Een boek lenen en de leentijd verlengen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a library, one person asks how long a borrowed book can be kept and how to request extra time online..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een boek lenen en de leentijd verlengen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvor længe må jeg beholde denne bog?

voo lèngə mo yai behòlə denə boow? Hoe lang mag ik dit boek houden?
B

På sedlen står afleveringsdatoen.

poh sellən stoor aflee-verings-dee-to-un. Op het briefje staat de inleverdatum.
A

Hvad skal jeg gøre, hvis jeg har brug for mere tid?

wè skal yai keurə, ves yai haa broe fo mee-ə tie? Wat moet ik doen als ik meer tijd nodig heb?
B

Du kan forlænge lånet online, hvis ingen andre venter på bogen.

doe kan fo-lèngə loonə onlajnə, ves engən anə ventə poh boowən. Je kunt de leentijd online verlengen als niemand anders op het boek wacht.
A

Kan jeg gøre det hjemmefra?

kan yai keurə de jemmə-fraa? Kan ik dat vanuit huis doen?
B

Log ind på din bibliotekskonto hjemmefra.

loow en poh dien biblioteegs-gonto jemmə-fraa. Log vanuit huis in op je bibliotheekaccount.
A

Så skal jeg gemme sedlen sammen med bogen.

soo skal yai gèmə sellən samən me boowən. Dan moet ik het briefje bij het boek bewaren.
B

Det vil hjælpe dig med at aflevere den til tiden.

de vel jèlbə dai me è aflee-və den tel tieən. Het zal je helpen om het op tijd terug te brengen.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvor længe må jeg beholde denne bog?

    Hoe lang mag ik dit boek houden?

    Hvor længe
    hoe lang
    må jeg
    mag ik
    beholde
    houden
    denne
    dit / deze
    bog
    boek
    Uitgebreide uitleg

    Hvor længe vraagt naar de duur: “hoe lang?” Het gaat hier om een periode, niet om de lengte van een voorwerp. Een herbruikbaar patroon is Hvor længe + må + onderwerp + infinitief?, bijvoorbeeld: Hvor længe må vi blive? — “Hoe lang mogen we blijven?” må jeg bestaat uit het modale werkwoord må en het voornaamwoord jeg (“ik”). In deze zin drukt må toestemming uit: “mag”. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder apart infinitiefteken. De vorm må kan in andere contexten ook verplichting uitdrukken, maar de vaste vertaling maakt hier de toestemmingsbetekenis duidelijk. Jeg is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud; bijvoorbeeld Må jeg komme ind? — “Mag ik binnenkomen?” beholde is de infinitief en betekent hier “houden” of “bij zich houden”. Het is een zelfstandig lexicaal werkwoord, terwijl må de toestemming uitdrukt. Vergelijk: Jeg beholder bogen. — “Ik houd het boek.” Na må blijft het beholde: Jeg må beholde bogen. — “Ik mag het boek houden.” denne is een aanwijzend woord voor één zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. Het verwijst hier naar het boek dat de spreker bedoelt; de vorm wordt gekozen in combinatie met bog, niet alleen omdat het om één exemplaar gaat. Bij een onzijdig woord staat dette, en bij meervoud disse, bijvoorbeeld dette brev — “deze brief” en disse bøger — “deze boeken”. bog betekent “boek”. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht: en bog — “een boek”, bepaald bogen — “het boek”, meervoud bøger — “boeken”. In denne bog vormt het samen met denne de woordgroep “dit boek”. Samen is de structuur Hvor længe + må jeg + beholde + denne bog: “Hoe lang mag ik dit boek houden?” De vraag gaat dus over de toegestane duur van het houden van het boek. De volgende zin over de inleverdatum past bij die tijdscontext.

  2. På sedlen står afleveringsdatoen.

    Op het briefje staat de inleverdatum.

    På
    op
    sedlen
    het briefje
    står
    staat
    afleveringsdatoen
    de inleverdatum
    Uitgebreide uitleg

    På betekent hier “op” en geeft de plaats aan: iets staat op een oppervlak of in een geschreven bron. Een bruikbaar patroon is på + plaats of drager. Voorbeeld: På tavlen står navnet. — “Op het bord staat de naam.” sedlen betekent hier “het briefje”. De basisvorm is seddel; sedlen is de bepaalde enkelvoudsvorm, dus “het briefje” als een specifiek briefje. De uitgang -en markeert bij dit zelfstandig naamwoord de bepaaldheid. Voorbeeld: Jeg læser sedlen. — “Ik lees het briefje.” står is de vorm van stå, “staan”. In deze zin beschrijft het niet noodzakelijk een persoon die rechtop staat, maar de plaats waar geschreven informatie zich bevindt: “staat vermeld” of eenvoudig “staat”. De tegenwoordige tijd van stå is står. Voorbeeld: Adressen står her. — “Het adres staat hier.” afleveringsdatoen betekent “de inleverdatum”. Het is een samenstelling waarvan dato “datum” betekent; de vorm als geheel is bepaald enkelvoud, met -en, dus “de datum” in deze specifieke samenstelling. Het woord verwijst hier naar de datum waarop iets moet worden ingeleverd, niet naar een willekeurige datum. Voorbeeld: Afleveringsdatoen står på sedlen. — “De inleverdatum staat op het briefje.” De woordvolgorde volgt het patroon På + drager/plaats + står + informatie: På sedlen geeft aan waar de informatie staat, står verbindt die plaats met de vermelde informatie, en afleveringsdatoen noemt die informatie. Omdat de plaatsbepaling vooraan staat, komt står vóór het onderwerp; dit is de gebruikelijke omgekeerde hoofdzinvolgorde in het Deens na een vooropgeplaatste bepaling. Samen betekent de zin: “Op het briefje staat de inleverdatum.”

  3. Hvad skal jeg gøre, hvis jeg har brug for mere tid?

    Wat moet ik doen als ik meer tijd nodig heb?

    Hvad
    wat
    skal jeg
    moet ik
    gøre
    doen
    hvis
    als
    jeg har brug for
    ik nodig heb
    mere
    meer
    tid
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    Hvad betekent hier “wat” en staat aan het begin van de vraag. Het vraagt naar de handeling die de spreker moet verrichten. Vergelijk: Hvem? = “wie?” en Hvor? = “waar?”, maar die vragen naar een persoon of plaats. skal jeg bestaat uit het modale werkwoord skal en het onderwerp jeg. In deze vraag geeft skal de betekenis “moeten” of “zullen” weer; samen betekent het hier “moet ik”. Skal verandert niet mee met de persoon: jeg skal, du skal en de skal. In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Hvad skal jeg gøre? = “Wat moet ik doen?” gøre is de infinitief van “doen”. Na het modale werkwoord skal staat de infinitief zonder at: Jeg skal gøre det. = “Ik moet dat doen.” Het is dus gøre dat de handeling benoemt; skal geeft de noodzaak of verplichting aan. hvis betekent “als” en leidt hier een voorwaardelijke bijzin in. De voorwaarde komt na de hoofdzin: Jeg spørger, hvis jeg er i tvivl. = “Ik vraag het als ik twijfel.” In de gegeven zin staat de bijzin vóór het einde van de vraag, maar de voorwaarde blijft dezelfde: de behoefte aan tijd is de voorwaarde voor de vraag wat de spreker moet doen. jeg har brug for is een vaste Deense uitdrukking voor “ik heb nodig”. Har is de vorm van have bij jeg; brug for hoort bij deze uitdrukking en moet niet los als het Nederlandse “gebruik voor” worden vertaald. Voor een ander onderwerp verandert het voornaamwoord en de werkwoordsvorm: Hun har brug for hjælp. = “Zij heeft hulp nodig.” mere betekent “meer” en geeft een grotere hoeveelheid aan dan eerder of gewoonlijk bedoeld. Het is de vergrotende vorm die hoort bij meget: meget = “veel”, mere = “meer”, mest = “het meest”. In deze zin bepaalt mere de hoeveelheid tid. tid betekent “tijd”. Het kan naar tijd als hoeveelheid of beschikbare duur verwijzen. In mere tid staat geen lidwoord; dat drukt hier niet een afzonderlijk telbaar tijdstip uit, maar een grotere hoeveelheid beschikbare tijd. Een herbruikbaar voorbeeld is Jeg har brug for mere tid. = “Ik heb meer tijd nodig.” Als geheel betekent Hvad skal jeg gøre, hvis jeg har brug for mere tid?: “Wat moet ik doen als ik meer tijd nodig heb?” De vraag combineert de vraag naar een handeling (Hvad ... gøre?) met de voorwaarde hvis jeg har brug for mere tid.

  4. Du kan forlænge lånet online, hvis ingen andre venter på bogen.

    Je kunt de leentijd online verlengen als niemand anders op het boek wacht.

    Du kan
    je kunt
    forlænge
    verlengen
    lånet
    de lening; hier: de leentijd
    online
    online
    hvis
    als
    ingen andre
    niemand anders
    venter på
    wachten op
    bogen
    het boek
    Uitgebreide uitleg

    Du kan betekent hier: “je kunt”. Kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at: Du kan forlænge = “Je kunt verlengen”. forlænge betekent “verlengen”. Dit is de infinitief; na kan blijft deze vorm onveranderd. Voorbeeld: Jeg kan forlænge aftalen. — “Ik kan de overeenkomst verlengen.” lånet betekent letterlijk “de lening”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van lån: et lån → lånet. Het achtervoegsel -et markeert bij dit onzijdige zelfstandig naamwoord de bepaaldheid. In deze context wordt de lening opgevat als de leentijd, zoals in de vaste vertaling. online betekent ook in het Deens “online”. Hier geeft het aan op welke manier de verlenging gebeurt. hvis betekent “als” en leidt hier de voorwaardelijke bijzin in. Voorbeeld: Jeg ringer, hvis jeg får tid. — “Ik bel als ik tijd krijg.” ingen andre betekent samen “niemand anders”. Ingen drukt uit dat er geen persoon of zaak is; andre voegt het onderscheidende “anders” of “andere” toe. De zin noemt niet wie die andere personen zijn; alleen hun afwezigheid als wachtende personen is relevant. venter på betekent “wachten op”. Het werkwoord is vente, en deze combinatie gebruikt het voorzetsel på: vente på nogen = “op iemand wachten” en vente på noget = “op iets wachten”. Voorbeeld: Hun venter på bussen. — “Zij wacht op de bus.” bogen betekent “het boek”. Dit is de bepaalde enkelvoudsvorm van bog: en bog → bogen. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid bij dit gemeenschappelijke zelfstandig naamwoord. De hoofdzin Du kan forlænge lånet online betekent: “Je kunt de leentijd online verlengen.” De bijzin hvis ingen andre venter på bogen voegt de voorwaarde toe: “als niemand anders op het boek wacht”. Samen betekent de volledige zin: “Je kunt de leentijd online verlengen als niemand anders op het boek wacht.”

  5. Kan jeg gøre det hjemmefra?

    Kan ik dat vanuit huis doen?

    Kan jeg
    kan ik
    gøre
    doen
    det
    dat
    hjemmefra
    vanuit huis
    Uitgebreide uitleg

    Kan jeg staat aan het begin van de vraag. kan is de tegenwoordige tijd van kunne en drukt hier uit dat de spreker vraagt of iets mogelijk is. jeg betekent “ik”. In een Deense hoofdvraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Kan jeg ...?; in een mededelende zin krijg je bijvoorbeeld Jeg kan .... gøre betekent hier “doen”. Het is de infinitief van gøre en blijft na het modale werkwoord kan in deze vorm staan: kan gøre = “kan doen”. Een bruikbaar patroon is Kan jeg + infinitief?, bijvoorbeeld Kan jeg betale senere? — “Kan ik later betalen?” det is hier een enkelvoudig Deens voornaamwoord met de betekenis “dat”. De precieze handeling waarnaar het verwijst, wordt in deze zin niet zelfstandig genoemd. In gøre det staat det ná het werkwoord: samen betekent dit “dat doen”. hjemmefra is een bijwoord en betekent “vanuit huis”. Het geeft het vertrekpunt aan. Vergelijk hjemme (“thuis”, als plaats waar je bent) met hjemmefra (“vanuit huis”); fra maakt het verschil in perspectief duidelijk. Samen vormen de delen Kan jeg + gøre det + hjemmefra?: “Kan ik dat vanuit huis doen?” De woordvolgorde blijft bruikbaar in andere vragen: Kan jeg gøre det online? — “Kan ik dat online doen?”

  6. Log ind på din bibliotekskonto hjemmefra.

    Log vanuit huis in op je bibliotheekaccount.

    Log ind
    log in
    bibliotekskonto
    bibliotheekaccount
    hjemmefra
    vanuit huis
    Uitgebreide uitleg

    Log ind betekent hier: log in. Log is de gebiedende wijs van logge (‘inloggen’); het onderwerp ‘jij’ wordt in een Deense gebiedende wijs normaal niet apart genoemd. Ind is het partikel dat de richting naar een ingelogde toestand aangeeft. Samen vormt log ind een herbruikbare opdracht. Voorbeeld: Log ind på siden. — ‘Log in op de site.’ bibliotekskonto betekent hier ‘bibliotheekaccount’. Het is een samenstelling van bibliotek (‘bibliotheek’) en konto (‘account’). De samenstelling benoemt dus een account dat bij een bibliotheek hoort. Het zelfstandig naamwoord staat na din, dat ‘jouw’ betekent en hier verwijst naar de aangesprokene. Din is de vorm die bij een en-woord zoals konto hoort; bij een et-woord staat bijvoorbeeld dit. hjemmefra betekent ‘vanuit huis’. Het bevat de betekenis van hjemme (‘thuis’) plus fra (‘vanuit/van’), maar het wordt hier als één vast bijwoord geschreven. Het geeft de plaats of het vertrekpunt van de handeling aan: de opdracht kan worden uitgevoerd terwijl de aangesprokene thuis is. Vergelijk: Jeg arbejder hjemmefra. — ‘Ik werk vanuit huis.’ De vaste volgorde is Log ind + på din bibliotekskonto + hjemmefra: eerst de opdracht, daarna de account waarop moet worden ingelogd, en ten slotte de omstandigheid ‘vanuit huis’. På betekent hier ‘op’ en verbindt de inloghandeling met het account. Samen betekent de hele zin: ‘Log vanuit huis in op je bibliotheekaccount.’

  7. Så skal jeg gemme sedlen sammen med bogen.

    Dan moet ik het briefje bij het boek bewaren.

    Så
    dan
    skal jeg
    moet ik
    gemme
    bewaren
    sedlen
    het briefje
    sammen med
    samen met
    bogen
    het boek
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en verwijst naar de volgende stap in de situatie. Het kan in andere contexten ook “zo” of “dus” betekenen; de vaste vertaling ondersteunt hier de tijds-/gevolgbetekenis “dan”. skal jeg bestaat uit het hulpwerkwoord skal en het onderwerp jeg (“ik”). skal drukt hier uit wat de spreker moet of zal doen. Na skal staat het hoofdwerkwoord in de infinitief: skal jeg gemme = “moet ik bewaren”. Een bruikbaar patroon is skal du ...? = “moet/zul je ...?” gemme is de infinitief “bewaren”. De vorm blijft na skal een infinitief, zonder extra persoonsuitgang. Voorbeeld: Jeg skal gemme bogen. = “Ik moet het boek bewaren.” sedlen betekent hier “het briefje”. De basisvorm is seddel (“briefje”); sedlen is de bepaalde enkelvoudsvorm, vergelijkbaar met “het briefje” in plaats van “een briefje”. Het zelfstandig naamwoord draagt hier de bepaaldheid: het achtervoegsel -en maakt de vorm bepaald. Voorbeeld: Jeg finder sedlen. = “Ik vind het briefje.” sammen med is de vaste voorzetselcombinatie “samen met”. Ze geeft aan dat het briefje samen met iets anders wordt bewaard. Voorbeeld: Hun læser sammen med sin ven. = “Zij leest samen met haar vriend.” bogen betekent “het boek”. De basisvorm is bog; bogen is de bepaalde enkelvoudsvorm. Ook hier wordt bepaaldheid aan het zelfstandig naamwoord gehecht. Het woord bogen is het tweede element na sammen med, dus de combinatie is sammen med bogen = “samen met het boek”. Samen vormen de delen Så skal jeg gemme (“Dan moet ik bewaren”), sedlen (“het briefje”) en sammen med bogen (“samen met het boek”). De volledige betekenis is: “Dan moet ik het briefje bij het boek bewaren.” De Deense formulering zegt letterlijk dat beide samen worden bewaard; de vaste Nederlandse vertaling geeft dat natuurlijk weer als “bij het boek bewaren”.

  8. Det vil hjælpe dig med at aflevere den til tiden.

    Het zal je helpen om het op tijd terug te brengen.

    Det vil
    dat zal
    hjælpe
    helpen
    dig
    je
    aflevere
    terugbrengen
    den
    het
    til tiden
    op tijd
    Uitgebreide uitleg

    Det vil betekent hier “het zal”. Det is een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord dat als onderwerp staat; de vaste vertaling geeft het weer als “het”, zonder dat de precieze referent volledig benoemd hoeft te zijn. Vil is de vorm van ville in de tegenwoordige tijd. In deze constructie drukt vil een toekomstige verwachting uit: Det vil hjælpe = “Het zal helpen”. Hjælpe betekent “helpen”. Dit is de infinitief, die na vil staat: vil hjælpe. Hetzelfde patroon is bruikbaar met andere werkwoorden, bijvoorbeeld Jeg vil vente — “Ik wil wachten / Ik zal wachten”, afhankelijk van de context. Dig betekent hier “je/jou” als degene die hulp ontvangt. Het is de objectsvorm van het persoonlijke voornaamwoord; als onderwerp staat de bijbehorende vorm du: Du hjælper mig — “Jij helpt mij.” Aflevere betekent hier “terugbrengen”, volgens de vaste vertaling. Het is de infinitief na at in de combinatie med at aflevere: iets helpt iemand met het terugbrengen of inleveren van iets. Het werkwoord kan in andere contexten ook “afleveren” of “bezorgen” betekenen, maar hier past “terugbrengen” bij de vaste betekenis. Den is hier een enkelvoudig voornaamwoord voor het voorwerp dat wordt teruggebracht. In de gegeven context sluit het aan bij sedlen (“het briefje”), dat eerder genoemd is; de Nederlandse vertaling geeft dit voorwerp weer met het. Den kan in het Deens ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, maar hier staat het zelfstandig als verwijzing. Til tiden betekent “op tijd”. Til en tiden vormen hier samen een vaste tijdsaanduiding; tiden is de bepaalde vorm van tid (“tijd”). Het zegt wanneer het terugbrengen gebeurt, niet hoeveel tijd er is. Samen vormt vil hjælpe dig med at aflevere den til tiden de betekenis “zal je helpen om het op tijd terug te brengen”. Het onderwerp Det wordt gevolgd door de toekomstige hulpconstructie vil hjælpe; dig is degene die geholpen wordt, med at aflevere den benoemt de handeling waarbij hulp wordt geboden, en til tiden voegt de voorwaarde “op tijd” toe. De volledige zin betekent daarom: “Het zal je helpen om het op tijd terug te brengen.”

Grammatica

Imperatief: werkwoord + partikel

Log ind hjemmefra.

loow en jemmə-fraa.

Log thuis in.

Bij een bevel staat het werkwoord vooraan. Het onderwerp wordt meestal weggelaten; ind hoort bij logge ind.

til tiden

aflevere til tiden

aflee-və tel tieən

op tijd inleveren

Til tiden is een vaste uitdrukking die aangeeft dat iets op het juiste moment gebeurt.

Deens woordenschat

afleveringsdato zelfstandig naamwoord
aflee-verings-dee-too inleverdatum afleveringsdatoen
Geslacht
common
beholde werkwoord
behòlə houden
bog zelfstandig naamwoord
boow boek
Geslacht
common
denne bepaler
denə deze
Geslacht
common
gøre werkwoord
keurə doen
have brug for uitdrukking
haa broe fo nodig hebben har brug for
hvad voornaamwoord
wè wat
hvis voegwoord
ves als
hvor længe uitdrukking
voo lèngə hoe lang
mere bijvoeglijk naamwoord
mee-ə meer
seddel zelfstandig naamwoord
sell briefje sedlen
Geslacht
common
stå werkwoord
stoo staan står

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Op het briefje staat de inleverdatum.

Antwoord tonenPå sedlen står afleveringsdatoen.

Kan ik dat vanuit huis doen?

Antwoord tonenKan jeg gøre det hjemmefra?

Log vanuit huis in op je bibliotheekaccount.

Antwoord tonenLog ind på din bibliotekskonto hjemmefra.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

staan

Antwoord tonenstår

deze

Antwoord tonendenne

houden

Antwoord tonenbeholde

briefje

Antwoord tonensedlen