Een grote pan lenen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared kitchen, one person borrows a large pan and checks how to use, wash, and return it safely..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een grote pan lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg låne din store pande i dag?

Moh jai loona dien stoo-ah ie dee? Mag ik vandaag je grote pan lenen?
B

Det må du gerne, men pas på håndtaget, for det bliver varmt.

Dee moh doe geena, men pes poh hon-teed, fo dee blie-wa wamt. Dat mag, maar pas op voor het handvat, want dat wordt heet.
A

Kan jeg bruge den på dette komfur?

Ken jai broe-e den poh deh-de kom-foe-ah? Kan ik hem op dit fornuis gebruiken?
B

Det burde gå fint, hvis du holder varmen lav.

Dee boe-ah goh fend, wes doe hol-a wam-en lau. Dat zou goed moeten gaan als je de warmte laag houdt.
A

Jeg vasker den lige efter aftensmaden.

Jai was-ka den lie-a ef-da awtens-mee-den. Ik was hem meteen na het avondeten af.
B

Tør den godt, før du giver mig den tilbage, tak.

Teur den gohd, feur doe gie-wa mai den te-bee-a, tak. Droog hem goed voordat je hem aan mij teruggeeft, alsjeblieft.
A

Hvornår vil du have den tilbage?

Wo-ah-noh wel doe hee-wa den te-bee-a? Wanneer wil je hem terug?
B

Efter aftensmaden er fint.

Ef-da awtens-mee-den eah fend. Na het avondeten is prima.
B

Jeg får først brug for den igen senere på ugen.

Jai foah feu-ahst broe-e fo den ie-geen see-na poh oe-en. Ik heb hem pas later deze week weer nodig.

Uitleg van de zinnen

  1. Må jeg låne din store pande i dag?

    Mag ik vandaag je grote pan lenen?

    Må jeg
    mag ik
    låne
    lenen
    din
    je/jouw
    store
    grote
    pande
    pan
    i dag
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Må jeg betekent hier “mag ik?” en vormt een beleefde vraag om toestemming. Må is de tegenwoordige vorm van måtte; met jeg vraagt de spreker of die iets mag doen. Na deze modale vorm staat het volgende werkwoord in de infinitief. låne betekent hier “lenen”, dus iets tijdelijk van iemand gebruiken en later teruggeven. De infinitief blijft na må onveranderd: Jeg må låne ... betekent “Ik mag ... lenen”. Voorbeeld: Må jeg låne din bog? — “Mag ik je boek lenen?” din betekent “je/jouw” en verwijst hier naar de aangesprokene als bezitter van de pan. Het is de bezittelijke vorm voor één persoon die je aanspreekt; het zelfstandig naamwoord daarna bepaalt niet de bezitter. Voorbeeld: Er det din cykel? — “Is dat jouw fiets?” store betekent “grote” en beschrijft pande. De basisvorm is stor; stort wordt gebruikt bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord, terwijl store onder andere verschijnt in deze bepaalde/bezittelijke adjectiefvorm en bij meervoud. Voorbeeld: min store tas — “mijn grote tas”. pande betekent “pan”, hier een kookpan of koekenpan. Het woord heeft in het Deens het lidwoord en: en pande; de bepaalde vorm is panden — “de pan”. Voorbeeld: Panden er stor. — “De pan is groot.” i dag is de vaste tijdsbepaling “vandaag”. De twee woorden blijven hier afzonderlijk geschreven. Voorbeeld: Jeg arbejder i dag. — “Ik werk vandaag.” Samen is de structuur: Må jeg + låne + din store pande + i dag? De volledige vraag is dus: “Mag ik vandaag je grote pan lenen?” i dag bepaalt wanneer het lenen wordt gevraagd, en din store pande is het voorwerp dat de spreker wil lenen. De formulering is een gewone, beleefde vraag om toestemming.

  2. Det må du gerne, men pas på håndtaget, for det bliver varmt.

    Dat mag, maar pas op voor het handvat, want dat wordt heet.

    Det må du gerne
    dat mag je
    pas på
    pas op
    håndtaget
    het handvat
    bliver
    wordt
    varmt
    heet
    Uitgebreide uitleg

    Det må du gerne is een vaste, herbruikbare manier om toestemming te geven: “dat mag je” of natuurlijker “dat is goed”. må is de tegenwoordige vorm van måtte en drukt hier toestemming uit; du is de tweede persoon enkelvoud. gerne verzacht of bevestigt de toestemming. Het verwijst hier naar de handeling waar toestemming voor wordt gevraagd, zonder dat het Deense woord zelf die handeling benoemt. pas på is de gebiedende wijs van passe på en betekent als vaste uitdrukking “pas op”. De infinitief is passe; in de gebiedende wijs wordt dat pas. Een vergelijkbaar patroon is Pas på bilen! — “Pas op voor de auto!” håndtaget betekent “het handvat”. De onbepaalde vorm is et håndtag; de uitgang -et maakt hier de bepaalde enkelvoudsvorm: “het handvat”. bliver is de tegenwoordige vorm van blive, “worden”. Hier beschrijft het een verandering naar een toestand: het handvat wordt heet. Dat verschilt van er varmt, “is heet”, waarbij alleen de toestand wordt beschreven. varmt is de onzijdige enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord varm, “heet/warm”. De vorm past bij håndtag en bij het verwijzende det: varm bij enkelvoudige woorden van het gemeenschappelijk geslacht, varmt bij onzijdig enkelvoud, en varme in onder meer het meervoud. Samen geeft men de tegenstelling aan en geeft for hier de reden: toestemming wordt gevolgd door een waarschuwing, omdat het handvat heet wordt. De volledige betekenis is: “Dat mag, maar pas op voor het handvat, want dat wordt heet.”

  3. Kan jeg bruge den på dette komfur?

    Kan ik hem op dit fornuis gebruiken?

    Kan jeg
    kan ik …?
    bruge
    gebruiken
    den
    hem / die
    dette
    dit
    komfur
    fornuis
    Uitgebreide uitleg

    Kan jeg is een vraagconstructie: kan is de tegenwoordige tijd van kunne en drukt hier mogelijkheid of toestemming uit; jeg betekent “ik”. In een ja/nee-vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp. Voorbeeld: Kan jeg komme? — “Kan ik komen?” bruge betekent hier “gebruiken”. Het is de infinitief, die na het modale werkwoord kan staat. De combinatie kan ... bruge betekent dus “kan ... gebruiken”. Voorbeeld: Jeg kan bruge den. — “Ik kan hem gebruiken.” den is hier een zelfstandig gebruikt aanwijzend/voornaamwoordelijk woord voor een enkelvoudig object van het gemeenschappelijke geslacht; in de vaste vertaling wordt het als “hem” weergegeven. Het verwijst in deze zin naar het al bedoelde voorwerp, zonder dat de zin zelf de naam ervan noemt. De vorm den is niet hetzelfde als het onzijdige enkelvoud det. dette betekent “dit” en staat vóór een zelfstandig naamwoord. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm. In dette komfur past het bij komfur, dat onzijdig is: et komfur. Ter vergelijking: bij een gemeenschappelijk-geslacht zelfstandig naamwoord staat doorgaans denne, bijvoorbeeld denne gryde — “deze pan”. komfur betekent “fornuis”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et komfur; de bepaalde vorm is komfuret — “het fornuis”. In de woordgroep på dette komfur betekent på hier “op”, zodat het fornuis het oppervlak of apparaat is waarop het voorwerp gebruikt wordt. De hele opbouw is Kan jeg + bruge + den + på dette komfur: “Kan ik hem op dit fornuis gebruiken?” De vraag gaat over de mogelijkheid of toestemming om het eerder bedoelde voorwerp op dit specifieke fornuis te gebruiken. De woordvolgorde maakt er een ja/nee-vraag van.

  4. Det burde gå fint, hvis du holder varmen lav.

    Dat zou goed moeten gaan als je de warmte laag houdt.

    Det burde
    dat zou moeten
    gå
    gaan
    fint
    goed
    hvis
    als
    du holder
    je houdt
    varmen
    de warmte
    lav
    laag
    Uitgebreide uitleg

    Det burde gebruikt det als grammaticaal onderwerp in de onpersoonlijke uitdrukking det burde gå ...; het wijst hier niet noodzakelijk naar een afzonderlijk genoemd voorwerp. burde is de vorm van het modale werkwoord bør voor een verwachting of aanbeveling: “zou moeten”. Modale werkwoorden krijgen in het Deens geen persoonsuitgang. Voorbeeld: Det burde være nok. — “Dat zou genoeg moeten zijn.” gå staat na het modale werkwoord in de infinitief. In deze uitdrukking betekent het niet alleen “zich te voet verplaatsen”, maar “verlopen” of “gaan” in de zin van een situatie of proces. Voorbeeld: Det går godt. — “Het gaat goed.” fint beschrijft hier hoe het verloop is: “goed” of “prima”. Het hoort bij gå en betekent in deze combinatie dus “goed verlopen”. De vorm hangt hier niet van een voorafgaand zelfstandig naamwoord af; fint is de vorm die in deze adverbiale uitdrukking wordt gebruikt, naast het basiswoord fin (“goed, mooi”). hvis leidt een voorwaardelijke bijzin in en betekent “als”. Het patroon is hvis + bijzin, gevolgd door het resultaat of de hoofdzin. Voorbeeld: Jeg kommer, hvis jeg kan. — “Ik kom als ik kan.” du holder betekent hier “je houdt”. holder is de tegenwoordige tijd van holde (“houden”); de tegenwoordige tijd heeft hier geen aparte persoonsuitgang voor du. In holde noget lavt/lav betekent het werkwoord dat je iets op een bepaalde hoogte of toestand houdt. varmen is het zelfstandige naamwoord varme (“warmte”) met de bepaalde enkelvoudsvorm. De uitgang -en markeert bij dit gemeenschappelijke grammaticale geslacht het bepaalde enkelvoud: varme is “warmte” in onbepaalde vorm, varmen is “de warmte”. lav betekent “laag”. Hier is het een bijvoeglijk naamwoord bij varmen in de constructie holde varmen lav: de warmte laag houden. Het basiswoord is eveneens lav; de relevante vormen zijn lav bij een enkelvoudig woord van gemeenschappelijk geslacht, lavt bij een onzijdig enkelvoudig woord en lave bij meervoud. Voorbeeld: Hold lyset lavt. — “Houd het licht laag.” Daar staat lavt omdat lyset onzijdig is; bij varmen staat lav. Samen betekent Det burde gå fint “Dat zou goed moeten gaan”. hvis du holder varmen lav geeft de voorwaarde: “als je de warmte laag houdt”. De hele uiting is dus: “Dat zou goed moeten gaan als je de warmte laag houdt.”`

  5. Jeg vasker den lige efter aftensmaden.

    Ik was hem meteen na het avondeten af.

    Jeg
    ik
    vasker
    was
    den
    hem
    lige efter
    meteen na
    aftensmaden
    het avondeten
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ik. Het is de eerste persoon enkelvoud: de spreker voert de handeling uit. In het Deens blijft deze vorm gelijk als onderwerp bij andere werkwoordstijden, terwijl het werkwoord de tijd draagt. vasker betekent hier was en is de tegenwoordige tijd van vaske — wassen. De vorm kan zowel een handeling op dit moment als een vaste of nabije geplande handeling uitdrukken; hier wordt de handeling als een eenvoudige mededeling in de tegenwoordige tijd gepresenteerd. Voorbeeld: Jeg vasker bilen. — Ik was de auto. den is hier een enkelvoudig voornaamwoord voor het object: hem. De vertaling en de context maken duidelijk dat het om het eerder bedoelde voorwerp gaat; de vorm zelf draagt geen informatie over de precieze identiteit ervan. Het voornaamwoord staat na het werkwoord, zoals in Jeg vasker den — Ik was hem. lige efter betekent samen meteen na. lige versterkt hier de tijdsaanduiding: de tweede gebeurtenis volgt direct op de eerste. efter leidt de gebeurtenis in die als tijdspunt dient. Een bruikbaar patroon is lige efter + gebeurtenis, bijvoorbeeld lige efter arbejdet — meteen na het werk. aftensmaden betekent het avondeten. Het is de bepaalde vorm van aftensmad — avondeten: aftensmad is onbepaald, terwijl aftensmaden naar het concrete avondeten verwijst. De uitgang -en hoort bij dit zelfstandig naamwoord en is niet een afzonderlijk woord. Samen ontstaat de betekenis: Jeg vasker den = Ik was hem, en lige efter aftensmaden bepaalt wanneer dat gebeurt: meteen na het avondeten. De volledige zin betekent dus: Ik was hem meteen na het avondeten af.

  6. Tør den godt, før du giver mig den tilbage, tak.

    Droog hem goed voordat je hem aan mij teruggeeft, alsjeblieft.

    Tør
    droog
    den
    hem
    godt
    goed
    før
    voordat
    du
    je
    giver
    geeft
    mig
    mij
    tilbage
    terug
    tak
    alsjeblieft
    Uitgebreide uitleg

    Tør is de gebiedende wijs van tørre (“drogen”). De infinitief is tørre; in deze opdracht staat de korte vorm Tør! = “Droog!”. Voorbeeld: Tør bordet godt. = “Droog de tafel goed.” den is hier een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: “hem”. Het is de enkelvoudige vorm voor een-geslachtsreferenten; de concrete referent wordt in de gegeven zinnen niet bij naam genoemd. Dezelfde vorm staat later opnieuw als voorwerp van giver. godt is hier een bijwoord bij Tør: het zegt hoe grondig het drogen moet gebeuren, dus “goed”. Het is de adverbiale vorm die bij god hoort; vergelijk en god klud (“een goede doek”) met Tør godt (“droog goed”). før leidt een bijzin in en betekent “voordat”. Het verbindt de opdracht met de handeling die daarna moet plaatsvinden. In før du giver ... staat het onderwerp du vóór het werkwoord giver, zoals gebruikelijk in deze bijzin. du is het persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud als onderwerp: “je/jij”. Het verwijst hier naar de aangesprokene. giver is de tegenwoordige tijd van give (“geven”). De tegenwoordige tijd heeft hier bij du dezelfde vorm als bij andere personen: du giver = “je geeft”. De verleden tijd is gav en het voltooid deelwoord is givet. Voorbeeld: Du giver mig bogen. = “Je geeft mij het boek.” mig is de objectsvorm van het eerste-persoonsvoornaamwoord: “mij”. In giver mig den tilbage is het de ontvanger van wat wordt teruggegeven. De bijbehorende onderwerpvorm is jeg (“ik”): Jeg giver dig den. = “Ik geef hem aan jou.” tilbage is een bijwoord dat aangeeft dat iets teruggaat: “terug”. give ... tilbage is een bruikbare combinatie voor “iets teruggeven”. Voorbeeld: Jeg giver bogen tilbage. = “Ik geef het boek terug.” tak betekent “dank je” of “alsjeblieft” wanneer het aan het einde van een verzoek staat. Hier verzacht het de opdracht; het verandert de handeling zelf niet. Samen vormt Tør den godt de opdracht “Droog hem goed”. før du giver mig den tilbage betekent “voordat je hem aan mij teruggeeft”: du is de geadresseerde, mig de ontvanger en den het teruggegeven voorwerp. De volledige uiting is dus: “Droog hem goed voordat je hem aan mij teruggeeft, alsjeblieft.”

  7. Hvornår vil du have den tilbage?

    Wanneer wil je hem terug?

    Hvornår
    wanneer
    vil du
    wil je
    have
    hebben
    den
    hem
    tilbage
    terug
    Uitgebreide uitleg

    Hvornår betekent hier ‘wanneer’ en vraagt naar het tijdstip. Het is een vraagwoord; vergelijk hvornår (‘wanneer’) met hvor (‘waar’) en hvem (‘wie’). Voorbeeld: Hvornår kommer du? — ‘Wanneer kom je?’ vil du bestaat uit vil en du. Vil is de tegenwoordige vorm van ville; in deze zin drukt het een wens of voorkeur uit: ‘wil’. Du betekent ‘je/jij’. In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Vil du ...? — ‘Wil je ...?’ Voorbeeld: Vil du vente? — ‘Wil je wachten?’ have is de infinitief van have, ‘hebben’. Na vil staat de infinitief zonder extra infinitiefmarkering: vil have betekent hier ‘wil hebben’ en samen met het object ‘wil ... terug hebben’. De vorm have verandert in deze constructie niet met het onderwerp. den is hier een enkelvoudig objectpronomen voor een referent van het grammaticale type dat met den wordt aangeduid. De vaste vertaling maakt de bedoelde betekenis hier ‘hem’, maar noemt niet welke concrete referent het is. Den kan ook een zelfstandig aanwijzend woord zijn vóór een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld in den bog — ‘dat boek’; dat is een andere functie dan het zelfstandige pronomen hier. Voorbeeld: Jeg har den. — ‘Ik heb hem/het.’ tilbage betekent ‘terug’ en geeft aan dat iets naar een eerdere eigenaar, plaats of toestand teruggaat. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of aantal. Voorbeeld: Giv den tilbage. — ‘Geef hem/het terug.’ Samen vormen de delen de vraag Hvornår vil du have den tilbage?: letterlijk opgebouwd als ‘Wanneer wil je hem terug hebben?’. De volgorde is vraagwoord + werkwoord + onderwerp + infinitief + object + bijwoord. De vraag vraagt dus op welk moment de aangesprokene hem terug wil hebben. In de gegeven context sluit dat aan bij het eerder genoemde teruggeven. Im de context wordt geen concrete referent voor den benoemd.

  8. Efter aftensmaden er fint.

    Na het avondeten is prima.

    Efter
    na; na afloop van
    aftensmaden
    het avondeten
    fint
    prima; in orde
    Uitgebreide uitleg

    Efter staat hier voor een tijdstip of een periode: “na …”. Het is een voorzetsel en krijgt geen verbuiging. Een bruikbaar patroon is efter + tijdsaanduiding, bijvoorbeeld: Efter mødet går jeg hjem. — “Na de vergadering ga ik naar huis.” aftensmaden betekent hier “het avondeten”. De vorm is bepaald: aftensmad is “avondeten” en aftensmaden betekent “het avondeten”. De uitgang -en markeert in dit woord de bepaalde vorm; hij is geen afzonderlijk woord. Bijvoorbeeld: Jeg laver aftensmad. — “Ik maak avondeten.” tegenover Aftensmaden er klar. — “Het avondeten is klaar.” fint betekent hier “prima” of “in orde” en beoordeelt de voorgestelde tijd. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is fin; fint is de vorm die in deze uitdrukking staat. Het kan ook als zelfstandige beoordeling worden gebruikt, bijvoorbeeld: Det er fint. — “Dat is prima.” er verbindt de tijdsbepaling met de beoordeling: het is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”). Samen vormt Efter aftensmaden er fint de beknopte mededeling dat het moment na het avondeten geschikt is. De vaste vertaling geeft die bedoeling weer als “Na het avondeten is prima.” In een gesprek over wanneer iets kan, fungeert de zin dus als bevestiging van dat tijdstip.

  9. Jeg får først brug for den igen senere på ugen.

    Ik heb hem pas later deze week weer nodig.

    Jeg
    ik
    får … brug for
    nodig hebben
    først
    pas
    den
    hem
    igen
    weer
    senere
    later
    ugen
    week
    Uitgebreide uitleg

    Jeg is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: ‘ik’. Het is de persoon die in deze zin iets nodig heeft. Een bruikbaar contrast is du = ‘jij/u’, voor de aangesprokene. får brug for is een vaste constructie met de betekenis ‘nodig hebben’. Het werkwoord is få; får is de tegenwoordige tijd, en in het Deens verandert de werkwoordsvorm niet naar persoon of getal. brug betekent hier ‘behoefte’ en for maakt deel uit van de constructie. Voorbeeld: Jeg får brug for hjælp. = ‘Ik zal hulp nodig hebben.’ først betekent hier niet ‘als eerste’ in een reeks, maar ‘pas’ of ‘eerst dan’: de behoefte ontstaat op een later moment. De combinatie met senere maakt die tijdsbetekenis duidelijk. Voorbeeld: Jeg kommer først senere. = ‘Ik kom pas later.’ den is hier een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het om ‘hem’ gaat; zijn naam of precieze identiteit wordt niet gegeven. De vorm den hoort bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord; als vorm van het voornaamwoord verschilt hij bijvoorbeeld van det, dat bij een onzijdig enkelvoudig woord hoort. igen betekent ‘weer’, in de zin van opnieuw. Het geeft hier aan dat de behoefte eerder ook al bestond of optrad. Voorbeeld: Hun kommer igen. = ‘Zij komt weer.’ senere betekent ‘later’. Het is de vergrotende vorm van het bijwoord sent (‘laat’): sent – senere – senest = ‘laat’ – ‘later’ – ‘het laatst/uiterlijk’. In deze zin verwijst senere naar een later tijdstip dan het relevante eerdere moment. ugen is de bepaalde enkelvoudsvorm van het zelfstandig naamwoord uge (‘week’): uge → ugen. In de tijdsaanduiding senere på ugen betekent het geheel ‘later in de week’ of ‘later deze week’. De uitgang -en markeert hier de bepaalde vorm van uge. Samen betekent Jeg får brug for den dat ik hem nodig krijg of nodig zal hebben. først ... senere maakt daarvan ‘pas later’, en på ugen preciseert de periode als deze week. De volledige betekenis is dus: ‘Ik heb hem pas later deze week weer nodig.’ De tegenwoordige vorm får kan in het Deens met zo’n tijdsbepaling naar een toekomstige behoefte verwijzen.

Grammatica

blive + adjective

håndtaget bliver varmt

hon-teed blie-wa wamt

het handvat wordt warm

Na bliver staat een bijvoeglijk naamwoord; bij het onzijdige håndtag krijgt varm de vorm varmt.

få brug for + zelfstandig naamwoord

får brug for en pande

foah broe-e fo en pen-a

nodig hebben: een pan nodig hebben

De vaste combinatie få brug for betekent ‘nodig hebben’. Brug for staat samen na de vorm van få.

Deens woordenschat

blive werkwoord
blie-we worden bliver
bruge werkwoord
broe-e gebruiken
gerne bijwoord
geena graag
gå fint uitdrukking
goh fend goed gaan
håndtag zelfstandig naamwoord
hon-teh handvat håndtaget
Geslacht
neuter
i dag uitdrukking
ie dee vandaag
komfur zelfstandig naamwoord
kom-foe-ah fornuis
Geslacht
neuter
låne werkwoord
loona lenen
pande zelfstandig naamwoord
pen-a pan
Geslacht
common
pas på uitdrukking
pes poh pas op
stor bijvoeglijk naamwoord
stoo-ah groot store
varm bijvoeglijk naamwoord
wam heet varmt
Geslacht
neuter

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik was hem meteen na het avondeten af.

Antwoord tonenJeg vasker den lige efter aftensmaden.

Wanneer wil je hem terug?

Antwoord tonenHvornår vil du have den tilbage?

Na het avondeten is prima.

Antwoord tonenEfter aftensmaden er fint.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

heet

Antwoord tonenvarmt

worden

Antwoord tonenbliver

pan

Antwoord tonenpande

graag

Antwoord tonengerne