Een schroevendraaier lenen en terugbrengen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared space, one person borrows a screwdriver for a shelf repair and agrees to return it clean before dinner..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een schroevendraaier lenen en terugbrengen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg låne din skruetrækker til en lille reparation?

Moo jai loone dien skroe-etrèkkər tel en lelle reparaasjoon? Mag ik je schroevendraaier lenen voor een kleine reparatie?
B

Den ligger i den blå værktøjskasse.

Den lègger ie den bloo vèrtojs-kèsse. Die ligt in de blauwe gereedschapskist.
A

Jeg skal stramme hyldebeslagene.

Jai skal strèmme hülle-beslèggene. Ik moet de plankbeugels vastdraaien.
B

Brug den mellemstore skruetrækker.

Broe den mèllemstoore skroe-etrèkkər. Gebruik de middelgrote schroevendraaier.
B

Den passer bedre til de beslag.

Den pèsser bèdhre tel die beslag. Die past beter bij die beugels.
A

Hvornår skal jeg aflevere den?

Voonoor skal jai afleevere den? Wanneer moet ik hem terugbrengen?
B

Bring den tilbage før aftensmaden, tak.

Breng den te-bèlle vöör afd ensmeeðen, tag. Breng hem alsjeblieft vóór het eten terug.
A

Hvis den bliver støvet, tørrer jeg den af først.

Ves den bliever sdööveð, törre jai den af vöörst. Als hij stoffig wordt, veeg ik hem eerst af.
B

Det hjælper med at holde værktøjet i god stand.

De jèlber með ad holde vèrtojeð ie godh sden. Dat helpt om het gereedschap in goede staat te houden.

Uitleg van de zinnen

  1. Må jeg låne din skruetrækker til en lille reparation?

    Mag ik je schroevendraaier lenen voor een kleine reparatie?

    Må jeg
    mag ik ...?
    låne
    lenen
    din
    je/jouw
    skruetrækker
    schroevendraaier
    til
    voor
    lille
    kleine
    reparation
    reparatie
    Uitgebreide uitleg

    Må jeg vormt hier een vraag om toestemming. Må is het modale werkwoord met de betekenis “mag”, en jeg is het onderwerp “ik”. In een ja/nee-vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp. Na een modaal werkwoord staat in het Deens de infinitief zonder at: Må jeg åbne vinduet? betekent “Mag ik het raam openen?” låne is de infinitief van het werkwoord “lenen”. Het gaat hier om iets tijdelijk van iemand gebruiken, niet om kopen. Na må blijft het werkwoord in deze vorm staan. Voorbeeld: Jeg vil låne din cykel. — “Ik wil je fiets lenen.” din is een bezittelijk voornaamwoord voor één aangesprokene. De vorm stemt af op het bezeten zelfstandig naamwoord: din bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord, dit bij een enkelvoudig onzijdig woord en dine bij het meervoud. Hier hoort din bij skruetrækker, dat een gemeenschappelijk-geslachtswoord is. skruetrækker betekent “schroevendraaier”. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord en: en skruetrækker; de bepaalde vorm is skruetrækkeren. In deze zin is het de zaak die de spreker wil lenen. til is hier een voorzetsel dat het doel of de bestemming aanduidt: “voor” een bepaalde activiteit of situatie. Voorbeeld: billetter til koncerten — “kaartjes voor het concert”. lille betekent hier “kleine” en beschrijft reparation. Bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord in deze vorm blijft het adjectief lille; in het meervoud staat bijvoorbeeld små reparationer. De vergelijkende vorm is mindre (“kleiner”), maar die vergelijking wordt in de vaste zin niet uitgedrukt. reparation betekent “reparatie”. Het is een gemeenschappelijk-geslachtswoord: en reparation, met als bepaalde vorm reparationen. en lille reparation betekent hier “een kleine reparatie”; en introduceert een niet nader bepaalde reparatie en drukt op zichzelf geen specifiek aantal uit. Samen geeft Må jeg låne din skruetrækker til en lille reparation? de betekenis: “Mag ik je schroevendraaier lenen voor een kleine reparatie?” De structuur is Må + onderwerp + infinitief + bezittelijk voornaamwoord en voorwerp + doelbepaling. Het is een gewone, beleefde manier om toestemming te vragen.

  2. Den ligger i den blå værktøjskasse.

    Die ligt in de blauwe gereedschapskist.

    Den
    die
    ligger
    ligt
    i
    in
    blå
    blauwe
    værktøjskasse
    gereedschapskist
    Uitgebreide uitleg

    Den is hier een Deens persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud voor een gemeenschappelijk geslacht (en-woord). Volgens de vaste vertaling en de voorafgaande context verwijst het naar de schroevendraaier. In deze zin betekent het dus “die” of, afhankelijk van de Nederlandse formulering, “hij/het”; de vorm alleen bepaalt de concrete referent niet. ligger is de tegenwoordige tijd van ligge (“liggen”). Het beschrijft hier de plaats van een voorwerp: het voorwerp bevindt zich ergens. Voorbeeld: Bogen ligger på bordet. — “Het boek ligt op tafel.” i betekent “in” en leidt hier de plaatsbepaling in. Het geeft aan dat het bedoelde voorwerp zich binnen de gereedschapskist bevindt. blå betekent “blauw”. In den blå ... staat het bijvoeglijk naamwoord bij een bepaalde enkelvoudige en-woordgroep. De vorm is hier blå; bij een enkelvoudig ett-woord verschijnt de vorm blåt, bijvoorbeeld in et blåt skab. Vergelijk ook en blå kasse — “een blauwe kist/doos”. værktøjskasse betekent “gereedschapskist”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: værktøj (“gereedschap”) + kasse (“kist/doos”). De onbepaalde vorm is en værktøjskasse; de bepaalde vorm zonder voorafgaand bijvoeglijk naamwoord is værktøjskassen. Na den blå staat het zelfstandig naamwoord in deze constructie in de onbepaalde vorm: den blå værktøjskasse. Samen vormen Den ligger (“Die ligt”) en i den blå værktøjskasse (“in de blauwe gereedschapskist”) de volledige betekenis: de bedoelde schroevendraaier ligt in de blauwe gereedschapskist.

  3. Jeg skal stramme hyldebeslagene.

    Ik moet de plankbeugels vastdraaien.

    Jeg skal
    ik moet
    stramme
    vastdraaien
    hyldebeslagene
    de plankbeugels
    Uitgebreide uitleg

    Jeg skal betekent hier “ik moet”. Jeg is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker. skal is de tegenwoordige tijd van skulle; in deze constructie drukt het een verplichting of noodzakelijke handeling uit. Na een modaal werkwoord zoals skal staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at: Jeg skal stramme = “Ik moet vastdraaien”. stramme betekent hier “vastdraaien” of “aandraaien”. Dit is de infinitief. De infinitief heeft hier geen persoonsuitgang; de persoonsinformatie wordt in de constructie door het onderwerp uitgedrukt, terwijl skal als tegenwoordige vorm van het modale werkwoord de tijd en modaliteit draagt. Voorbeeld: Hun skal stramme skruen. — “Zij moet de schroef aandraaien.” hyldebeslagene betekent “de plankbeugels”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: hylde betekent “plank” en beslag betekent hier “beugel” of “beslag”. De vorm hyldebeslagene is de bepaalde meervoudsvorm; -ene markeert hier de bepaalde vorm van meerdere exemplaren. In deze zin gaat het om de plankbeugels die vastgedraaid moeten worden. Samen vormen de delen de herbruikbare structuur Jeg skal + infinitief + bepaald zelfstandig naamwoord: “Ik moet + handeling + de ...”. De volledige zin betekent daarom: “Ik moet de plankbeugels vastdraaien.”

  4. Brug den mellemstore skruetrækker.

    Gebruik de middelgrote schroevendraaier.

    Brug
    gebruik
    den
    de
    mellemstore
    middelgrote
    skruetrækker
    schroevendraaier
    Uitgebreide uitleg

    Brug is de gebiedende wijs van bruge (“gebruiken”). De vorm heeft geen zichtbaar persoonsvoornaamwoord en is een directe instructie aan de aangesprokene(n). Voorbeeld: Brug denne nøgle. — “Gebruik deze sleutel.” den is hier het bepaalde lidwoord voor een zelfstandig naamwoord van gemeenschappelijk geslacht in het enkelvoud: “de”. Het maakt de woordgroep bepaald. Het is hier niet de meervoudsvorm de; de kan in het Deens ook “zij/hen” als persoonlijk voornaamwoord betekenen. mellemstore betekent hier “middelgrote”. De basisvorm is mellemstor. De vormen zijn mellemstor bij onbepaald gemeenschappelijk geslacht, mellemstort bij onbepaald onzijdig geslacht en mellemstore in bepaalde woordgroepen en in het meervoud. Hier is mellemstore dus het gevolg van de bepaalde woordgroep den ..., niet van meervoud. Voorbeeld: en mellemstor kasse — “een middelgrote doos”; den mellemstore kasse — “de middelgrote doos”. skruetrækker is een zelfstandig naamwoord voor een schroevendraaier. Het is hier enkelvoud. Het onbepaalde lidwoord is en: en skruetrækker. Het bepaalde enkelvoud is skruetrækkeren, en het meervoud is skruetrækkere. In deze woordgroep blijft het zelfstandig naamwoord zelf in zijn onbepaalde vorm staan, omdat den vóór het bijvoeglijk naamwoord de bepaaldheid markeert. Samen vormen Brug en den mellemstore skruetrækker de instructie “Gebruik de middelgrote schroevendraaier.” Eerst staat de gebiedende wijs, daarna de bepaalde nominale woordgroep met het bepaalde lidwoord, de vorm mellemstore en het zelfstandig naamwoord. In de gegeven context past dit bij het vastdraaien van de plankbeugels.

  5. Den passer bedre til de beslag.

    Die past beter bij die beugels.

    Den
    die / hem
    passer
    past
    bedre
    beter
    til
    bij
    de
    de
    beslag
    beugels
    Uitgebreide uitleg

    Den verwijst hier naar de eerder genoemde schroevendraaier. Het is een zelfstandig gebruikt voornaamwoord voor een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijke geslacht; in deze zin is het onderwerp van passer. De vorm verandert niet omdat hij onderwerp is: in een andere constructie kan den ook een enkelvoudig lijdend voorwerp zijn. Voorbeeld: Jeg tager den. — Ik neem hem. passer betekent hier dat iets goed past of geschikt is. De basisvorm is passe; de tegenwoordige tijd heeft hier dezelfde vorm bij verschillende personen. Voorbeeld: Denne nøgle passer til låsen. — Deze sleutel past bij het slot. De constructie passe til betekent dat iets geschikt is voor of goed samengaat met iets. bedre vergelijkt de geschiktheid met een andere mogelijkheid: de schroevendraaier past beter. Het is de vergrotende trap van god/godt (goed), en werkt hier als bijwoord bij passer. De vergelijking kan worden aangevuld met end: Denne passer bedre end den anden. — Deze past beter dan de andere. til hoort hier bij de constructie passe til en verbindt wat past met datgene waarvoor het geschikt is. Het betekent in deze combinatie ongeveer ‘bij’ of ‘voor’, niet de richting ‘naar’ uit bijvoorbeeld gå til døren — naar de deur gaan. de staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord en wijst de bedoelde exemplaren aan: ‘die’. In het Deens is de in de beslag dus een aanwijzend woord; het is niet op zichzelf de gewone bepaalde meervoudsvorm. Voorbeeld: Jeg vælger de skruer. — Ik kies die schroeven. beslag betekent hier beugels of bevestigingsonderdelen. Het is een zelfstandig naamwoord waarvan de onbepaalde meervoudsvorm ook beslag is; de bepaalde meervoudsvorm is beslagene. Na de blijft de vorm in deze zin beslag. Samen vormt de beslag de groep ‘die beugels’, en passer bedre til de beslag betekent dat iets beter bij die beugels past. Met het onderwerp Den wordt de volledige betekenis: ‘Die past beter bij die beugels.’

  6. Hvornår skal jeg aflevere den?

    Wanneer moet ik hem terugbrengen?

    Hvornår
    wanneer
    skal jeg
    moet ik
    aflevere
    terugbrengen
    den
    hem
    Uitgebreide uitleg

    Hvornår betekent hier “wanneer”. Het is het vraagwoord voor tijd. Bijvoorbeeld: Hvornår kommer du? = “Wanneer kom je?” skal jeg bestaat uit skal + jeg. Jeg betekent “ik”. Skal is de tegenwoordige vorm van skulle; hier drukt het uit wat de spreker moet doen. In een Deense ja/nee- of vraagwoordvraag staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp: Hvornår skal jeg ...? = “Wanneer moet ik ...?” aflevere is de infinitief. Het betekent in deze zin “terugbrengen” of “inleveren”: iets bij de bedoelde persoon of plaats afgeven. De vorm blijft na skal infinitief: Jeg skal aflevere den. = “Ik moet hem terugbrengen.” In andere contexten kan aflevere ook gewoon “afgeven” of “inleveren” betekenen; de vertaling en de context maken hier de betekenis “terugbrengen” passend. den is een enkelvoudig Deens voornaamwoord voor een zaak van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. Hier verwijst het naar het voorwerp dat wordt teruggebracht; de vaste vertaling geeft dat weer als “hem”. Den draagt hier niet zelf de betekenis van een mannelijke persoon. Samen vormen de delen Hvornår + skal jeg + aflevere den? de vraag: “Wanneer moet ik hem terugbrengen?” De vraag vraagt naar het tijdstip waarop de spreker dat voorwerp moet terugbrengen.

  7. Bring den tilbage før aftensmaden, tak.

    Breng hem alsjeblieft vóór het eten terug.

    Bring
    breng
    den
    hem
    tilbage
    terug
    før
    vóór
    aftensmaden
    het avondeten
    tak
    alsjeblieft
    Uitgebreide uitleg

    Bring is hier de gebiedende wijs van bringe (“brengen”). De vorm geeft een opdracht aan de aangesprokene; het onderwerp “jij” staat er niet apart bij. Een bruikbaar patroon is Bring + voorwerp, bijvoorbeeld: Bring bogen! — “Breng het boek!” den is hier een Deens persoonlijk voornaamwoord in het enkelvoud, met de betekenis “hem”. De vaste Nederlandse vertaling identificeert de bedoelde referent als “hem”. De concrete betekenis hier volgt dus uit de vaste vertaling; den kan in andere contexten ook andere grammaticale functies of referenten hebben. Het is niet zelf een vorm van bringe. tilbage betekent “terug” en geeft bij Bring den aan dat iets teruggebracht moet worden. Samen vormen ze Bring den tilbage: “Breng hem terug”. Het bijwoord staat na het voornaamwoord, maar hoort inhoudelijk bij de handeling. før betekent hier “vóór”. Het is in deze zin een voorzetsel dat de tijdsbepaling før aftensmaden inleidt; er volgt dus geen volledige bijzin. Voorbeeld: Kom før middag. — “Kom vóór de middag.” aftensmaden betekent “het avondeten”. De basisvorm is aftensmad (“avondeten”); de uitgang -en markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm. Samen met før vormt het de tijdsbepaling “vóór het avondeten”. tak betekent letterlijk “dank” of “dank je”, maar staat hier aan het einde als korte beleefde toevoeging bij de opdracht: “alsjeblieft”. Het verandert niet wie de opdracht moet uitvoeren of wanneer dat moet gebeuren. De delen worden in dezelfde volgorde samengevoegd: Bring (“breng”) + den (“hem”) + tilbage (“terug”) + før aftensmaden (“vóór het avondeten”) + tak (“alsjeblieft”). De volledige betekenis is: “Breng hem alsjeblieft vóór het eten terug.”

  8. Hvis den bliver støvet, tørrer jeg den af først.

    Als hij stoffig wordt, veeg ik hem eerst af.

    Hvis
    als
    den
    hij
    bliver
    wordt
    støvet
    stoffig
    tørrer … af
    veegt ... af
    jeg
    ik
    den
    hem
    først
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Hvis opent een voorwaardelijke bijzin: “als/wanneer”. Het patroon Hvis + bijzin, hoofdzin is direct herbruikbaar, bijvoorbeeld: Hvis det regner, bliver jeg hjemme. — “Als het regent, blijf ik thuis.” De eerste den is een Deens persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig common-gender-woord. In deze bijzin is het de drager van de toestand “stoffig worden”; de vaste vertaling geeft dit weer met “hij”. De vorm zelf noemt niet welk zelfstandig naamwoord bedoeld is. bliver is de tegenwoordige tijd van blive (“worden” of “blijven”). Hier betekent het “wordt”: blive + bijvoeglijk naamwoord beschrijft een overgang naar een toestand. Vergelijk Den bliver ren. — “Hij wordt schoon.” støvet is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “stoffig”. Het beschrijft de toestand die na bliver ontstaat. Het is niet nodig om dit in deze zin als een zelfstandig werkwoord te analyseren. tørrer ... af is de tegenwoordige tijd van het scheidbare werkwoord tørre af, “afvegen”. Het werkwoord staat in de hoofdzin als tørrer, terwijl af achter het object staat: Jeg tørrer bordet af. — “Ik veeg de tafel af.” De combinatie betekent hier dus niet alleen “drogen”, maar specifiek iets met een doek of vergelijkbaar middel afvegen. jeg betekent “ik” en is het onderwerp van de hoofdzin. De vorm verwijst naar de spreker en verandert niet naar gelang van het object. De tweede den is opnieuw een enkelvoudig common-gender-objectvoornaamwoord, nu het voorwerp van tørrer ... af; de vaste vertaling geeft het weer met “hem”. Dezelfde vorm kan dus een rol als onderwerp in de bijzin of als object in de hoofdzin hebben; de grammaticale rol blijkt uit de positie en de constructie. først betekent “eerst”. Hier geeft het aan dat het afvegen voorafgaat aan andere relevante handelingen; het zegt op zichzelf niet hoeveel handelingen er zijn. Samen betekent Hvis den bliver støvet “Als hij stoffig wordt”. Daarna geeft tørrer jeg den af de hoofdhandeling: “veeg ik hem af”. først bepaalt de volgorde van die handeling. De volledige betekenis is daarom: “Als hij stoffig wordt, veeg ik hem eerst af.”

  9. Det hjælper med at holde værktøjet i god stand.

    Dat helpt om het gereedschap in goede staat te houden.

    Det
    dat; onderwerpelijk voornaamwoord
    hjælper
    helpt
    med at
    om te; in de constructie hjælpe med at
    holde
    houden
    værktøjet
    het gereedschap
    god
    goed
    stand
    staat; toestand
    Uitgebreide uitleg

    Det is hier een zelfstandig gebruikt aanwijzend/voornaamwoordelijk element met de betekenis “dat”. In deze zin verwijst het naar de volledige voorafgaande situatie of handeling, niet noodzakelijk naar één genoemd zelfstandig naamwoord. De vorm det is de onzijdige enkelvoudsvorm; de concrete verwijzing wordt hier door de vertaling als “dat” ondersteund. hjælper betekent hier “helpt”. De vorm hoort bij het werkwoord hjælpe (“helpen”) en is de tegenwoordige tijd. De tegenwoordige vorm hjælper wordt bij verschillende personen gebruikt; het onderwerp bepaalt dus niet door een persoonsuitgang een aparte vorm. Bijvoorbeeld: Det hjælper. — “Dat helpt.” med at vormt hier samen met het volgende werkwoord de constructie hjælpe med at + infinitief: “helpen om te …” of natuurlijker “helpen … te …”. med betekent in deze constructie niet simpelweg “met” in de Nederlandse zin; het markeert waaraan de hulp bijdraagt. holde is de infinitief van holde, “houden”. Na at staat hier de infinitief. In hjælpe med at holde betekent het geheel “helpen om … te houden”. In andere contexten kan holde ook “vasthouden” of “houden van” betekenen, maar hier gaat het om iets in een bepaalde toestand houden. værktøjet betekent “het gereedschap”. De basisvorm is værktøj; -et markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm van dit onzijdige woord: værktøj → værktøjet. De vorm zegt dus dat het om specifiek gereedschap gaat, niet om een onbepaald stuk gereedschap. god betekent hier “goede”. Het bijvoeglijk naamwoord heeft als basisvorm god. Het staat in de onbepaalde enkelvoudsvorm die past bij het gemeenk geslacht van stand: en god stand. Bij een onzijdig enkelvoud verschijnt god als godt, en bij meervoud of bepaalde vormen vaak als gode; die vormen horen bij het bijvoeglijk naamwoord god, niet bij stand. stand betekent hier “staat” of “toestand”. De vaste uitdrukking i god stand betekent “in goede staat” en beschrijft een toestand waarin iets verkeert. Een vergelijkbaar voorbeeld is Bilen er i god stand. — “De auto is in goede staat.” Samen vormen de delen: Det hjælper (“Dat helpt”) + med at holde værktøjet (“om het gereedschap te houden”) + i god stand (“in goede staat”). De volledige betekenis is dus: “Dat helpt om het gereedschap in goede staat te houden.”

Grammatica

den blå skruetrækker

Jeg låner den blå skruetrækker.

Jai looner die bloo skroe-etrèkkər.

Ik leen de blauwe schroevendraaier.

Bij een bepaald enkelvoudig en-woord staat den vóór het bijvoeglijk naamwoord.

værktøj + -et

Værktøjet ligger i den blå værktøjskasse.

Vèrtojeð lègger ie den bloo vèrtojs-kèsse.

Het gereedschap ligt in de blauwe gereedschapskist.

De bepaalde vorm staat vaak als achtervoegsel aan het zelfstandig naamwoord: værktøj wordt værktøjet.

Deens woordenschat

blå bijvoeglijk naamwoord
bloo blauwe
den voornaamwoord
den die
Geslacht
common
din bepaler
dien jouw
jeg voornaamwoord
jai ik
ligger werkwoord
lègger ligt
lille bijvoeglijk naamwoord
lelle kleine
låne werkwoord
loone lenen
reparation zelfstandig naamwoord
reparaasjoon reparatie
Geslacht
common
skruetrækker zelfstandig naamwoord
skroe-etrèkkər schroevendraaier
Geslacht
common
stramme werkwoord
strèmme vastdraaien
til voorzetsel
tel voor
værktøjskasse zelfstandig naamwoord
vèrtojs-kèsse gereedschapskist
Geslacht
common

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Die ligt in de blauwe gereedschapskist.

Antwoord tonenDen ligger i den blå værktøjskasse.

Ik moet de plankbeugels vastdraaien.

Antwoord tonenJeg skal stramme hyldebeslagene.

Gebruik de middelgrote schroevendraaier.

Antwoord tonenBrug den mellemstore skruetrækker.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kleine

Antwoord tonenlille

lenen

Antwoord tonenlåne

schroevendraaier

Antwoord tonenskruetrækker

reparatie

Antwoord tonenreparation