Buitengesloten om hulp vragen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home, one adult asks for a place to wait while calling a landlord about being locked out of an apartment..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Buitengesloten om hulp vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg er låst ude af min lejlighed.

Jai è loost oe-dhuh èw men lai-lè-hee-eth. Ik ben buitengesloten van mijn appartement.
B

Har du en ekstra nøgle et sted?

Haa doe en eg-sdraa neu-luh eh sdee? Heb je ergens een reservesleutel?
A

Nej, men min udlejer har måske en.

Nai, men men oe-dh-lai-er haa moo-sgee en. Nee, maar mijn verhuurder heeft er misschien een.
B

Prøv at ringe til din udlejer nu.

Pruhw-uh reng-uh tel den oe-dh-lai-er noe. Probeer je verhuurder nu te bellen.
A

Må jeg vente indenfor, mens jeg ringer?

Moo jai ven-uh en-for, mens jai reng-er? Mag ik binnen wachten terwijl ik bel?
B

Kom bare ind og bliv lidt.

Kom baa-uh en oh bleeuw leth. Kom maar even binnen.
B

Det er koldt derude.

Deh è kol dè-roeh-dhuh. Het is koud buiten.
A

Jeg vil forklare, hvad der skete, og spørge om nøglen.

Jai vel fo-klè-uh, va de sgee-uh, oh spuh-uh om neu-len. Ik zal uitleggen wat er is gebeurd en naar de sleutel vragen.
B

Sig til, hvis du har brug for noget, mens du venter.

See tel, ves doe haa broeuw for noo-dh, mens doe ven-er. Laat het me weten als je tijdens het wachten iets nodig hebt.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg er låst ude af min lejlighed.

    Ik ben buitengesloten van mijn appartement.

    Jeg
    ik
    er
    ben
    låst ude
    buitengesloten
    af
    van / uit
    min
    mijn
    lejlighed
    appartement
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is het onderwerp. De vorm blijft jeg voor één spreker; in een andere persoon gebruik je bijvoorbeeld du (“jij”) of han (“hij”). Voorbeeld: Jeg bor her. — “Ik woon hier.” er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). Het verbindt het onderwerp met de huidige toestand: Jeg er træt. — “Ik ben moe.” De verleden tijd is var (“was”), maar die vorm past niet bij de huidige toestand in deze zin. låst ude is de vaste combinatie “buitengesloten zijn”. låst is de vorm die hier bij være staat; hij hangt samen met låse (“op slot doen”/“afsluiten”), terwijl ude “buiten” of “eruit” betekent. Samen beschrijft de combinatie een toestand: iemand kan niet naar binnen omdat diegene buiten is buitengesloten. Voorbeeld: Hun er låst ude. — “Zij is buitengesloten.” af verbindt die toestand met de plaats waaruit iemand is buitengesloten. In deze combinatie betekent het natuurlijk “uit” of “van”: låst ude af huset — “uit het huis buitengesloten”. De betekenis van af hangt dus af van de combinatie; hier is het geen los alternatief voor elk gebruik van “van”. min betekent “mijn” en staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het en-type. Het zelfstandig naamwoord lejlighed is zo’n woord: en lejlighed. Bij een et-woord gebruik je mit, en bij het meervoud mine: mit hus (“mijn huis”), mine nøgler (“mijn sleutels”). lejlighed betekent “appartement” of “woning”. Het is een zelfstandig naamwoord met het grammaticale geslacht en: en lejlighed, bepaald lejligheden, meervoud lejligheder. In deze zin is min lejlighed de plaats waaruit de spreker is buitengesloten. De delen vormen samen: Jeg er (“ik ben”) + låst ude (“buitengesloten”) + af min lejlighed (“uit mijn appartement”). De volledige betekenis is daarom: “Ik ben buitengesloten van mijn appartement.” De zin beschrijft de huidige situatie; hij zegt niet waardoor de deur op slot is gegaan.

  2. Har du en ekstra nøgle et sted?

    Heb je ergens een reservesleutel?

    Har du
    heb je
    ekstra
    extra
    nøgle
    sleutel
    et sted
    ergens
    Uitgebreide uitleg

    Har du vormt hier de vraag “heb je?”. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); du betekent “je/jij”. In een gewone mededelende zin staat het onderwerp voor het werkwoord, maar in deze ja/nee-vraag staat het werkwoord voor het onderwerp: Du har ... → Har du ...?. ekstra betekent hier “extra” in de zin van “reserve-” of “een bijkomende”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat vóór het zelfstandig naamwoord: en ekstra nøgle (“een reservesleutel”). nøgle is het zelfstandig naamwoord “sleutel”. De vorm met het onbepaalde lidwoord is en nøgle; een bepaalde enkelvoudsvorm is nøglen (“de sleutel”) en het meervoud is nøgler (“sleutels”). Het lidwoord en markeert hier een onbepaald zelfstandig naamwoord; op zichzelf beweert het geen specifiek aantal. et sted is een vaste bijwoordelijke uitdrukking met de betekenis “ergens”. In deze uitdrukking betekent et sted dus niet simpelweg een afzonderlijk genoemd “een plaats”, maar bepaalt het waar de reservesleutel zich eventueel bevindt. Een vergelijkbare vraag is: Bor du et sted i nærheden? — “Woon je ergens in de buurt?” Samen ontstaat de ja/nee-vraag Har du en ekstra nøgle et sted?: “Heb je ergens een reservesleutel?” De vraag combineert het vraagpatroon Har du ...? met het naamwoordelijk geheel en ekstra nøgle en de plaatsbepaling et sted.

  3. Nej, men min udlejer har måske en.

    Nee, maar mijn verhuurder heeft er misschien een.

    Nej
    nee
    men
    maar
    min
    mijn
    udlejer
    verhuurder
    har
    heeft
    måske
    misschien
    en
    er een
    Uitgebreide uitleg

    Nej betekent hier “nee” en is een zelfstandig antwoord op de voorafgaande vraag. In een ontkennende volledige zin wordt vaak ikke gebruikt, maar dat woord staat niet in deze uiting. men betekent “maar” en verbindt de ontkenning met de daaropvolgende aanvulling. Voorbeeld: Nej, men hun kommer. — “Nee, maar zij komt.” min betekent hier “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Deze vorm hoort bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord zoals udlejer. Bij een meervoud staat mine, bijvoorbeeld mine nøgler — “mijn sleutels”; bij een enkelvoudig onzijdig woord staat mit. udlejer betekent “verhuurder”: de persoon die iets verhuurt. Het is een en-woord: en udlejer, bepaald udlejeren. Voorbeeld: Min udlejer ringer. — “Mijn verhuurder belt.” har is de tegenwoordige vorm van have (“hebben”). Deze vorm blijft in het Deens gelijk bij verschillende personen: jeg har, du har, hun har — “ik heb”, “jij hebt”, “zij heeft”. Hier is min udlejer degene die iets heeft. måske betekent “misschien” en maakt de bewering onzeker. Het staat hier vóór het slotdeel. Voorbeeld: Måske har han en. — “Misschien heeft hij er een.” en is hier geen lidwoord, maar een zelfstandig onbepaald voornaamwoord: het staat voor een eerder genoemd soort voorwerp dat niet opnieuw wordt uitgesproken. In deze context betekent har en dus “heeft er een”. Bij een onzijdig woord kan het voornaamwoord et zijn, bijvoorbeeld Hun har et. — “Zij heeft er een.” In deze gebruikswijze kan en wel naar één exemplaar verwijzen, maar het is hier niet het zelfstandig gebruikte telwoord dat de zin als geheel op een aantal laat focussen. Samen vormen min udlejer het onderwerp “mijn verhuurder”. Nej, men geeft “Nee, maar”, måske beperkt de zekerheid, en har en betekent “heeft er een”, waarbij en het eerder besproken soort voorwerp vertegenwoordigt. De volledige betekenis is: “Nee, maar mijn verhuurder heeft er misschien een.”

  4. Prøv at ringe til din udlejer nu.

    Probeer je verhuurder nu te bellen.

    Prøv
    probeer
    ringe til
    bellen naar
    din
    je/jouw
    udlejer
    verhuurder
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Prøv is de gebiedende wijs van prøve (“proberen”). Hier geeft het een verzoek of aansporing: “probeer”. De infinitief na deze vorm staat met at: Prøv at ... = “Probeer ...”. Voorbeeld: Prøv at læse. — “Probeer te lezen.” ringe til betekent hier “naar iemand bellen”. Het werkwoord is ringe; til hoort bij deze constructie wanneer de gebelde persoon wordt genoemd. De infinitief ringe volgt op at: at ringe til .... Voorbeeld: Jeg ringer til min ven. — “Ik bel mijn vriend.” din is een bezittelijk woord voor “je/jouw”. Deze vorm staat bij één bezeten zelfstandig naamwoord van het Deense gemeenschappelijke geslacht, zoals udlejer; bij een onzijdig enkelvoud staat dit, en bij meervoud dine. Het drukt bezit of verbondenheid met de aangesprokene uit, niet op zichzelf een bepaald aantal bezitters. udlejer betekent “verhuurder”: de persoon die een woning of andere ruimte verhuurt. Het is een zelfstandig naamwoord. De context noemt dezelfde verhuurder ook in min udlejer (“mijn verhuurder”), maar din udlejer verwijst grammaticaal naar de verhuurder die bij de aangesprokene hoort; de zin bepaalt niet verder wie dat is. nu betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Het hoort bij de hele oproepactie, niet alleen bij udlejer. Samen vormen de delen Prøv at + ringe til din udlejer + nu: “Probeer nu je verhuurder te bellen.” De gebiedende wijs maakt er een aansporing van, at ringe benoemt de handeling die geprobeerd moet worden, en til din udlejer noemt de persoon die gebeld moet worden.

  5. Må jeg vente indenfor, mens jeg ringer?

    Mag ik binnen wachten terwijl ik bel?

    Må jeg
    mag ik
    vente
    wachten
    indenfor
    binnen
    mens
    terwijl
    ringer
    bel
    Uitgebreide uitleg

    Må jeg is een vaste vraagopening om toestemming te vragen: “mag ik …?” må drukt hier toestemming uit; jeg betekent “ik”. Na må volgt een infinitief zonder at. vente betekent hier “wachten”. Het is de infinitief na het modale werkwoord må. Herbruikbaar patroon: Må jeg + infinitief? — “Mag ik …?” indenfor is een bijwoord en betekent hier “binnen”. Het geeft de plaats aan waar de spreker wil wachten; de zin specificeert niet verder waarbinnen. mens is een voegwoord met de betekenis “terwijl”. Het verbindt de hoofdzin met een bijzin van gelijktijdigheid. ringer betekent hier “bel”. Het is de tegenwoordige tijd van ringe (“bellen”). De Deense tegenwoordige tijd verandert hier niet naar persoon of getal: jeg ringer betekent “ik bel”, maar ook du ringer betekent “jij belt”. Samen vormen Må jeg vente indenfor? de toestemmingsvraag “Mag ik binnen wachten?” De bijzin mens jeg ringer betekent “terwijl ik bel” en geeft aan wat gelijktijdig met het wachten gebeurt. De volledige zin betekent dus: “Mag ik binnen wachten terwijl ik bel?”

  6. Kom bare ind og bliv lidt.

    Kom maar even binnen.

    Kom
    kom
    bare
    maar; gewoon
    ind
    naar binnen
    bliv
    blijf
    lidt
    even
    Uitgebreide uitleg

    Kom is de gebiedende wijs van komme (“komen”). De vorm richt zich hier rechtstreeks tot de aangesprokene: “kom”. Voorbeeld: Kom ind! — “Kom binnen!” bare betekent hier “maar” of “gewoon” en verzacht de uitnodiging; het drukt hier geen hoeveelheid uit. Kom bare is een herbruikbaar patroon voor een geruststellende uitnodiging, zoals Kom bare med. — “Ga gerust mee.” ind betekent “naar binnen” en geeft de richting aan. Samen vormen kom en ind de combinatie “naar binnen komen”. In de zin staat ind na Kom. bliv is de gebiedende wijs van blive (“blijven”). Hier nodigt het de aangesprokene uit om na het binnenkomen te blijven, niet alleen binnen te komen. Voorbeeld: Bliv her. — “Blijf hier.” lidt betekent hier “even” of “een tijdje”. Bij bliv geeft het een korte, niet precies gemeten verblijfsduur aan: bliv lidt — “blijf even”. Voorbeeld: Vent lidt. — “Wacht even.” og verbindt de twee opdrachten: binnenkomen en een tijdje blijven. De combinatie kom bare ind og bliv lidt is daardoor een uitnodiging met beide handelingen. In de vaste Nederlandse vertaling wordt het binnenkomen weergegeven als “kom maar even binnen”; de Deense zin noemt daarnaast ook het korte blijven. Als geheel betekent Kom bare ind og bliv lidt.: “Kom maar naar binnen en blijf even.” De context maakt deze uitnodiging passend bij het feit dat het buiten koud is. De formulering is alledaags en vriendelijk.

  7. Det er koldt derude.

    Het is koud buiten.

    Det er
    het is
    koldt
    koud
    derude
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    Det er vormt hier de onpersoonlijke mededeling “het is”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”): jeg er, du er, det er. In deze zin verwijst det niet naar een specifiek genoemd voorwerp; het is het grammaticale onderwerp bij een weers- of omgevingstoestand. koldt betekent hier “koud”. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord kold die bij het onzijdige det past. De basisreeks is kold (gemeenschappelijk enkelvoud), koldt (onzijdig enkelvoud) en kolde (meervoud en bepaalde vormen). Bijvoorbeeld: Et koldt rum betekent “een koude kamer”; rummet er koldt betekent “de kamer is koud”. derude betekent “daar buiten” of, in deze zin natuurlijker, “buiten”. Het is een plaatsbijwoord en bestaat hier uit der (“daar”) en ude (“buiten”); samen wijst het op een plek buiten de huidige binnenruimte. Een bruikbaar contrast is herinde (“hierbinnen”) tegenover derude (“daarbuiten”). Samen geeft Det er koldt derude. de vaste betekenis: “Het is koud buiten.” De volgorde is een onpersoonlijk onderwerp (Det), het werkwoord “zijn” (er), de toestand (koldt) en de plaatsaanduiding (derude).

  8. Jeg vil forklare, hvad der skete, og spørge om nøglen.

    Ik zal uitleggen wat er is gebeurd en naar de sleutel vragen.

    Jeg vil
    ik zal / ik ben van plan
    forklare
    uitleggen
    hvad der skete
    wat er gebeurd is
    spørge om
    vragen naar
    nøglen
    de sleutel
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier ‘ik zal’ en geeft aan wat de spreker van plan is. vil is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord ville; na vil staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder apart infinitiefteken. vil verandert niet naar de persoon; de persoon wordt hier door het onderwerp Jeg aangegeven. Vergelijk: Jeg vil vente. — ‘Ik zal wachten.’ forklare betekent ‘uitleggen’. Dit is de infinitief na vil. De vorm verandert hier niet mee met Jeg. hvad der skete is een ingebedde vraag met de betekenis ‘wat er is gebeurd’. hvad vraagt naar datgene wat gebeurde, en skete is de verleden tijd van ske (‘gebeuren’). der functioneert hier als een formeel grammaticaal element bij de gebeurtenis; het betekent hier niet zelfstandig ‘daar’. De woordvolgorde verschilt van die in een directe vraag: Hvad skete der? betekent ‘Wat gebeurde er?’, maar binnen deze bijzin staat hvad der skete. spørge om betekent ‘vragen naar’. spørge is de infinitief en om hoort bij deze betekenis wanneer de spreker naar informatie of een zaak vraagt. Voorbeeld: Jeg vil spørge om adressen. — ‘Ik zal naar het adres vragen.’ nøglen betekent ‘de sleutel’. nøgle is de onbepaalde enkelvoudsvorm; nøglen is de bepaalde enkelvoudsvorm met het achtervoegsel -en. Het zelfstandig naamwoord is hier dus enkelvoudig, niet meervoudig. Een onbepaalde vorm is en nøgle — ‘een sleutel’. De twee infinitiefgroepen zijn met og (‘en’) verbonden: Jeg vil forklare = ‘ik zal uitleggen’, en spørge om nøglen = ‘naar de sleutel vragen’. Samen betekent de hele zin: ‘Ik zal uitleggen wat er is gebeurd en naar de sleutel vragen.’

  9. Sig til, hvis du har brug for noget, mens du venter.

    Laat het me weten als je tijdens het wachten iets nodig hebt.

    Sig til
    laat het me weten
    hvis
    als
    du har brug for
    je nodig hebt
    noget
    iets
    mens
    terwijl
    venter
    wacht
    Uitgebreide uitleg

    Sig til betekent hier “laat het me weten”. Dit is een vaste, bruikbare uitdrukking voor iemand vragen om informatie door te geven. Sig is de gebiedende wijs van sige (“zeggen”); til hoort bij deze uitdrukking en betekent hier niet simpelweg “naar”. Voorbeeld: Sig til, når du er klar. — “Laat het me weten wanneer je klaar bent.” hvis leidt een voorwaarde in en betekent hier “als”. Het maakt duidelijk dat het tweede deel alleen geldt onder de genoemde omstandigheid. Een vergelijkbaar patroon is hvis du har tid — “als je tijd hebt”. du har brug for betekent hier “je nodig hebt”. De kern is have brug for (“nodig hebben”); har is de tegenwoordige tijd van have bij du. De volledige uitdrukking wordt gevolgd door datgene wat nodig is. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” noget betekent “iets” en verwijst hier onbepaald naar wat de aangesprokene nodig kan hebben. Het geeft niet aan wat dat precies is. Voorbeeld: Har du brug for noget? — “Heb je iets nodig?” mens betekent “terwijl” en verbindt een handeling of toestand met een andere handeling die gedurende die tijd plaatsvindt. Het is iets anders dan hvis: mens geeft tijd aan, terwijl hvis een voorwaarde introduceert. Voorbeeld: Læs, mens du venter. — “Lees terwijl je wacht.” venter is de tegenwoordige tijd van vente (“wachten”). In du venter staat du als onderwerp naast deze werkwoordsvorm. De vorm venter draagt in het Deens hier geen aparte persoonsuitgang voor du; het onderwerp maakt duidelijk wie wacht. Voorbeeld: Jeg venter her. — “Ik wacht hier.” Samen ontstaat de structuur Sig til, hvis ... , mens ...: eerst een verzoek om iets te laten weten, daarna de voorwaarde — dat de aangesprokene iets nodig heeft — en ten slotte de tijdsomstandigheid waarin dat gebeurt. De volledige betekenis is: “Laat het me weten als je tijdens het wachten iets nodig hebt.”

Grammatica

have brug for + noget

Hvis du har brug for noget, så sig til.

Ves doe haa broeuw for noo-dh, soo see tel.

Als je iets nodig hebt, laat het dan weten.

De vaste uitdrukking have brug for betekent ‘nodig hebben’ en wordt gevolgd door wat je nodig hebt.

hvis + bijzin

Ring til udlejer, hvis du er låst ude.

Reng tel oe-dh-lai-er, ves doe è loost oe-dhuh.

Bel de verhuurder als je buitengesloten bent.

hvis leidt een voorwaardelijke bijzin in. In het Deens staat het werkwoord vóór het onderwerp in de hoofdzin.

Deens woordenschat

ekstra bijvoeglijk naamwoord
eg-sdraa extra
et sted uitdrukking
eh sdee ergens
lejlighed zelfstandig naamwoord
lai-lè-hee-eth appartement
Geslacht
common
låst bijvoeglijk naamwoord
loost buitengesloten
måske bijwoord
moo-sgee misschien
nu bijwoord
noe nu
nøgle zelfstandig naamwoord
neu-luh sleutel
Geslacht
common
prøve werkwoord
pruhw-uh proberen
ringe werkwoord
reng-uh bellen
ude bijwoord
oe-dhuh buiten
udlejer zelfstandig naamwoord
oe-dh-lai-er verhuurder
Geslacht
common
vente werkwoord
ven-uh wachten

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kom maar even binnen.

Antwoord tonenKom bare ind og bliv lidt.

Het is koud buiten.

Antwoord tonenDet er koldt derude.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

buitengesloten

Antwoord tonenlåst

extra

Antwoord tonenekstra

verhuurder

Antwoord tonenudlejer

sleutel

Antwoord tonennøgle