Hulp bij een kapotte paraplu | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Outside in heavy rain, one adult offers shelter and an extra umbrella after another person's umbrella breaks..

NL → DA / Niveau: A2

Over deze les

Met Hulp bij een kapotte paraplu oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Min paraply gik i stykker i den stærke vind.

Men parapluu kik ie stükker ie den sterkə ven. Mijn paraplu ging stuk in de harde wind.
B

Kom ind under halvtaget, før du bliver helt gennemblødt.

Kom en onner halteet, feur doe bliea held gremblööt. Kom onder de overkapping voordat je helemaal doorweekt raakt.
A

Regnen er kraftiger, end den så ud til.

Raunən ea krafdiea, en den soo oed tel. De regen is heviger dan hij leek.
B

Du kan låne min ekstra paraply.

Doe kan loone men ekstra parapluu. Je kunt mijn extra paraplu lenen.
A

Er du sikker på, at du ikke har brug for den?

Ea doe seka poo, èd doe ekə haa broe fo den? Weet je zeker dat je hem niet nodig hebt?
B

Jeg har en regnjakke, så jeg kan klare mig.

Jai haa en raun-jagə, soo jai kan klea mai. Ik heb een regenjas, dus ik red me wel.
A

Jeg kan give dig den tilbage i morgen.

Jai kan gievə dai den te-bèegə ie moorn. Ik kan hem morgen terugbrengen.
B

Bare hold dig tør på vej hjem.

Baaə hol dai teur poo vai jem. Blijf gewoon droog op weg naar huis.

Woord voor woord

Min ‘Min’ betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat de paraplu van de spreker is. In ‘Min paraply’ staat deze bezitsvorm vóór het zelfstandig naamwoord, een patroon dat je bij bezit kunt hergebruiken.
paraply ‘paraply’ betekent ‘paraplu’ en benoemt het voorwerp dat door de wind kapotging. In ‘Min paraply’ staat het woord na een bezitsvorm; je gebruikt het ook in ‘ekstra paraply’ voor een extra paraplu.
gik i stykker ‘Gik i stykker’ betekent hier dat de paraplu kapotging of beschadigd raakte. ‘Gik’ geeft de gebeurtenis aan, ‘i’ verbindt het werkwoord met ‘stykker’, en ‘stykker’ verwijst naar stukken; samen vormen ze de uitdrukking ‘gik i stykker’. Gebruik deze hele uitdrukking voor iets dat tijdens gebruik kapotgaat.
i ‘I’ betekent hier ‘in’ en plaatst het kapotgaan in de omstandigheden ‘i den stærke vind’. Het verbindt een gebeurtenis met een plaats of omstandigheid, zoals in ‘i den stærke vind’.
den ‘Den’ betekent in ‘den stærke vind’ ‘de’ en hoort bij het zelfstandig naamwoord ‘vind’. In ‘den?’ verwijst ‘den’ naar de paraplu en betekent het ‘die’ of ‘hem’; de precieze functie komt dus uit de context.
stærke ‘Stærke’ betekent hier ‘sterke’ en beschrijft de wind in ‘den stærke vind’. Het staat in deze woordgroep tussen ‘den’ en het zelfstandig naamwoord, een gebruikelijk patroon bij een bepaald beschreven zelfstandig naamwoord.
vind ‘Vind’ betekent ‘wind’ en benoemt de omstandigheid waardoor de paraplu kapotging. In ‘den stærke vind’ wordt het voorafgegaan door een bepaler en een beschrijving.
Kom ‘Kom’ is hier een directe uitnodiging of instructie om naar binnen te gaan. Het opent de zin ‘Kom ind under halvtaget’; aan het begin van een zin kan het zo een onmiddellijke aanwijzing aan een gesprekspartner geven.
ind ‘Ind’ voegt in ‘Kom ind under halvtaget’ de richting naar binnen toe. ‘Under halvtaget’ geeft aan waarheen de persoon moet gaan; samen helpt de uitdrukking iemand bij hevige regen naar een beschutte plek.
under ‘Under’ betekent hier ‘onder’ en geeft de positie ten opzichte van ‘halvtaget’ aan. In ‘under halvtaget’ staat het vóór de plaats of het voorwerp waaronder iemand bescherming vindt.
halvtaget ‘Halvtaget’ betekent hier ‘de overkapping’ of ‘het afdak’ en verwijst naar de beschutte plek. In ‘under halvtaget’ benoemt het wat boven de persoon bescherming biedt.
før ‘Før’ betekent ‘voordat’ en geeft aan dat de ene handeling eerder moet gebeuren dan de andere. In ‘før du bliver helt gennemblødt’ leidt het een hele bijzin in; dit patroon gebruik je om een waarschuwing of tijdsvolgorde uit te drukken.
du ‘Du’ betekent ‘jij’ of ‘je’ en verwijst naar de persoon tegen wie wordt gesproken. Het is het onderwerp in ‘du bliver’ en ‘Du kan låne’; aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als ‘Du’.
bliver ‘Bliver’ betekent hier ‘wordt’ of ‘raakt’ en beschrijft de overgang naar een doorweekte toestand. In ‘bliver helt gennemblødt’ staat het vóór de toestand; het patroon ‘bliver + toestand’ kun je gebruiken voor iets dat zo gaat worden.
helt ‘Helt’ betekent hier ‘helemaal’ of ‘volledig’ en versterkt ‘gennemblødt’. In ‘helt gennemblødt’ geeft het aan dat iemand volledig nat is, niet slechts een beetje.
gennemblødt ‘Gennemblødt’ betekent ‘doorweekt’ en beschrijft de toestand die door de regen dreigt te ontstaan. In ‘bliver helt gennemblødt’ volgt het op ‘bliver’ en benoemt het de toestand waarin de aangesprokene terechtkomt.
Regnen ‘Regnen’ betekent ‘de regen’ en verwijst naar de regen die op dat moment valt. In ‘Regnen er kraftiger’ is het onderwerp van de vergelijking en staat het aan het begin van de zin.
er ‘Er’ betekent in ‘Regnen er kraftiger’ ‘is’ en verbindt de regen met haar beschreven eigenschap. Dezelfde vorm staat als ‘Er’ aan het begin van de vraag ‘Er du sikker?’; daar opent hij een vraag.
kraftiger ‘Kraftiger’ betekent hier ‘heviger’ of ‘zwaarder’ en vergelijkt de regen met hoe die eerst leek. Het staat vóór ‘end’ in ‘kraftiger, end den så ud til’; zo gebruik je het in een vergelijking.
end ‘End’ betekent hier ‘dan’ en verbindt de twee kanten van de vergelijking. In ‘kraftiger, end den så ud til’ volgt het op een vergelijkende beschrijving en leidt het de vergelijking in.
‘Så’ draagt in ‘så ud til’ het idee bij van hoe iets eruitzag of leek. Samen met ‘ud’ en ‘til’ vormt het de verbinding die zegt dat de regen zwaarder was dan hij aanvankelijk leek.
ud ‘Ud’ maakt in ‘så ud til’ deel uit van de verbinding voor uiterlijk of schijn. Het helpt samen met ‘så’ en ‘til’ om te beschrijven hoe iets leek, niet om een beweging naar buiten aan te geven.
til ‘Til’ voltooit in ‘så ud til’ de verbinding die betekent dat iets ergens op leek. In deze zin heeft het dus geen zelfstandige betekenis van een bestemming, maar hoort het bij de beschrijving van de indruk.
kan ‘Kan’ betekent hier ‘kan’ en drukt mogelijkheid of vermogen uit. In ‘kan låne’, ‘kan klare’ en ‘kan give’ staat het vóór een werkwoord; het patroon ‘kan + werkwoord’ gebruik je om te zeggen wat iemand kan doen.
låne ‘Låne’ betekent hier ‘lenen’ in het aanbod ‘Du kan låne min ekstra paraply’. Omdat B de paraplu aanbiedt aan A, gaat het om de mogelijkheid voor A om die te lenen; het woord staat na ‘kan’.
ekstra ‘Ekstra’ betekent ‘extra’ en beschrijft de paraplu als een aanvullende paraplu naast de paraplu die al kapot is. In ‘min ekstra paraply’ staat het vóór het zelfstandig naamwoord en na de bezitsvorm.
sikker ‘Sikker’ betekent hier ‘zeker’ en vraagt of iemand ergens van overtuigd is. In ‘Er du sikker på, at ...’ staat het in een vaste verbinding waarmee je naar iemands zekerheid over een volgende uitspraak vraagt.
‘På’ hoort in ‘sikker på, at ...’ bij de uitdrukking voor ‘zeker zijn van’. Het verbindt ‘sikker’ met datgene waarover iemand zekerheid heeft, hier de bijzin die met ‘at’ begint.
at ‘At’ betekent hier ‘dat’ en leidt de inhoud in van waar iemand zeker van is. In ‘at du ikke har brug for den’ introduceert het de hele bijzin na ‘sikker på’.
ikke ‘Ikke’ betekent ‘niet’ en ontkent hier dat de aangesprokene de paraplu nodig heeft. In ‘ikke har brug for den’ staat het vóór de rest van de ontkende handeling.
har brug for ‘Har brug for’ betekent samen ‘nodig hebben’. ‘Har’ betekent ‘hebben’, ‘brug’ draagt het idee van gebruik of behoefte bij, en ‘for’ verbindt dat met wat nodig is; in ‘har brug for den’ verwijst ‘den’ naar het benodigde voorwerp. Gebruik de volledige verbinding vóór een object om te zeggen wat iemand nodig heeft.
Jeg ‘Jeg’ betekent ‘ik’ en verwijst naar de spreker. In ‘Jeg har’ en ‘Jeg kan’ staat het als onderwerp vóór het werkwoord; je gebruikt het om je eigen bezit, mogelijkheid of handeling uit te drukken.
en ‘En’ betekent hier ‘een’ en introduceert één niet nader bepaalde regenjas. In ‘en regnjakke’ staat het direct vóór het zelfstandig naamwoord.
regnjakke ‘Regnjakke’ betekent ‘regenjas’ en benoemt het kledingstuk dat bescherming tegen de regen biedt. In ‘en regnjakke’ wordt het voorafgegaan door het onbepaalde lidwoord ‘en’.
klare ‘Klare’ betekent hier ‘redden’ of ‘het aankunnen’ in ‘kan klare mig’. Na ‘kan’ staat het als de handeling die de spreker kan uitvoeren; samen met ‘mig’ zegt de spreker dat die zichzelf kan redden.
mig ‘Mig’ betekent hier ‘mij’ of ‘mezelf’ en verwijst naar de spreker in ‘klare mig’. Het staat na ‘klare’ omdat de spreker aangeeft dat hij of zij zichzelf kan redden; dit gebruik past bij de uitdrukking ‘kan klare mig’.
give ‘Give’ betekent hier ‘geven’ in de betekenis van teruggeven, binnen ‘give dig den tilbage’. ‘Give’ staat na ‘kan’, terwijl ‘dig’, ‘den’ en ‘tilbage’ aangeven aan wie wat wordt teruggegeven en dat het teruggaat.
dig ‘Dig’ betekent hier ‘jou’ of ‘aan jou’ en verwijst naar de ontvanger in ‘give dig den tilbage’. Het staat na ‘give’ en vóór het voorwerp ‘den’, een gebruikelijke volgorde wanneer je zegt aan wie je iets geeft.
tilbage ‘Tilbage’ betekent ‘terug’ en voegt aan de handeling het idee van terugkeer toe. In ‘give dig den tilbage’ maakt het duidelijk dat de paraplu weer aan de ander wordt gegeven; het staat aan het einde van deze woordgroep.
morgen ‘Morgen’ betekent hier ‘morgen’ in de uitdrukking ‘i morgen’, dus de volgende dag. ‘I morgen’ geeft aan wanneer de spreker de paraplu zal teruggeven en is een veelgebruikte tijdsbepaling.
Bare ‘Bare’ betekent hier ‘gewoon’ of ‘alleen maar’ en beperkt de instructie tot droog thuiskomen. In ‘Bare hold dig tør’ staat het vooraan om een eenvoudige, praktische aanwijzing te geven.
hold ‘Hold’ geeft in ‘hold dig tør’ de instructie om droog te blijven of die toestand te behouden. Het werkt hier samen met ‘dig’ voor de persoon en ‘tør’ voor de gewenste toestand; dit patroon gebruik je bij aanwijzingen om een toestand vast te houden.
tør ‘Tør’ betekent ‘droog’ en beschrijft de toestand die de aangesprokene moet behouden. In ‘hold dig tør’ staat het na ‘dig’ en maakt het duidelijk dat de persoon niet nat moet worden op weg naar huis.
vej ‘Vej’ betekent hier ‘weg’ of ‘route’ in ‘på vej hjem’. De uitdrukking beschrijft iemand die onderweg is; je gebruikt ‘på vej’ om aan te geven dat iemand ergens naartoe gaat.
hjem ‘Hjem’ betekent hier ‘naar huis’ en geeft in ‘på vej hjem’ de bestemming aan. Het staat na ‘vej’ zonder afzonderlijk richtingswoord; deze hele uitdrukking betekent dat iemand onderweg naar huis is.

Grammatica

før + sætning

før regnen bliver kraftigere

feur raunən bliea krafdiea

voordat de regen heviger wordt

Na før volgt een bijzin met onderwerp en werkwoord; bliver staat na het onderwerp.

kraftig → kraftigere

regnen bliver kraftigere

raunən bliea krafdiea

de regen wordt heviger

De vergrotende trap van een bijvoeglijk naamwoord krijgt vaak -ere: kraftig wordt kraftigere.

Deens woordenschat

bliver werkwoord
bliea wordt
før voegwoord
feur voordat
gennemblødt bijvoeglijk naamwoord
gremblööt doorweekt
gik i stykker uitdrukking
kik ie stükker ging stuk
halvtaget zelfstandig naamwoord
halteet de overkapping
helt bijwoord
held helemaal
kom ind uitdrukking
kom en kom binnen
min bepaler
men mijn
paraply zelfstandig naamwoord
parapluu paraplu
stærke bijvoeglijk naamwoord
sterkə sterke
under voorzetsel
onner onder
vind zelfstandig naamwoord
ven wind

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Je kunt mijn extra paraplu lenen.

Antwoord tonenDu kan låne min ekstra paraply.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

paraplu

Antwoord tonenparaply

wind

Antwoord tonenvind

de overkapping

Antwoord tonenhalvtaget

onder

Antwoord tonenunder