Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een telefoonbatterij opladen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Batteriet på min telefon er næsten tomt.
Bèdərie-th poo men tele-FOON èa nèstən tomd. De batterij van mijn telefoon is bijna leeg.Har du en oplader eller en powerbank med dig?
Haa doe en OO-plèèə elə PAU-ə-bèngk mee dai? Heb je een oplader of een powerbank bij je?Jeg lod dem begge blive hjemme.
Jai loo dem bè-gə blie-wə jèm-mə. Ik heb ze allebei thuisgelaten.Jeg skal ringe, det haster.
Jai skèl rèngə, de hès-də. Ik moet dringend bellen.Der er en stikkontakt ved siden af vinduet.
Dèa èa en stèg-kontè-gəd vee sienən è wennoe-əth. Er is een stopcontact naast het raam.Må jeg bruge dit kabel i et par minutter?
Moo jai broe-ə dit kee-blə ie et paa mie-NOE-də? Mag ik je kabel een paar minuten gebruiken?Du kan bruge det længe nok til at ringe.
Doe kan broe-ə de lengə nok tel ə rèngə. Je kunt hem lang genoeg gebruiken om te bellen.Jeg giver det tilbage, så snart min telefon tænder.
Jai kie-wə de te-BÈÈ-lə, soo snad men tele-FOON tènə. Ik geef hem terug zodra mijn telefoon aangaat.Lad telefonen være tilsluttet, indtil batteriet er opladet nok.
Lath tele-FOONən vèèə te-SLOE-dəd, en-del bèdərie-th èa OO-plèèth nok. Laat je telefoon aangesloten totdat de batterij genoeg is opgeladen.Uitleg van de zinnen
Batteriet på min telefon er næsten tomt.
De batterij van mijn telefoon is bijna leeg.
- Batteriet
- de batterij
- på
- van / op
- min
- mijn
- telefon
- telefoon
- er
- is
- næsten
- bijna
- tomt
- leeg
Uitgebreide uitleg
Batteriet betekent hier “de batterij”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van batteri: et batteri = “een batterij”, batteriet = “de batterij”. De uitgang -et markeert hier bepaaldheid en hoort ook bij het onzijdige woord batteri; het is niet een apart woord. Voorbeeld: Batteriet virker. — “De batterij werkt.” på verbindt batteriet met telefon en betekent hier “van” in de relatie “de batterij van de telefoon”. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook “op” betekenen, maar dat is niet de betekenis in deze zin. min betekent “mijn” en staat vóór telefon. Het is de bezittelijke vorm voor een enkelvoudig en-woord. Het zelfstandig naamwoord telefon is een en-woord: en telefon, dus min telefon. Bij een onzijdig enkelvoudig woord staat mit, bijvoorbeeld mit batteri = “mijn batterij”. telefon betekent “telefoon”. De vorm is hier onbepaald enkelvoud in de woordgroep min telefon; het bezit maakt de woordgroep niet automatisch bepaald. er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”) voor alle personen en enkelvoud/meervoud: jeg er, du er, de er. Hier koppelt het het onderwerp aan de toestand næsten tomt. næsten betekent “bijna”. Het verzacht of begrenst de daaropvolgende toestand: de batterij is nog niet volledig leeg, maar nadert die toestand. tomt betekent hier “leeg”. Het is de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord tom: en tom telefon is grammaticaal mogelijk in een andere betekenis, terwijl et tomt batteri “een lege batterij” betekent. In batteriet ... tomt stemt tomt overeen met het onzijdige woord batteri. De vorm verandert dus door het grammaticale geslacht van batteri, niet door het feit dat het woord bepaald is. Samen vormen Batteriet på min telefon en er næsten tomt de betekenis: “De batterij van mijn telefoon is bijna leeg.” De woordgroep noemt eerst wat bijna leeg is, daarna volgt met er de toestand; næsten maakt duidelijk dat de batterij nog niet helemaal leeg is.
Har du en oplader eller en powerbank med dig?
Heb je een oplader of een powerbank bij je?
- Har du
- heb je
- oplader
- oplader
- eller
- of
- powerbank
- powerbank
- med dig
- bij je
Uitgebreide uitleg
Har du betekent hier “heb je”. Har is de tegenwoordige tijd van at have (“hebben”); in een gewone mededelende zin staat het onderwerp ervoor: du har. In deze vraag staat het werkwoord vóór du, een gebruikelijke woordvolgorde voor een ja-neevraag. Voorbeeld: Har du tid? — “Heb je tijd?” oplader betekent hier “oplader”. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is opladeren (“de oplader”). Het onbepaalde en ervoor markeert een onbepaald zelfstandig naamwoord, maar drukt op zichzelf geen specifiek aantal uit. Voorbeeld: Jeg har en oplader. — “Ik heb een oplader.” eller betekent “of” en verbindt hier twee alternatieven. Het kan ook in andere keuzen worden gebruikt, bijvoorbeeld: Te eller kaffe? — “Thee of koffie?” powerbank betekent “powerbank”. Dit is een zelfstandig naamwoord; met en wordt het onbepaald geïntroduceerd: en powerbank. Voorbeeld: Jeg bruger en powerbank. — “Ik gebruik een powerbank.” med dig betekent letterlijk “met jou”, en betekent in deze combinatie “bij je” of “met je meegenomen”. dig is de vorm van “jou” die na een voorzetsel zoals med wordt gebruikt; het onderwerp is du, maar na med staat dig. De combinatie have ... med sig is een herbruikbaar patroon voor iets bij zich hebben: Jeg har min telefon med mig. — “Ik heb mijn telefoon bij me.” Samen vormt de zin de vraag of je een oplader of een powerbank bij je hebt: Har du [een van beide] med dig? De twee zelfstandige naamwoorden zijn met eller verbonden, zodat het om twee mogelijke opties gaat; med dig bepaalt dat het gevraagde voorwerp bij jou is.
Jeg lod dem begge blive hjemme.
Ik heb ze allebei thuisgelaten.
- Jeg
- ik
- lod
- liet
- dem
- hen/ze
- begge
- allebei
- blive
- blijven
- hjemme
- thuis
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik” en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. In het Deens blijft deze vorm hetzelfde als onderwerp bij de tegenwoordige en verleden tijd; de tijd wordt hier door het werkwoord aangegeven. lod is de verleden tijd van lade. In deze zin betekent lade niet “achterlaten”, maar “toestaan” of “ervoor zorgen dat iemand iets kan doen”. De combinatie lade nogen + infinitief betekent “iemand iets laten doen”. Voorbeeld: Hun lod barnet sove. — “Zij liet het kind slapen.” dem betekent hier “hen/ze” als meervoudig voorwerp. Het is de objectvorm van de (“zij/ze”). In lade dem blive is dem het voorwerp bij lade, maar tegelijk de persoon die in het volgende werkwoord de handeling uitvoert: zij blijven thuis. De vorm dem maakt geen onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk meervoud. begge betekent “allebei” of “beiden” en maakt expliciet dat het om twee personen of zaken gaat. Samen met dem vormt het de betekenis “ze allebei”. Voorbeeld: Begge kommer i morgen. — “Allebei komen ze morgen.” blive is de infinitief en betekent hier “blijven”. Na lade staat het werkwoord in deze basisvorm: lade nogen blive = “iemand laten blijven”. Het kan in andere contexten ook “worden” betekenen, maar na lade en naast hjemme is de betekenis hier “blijven”. hjemme is een bijwoord dat “thuis” betekent. Het beschrijft de plaats waar iemand blijft; het is geen zelfstandig naamwoord met een voorafgaand lidwoord. blive hjemme betekent dus “thuis blijven”. De zin volgt het patroon Jeg lod [dem begge] [blive hjemme]: “Ik liet [ze allebei] [thuis blijven].” Jeg lod plaatst de gebeurtenis in het verleden, dem begge benoemt de twee personen die het blijven uitvoeren, en blive hjemme geeft hun toestand en plaats aan. Als geheel betekent de zin: “Ik liet ze allebei thuis blijven.”
Jeg skal ringe, det haster.
Ik moet dringend bellen.
- Jeg skal
- ik moet
- ringe
- bellen
- det haster
- het is dringend
Uitgebreide uitleg
Jeg skal betekent hier “ik moet”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. skal is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord skulle; met een daaropvolgend werkwoord drukt het hier een verplichting of noodzaak uit. Na skal staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder een apart infinitiefteken. Voorbeeld: Jeg skal arbejde. — “Ik moet werken.” ringe betekent hier “bellen”. Dit is de infinitief van ringe; dezelfde vorm kan in het Deens ook in andere constructies voorkomen, maar na skal benoemt hij de handeling die moet gebeuren. Voorbeeld: Hun vil ringe senere. — “Zij wil later bellen.” det haster is een vaste uitdrukking voor “het is dringend” of “er is haast”. Det is hier een onpersoonlijk onderwerp en verwijst niet noodzakelijk naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. Haster is de tegenwoordige vorm van haste (“haast hebben”, “dringend zijn”). Voorbeeld: Det haster ikke. — “Het is niet dringend.” Samen vormt Jeg skal ringe de mededeling “ik moet bellen”. De daaropvolgende uitdrukking det haster geeft de reden of urgentie daarbij: “het is dringend”. De volledige betekenis is dus: “Ik moet dringend bellen.”
Der er en stikkontakt ved siden af vinduet.
Er is een stopcontact naast het raam.
- Der er
- er is
- en stikkontakt
- een stopcontact
- ved siden af
- naast
- vinduet
- het raam
Uitgebreide uitleg
Der er Deze vaste Deense constructie betekent hier “er is” en introduceert het bestaan of de aanwezigheid van iets. der is hier een formeel onderwerp zonder verwijzing naar een specifiek eerder genoemd ding; er is de tegenwoordige vorm van at være (“zijn”). Samen vormen ze de existentiële constructie der er. Voorbeeld: Der er en bog på bordet. — “Er is een boek op tafel.” De constructie kan dus ook iets aanwezige op een bepaalde plaats introduceren. en stikkontakt stikkontakt betekent hier “stopcontact”. Het is een zelfstandig naamwoord met het onbepaalde lidwoord en: en stikkontakt. Het lidwoord markeert hier een onbepaalde referentie, niet op zichzelf een expliciet aantal. De bepaalde vorm is stikkontakten (“het stopcontact”); het onbepaalde meervoud is stikkontakter (“stopcontacten”). ved siden af Dit is een vaste voorzetseluitdrukking met de betekenis “naast”. Ze geeft een plaatsrelatie aan: iets bevindt zich aan de zijkant van iets anders. Het daaropvolgende zelfstandig naamwoord levert het element waarvan de plaats wordt beschreven. Voorbeeld: Tasken står ved siden af stolen. — “De tas staat naast de stoel.” vinduet vinduet betekent hier “het raam”. De basisvorm is vindue; de uitgang -t maakt de bepaalde enkelvoudsvorm vinduet. vindue is een onzijdig zelfstandig naamwoord en neemt daarom het onbepaalde lidwoord et in et vindue. Vergelijk: et vindue — “een raam”; vinduet — “het raam”. De vorm vinduet verwijst naar een bepaald raam, zonder dat deze zin verder vastlegt welk raam dat is. Gehele zin De volgorde is Der er + en stikkontakt + ved siden af + vinduet: eerst wordt de aanwezigheid van een stopcontact geïntroduceerd, daarna wordt de plaats ervan bepaald als naast het raam. Daarom betekent de hele zin: “Er is een stopcontact naast het raam.”
Må jeg bruge dit kabel i et par minutter?
Mag ik je kabel een paar minuten gebruiken?
- Må jeg
- mag ik
- bruge
- gebruiken
- dit
- je/jouw
- kabel
- kabel
- et par
- een paar
- minutter
- minuten
Uitgebreide uitleg
Må jeg betekent hier “mag ik” en vormt een beleefde vraag om toestemming. må is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord må; het onderwerp jeg betekent “ik”. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at. bruge betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief; na må blijft deze vorm gelijk: Må jeg bruge ...? — “Mag ik ... gebruiken?” Voorbeeld: Må jeg åbne vinduet? — “Mag ik het raam openen?” dit betekent hier “je/jouw” en staat vóór kabel. Het is de vorm voor één bezeten zelfstandig naamwoord van het et-type: dit kabel. Bij een en-woord staat de overeenkomstige vorm din, en bij meervoud dine. De vorm dit zegt op zichzelf niet wie de eigenaar is buiten de aangesproken persoon; de vaste vertaling maakt hier “je/jouw” bedoeld. kabel betekent “kabel”. Het is een zelfstandig naamwoord van het et-type: et kabel in het enkelvoud en kabler in het meervoud. In deze zin gaat het om één bepaalde kabel die door dit als van de aangesprokene wordt aangeduid. et par betekent “een paar” of “enkele”. In deze tijdsaanduiding geeft het een kleine, niet noodzakelijk exact getelde hoeveelheid aan. Voorbeeld: Jeg venter et par minutter. — “Ik wacht een paar minuten.” minutter betekent “minuten”. Dit is het meervoud van minut: ét minut — “één minuut”, flere minutter — “meerdere minuten”. In et par minutter is het meervoud passend bij de kleine hoeveelheid tijd. Samen vormen de delen de vraag Må jeg bruge dit kabel i et par minutter?: “Mag ik je kabel een paar minuten gebruiken?” i et par minutter geeft aan gedurende welke korte tijd het gebruik wordt gevraagd. De hele zin is een beleefde toestemmingvraag, niet een bewering dat de spreker de kabel al gebruikt.
Du kan bruge det længe nok til at ringe.
Je kunt hem lang genoeg gebruiken om te bellen.
- Du kan
- je kunt
- bruge
- gebruiken
- det
- het / hem
- længe nok
- lang genoeg
- til at
- om te
- ringe
- bellen
Uitgebreide uitleg
Du kan betekent hier “je kunt”. Du is de tweede persoon enkelvoud. kan is de tegenwoordige tijd van kunne bij du en drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Na kan volgt een infinitief zonder at: Du kan bruge = “Je kunt gebruiken”. bruge betekent “gebruiken”. Het is de infinitief van bruge; na een modaal werkwoord zoals kan blijft deze vorm staan. Voorbeeld: Jeg kan bruge telefonen. = “Ik kan de telefoon gebruiken.” det is hier het Deense onzijdige voornaamwoord. In deze context verwijst het naar de eerder genoemde kabel; de vaste Nederlandse vertaling geeft dat weer met “hem”. Het voornaamwoord betekent zelf niet “kabel”. Kabel is in het Deens onzijdig: et kabel, waardoor det hierbij past. længe nok betekent “lang genoeg”. længe is hier een bijwoord dat een tijdsduur aanduidt; nok betekent hier “genoeg” en staat erachter. Voorbeeld: Vent længe nok. = “Wacht lang genoeg.” til at vormt hier samen met de daaropvolgende infinitief een doelconstructie met de betekenis “om te”. De infinitief ringe volgt dus in til at ringe. ringe betekent “bellen” en is hier de infinitief. Dezelfde vorm kan ook na een ander werkwoord staan, bijvoorbeeld in Jeg vil ringe. = “Ik wil bellen.” Samen betekent Du kan bruge det længe nok til at ringe.: “Je kunt hem lang genoeg gebruiken om te bellen.” De zin verbindt de mogelijkheid om het genoemde voorwerp te gebruiken met een voldoende lange gebruiksduur voor het doel “bellen”.
Jeg giver det tilbage, så snart min telefon tænder.
Ik geef hem terug zodra mijn telefoon aangaat.
- Jeg
- ik
- giver
- geef
- det
- hem
- tilbage
- terug
- så snart
- zodra
- min
- mijn
- telefon
- telefoon
- tænder
- aangaat
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier ‘ik’: het is de eerste persoon enkelvoud. Het staat als onderwerp bij giver. Vergelijk du (‘jij/je’) en vi (‘wij’); het werkwoord verandert mee met de persoon niet op dezelfde manier als in veel andere talen. giver is de tegenwoordige tijd van give (‘geven’): at give = ‘geven’, giver = ‘geef/geeft’. In deze zin gaat het om iets teruggeven. Voorbeeld: Jeg giver dig bogen. — ‘Ik geef je het boek.’ det is een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord. Hier is het het voorwerp dat wordt teruggegeven; de vaste vertaling maakt duidelijk dat het om hetzelfde eerder besproken voorwerp gaat. De vorm det zegt op zichzelf niet welk voorwerp dat precies is. Als zelfstandig naamwoordelijk voornaamwoord staat het tegenover bijvoorbeeld den, dat naar een-woorden kan verwijzen. tilbage betekent ‘terug’ en geeft de richting of het resultaat van giver aan. Samen vormen giver ... tilbage de herbruikbare combinatie ‘iets teruggeven’. Voorbeeld: Hun giver nøglen tilbage. — ‘Zij geeft de sleutel terug.’ så snart is een voegwoordelijke combinatie met de betekenis ‘zodra’ of ‘zo gauw als’. Het leidt de tijdsbepalende bijzin in die aangeeft wanneer iets gebeurt. Voorbeeld: Jeg ringer, så snart jeg kommer hjem. — ‘Ik bel zodra ik thuiskom.’ min betekent ‘mijn’ en staat hier vóór telefon, een enkelvoudig en-woord. De vorm past bij een enkelvoudig en-woord: min; vóór een onzijdig enkelvoudig woord staat mit, en bij meervoud mine. Voorbeeld: min bog — ‘mijn boek’, maar mit hus — ‘mijn huis’. telefon betekent ‘telefoon’. Het is een en-woord: en telefon; het bepaalde enkelvoud is telefonen. In min telefon is de telefoon degene die in de bijzin de handeling uitvoert. tænder is de tegenwoordige tijd van tænde (‘aanzetten; aangaan’). Hier betekent het dat de telefoon aangaat, niet dat de spreker hem aanzet: min telefon tænder = ‘mijn telefoon gaat aan’. Voorbeeld: Lyset tænder automatisk. — ‘Het licht gaat automatisch aan.’ De hoofdzin Jeg giver det tilbage betekent ‘Ik geef het terug’. De bijzin så snart min telefon tænder betekent ‘zodra mijn telefoon aangaat’. Samen vormen ze: ‘Ik geef het terug zodra mijn telefoon aangaat.’ De woordvolgorde laat min telefon als onderwerp van tænder zien; så snart verbindt die tijdsbepaling met de hoofdzin.
Lad telefonen være tilsluttet, indtil batteriet er opladet nok.
Laat je telefoon aangesloten totdat de batterij genoeg is opgeladen.
- Lad … være
- laat ... zijn
- telefonen
- de telefoon
- tilsluttet
- aangesloten
- indtil
- totdat
- batteriet
- de batterij
- er opladet
- is opgeladen
- nok
- genoeg
Uitgebreide uitleg
Lad ... være vormt hier een bevel: zorg ervoor dat iets in een bepaalde toestand blijft. Lad is de gebiedende wijs van lade; være is de infinitief van være (zijn). In dit patroon staat er een toestand na være: Lad døren være åben. — Laat de deur open. telefonen betekent hier, volgens de vaste vertaling, “je telefoon”. De vorm is bepaald enkelvoud van telefon: en telefon → telefonen. De Deense bepaaldheidsuitgang geeft geen bezit aan; “je” komt hier uit de bedoelde context en de vertaling, niet uit de vorm telefonen zelf. tilsluttet betekent “aangesloten” en beschrijft de toestand van de telefoon. Het is verwant aan het werkwoord tilslutte (aansluiten). In være tilsluttet beschrijft het dus niet een losse handeling, maar het resultaat of de toestand: aangesloten zijn. Voorbeeld: Computeren er tilsluttet. — De computer is aangesloten. indtil is een voegwoord met de betekenis “totdat”. Het leidt de grens aan waarop de hoofdhandeling niet langer hoeft te worden volgehouden. Voorbeeld: Vent, indtil jeg kommer. — Wacht totdat ik kom. batteriet is de bepaalde enkelvoudsvorm van et batteri: et batteri → batteriet. Het verwijst hier naar de batterij die bij de bedoelde telefoon hoort; de vorm zelf drukt die relatie niet als bezit uit. er opladet betekent “is opgeladen”. er is de tegenwoordige vorm van være bij het onderwerp batteriet; opladet is de vorm die de bereikte toestand “opgeladen” beschrijft, van oplade (opladen). Vergelijk: Jeg oplader batteriet. — Ik laad de batterij op. Dat is een handeling, terwijl Batteriet er opladet. — De batterij is opgeladen. — een toestand beschrijft. nok betekent “genoeg” en staat hier na opladet om aan te geven dat de vereiste mate van opladen is bereikt. Batteriet er opladet nok. — De batterij is genoeg opgeladen. Samen geeft Lad telefonen være tilsluttet de instructie om je telefoon aangesloten te houden. indtil batteriet er opladet nok bepaalt hoe lang: totdat de batterij voldoende is opgeladen. De volledige betekenis is daarom: “Laat je telefoon aangesloten totdat de batterij genoeg is opgeladen.”
Grammatica
næsten + adjektiv
Batteriet er næsten tomt.
Bèdərie-th èa nèstən tomd.De batterij is bijna leeg.
næsten is een bijwoord en staat vóór het bijvoeglijk naamwoord tomt; het betekent ‘bijna’.
så snart + bijzin
Så snart telefonen tænder, bruger vi opladeren.
Soo snad tele-FOONən tènə, broe-ə vie oo-PLÈÈ-ən.Zodra de telefoon aangaat, gebruiken we de oplader.
Na så snart volgt een bijzin met de persoonsvorm op de gewone tweede plaats in die bijzin.
Deens woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik heb ze allebei thuisgelaten.
Antwoord tonen
Jeg lod dem begge blive hjemme.Ik moet dringend bellen.
Antwoord tonen
Jeg skal ringe, det haster.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
de batterij
Antwoord tonen
batterietallebei
Antwoord tonen
beggetelefoon
Antwoord tonen
telefonbijna