Hulp bij een kapotte paraplu | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Outside in heavy rain, one adult offers shelter and an extra umbrella after another person's umbrella breaks..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Hulp bij een kapotte paraplu oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Min paraply gik i stykker i den stærke vind.

Men parapluu kik ie stükker ie den sterkə ven. Mijn paraplu ging stuk in de harde wind.
B

Kom ind under halvtaget, før du bliver helt gennemblødt.

Kom en onner halteet, feur doe bliea held gremblööt. Kom onder de overkapping voordat je helemaal doorweekt raakt.
A

Regnen er kraftiger, end den så ud til.

Raunən ea krafdiea, en den soo oed tel. De regen is heviger dan hij leek.
B

Du kan låne min ekstra paraply.

Doe kan loone men ekstra parapluu. Je kunt mijn extra paraplu lenen.
A

Er du sikker på, at du ikke har brug for den?

Ea doe seka poo, èd doe ekə haa broe fo den? Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?
B

Jeg har en regnjakke, så jeg kan klare mig.

Jai haa en raun-jagə, soo jai kan klea mai. Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.
A

Jeg kan give dig den tilbage i morgen.

Jai kan gievə dai den te-bèegə ie moorn. Ik kan hem morgen terugbrengen.
B

Bare hold dig tør på vej hjem.

Baaə hol dai teur poo vai jem. Blijf gewoon droog op weg naar huis.

Uitleg van de zinnen

  1. Min paraply gik i stykker i den stærke vind.

    Mijn paraplu ging stuk in de harde wind.

    Min
    mijn
    paraply
    paraplu
    gik i stykker
    ging stuk
    stærke
    harde
    vind
    wind
    Uitgebreide uitleg

    Min betekent hier “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het is een bezittelijk woord: min wordt gebruikt bij een en-woord in het enkelvoud, zoals paraply. Vergelijk bijvoorbeeld mit hus (“mijn huis”) bij een et-woord en mine bøger (“mijn boeken”) in het meervoud. paraply betekent “paraplu”. Het is een zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is paraplyen (“de paraplu”) en het meervoud is paraplyer (“paraplu’s”). In deze zin vormt min paraply samen “mijn paraplu”. gik i stykker is de vaste uitdrukking “ging stuk” of “raakte defect”. In deze uitdrukking staat gik, de verleden tijd van gå (“gaan”), samen met i stykker; je vertaalt de combinatie niet woord voor woord als “ging in stukken”. Voorbeeld: Min cykel gik i stykker. — “Mijn fiets ging stuk.” stærke betekent hier “harde” en beschrijft de wind. Het basiswoord is stærk (“sterk”, en afhankelijk van de context ook “hard”). De vorm stærke verschijnt hier vóór een bepaald zelfstandig naamwoord: den stærke vind. Vergelijk stærk vind (“harde wind”) zonder den en stærke vinde (“harde winden”) bij een meervoud. vind betekent “wind”. Het is een zelfstandig naamwoord en staat hier in het enkelvoud; den maakt de woordgroep bepaald: “de wind”. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt in den stærke vind de vorm stærke. Samen vormen i den stærke vind de plaats- of omstandighedenbepaling “in de harde wind”. De delen van de zin zijn dus Min paraply (“mijn paraplu”), gik i stykker (“ging stuk”) en i den stærke vind (“in de harde wind”). De volledige betekenis is: “Mijn paraplu ging stuk in de harde wind.”

  2. Kom ind under halvtaget, før du bliver helt gennemblødt.

    Kom onder de overkapping voordat je helemaal doorweekt raakt.

    Kom ind
    kom binnen
    under
    onder
    halvtaget
    de overkapping
    før
    voordat
    du bliver
    je raakt / je wordt
    helt
    helemaal
    gennemblødt
    doorweekt
    Uitgebreide uitleg

    Kom ind is een aansporing aan de aangesprokene. Kom is de gebiedende wijs van komme (“komen”); de vorm heeft hier geen zichtbaar persoons- of getalskenmerk. Ind voegt de richting naar binnen toe. Samen vormt dit een herbruikbaar patroon: Kom ind! = “Kom binnen!”; de precieze bestemming kan daarna volgen. Under is een voorzetsel met de betekenis “onder”. Het verbindt de beweging hier met de plaatsaanduiding under halvtaget: naar een plek onder de overkapping. Voorbeeld: Katten ligger under bordet. = “De kat ligt onder de tafel.” Halvtaget betekent hier “de overkapping”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van halvtag; -et markeert bij dit zelfstandig naamwoord de bepaalde vorm. Het woord duidt een overdekte constructie aan, niet zomaar een willekeurig dak. In deze zin is het de plek waaronder de aangesprokene moet komen. Før leidt een tijdsbepalende bijzin in en betekent “voordat”. De gebeurtenis in die bijzin moet dus nog niet hebben plaatsgevonden op het moment van de hoofdhandeling. Voorbeeld: Vask hænderne, før du spiser. = “Was je handen voordat je eet.” Du bliver betekent hier “je raakt” of “je wordt”. Du is de tweede persoon enkelvoud: de aangesprokene. Bliver is de tegenwoordige tijd van blive; het onderwerp staat er expliciet bij. In bliver gennemblødt drukt blive een overgang naar een toestand uit, niet alleen een verblijf in een al bestaande toestand. Helt versterkt het daaropvolgende toestandswoord en betekent “helemaal”. Het maakt duidelijk dat de toestand volledig is: niet slechts gedeeltelijk nat, maar volledig doorweekt. Gennemblødt betekent “doorweekt”. Het beschrijft de toestand die ontstaat in bliver gennemblødt. Het vormt samen met bliver een bruikbaar patroon: blive + toestand = “raken/worden + toestand”. Voorbeeld: Hun bliver træt. = “Zij wordt moe.” De hoofdhandeling is Kom ind under halvtaget: kom naar binnen, naar de plek onder de overkapping. før du bliver helt gennemblødt geeft de grens in de tijd aan: doe dat voordat je helemaal doorweekt raakt. Als geheel betekent de zin: “Kom onder de overkapping voordat je helemaal doorweekt raakt.” De gebiedende wijs maakt de zin direct en praktisch van toon.

  3. Regnen er kraftiger, end den så ud til.

    De regen is heviger dan hij leek.

    Regnen
    de regen
    er
    is
    kraftiger
    heviger
    end
    dan
    den så ud til
    hij leek
    Uitgebreide uitleg

    Regnen betekent hier “de regen”. Het is de bepaalde vorm van regn (“regen”): regn → regnen. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, niet meervoud. Voorbeeld: Regnen falder. — “De regen valt.” er betekent hier “is”. Het is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”); deze vorm verandert in het Deens niet volgens persoon of getal. Hier verbindt er het onderwerp met de beschrijving die volgt. kraftiger heeft hier, overeenkomstig de vaste vertaling, de vergelijkende betekenis “heviger”. Het relevante basiswoord is kraftig (“hevig, krachtig”). De gebruikelijke vergelijkende vorm daarvan is kraftigere, met superlatief kraftigst; de aangeleverde bronvorm kraftiger moet daarbij onveranderd blijven. De vergelijking gaat over de intensiteit van de regen, niet over de grootte ervan. end leidt het tweede deel van een vergelijking in en betekent hier “dan”. Een bruikbaar patroon is X er ... end Y: “X is ... dan Y”. den så ud til betekent hier “hij leek”. den is een enkelvoudig voornaamwoord van het gemeenschappelijk geslacht; volgens de vaste vertaling verwijst het hier naar de regen. så is de verleden tijd van se (“zien”), maar in de constructie se ud til betekent het geheel “lijken” of “eruitzien alsof”. Voorbeeld: Det ser ud til at regne. — “Het lijkt te regenen.” Samen heeft de zin de structuur Regnen er kraftiger end den så ud til: de regen is heviger dan hij eerder leek. De vergelijking stelt de nu beoordeelde intensiteit tegenover de eerdere indruk.

  4. Du kan låne min ekstra paraply.

    Je kunt mijn extra paraplu lenen.

    Du kan
    je kunt
    låne
    lenen
    min
    mijn
    ekstra
    extra
    paraply
    paraplu
    Uitgebreide uitleg

    Du kan betekent hier “je kunt”. Du is het Deense persoonlijke voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud. Kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”) en drukt hier mogelijkheid of toestemming uit. Na kan volgt een werkwoord in de infinitief, zonder apart infinitiefwoord: Du kan komme = “Je kunt komen”. låne betekent hier “lenen”, in de zin van iets tijdelijk van iemand krijgen. Het is de infinitief die na het modale werkwoord kan staat. Dezelfde vorm kan in een andere constructie ook betrekking hebben op uitlenen; het zinsverband bepaalt de richting. Voor “Ik leen een boek van haar” kun je bijvoorbeeld zeggen: Jeg låner en bog af hende. min betekent “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord dat bezit aanduidt. Deze vorm hoort bij één enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord, zoals paraply; bij een onzijdig enkelvoud staat mit, en bij meervoud mine. Voorbeeld: min bog = “mijn boek”, maar mit hus = “mijn huis”. ekstra betekent “extra”. Het beschrijft hier paraply en staat ervoor. In deze attributieve betekenis verandert ekstra niet mee naar geslacht of getal: en ekstra paraply en ekstra paraplyer. paraply betekent “paraplu”. Het is hier een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht; de bepaalde vorm is paraplyen en een meervoudsvorm is paraplyer. In de zin is het de zaak die geleend kan worden. Samen vormen de delen: Du kan + de infinitief låne + de bezitsbepaling min + het beschrijvende woord ekstra + het zelfstandig naamwoord paraply. De volledige betekenis is: “Je kunt mijn extra paraplu lenen.”

  5. Er du sikker på, at du ikke har brug for den?

    Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?

    Er du
    ben je
    sikker
    zeker
    ikke
    niet
    har brug for
    nodig hebben
    den
    hem
    Uitgebreide uitleg

    Er du vormt een vraag met de tegenwoordige vorm er van at være (zijn) en het voornaamwoord du (jij, tweede persoon enkelvoud). In een gewone mededelende zin staat de volgorde bijvoorbeeld Du er sikker. — ‘Je bent zeker.’ In de vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Er du sikker? — ‘Weet je het zeker?’ sikker is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘zeker’ of ‘ervan overtuigd’. Hier hoort het bij de vaste verbinding sikker på gevolgd door datgene waarvan iemand zeker is: Jeg er sikker på det. — ‘Ik weet dat zeker.’ Het woord verandert hier niet door du; de persoonsinformatie zit in er en du. ikke is de ontkenning ‘niet’. In deze hoofdzin staat het vóór de werkwoordelijke groep har brug for: du ikke har brug for ... betekent ‘dat je ... niet nodig hebt’. De ontkenning maakt dus van ‘je hebt het nodig’ de betekenis ‘je hebt het niet nodig’. har brug for is een vaste Deense uitdrukking voor ‘nodig hebben’. De basisvorm van het werkwoord is at have (hebben); har is de tegenwoordige vorm. Deze vorm blijft in het Deens hetzelfde bij verschillende personen: jeg har, du har, de har. Bijvoorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — ‘Ik heb hulp nodig.’ den is hier een zelfstandig gebruikt voornaamwoord als lijdend voorwerp. Het verwijst in deze context naar de paraplu uit de vorige zin, Deens en paraply; de vaste vertaling geeft hetzelfde aan met ‘hem’. Den wordt gebruikt voor een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht; bij een onzijdig woord staat det. Het is hier geen lidwoord vóór een zelfstandig naamwoord, maar vervangt dat zelfstandig naamwoord. Samen geeft Er du sikker på, at du ikke har brug for den? de vraag ‘Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?’ De vraagvorm Er du ...? vraagt bevestiging, sikker på introduceert datgene waarover zekerheid wordt gevraagd, en de bijzin at du ikke har brug for den bevat de ontkenning en het voornaamwoord voor de paraplu.

  6. Jeg har en regnjakke, så jeg kan klare mig.

    Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.

    har
    hebben
    regnjakke
    regenjas
    så
    dus
    kan
    kan
    klare mig
    me redden
    Uitgebreide uitleg

    har betekent hier “hebben” in de tegenwoordige tijd. In het Deens blijft deze vorm in de tegenwoordige tijd hetzelfde bij verschillende personen: jeg har en du har. Voorbeeld: Jeg har tid. — “Ik heb tijd.” regnjakke is een samenstelling van regn (“regen”) en jakke (“jas”): “regenjas”. Het woord benoemt hier het voorwerp dat de spreker heeft. Het onbepaalde lidwoord en geeft aan dat het om een niet nader bepaalde regenjas gaat; op zichzelf beweert en geen specifieke hoeveelheid. så verbindt een reden met het gevolg: “dus” of “daarom”. Hier volgt na så het gevolg van het hebben van een regenjas. Voorbeeld: Det regner, så jeg bliver hjemme. — “Het regent, dus ik blijf thuis.” kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne (“kunnen”). De vorm kan wordt in de tegenwoordige tijd bij verschillende personen gebruikt. Hier drukt hij uit dat de spreker zich kan redden. Na kan staat de infinitief zonder at, zoals in kan klare. Voorbeeld: Jeg kan komme i morgen. — “Ik kan morgen komen.” klare mig is een veelgebruikte combinatie met de betekenis “me redden” of “het aankunnen”. klare is het werkwoord; mig is de objectvorm van het voornaamwoord bij de eerste persoon enkelvoud en heeft hier een wederkerige functie: het verwijst naar dezelfde persoon als jeg. Met een andere persoon verandert het voornaamwoord, bijvoorbeeld du kan klare dig (“jij redt je”). Samen betekent Jeg har en regnjakke, så jeg kan klare mig.: “Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.” Jeg har en regnjakke geeft de beschikbare hulpbron; så leidt het gevolg in; jeg kan klare mig zegt dat de spreker zich daarmee kan redden. De formulering is alledaags en geschikt voor een gewone conversatie.

  7. Jeg kan give dig den tilbage i morgen.

    Ik kan hem morgen terugbrengen.

    Jeg kan
    ik kan
    give
    geven
    dig
    jou
    den
    hem
    tilbage
    terug
    i morgen
    morgen
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier “ik kan” en bestaat uit jeg (“ik”) plus de tegenwoordige vorm kan van kunne (“kunnen”). Na een modaal werkwoord zoals kan staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at: Jeg kan give ... = “Ik kan ... geven”. give is de infinitief van give (“geven”). In deze zin krijgt het de betekenis “teruggeven” door de combinatie met tilbage. Het patroon give nogen noget betekent “iemand iets geven”; give dig den tilbage betekent dus “het aan jou teruggeven”. Voorbeeld: Jeg kan give dig bogen. — “Ik kan jou het boek geven.” dig betekent hier “jou” en is de objectsvorm van het persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud. Het onderwerp gebruikt du, maar na een werkwoord gebruikt het Deens dig: Du kan hjælpe dig heeft echter een andere betekenis dan Jeg kan hjælpe dig, waarin dig de persoon is die geholpen wordt. den is een persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. Hier verwijst het naar het voorwerp dat wordt teruggegeven; de vaste vertaling geeft dat weer met “hem”. De vorm den verschilt hierin van det, dat bij enkelvoudige onzijdige zelfstandige naamwoorden wordt gebruikt. Voorbeeld: Jeg har bogen. Jeg giver den tilbage. — “Ik heb het boek. Ik geef het terug.” tilbage betekent “terug”. Bij give maakt het duidelijk dat iets aan de eerdere bezitter of ontvanger wordt teruggegeven, niet zomaar voor het eerst wordt gegeven. De combinatie give ... tilbage is daardoor een herbruikbaar patroon voor “... teruggeven”. i morgen betekent “morgen”, de dag na vandaag. De voorzetselgroep staat hier na het werkwoordelijke deel en geeft aan wanneer het teruggeven plaatsvindt. Vergelijk: Jeg kommer i morgen. — “Ik kom morgen.” Samen vormen de delen Jeg kan give dig den tilbage (“Ik kan het aan jou teruggeven”) en i morgen (“morgen”) de volledige betekenis: “Ik kan het morgen aan jou teruggeven.” De zin drukt daarmee de mogelijkheid of bereidheid van de spreker uit om het betreffende voorwerp morgen terug te geven.

  8. Bare hold dig tør på vej hjem.

    Blijf gewoon droog op weg naar huis.

    Bare
    gewoon
    hold dig
    blijf (je)
    tør
    droog
    vej
    weg
    hjem
    naar huis
    Uitgebreide uitleg

    Bare betekent hier “gewoon” of “maar” en verzacht de aansporing; het voegt geen nieuwe handeling toe. In andere contexten kan het ook “alleen” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde betekenis. hold dig bestaat uit de gebiedende wijs hold van holde (“houden”) en het wederkerende voornaamwoord dig (“je/jou”). Samen vormt dit hier het patroon “blijf …” of “zorg dat je … blijft”. De gebiedende wijs richt zich op één aangesproken persoon. Een bruikbaar patroon is hold dig + bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld Hold dig varm. — “Blijf warm.” tør betekent hier “droog” en beschrijft de toestand waarin de aangesprokene moet blijven. Het bijvoeglijk naamwoord drukt in het Deens geen persoon uit. Het kan wel van vorm veranderen naar grammaticaal geslacht en getal: tør, tørt, tørre; in deze zin staat de vorm tør. Het tegenovergestelde is våd — “nat”. på vej betekent “op weg”. Hier geeft deze woordgroep de situatie aan waarin de aangesprokene droog moet blijven. vej is het zelfstandig naamwoord “weg” of “route”. hjem betekent hier “naar huis” en staat na vej in de vaste woordgroep på vej hjem, “op weg naar huis”. In deze betekenis is hjem een bijwoord, geen zelfstandig naamwoord met een voorafgaand lidwoord. Voorbeeld: Hun er på vej hjem. — “Zij is op weg naar huis.” Samen vormen Bare hold dig tør en på vej hjem de aansporing: “Blijf gewoon droog op weg naar huis.” De volledige betekenis van de vaste zin is dus: “Blijf gewoon droog op weg naar huis.”

Grammatica

før + sætning

før regnen bliver kraftigere

feur raunən bliea krafdiea

voordat de regen heviger wordt

Na før volgt een bijzin met onderwerp en werkwoord; bliver staat na het onderwerp.

kraftig → kraftigere

regnen bliver kraftigere

raunən bliea krafdiea

de regen wordt heviger

De vergrotende trap van een bijvoeglijk naamwoord krijgt vaak -ere: kraftig wordt kraftigere.

Deens woordenschat

bliver werkwoord
bliea wordt
før voegwoord
feur voordat
gennemblødt bijvoeglijk naamwoord
gremblööt doorweekt
gik i stykker uitdrukking
kik ie stükker ging stuk
halvtaget zelfstandig naamwoord
halteet de overkapping
helt bijwoord
held helemaal
kom ind uitdrukking
kom en kom binnen
min bepaler
men mijn
paraply zelfstandig naamwoord
parapluu paraplu
stærke bijvoeglijk naamwoord
sterkə sterke
under voorzetsel
onner onder
vind zelfstandig naamwoord
ven wind

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Je kunt mijn extra paraplu lenen.

Antwoord tonenDu kan låne min ekstra paraply.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

paraplu

Antwoord tonenparaply

wind

Antwoord tonenvind

de overkapping

Antwoord tonenhalvtaget

onder

Antwoord tonenunder