Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Schoonmaakspullen lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Må jeg bruge lidt rengøringsspray?
Må yai broo-uh let rang-keurings-sprai? Mag ik wat schoonmaakspray gebruiken?Den står under vasken. Er der spildt noget?
Den stoor oen-ner vesg'n. Ea dea sbeld nood? Het staat onder de gootsteen. Is er iets gemorst?Der er spildt juice på køkkengulvet.
Dea ea sbeld djoes poo keug-goel-vuhd. Er is sap op de keukenvloer gemorst.Tag også den lille spand med, så du kan skylle moppen.
Tè o-suh den lel-uh sben meh, soo doo kan sgül-uh mob'n. Neem ook de kleine emmer mee, zodat je de dweil kunt uitspoelen.Det hjælper. Jeg tager dem begge tilbage, når jeg er færdig.
Deh yel-buh. Yai tee-uh dem beh-uh te-lee, noar yai ea feh-dee. Dat helpt. Ik breng ze allebei terug als ik klaar ben.Stil dem ved min dør, når alt er tørt.
Sdel dem veh min deur, noar alt ea teurt. Zet ze bij mijn deur als alles droog is.Jeg sætter pris på din hjælp med det her rod.
Yai seh-duh prees poo din yelb meh deh hair rood. Ik waardeer je hulp bij deze rommel.Sørg bare for, at gulvet ikke er glat bagefter.
Seur beh-uh fo, at goel-vuhd eg-uh ea gleh beh-uhf-dah. Zorg er gewoon voor dat de vloer daarna niet glad is.Uitleg van de zinnen
Må jeg bruge lidt rengøringsspray?
Mag ik wat schoonmaakspray gebruiken?
- Må jeg
- mag ik
- bruge
- gebruiken
- lidt
- wat; een beetje
- rengøringsspray
- schoonmaakspray
Uitgebreide uitleg
Må jeg betekent hier “mag ik” en vormt een beleefde vraag naar toestemming. må is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord må; met jeg staat het in een vraag vóór het onderwerp: Må jeg ...? Bijvoorbeeld: Må jeg gå nu? — “Mag ik nu gaan?” bruge betekent hier “gebruiken”. Het is de infinitief die na het modale werkwoord må staat. Het modale werkwoord draagt de persoonsvorm; het volgende werkwoord blijft in de infinitief. Bijvoorbeeld: Må jeg åbne vinduet? — “Mag ik het raam openen?” lidt betekent “wat” of “een beetje” en geeft hier een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid aan. Het wordt vaak gebruikt bij niet-telbare stoffen of hoeveelheden, zoals spray, water of kaffe. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord: lidt vand — “wat water”. Dit zegt op zichzelf niet precies hoeveel. rengøringsspray betekent “schoonmaakspray”. Het is een samenstelling van rengøring (“schoonmaak”) en spray (“spray”); samen benoemt het een spray die voor schoonmaak wordt gebruikt. Als zelfstandig naamwoord kan het bijvoorbeeld optreden in en rengøringsspray — “een schoonmaakspray”. Samen vormen de delen Må jeg + bruge + lidt + rengøringsspray de vraag: “Mag ik wat schoonmaakspray gebruiken?” De vraag vraagt toestemming om een kleine, niet precies bepaalde hoeveelheid van die spray te gebruiken. De Deense woordvolgorde voor dit soort vraag is herbruikbaar als Må jeg + infinitief + aanvulling.
Den står under vasken. Er der spildt noget?
Het staat onder de gootsteen. Is er iets gemorst?
- Den
- het
- står
- staat
- under
- onder
- vasken
- de gootsteen
- Er der
- is er
- spildt
- gemorst
- noget
- iets
Uitgebreide uitleg
Den betekent hier “het” en verwijst naar één begrepen enkelvoudig voorwerp van het gemeenschappelijk geslacht. De vorm is niet zelf een naamwoordelijk geslacht voor het onbekende voorwerp; den is de Deense vorm voor een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtig referent. Voor een onzijdig enkelvoudig referent staat doorgaans det. står is de tegenwoordige tijd van stå (“staan”). In deze zin beschrijft het de plaats van een voorwerp: “het staat”. De vorm kan ook in andere contexten “staat” betekenen, bijvoorbeeld in Hun står ved døren — “Zij staat bij de deur.” under betekent “onder” en geeft hier een ruimtelijke relatie aan. Het woord verandert niet omdat het volgende naamwoord enkelvoud of bepaald is. vasken betekent “de gootsteen”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van en vask: vask = “gootsteen”, vasken = “de gootsteen”. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid; dat is geen aparte vertaling voor “onder”. Er der is een vaste vraagopbouw voor aanwezigheid of bestaan: “is er …?” er is hier geen zelfstandig plaatswoord met de betekenis “daar”; samen leidt het de bestaansvraag in. Vergelijk Er der vand? — “Is er water?” spildt is het voltooid deelwoord van spilde (“morsen”). In er ... spildt vormt het met er een onpersoonlijke passieve constructie: er is iets gemorst. Het deelwoord benoemt de gemorste handeling, zonder te zeggen wie gemorst heeft. In de mededeling Der er spildt juice på køkkengulvet wordt dezelfde constructie gebruikt. noget betekent hier “iets” in een vraag naar een onbepaalde hoeveelheid of substantie. Het kan ook in andere omgevingen “iets” of “wat” betekenen, afhankelijk van de zin. Het is niet hetzelfde als nogen, dat typisch naar een persoon verwijst of bij bepaalde telbare naamwoorden wordt gebruikt. Samen vormen de eerste vier delen Den står under vasken: “Het staat onder de gootsteen.” Daarna vraagt Er der spildt noget? letterlijk naar de aanwezigheid van gemorst materiaal: “Is er iets gemorst?” De hele uiting bestaat dus uit een plaatsmededeling en vervolgens een vraag over een mogelijk gemorste substantie.
Der er spildt juice på køkkengulvet.
Er is sap op de keukenvloer gemorst.
- Der er
- er is
- spildt
- gemorst
- juice
- sap
- på
- op
- køkkengulvet
- de keukenvloer
Uitgebreide uitleg
Der er is hier een vaste manier om een gebeurtenis of toestand zonder genoemde handelende persoon te introduceren. Samen met spildt krijgt het de betekenis “er is gemorst”. Als zelfstandig patroon betekent Der er ook “er is/er zijn”, bijvoorbeeld: Der er en kop på bordet. — “Er staat een kop op tafel.” spildt is het voltooid deelwoord van spilde (“morsen; verspillen”). Hier betekent het “gemorst”. De verleden tijd is spildte, niet spilde; spilde is de infinitief. In har spildt betekent het deelwoord bijvoorbeeld “gemorst” in een voltooide actieve constructie: Hun har spildt vand. — “Zij heeft water gemorst.” juice betekent hier “sap” en is de vloeistof die gemorst is. Het woord staat zonder bepaald achtervoegsel; de zin specificeert geen afzonderlijke verpakking of hoeveelheid. på betekent “op” en geeft hier het oppervlak aan waarop het sap terechtgekomen is. Bijvoorbeeld: Koppen står på bordet. — “De kop staat op tafel.” køkkengulvet betekent “de keukenvloer”. Het is een samenstelling van køkken (“keuken”) en gulv (“vloer”). gulv is de onbepaalde enkelvoudsvorm; gulvet is de bepaalde enkelvoudsvorm. In de samenstelling krijgt het hele woord de bepaalde uitgang: køkkengulvet. Samen vormt Der er spildt juice de mededeling dat er sap gemorst is. på køkkengulvet voegt de plaats toe. De volledige betekenis is: “Er is sap op de keukenvloer gemorst.”
Tag også den lille spand med, så du kan skylle moppen.
Neem ook de kleine emmer mee, zodat je de dweil kunt uitspoelen.
- Tag … med
- meenemen
- også
- ook
- den
- de
- lille
- kleine
- spand
- emmer
- du kan
- je kunt
- skylle
- uitspoelen
- moppen
- dweil
Uitgebreide uitleg
Tag ... med is een vaste, herbruikbare combinatie met de betekenis ‘neem mee’. Tag is hier de gebiedende wijs van tage (‘nemen’): tage → tag. Het losse med krijgt in deze combinatie de betekenis ‘mee’. In een zin kan het werkwoord en med uit elkaar staan: Tag bogen med = ‘Neem het boek mee’. De gebiedende wijs noemt geen onderwerp; de aangesproken persoon is in deze zin de persoon die later met du wordt aangeduid. også betekent hier ‘ook’ en voegt deze emmer toe aan iets anders dat meegenomen of gebruikt wordt. Het staat vóór de daaropvolgende naamwoordgroep: Tag også ... med = ‘Neem ook ... mee’. den is het bepaalde lidwoord voor een enkelvoudig gemeenschappelijk geslacht-woord. Het maakt de naamwoordgroep bepaald, maar geeft op zichzelf geen aantal aan. In den lille spand hoort den bij spand. lille betekent ‘klein’. Dit is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord lille vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord in deze bepaalde naamwoordgroep. Het beschrijft dus spand, niet den. Voor vergelijking is de gewone reeks lille – mindre – mindst (‘klein’ – ‘kleiner’ – ‘kleinst’). spand betekent ‘emmer’. Het is een zelfstandig naamwoord; het bepaalde enkelvoud is spanden (‘de emmer’). In de vaste vertaling gaat het om de kleine emmer. du kan betekent ‘je kunt’. du is het persoonlijke voornaamwoord voor de aangesproken persoon. kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne (‘kunnen’). Na een Deens modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at: du kan skylle = ‘je kunt uitspoelen’. skylle betekent ‘uitspoelen’ of ‘afspoelen’. Het is hier een infinitief na kan; het krijgt daarom geen persoonsuitgang. Een bruikbaar voorbeeld is Jeg kan skylle koppen = ‘Ik kan de beker uitspoelen’. moppen betekent ‘de dweil’. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van moppe: moppe → moppen. Het is het voorwerp van skylle; de zin zegt dus dat de aangesproken persoon de dweil kan uitspoelen. Samen vormen de delen: Tag også den lille spand med = ‘Neem ook de kleine emmer mee’, en så du kan skylle moppen = ‘zodat je de dweil kunt uitspoelen’. så leidt hier het doel of gevolg in dat de emmer wordt meegenomen: de volledige betekenis is ‘Neem ook de kleine emmer mee, zodat je de dweil kunt uitspoelen.’
Det hjælper. Jeg tager dem begge tilbage, når jeg er færdig.
Dat helpt. Ik breng ze allebei terug als ik klaar ben.
- Det
- dat
- hjælper
- helpt
- Jeg
- ik
- tager … tilbage
- terugbrengen
- dem
- ze
- begge
- allebei
- når
- wanneer / als
- færdig
- klaar
Uitgebreide uitleg
Det staat hier als onderwerp in de eerste zin en betekent volgens de vaste vertaling “dat”. Het verwijst naar de situatie of handeling waarover wordt gezegd dat die helpt; de precieze referent wordt niet verder benoemd. De vorm det kan ook naar een onzijdig zelfstandig naamwoord verwijzen, maar hier is de situationele betekenis de ondersteunde lezing. hjælper is de tegenwoordige tijd van hjælpe (“helpen”): jeg hjælper, du hjælper, det hjælper. De vorm verandert hier dus niet door het enkelvoudige onderwerp. Det hjælper betekent samen “Dat helpt”. Jeg is het persoonlijke voornaamwoord voor “ik” en is hier het onderwerp van de tweede zin. Hetzelfde voornaamwoord kan in andere zinnen ook na een voorzetsel of als onderdeel van een vaste constructie voorkomen, maar hier voert jeg de handeling uit. tager ... tilbage bestaat uit de tegenwoordige vorm tager van tage (“nemen”) en het bijwoord tilbage (“terug”). In deze combinatie krijgt tage de betekenis “terugbrengen” of “terugnemen”: iemand neemt de bedoelde voorwerpen terug naar een eerdere plaats of persoon. Het object staat ertussen: tage noget tilbage = “iets terugbrengen”. Voorbeeld: Hun tager bogen tilbage. — “Zij brengt het boek terug.” dem is de meervoudige objectsvorm van het persoonlijke voornaamwoord. Het betekent hier “ze” en staat voor de twee bedoelde voorwerpen; dem is de vorm die de handeling ondergaat. In het Deens staat dem als object tegenover het onderwerp de (“zij/ze” als personen of dingen). begge betekent “allebei” of “beide”. Het maakt expliciet dat het om twee bedoelde voorwerpen gaat. Het staat hier na dem: dem begge = “ze allebei”. Voorbeeld: Jeg tager begge bøger. — “Ik neem beide boeken mee.” når leidt een tijdsbepalende bijzin in en betekent hier “wanneer” of “als”. De bijzin når jeg er færdig geeft aan op welk moment het terugbrengen plaatsvindt. In zulke zinnen staat het werkwoord na het onderwerp: når jeg er færdig. færdig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “af”. Het staat na er, de vorm van være (“zijn”), en beschrijft de toestand van jeg: “ik ben klaar”. Met een onzijdig enkelvoudig onderwerp kan de vorm færdigt verschijnen, en met een meervoudig onderwerp færdige; bij jeg staat hier færdig. Samen betekent Jeg tager dem begge tilbage, når jeg er færdig: “Ik breng ze allebei terug als ik klaar ben.” De hoofdzin zegt wie de twee voorwerpen terugbrengt en waarheen de handeling gericht is; de bijzin met når zegt dat dit gebeurt zodra de spreker klaar is. De eerste zin, Det hjælper, betekent afzonderlijk “Dat helpt”.
Stil dem ved min dør, når alt er tørt.
Zet ze bij mijn deur als alles droog is.
- Stil
- zet / plaats
- dem
- ze / hen
- ved
- bij
- min
- mijn
- dør
- deur
- når
- wanneer / als
- alt
- alles
- er
- is
- tørt
- droog
Uitgebreide uitleg
Stil is de gebiedende wijs van stille en betekent hier “zet/plaats”. De gebiedende wijs gebruikt de stam zonder persoonsuitgang. Voorbeeld: Stil koppen her. — “Zet de beker hier.” dem is de meervoudsvorm van het Deense persoonlijke voornaamwoord in de objectfunctie: “ze/hen”. In deze zin verwijst het, in overeenstemming met de vertaling en de voorafgaande context, naar de eerder genoemde voorwerpen. Het meervoud maakt hier geen onderscheid tussen grammaticaal mannelijk en vrouwelijk. ved betekent “bij” of “naast” en geeft hier de plaats aan. Voorbeeld: Hun står ved døren. — “Zij staat bij de deur.” min is het bezittelijk voornaamwoord “mijn”. Het staat hier bij dør, een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het en-type. Vergelijk mit bij een onzijdig enkelvoudig woord en mine bij het meervoud: min stol, mit hus, mine bøger — “mijn stoel, mijn huis, mijn boeken”. dør betekent “deur”. Het is een zelfstandig naamwoord van het en-type; het bepaalde enkelvoud is døren — “de deur”. når leidt hier een tijdsbepaling in en betekent “wanneer” of “als”, in de betekenis “op het moment dat”. Voorbeeld: Jeg kommer, når arbejdet er færdigt. — “Ik kom wanneer het werk klaar is.” alt betekent hier “alles”. Het is een onbepaald voornaamwoord dat naar een geheel verwijst; het is niet hetzelfde als alle, dat doorgaans bij meervoudige personen of zaken wordt gebruikt. Voorbeeld: Alt er klar. — “Alles is klaar.” er is de tegenwoordige tijd van at være, “zijn”. Dezelfde vorm wordt gebruikt bij verschillende onderwerpen in de tegenwoordige tijd, bijvoorbeeld jeg er en de er — “ik ben” en “zij zijn”. tørt betekent “droog”. Dit is de onzijdige enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord tør, omdat het onderwerp hier alt is. Vergelijk en tør klud, et tørt håndklæde en tørre klude — “een droge doek, een droge handdoek en droge doeken”. Samen vormt Stil dem ved min dør de opdracht “zet ze bij mijn deur”. De bijzin når alt er tørt bepaalt wanneer dat moet gebeuren: “als alles droog is”. De volledige betekenis is dus: “Zet ze bij mijn deur als alles droog is.”
Jeg sætter pris på din hjælp med det her rod.
Ik waardeer je hulp bij deze rommel.
- Jeg
- ik
- sætter pris på
- waardeer
- din
- je/jouw
- hjælp
- hulp
- med
- met/bij
- det her
- dit/deze
- rod
- rommel
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud. De vorm verandert niet naar geslacht; voor “wij” gebruikt het Deens vi. sætter pris på is een vaste uitdrukking met de betekenis “waarderen”. De vorm sætter is de tegenwoordige tijd van sætte; in deze uitdrukking krijgt het werkwoord samen met pris på de betekenis “waarderen”, niet de letterlijke betekenis “een prijs zetten”. Een bruikbaar patroon is Jeg sætter pris på ... — “Ik waardeer ...”. din betekent hier “je/jouw” en hoort bij hjælp. Het is de bezitsvorm voor één bezeten zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht; bij een onzijdig enkelvoud staat dit, en bij meervoud dine. De vorm verwijst dus naar de bezitter, terwijl de vormkeuze samenhangt met het woord dat erop volgt. hjælp betekent “hulp”. Het is een zelfstandig naamwoord; het bepaalde enkelvoud is hjælpen (“de hulp”). Voorbeeld: Tak for din hjælp. — “Bedankt voor je hulp.” med betekent hier “met” of, in combinatie met hjælp, “bij/met betrekking tot”. Het verbindt hjælp met datgene waarvoor de hulp bedoeld is: hulp met iets. det her betekent samen “dit” of “deze ... hier”. det is de aanwijzende vorm voor een onzijdig enkelvoud, en her geeft nabijheid aan. In dit fragment wijst de combinatie naar een nabij of in de situatie aanwezig onzijdig enkelvoudig ding; het zelfstandig naamwoord dat volgt maakt duidelijk welk ding bedoeld wordt. Vergelijk den her bij een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. rod betekent “rommel” of “troep”. Het is hier een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord, wat aansluit bij det. Het woord kan ook in andere contexten een wanordelijke toestand aanduiden; hier gaat het volgens de vaste vertaling om deze rommel. Samen vormen de delen Jeg sætter pris på din hjælp — “Ik waardeer je hulp” — en med det her rod specificeert waarbij die hulp nodig is: “bij/met deze rommel”. De volledige zin betekent daarom: “Ik waardeer je hulp bij deze rommel.”
Sørg bare for, at gulvet ikke er glat bagefter.
Zorg er gewoon voor dat de vloer daarna niet glad is.
- Sørg … for … at
- zorg ervoor dat
- bare
- gewoon
- gulvet
- de vloer
- ikke
- niet
- glat
- glad
- bagefter
- daarna
Uitgebreide uitleg
Sørg ... for at is hier de vaste opdrachtconstructie “zorg ervoor dat”. Sørg is de gebiedende wijs van sørge (“zorgen”); de constructie richt zich tot de aangesprokene en leidt de daaropvolgende dat-zin in. Voorbeeld: Sørg for at lukke døren. — “Zorg ervoor dat je de deur sluit.” bare betekent hier “gewoon” of “alleen maar” en verzacht de opdracht. Het voegt geen afzonderlijke handeling toe. gulvet betekent hier “de vloer”. De basisvorm is gulv; als onzijdig zelfstandig naamwoord staat die in het onbepaalde enkelvoud bijvoorbeeld als et gulv (“een vloer”), terwijl gulvet de bepaalde enkelvoudsvorm is (“de vloer”). De uitgang hoort bij het zelfstandig naamwoord, niet bij glat. ikke is de ontkenning “niet”. Hier ontkent het de toestand er glat (“glad zijn”), zodat de bedoelde toestand is dat de vloer daarna niet glad is. Voorbeeld: Døren er ikke åben. — “De deur is niet open.” glat betekent “glad”. Het is de predicatieve vorm van het bijvoeglijk naamwoord bij het onzijdige enkelvoud gulvet: de basisvorm is glat, en de vorm voor meervoud of bepaalde attributieve combinaties is glatte. In gulvet er glat veroorzaakt de bepaaldheid van gulvet dus niet zelf een aparte bepaalde vorm van het bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Vejen er glat. — “De weg is glad.” bagefter betekent “daarna” of “achteraf”. Het is een bijwoord en wordt niet verbogen; het plaatst de beschreven toestand na een relevante voorafgaande handeling. Samen betekent Sørg bare for, at gulvet ikke er glat bagefter.: “Zorg er gewoon voor dat de vloer daarna niet glad is.” Sørg ... for at introduceert de inhoud waarop de aangesprokene moet letten; gulvet is het onderwerp van die dat-zin, ikke ontkent er glat, en bagefter geeft de tijdsrelatie aan.
Grammatica
Imperativ: verbets stamme
Tag spanden.
Tè sben-n.Neem de emmer.
De Deense imperatief gebruikt meestal de werkwoordstam zonder onderwerp: tage → Tag en stille → Stil.
Deens woordenschat
- Geslacht
- neuter
- Geslacht
- common
- Geslacht
- common
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Mag ik wat schoonmaakspray gebruiken?
Antwoord tonen
Må jeg bruge lidt rengøringsspray?Er is sap op de keukenvloer gemorst.
Antwoord tonen
Der er spildt juice på køkkengulvet.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
een beetje
Antwoord tonen
lidtstaan
Antwoord tonen
stårgebruiken
Antwoord tonen
brugemorsen