Een telefoonbatterij opladen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a daily life situation, one adult asks to use a charging cable so a phone has enough battery for an urgent call..

NL → DA / Niveau: A2

Over deze les

Met Een telefoonbatterij opladen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Batteriet på min telefon er næsten tomt.

Bèdərie-th poo men tele-FOON èa nèstən tomd. De batterij van mijn telefoon is bijna leeg.
B

Har du en oplader eller en powerbank med dig?

Haa doe en OO-plèèə elə PAU-ə-bèngk mee dai? Heb je een oplader of een powerbank bij je?
A

Jeg lod dem begge blive hjemme.

Jai loo dem bè-gə blie-wə jèm-mə. Ik heb ze allebei thuisgelaten.
A

Jeg skal ringe, det haster.

Jai skèl rèngə, de hès-də. Ik moet dringend bellen.
B

Der er en stikkontakt ved siden af vinduet.

Dèa èa en stèg-kontè-gəd vee sienən è wennoe-əth. Er is een stopcontact naast het raam.
A

Må jeg bruge dit kabel i et par minutter?

Moo jai broe-ə dit kee-blə ie et paa mie-NOE-də? Mag ik je kabel een paar minuten gebruiken?
B

Du kan bruge det længe nok til at ringe.

Doe kan broe-ə de lengə nok tel ə rèngə. Je kunt hem lang genoeg gebruiken om te bellen.
A

Jeg giver det tilbage, så snart min telefon tænder.

Jai kie-wə de te-BÈÈ-lə, soo snad men tele-FOON tènə. Ik geef hem terug zodra mijn telefoon aangaat.
B

Lad telefonen være tilsluttet, indtil batteriet er opladet nok.

Lath tele-FOONən vèèə te-SLOE-dəd, en-del bèdərie-th èa OO-plèèth nok. Laat je telefoon aangesloten totdat de batterij genoeg is opgeladen.

Woord voor woord

Batteriet “Batteriet” betekent hier “de batterij” en verwijst naar de batterij van de telefoon. De uitgang -et hoort bij de bepaalde vorm van dit woord; je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je naar een specifieke batterij verwijst.
In “på min telefon” geeft “på” de relatie “van” of “bij” aan: de batterij hoort bij mijn telefoon. De vaste woordgroep “batteriet på min telefon” is bruikbaar wanneer je over een onderdeel of kenmerk van een apparaat spreekt.
min “min” betekent hier “mijn” en verwijst naar de telefoon van de spreker. Het staat vóór “telefon” in de bezitsconstructie “min telefon”; je kunt het gebruiken om bezit aan te geven.
telefon “telefon” betekent “telefoon” in “min telefon”. Het woord kan in dagelijkse gesprekken worden gebruikt voor een mobiel of een andere telefoon, bijvoorbeeld wanneer je iets over het apparaat uitlegt.
er “er” betekent hier “is” in de zin over de toestand van de batterij. Het staat tussen het onderwerp en de beschrijving: “Batteriet ... er næsten tomt”; zo verbind je iets met een toestand of eigenschap.
næsten “næsten” betekent “bijna”: de batterij is nog niet helemaal leeg, maar dat moment komt dichtbij. Je gebruikt het vóór een beschrijving of hoeveelheid om aan te geven dat iets bijna het geval is.
tomt “tomt” betekent hier “leeg” en beschrijft de batterij. Deze vorm staat in “er næsten tomt”; je gebruikt hem wanneer een hoeveelheid of voorraad vrijwel op is.
Har “Har” betekent hier “hebben” in de vraag “Har du ...?” en vraagt of iemand iets bij zich heeft. Het is de vorm die aan het begin van deze vraag staat; je kunt “Har du ...?” gebruiken om naar bezit of beschikbaarheid te vragen.
du “du” betekent “jij” of “je” en is hier de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In “Har du ...?” staat het direct na het werkwoord; dezelfde vorm komt ook voor in “Du kan ...” als onderwerp.
en “en” betekent hier “een” vóór “oplader” en introduceert één oplader zonder die nader te bepalen. Je gebruikt “en” vóór een zelfstandig naamwoord zoals “oplader” in een enkelvoudige onbepaalde uitdrukking.
oplader “oplader” betekent “oplader”, het apparaat waarmee je een telefoonbatterij oplaadt. In “en oplader eller en powerbank” wordt het genoemd als één van twee mogelijke hulpmiddelen; je kunt het woord gebruiken wanneer je om laadapparatuur vraagt.
eller “eller” betekent “of” en verbindt hier “en oplader” met “en powerbank”. Je gebruikt het om alternatieven of mogelijkheden naast elkaar te zetten.
powerbank “powerbank” betekent “powerbank”, een draagbare batterij om een apparaat van stroom te voorzien. In “en oplader eller en powerbank” is het een alternatief voor een oplader; je kunt het woord gebruiken wanneer je onderweg extra stroom nodig hebt.
med In “med dig” betekent “med” “met”. Samen met “dig” vormt het de uitdrukking “med dig”, die hier aangeeft dat iets bij iemand is; je gebruikt deze combinatie om te vragen of iemand iets bij zich heeft.
dig “dig” betekent hier “jou” of “je” na het voorzetsel “med”. In de vaste uitdrukking “med dig” verwijst het naar de persoon die iets bij zich kan hebben; dezelfde combinatie is bruikbaar in vragen over wat iemand meeneemt.
Jeg “Jeg” betekent “ik” en is hier de spreker die uitlegt wat er met de oplader en powerbank is gebeurd. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord, bijvoorbeeld in “Jeg lod ...” en “Jeg skal ...”.
lod “lod” betekent hier “liet” in de betekenis dat de spreker de oplader en powerbank thuis liet blijven. Het is een vorm van “lade” in de zin “Jeg lod dem begge blive hjemme”; je gebruikt deze constructie om aan te geven dat iets of iemand ergens achterblijft.
dem “dem” betekent “hen” of “ze” en verwijst hier naar de oplader en de powerbank. Het staat als object na “lod” in “lod dem ...”; je gebruikt deze vorm wanneer naar meerdere personen of zaken wordt verwezen als object.
begge “begge” betekent “allebei” of “beide” en benadrukt dat de twee genoemde voorwerpen thuis zijn gebleven. In “dem begge” staat het na het voornaamwoord; je kunt het gebruiken wanneer je precies twee zaken samen bedoelt.
blive “blive” betekent hier “blijven” in de combinatie “blive hjemme”. Na “lod” beschrijft het wat de oplader en powerbank deden: ze bleven thuis; deze vorm is bruikbaar in constructies waarin iets ergens blijft.
hjemme “hjemme” betekent “thuis” en geeft in “blive hjemme” de plaats aan waar de voorwerpen zijn achtergebleven. Je gebruikt het om verblijf op de eigen woonplek uit te drukken.
skal “skal” betekent hier “moet” of “moet gaan” en drukt de noodzaak uit om te bellen. In “Jeg skal ringe” staat het vóór de infinitief; je kunt “skal” gebruiken om een verplichting of noodzakelijke handeling aan te geven.
ringe “ringe” betekent “bellen” en is de handeling waarvoor de spreker batterij nodig heeft. Het staat na “skal” in “skal ringe”; je gebruikt dit patroon om te zeggen wat iemand moet doen.
det “det” betekent hier “het” in de vaste uitdrukking “det haster”, die betekent dat er haast bij is. In deze uitdrukking verwijst “det” niet naar een specifiek voorwerp; je kunt “det haster” gebruiken om urgentie aan te geven.
haster “haster” betekent hier “er is haast bij” of “het is dringend”. Samen met “det” vormt het “det haster”; je gebruikt deze uitdrukking wanneer een handeling snel moet gebeuren, zoals een dringend telefoongesprek.
Der “Der” betekent hier “er” in “Der er en stikkontakt”, waarmee het bestaan of de aanwezigheid van een stopcontact wordt aangekondigd. Je kunt het patroon “Der er ...” gebruiken om te zeggen dat iets ergens aanwezig is.
stikkontakt “stikkontakt” betekent “stopcontact”. In “Der er en stikkontakt ved siden af vinduet” benoemt het de stroomaansluiting die de spreker aanwijst; je gebruikt het woord wanneer je een plek zoekt om iets aan te sluiten.
ved In “ved siden af vinduet” betekent “ved” hier “bij” of “naast”. De volledige uitdrukking “ved siden af” betekent “naast”; je gebruikt haar om de plaats van iets ten opzichte van een ander object aan te geven.
siden “siden” betekent in “ved siden af” letterlijk “kant” of “zijde” en maakt deel uit van de plaatsaanduiding “naast”. De volledige uitdrukking is bruikbaar voor een locatie, zoals “ved siden af vinduet” voor iets naast het raam.
af In “ved siden af vinduet” draagt “af” bij aan de vaste uitdrukking die “naast” betekent. Gebruik de volledige combinatie “ved siden af” wanneer je zegt dat iets naast een persoon of voorwerp staat.
vinduet “vinduet” betekent “het raam” en verwijst hier naar een specifiek raam. De bepaalde vorm staat in de plaatsaanduiding “ved siden af vinduet”; je kunt het gebruiken wanneer je een raam aanwijst of beschrijft.
“Må” betekent hier “mag” en wordt gebruikt om toestemming te vragen: “Må jeg ...?” betekent “Mag ik ...?”. Je gebruikt dit aan het begin van een beleefde vraag om iets te mogen doen.
bruge “bruge” betekent “gebruiken” en verwijst hier naar het gebruiken van de kabel. Het staat na “Må jeg” in “Må jeg bruge dit kabel?”; dit patroon is bruikbaar wanneer je toestemming vraagt om iets te gebruiken.
dit “dit” betekent “jouw” of “je” en verwijst hier naar de kabel van de aangesprokene. Het staat vóór “kabel” in “dit kabel”; je gebruikt het om bezit van de aangesprokene aan te geven bij dit zelfstandig naamwoord.
kabel “kabel” betekent “kabel” en is hier de kabel die de spreker kort wil lenen om de telefoon op te laden. In “bruge dit kabel” is het het voorwerp van “gebruiken”; je kunt het woord gebruiken wanneer je naar een laad- of verbindingskabel vraagt.
i In “i et par minutter” betekent “i” hier “gedurende” of “voor” een bepaalde tijd. De volledige tijdsaanduiding geeft aan hoe lang de kabel wordt gebruikt; je gebruikt “i” met een tijdsduur.
et “et” betekent hier “een” vóór “par” in “et par minutter”. Het introduceert de onbepaalde hoeveelheid “een paar”; je kunt deze combinatie gebruiken om een kleine hoeveelheid of korte duur aan te geven.
par “par” betekent hier “paar” in de hoeveelheid “et par minutter”. Samen met “et” vormt het “et par”, dat meestal een kleine, niet exact bepaalde hoeveelheid aanduidt.
minutter “minutter” betekent “minuten” en geeft de duur van het gebruik van de kabel aan. In “i et par minutter” staat het na de hoeveelheid; je gebruikt het om tijdsduur uit te drukken.
kan “kan” betekent hier “kan” en drukt uit dat de aangesprokene toestemming of mogelijkheid geeft om de kabel te gebruiken. In “Du kan bruge det” staat het vóór de infinitief; dit patroon is bruikbaar om te zeggen dat iemand iets kan doen.
længe “længe” betekent hier “lang” in de betekenis van een tijdsduur. In “længe nok” beschrijft het hoe lang de kabel gebruikt mag worden; je gebruikt het met tijd om een duur aan te geven.
nok “nok” betekent hier “genoeg” en maakt van “længe” de betekenis “lang genoeg”. De gebruikelijke combinatie is een beschrijving gevolgd door “nok”, zoals “længe nok” wanneer de duur voldoende is.
til In “til at ringe” helpt “til” een doel uit te drukken: lang genoeg om te bellen. Samen met “at” vormt het de constructie “til at” vóór de handeling; je gebruikt deze combinatie om te zeggen waarvoor iets voldoende is.
at In “til at ringe” staat “at” vóór “ringe” en maakt het deel uit van de doelconstructie “til at”. De volledige uitdrukking betekent hier “om te bellen”; gebruik haar om het doel van een handeling aan te geven.
giver “giver” betekent hier “geef” in de belofte dat de spreker de kabel teruggeeft. In “Jeg giver det tilbage” staat het vóór het voorwerp en “tilbage”; je gebruikt dit patroon om te zeggen dat je iets teruggeeft.
tilbage “tilbage” betekent “terug” en geeft in “giver det tilbage” aan dat de kabel naar de eigenaar teruggaat. Je kunt “tilbage” achter een werkwoord gebruiken om een terugkeer of teruggave uit te drukken.
In “så snart” maakt “så” deel uit van de tijdsuitdrukking “zodra”. De volledige combinatie “så snart min telefon tænder” verbindt het teruggeven van de kabel met het moment waarop de telefoon aangaat; gebruik de hele uitdrukking om een onmiddellijke tijdsrelatie aan te geven.
snart In “så snart” betekent “snart” niet alleen “snel”, maar vormt het met “så” de betekenis “zodra”. Je gebruikt “så snart” vóór een gebeurtenis om aan te geven dat iets direct daarna gebeurt.
tænder “tænder” betekent hier “aangaat” en beschrijft het moment waarop de telefoon weer begint te werken. Het staat in “min telefon tænder”; je kunt deze vorm gebruiken voor een apparaat dat wordt ingeschakeld of aangaat.
Lad “Lad” betekent hier “laat” en geeft een instructie om de telefoon aangesloten te houden. In “Lad telefonen være tilsluttet” staat het aan het begin van de opdracht; je gebruikt dit patroon om te zeggen dat iets in een bepaalde toestand moet blijven.
telefonen “telefonen” betekent “de telefoon” en verwijst naar de specifieke telefoon die wordt opgeladen. De bepaalde vorm staat als object na “Lad” in “Lad telefonen ...”; je gebruikt het wanneer duidelijk is over welke telefoon je spreekt.
være “være” betekent hier “zijn” of “blijven” in “være tilsluttet”. Na “Lad telefonen” beschrijft het de toestand waarin de telefoon moet blijven; je gebruikt het in instructies om een toestand te handhaven.
tilsluttet “tilsluttet” betekent “aangesloten” of “verbonden” en beschrijft hier een telefoon die aan de kabel of stroom is verbonden. In “være tilsluttet” geeft het de gewenste toestand aan; je gebruikt deze uitdrukking wanneer een apparaat aangesloten moet blijven.
indtil “indtil” betekent “totdat” en markeert het moment waarop de instructie stopt: wanneer de batterij genoeg is opgeladen. Je gebruikt “indtil” vóór een gebeurtenis of toestand die als eindpunt dient.
opladet “opladet” betekent hier “opgeladen” en beschrijft de toestand van de batterij. In “batteriet er opladet nok” geeft het aan dat de batterij voldoende geladen is; je kunt deze vorm gebruiken om te zeggen dat een batterij klaar is voor gebruik.

Grammatica

næsten + adjektiv

Batteriet er næsten tomt.

Bèdərie-th èa nèstən tomd.

De batterij is bijna leeg.

næsten is een bijwoord en staat vóór het bijvoeglijk naamwoord tomt; het betekent ‘bijna’.

så snart + bijzin

Så snart telefonen tænder, bruger vi opladeren.

Soo snad tele-FOONən tènə, broe-ə vie oo-PLÈÈ-ən.

Zodra de telefoon aangaat, gebruiken we de oplader.

Na så snart volgt een bijzin met de persoonsvorm op de gewone tweede plaats in die bijzin.

Deens woordenschat

batteriet zelfstandig naamwoord
bèdərie-th de batterij
begge voornaamwoord
bè-gə allebei
det haster uitdrukking
de hès-də het is dringend
hjemme bijwoord
jèm-mə thuis
med dig uitdrukking
mee dai bij je
næsten bijwoord
nèstən bijna
oplader zelfstandig naamwoord
OO-plèèə oplader
powerbank zelfstandig naamwoord
PAU-ə-bèngk powerbank
stikkontakt zelfstandig naamwoord
stèg-kontè-gəd stopcontact
telefon zelfstandig naamwoord
tele-FOON telefoon
tomt bijvoeglijk naamwoord
tomd leeg
ved siden af voorzetsel
vee sienən è naast

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb ze allebei thuisgelaten.

Antwoord tonenJeg lod dem begge blive hjemme.

Ik moet dringend bellen.

Antwoord tonenJeg skal ringe, det haster.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

de batterij

Antwoord tonenbatteriet

allebei

Antwoord tonenbegge

telefoon

Antwoord tonentelefon

bijna

Antwoord tonennæsten