charger, a snack, a raincoat, and water..

NL → DA / Niveau: A2

Over deze les

Met Een tas pakken voor een uitstapje oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg pakker min taske til udflugten.

jaj pag-er men tesge tel oedh-floeg-den. Ik pak mijn tas voor het uitstapje.
B

Hvad mangler du stadig at tage med?

vè mang-ler doe stee-dhi e tee mèdh? Wat moet je nog meenemen?
A

Jeg har en oplader, en snack og en regnjakke.

jaj haa en oo-plee-dher, en sneg o en rain-yagge. Ik heb een oplader, een snack en een regenjas.
B

Det burde være nok, hvis vejret skifter.

de boe-dhe vè nog, ves vai-et sgif-der. Dat zou genoeg moeten zijn als het weer verandert.
A

Skal jeg tage en ekstra flaske vand med?

sgèl jaj tee en eg-stra flas-ge van mèdh? Zal ik een extra fles water meenemen?
B

Tag en med, hvis gåturen tager længere tid end forventet.

tee en mèdh, ves goo-toe-ren tee-er leng-er tied en for-veng-ed. Neem er een mee voor het geval de wandeling langer duurt dan verwacht.
A

Min taske er fuld.

men tesge èr foel. Mijn tas zit vol.
A

Den er ikke for tung.

den èr eg-ge for tong. Hij is niet te zwaar.
B

Så er du klar til at tage af sted.

soo èr doe klaar tel e tee e stee. Dan ben je klaar om te vertrekken.

Woord voor woord

Jeg Jeg betekent hier “ik” en is het onderwerp in “Jeg pakker min taske”. Het staat voor degene die de tas inpakt. Gebruik “Jeg” als je in het Deens over jezelf vertelt, bijvoorbeeld in “Jeg har en oplader”.
pakker “pakker” betekent hier “pak” of “ben aan het inpakken” in “Jeg pakker min taske”. Het is de vorm van pakke die bij “Jeg” in deze zin wordt gebruikt. Je kunt “pakker” gebruiken met iets dat je inpakt, zoals “pakker min taske”.
min “min” betekent hier “mijn” in “min taske” en geeft aan dat de tas van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “taske”. Gebruik hetzelfde patroon bij een bezit, zoals “min bog” voor “mijn boek”.
taske “taske” betekent “tas” in “min taske”. Het is het voorwerp dat wordt ingepakt en later vol en niet te zwaar wordt genoemd. Gebruik “taske” voor een tas die je meeneemt, bijvoorbeeld “en taske”.
til “til” betekent hier “voor” in “til udflugten” en verbindt de tas met het uitstapje waarvoor die wordt ingepakt. De vaste combinatie in deze zin is “pakke en taske til” iets. Gebruik “til” ook om een doel of bestemming aan te geven.
udflugten “udflugten” betekent “het uitstapje” in “til udflugten”. De vorm is gebaseerd op “udflugt” en verwijst hier naar het specifieke uitstapje waarover de twee mensen praten. Gebruik “udflugten” wanneer het om een bekend of al genoemd uitstapje gaat.
Hvad “Hvad” betekent “wat” en opent de vraag “Hvad mangler du stadig at tage med?”. Het vraagt naar wat er nog ontbreekt. Gebruik “Hvad” aan het begin van vragen wanneer je naar iets vraagt.
mangler “mangler” betekent hier “ontbreekt” of, in de vraag, “heb je nog nodig” in “Hvad mangler du stadig at tage med?”. Het beschrijft wat nog niet aanwezig is voor het uitstapje. Een bruikbaar patroon is “Hvad mangler du?” voor “Wat ontbreekt er nog bij jou?”.
du “du” betekent “je” of “jij” en verwijst in “Hvad mangler du stadig at tage med?” naar de persoon die de tas inpakt. Het is daar degene bij wie iets nog ontbreekt. Gebruik “du” wanneer je één gesprekspartner rechtstreeks aanspreekt.
stadig “stadig” betekent hier “nog” of “nog steeds” in “mangler du stadig”. Het laat zien dat de behoefte nog bestaat op dit moment. Gebruik “stadig” bij iets dat tot nu toe voortduurt, zoals “Jeg venter stadig” in een nieuw voorbeeld.
at “at” is hier het woord vóór “tage” in “at tage med” en markeert de infinitief. Samen vormt het de constructie “mangler ... at tage med”: wat iemand nog moet meenemen. Gebruik “at” op dezelfde manier vóór een infinitief na bepaalde werkwoorden.
tage “tage” betekent hier “meenemen” in de combinatie “tage med”. Het verwijst naar iets meenemen naar het uitstapje, niet alleen naar het oppakken ervan. Gebruik het patroon “tage noget med” wanneer je zegt dat je iets meeneemt.
med “med” betekent hier “mee” in “tage med” en maakt duidelijk dat iets wordt meegenomen. De betekenis ontstaat samen met “tage”, dus “tage med” betekent “meenemen”. Gebruik “med” in een constructie zoals “Jeg tager en bog med” in een nieuw voorbeeld.
har “har” betekent “heb” in “Jeg har en oplader, en snack og en regnjakke”. Het geeft aan welke spullen de spreker al bij zich heeft. “har” is de vorm van “have” die hier bij “Jeg” wordt gebruikt; je kunt het gebruiken vóór een bezit of voorwerp.
en “en” heeft in deze dialoog twee functies. In “en oplader”, “en snack” en “en regnjakke” betekent het “een”, terwijl “Tag en med” betekent “Neem er een mee”. Let daarom op of “en” vóór een zelfstandig naamwoord staat of zelfstandig naar één voorwerp verwijst.
oplader “oplader” betekent “oplader” in “en oplader”. Het is een van de spullen die de spreker in de tas heeft. Gebruik “oplader” voor een apparaat waarmee je bijvoorbeeld een telefoon van stroom voorziet.
snack “snack” betekent “snack” in “en snack”. Het noemt eten dat de spreker voor het uitstapje bij zich heeft. Gebruik “en snack” wanneer je één kleine hap of iets te eten voor onderweg bedoelt.
og “og” betekent “en” en verbindt in “en oplader, en snack og en regnjakke” de genoemde spullen. Het voegt het laatste onderdeel aan een opsomming toe. Gebruik “og” om woorden of zinsdelen met elkaar te verbinden.
regnjakke “regnjakke” betekent “regenjas” in “en regnjakke”. Het is kleding die nuttig kan zijn wanneer het weer verandert. Gebruik “regnjakke” voor een jas die bescherming tegen regen biedt.
Det “Det” betekent hier “dat” en verwijst in “Det burde være nok” naar de oplader, snack en regenjas samen. Het onderwerp is dus de hoeveelheid spullen die al aanwezig is. Gebruik “Det” om naar iets eerder genoemde te verwijzen wanneer je er een beoordeling over geeft.
burde “burde” betekent hier “zou moeten” in “Det burde være nok”. Het drukt een verwachting uit dat de spullen waarschijnlijk voldoende zijn. Gebruik “burde” vóór een ander werkwoord, zoals in “Det burde hjælpe” in een nieuw voorbeeld.
være “være” betekent “zijn” in “burde være nok”. Het staat na “burde” in de infinitief en verbindt de spullen met de beoordeling “nok”. Gebruik “burde være” wanneer je zegt wat iets naar verwachting zou moeten zijn.
nok “nok” betekent “genoeg” in “være nok”. Hier zegt de spreker dat de oplader, snack en regenjas voldoende zouden moeten zijn. Gebruik “nok” na een werkwoord zoals “Det er nok” of in “Det burde være nok”.
hvis “hvis” betekent “als” of “wanneer” in “hvis vejret skifter”. Het leidt de voorwaarde in waaronder de spullen voldoende zijn. Gebruik “hvis” vóór een voorwaardelijke bijzin, zoals “hvis det regner” in een nieuw voorbeeld.
vejret “vejret” betekent “het weer” in “hvis vejret skifter”. De vorm verwijst naar het weer in deze specifieke situatie. De basisvorm is “vejr”; gebruik “vejret” wanneer je over het weer als bekend onderwerp spreekt.
skifter “skifter” betekent hier “verandert” in “vejret skifter”. Het beschrijft dat de weersomstandigheden anders worden. De basisvorm is “skifte”; gebruik “skifter” met een onderwerp zoals “vejret” wanneer iets verandert.
Skal “Skal” betekent hier “zal ik” of “moet ik” in de vraag “Skal jeg tage en ekstra flaske vand med?”. De spreker vraagt of het meenemen van extra water een goed idee is. Gebruik “Skal jeg ...?” om een voorstel te doen of toestemming voor je eigen handeling te vragen.
ekstra “ekstra” betekent “extra” in “en ekstra flaske vand”. Het geeft aan dat het om een aanvullende fles gaat. Gebruik “ekstra” vóór iets waarvan je meer wilt meenemen of toevoegen, zoals “ekstra tid” in een nieuw voorbeeld.
flaske “flaske” betekent “fles” in “en ekstra flaske vand”. Het is de verpakking waarin het water wordt meegenomen. Gebruik “en flaske” met de inhoud erna, zoals “en flaske vand”.
vand “vand” betekent “water” in “en ekstra flaske vand”. Het noemt wat er in de extra fles zit. Gebruik “vand” voor water als drank of als inhoud van een fles.
Tag “Tag” betekent hier “neem mee” in de opdracht “Tag en med”. Het is een directe aansporing om één fles water mee te nemen. De basisvorm is “tage”; gebruik “Tag ... med” wanneer je iemand vraagt iets mee te nemen.
gåturen “gåturen” betekent “de wandeling” in “hvis gåturen tager længere tid”. Het verwijst naar de wandeling die tijdens het uitstapje wordt gemaakt. De basisvorm is “gåtur”; gebruik “gåturen” wanneer het om een specifieke wandeling gaat.
tager “tager” betekent hier “duurt” in “gåturen tager længere tid”. Samen met “tid” beschrijft het hoeveel tijd de wandeling nodig heeft. De basisvorm is “tage”; een bruikbaar patroon is “noget tager tid” voor “iets kost tijd”.
længere “længere” betekent “langer” in “tager længere tid end forventet”. Het vergelijkt de werkelijke duur met de verwachte duur. Gebruik “længere tid” wanneer iets meer tijd kost dan een referentie of verwachting.
tid “tid” betekent “tijd” in “længere tid”. Het is datgene wat de wandeling nodig heeft om te worden voltooid. Gebruik “tid” in patronen zoals “tage tid” of “have tid”.
end “end” betekent “dan” in “længere tid end forventet”. Het verbindt de vergelijking van de werkelijke duur met wat werd verwacht. Gebruik “end” na een vergelijkende vorm, zoals “længere end” in een nieuw voorbeeld.
forventet “forventet” betekent “verwacht” in “længere tid end forventet”. Hier wordt de werkelijke duur vergeleken met de duur die men had verwacht. De basisvorm is “forvente”; gebruik “end forventet” wanneer iets anders uitvalt dan voorzien.
er “er” betekent hier “is” in “Min taske er fuld” en “Den er ikke for tung”. Het verbindt de tas met een beschrijving van zijn toestand of gewicht. “er” is de vorm van “være” die in deze zinnen wordt gebruikt.
fuld “fuld” betekent “vol” in “Min taske er fuld”. Het beschrijft dat er geen of weinig ruimte meer in de tas is. Gebruik “er fuld” om te zeggen dat een tas, fles of andere ruimte gevuld is.
Den “Den” betekent hier “die” of “hij/het” en verwijst naar “taske” in “Den er ikke for tung”. Het voorkomt dat het woord “taske” opnieuw moet worden gezegd. Gebruik “Den” om naar een eerder genoemde zaak te verwijzen die je verder beschrijft.
ikke “ikke” betekent “niet” in “Den er ikke for tung”. Het ontkent daar dat de tas te zwaar is. Gebruik “ikke” vóór het deel van de zin dat je ontkent, zoals vóór “for tung” in deze zin.
for “for” betekent hier “te” in “for tung”, niet “voor”. Samen betekent “ikke for tung” dat de tas niet te zwaar is. Gebruik “for” vóór een bijvoeglijk woord wanneer iets een ongewenst hoge graad heeft, zoals “for dyr” in een nieuw voorbeeld.
tung “tung” betekent “zwaar” in “ikke for tung”. Het beschrijft het gewicht van de tas. Gebruik “tung” voor iets dat veel weegt, bijvoorbeeld in “Tasken er tung” als nieuw voorbeeld.
“Så” betekent hier “dan” in “Så er du klar til at tage af sted”. Het geeft een gevolg aan van de informatie dat de tas vol maar niet te zwaar is. Gebruik “Så” om een conclusie of gevolg in te leiden.
klar “klar” betekent “klaar” in “er du klar til at tage af sted”. Het zegt dat de persoon voorbereid is om te vertrekken. Gebruik het patroon “være klar til at” gevolgd door een handeling.
tage af sted “tage af sted” betekent als geheel “vertrekken” of “op weg gaan” in “klar til at tage af sted”. Binnen deze vaste uitdrukking geeft “tage” de handeling van gaan aan, “af” het weggaan en “sted” de plaats waarvandaan men vertrekt. Gebruik “klar til at tage af sted” wanneer iemand klaar is om te vertrekken.

Grammatica

Substantiv + bestemt endelse: -et eller -en

Vejret skifter.

vai-et sgif-der.

Het weer verandert.

In het Deens wordt bepaaldheid vaak met een achtervoegsel gevormd: vejr → vejret.

Hvis + bijzin, hoofdzin

Hvis vejret skifter, er jeg klar.

ves vai-et sgif-der, èr jaj klaar.

Als het weer verandert, ben ik klaar.

Na hvis staat de bijzin vóór de hoofdzin. In de hoofdzin komt het werkwoord vóór het onderwerp.

Deens woordenschat

hvis voegwoord
ves als
mangle werkwoord
mang-le ontbreken mangler
nok bijwoord
nog genoeg
oplader zelfstandig naamwoord
oo-plee-dher oplader
Geslacht
common
pakke werkwoord
pag-ge inpakken pakker
regnjakke zelfstandig naamwoord
rain-yag-ge regenjas
Geslacht
common
snack zelfstandig naamwoord
sneg snack
Geslacht
common
stadig bijwoord
stee-dhi nog steeds
tage med uitdrukking
tee mèdh meenemen
taske zelfstandig naamwoord
tes-ge tas
Geslacht
common
udflugt zelfstandig naamwoord
oedh-floegd uitstapje udflugten
Geslacht
common
vejr zelfstandig naamwoord
vai-er weer vejret
Geslacht
neuter

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik pak mijn tas voor het uitstapje.

Antwoord tonenJeg pakker min taske til udflugten.

Mijn tas zit vol.

Antwoord tonenMin taske er fuld.

Hij is niet te zwaar.

Antwoord tonenDen er ikke for tung.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

snack

Antwoord tonensnack

regenjas

Antwoord tonenregnjakke

ontbreken

Antwoord tonenmangler

inpakken

Antwoord tonenpakker