Het weer controleren voordat we vertrekken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Before leaving, two adults check the weather and decide to pack a light jacket and a small umbrella..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Het weer controleren voordat we vertrekken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Kan du tjekke vejrappen, før vi går?

Kan doe tsjekke vairappen, feur vie koor? Kun je de weerapp controleren voordat we vertrekken?
B

Der står, at der er en lille chance for regn.

Dair sdohr, ad dair air en lelle sjangse fohr rain. Er staat dat er een kleine kans op regen is.
A

Himlen ser allerede overskyet ud.

Hemlen seer allede ohversküh-et oed. De lucht ziet er nu al bewolkt uit.
B

Temperaturen falder også i aften.

Temperatoeren felder oosoo ie afden. De temperatuur zal vanavond ook dalen.
A

Skal jeg tage en let jakke med?

Sgèl jai tee en leet yake mee dh? Zal ik een lichte jas meenemen?
B

En let jakke og en lille paraply ville hjælpe.

En leet yake oh en lelle parapluu velle jèlbe. Een lichte jas en een kleine paraplu zouden helpen.
A

Så kan jeg lægge dem begge i min taske.

Soo kèn jai lèje dem bège ie mien tèsge. Dan kan ik ze allebei in mijn tas doen.
B

Det burde være nok til regnen og den køligere aften.

De boer dhe veere nok tel rainen oh den keulieere afden. Dat zou genoeg moeten zijn voor de regen en de koelere avond.

Uitleg van de zinnen

  1. Kan du tjekke vejrappen, før vi går?

    Kun je de weerapp controleren voordat we vertrekken?

    Kan du
    kun je
    tjekke
    controleren
    vejrappen
    de weerapp
    før
    voordat
    vi
    wij
    går
    vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Kan du is een herbruikbare vraagconstructie: kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”), gevolgd door het onderwerp du (“jij”). In een hoofdvraag staat het werkwoord hier vóór het onderwerp. Na kan staat tjekke in de infinitief: Kan du tjekke ...? = “Kun je ... controleren?” tjekke betekent hier “controleren” of “nakijken”. De infinitief is tjekke; na modale werkwoorden zoals kan blijft die vorm onveranderd. Voorbeeld: Kan du tjekke adressen? — “Kun je de adressen controleren?” vejrappen is een samengesteld zelfstandig naamwoord: vejr (“weer”) + app (“app”). De uitgang -en maakt het enkelvoud bepaald: en vejrapp = “een weerapp”, vejrappen = “de weerapp”. Het is dus het lijdend voorwerp van tjekke. før betekent “voordat” en leidt hier de bijzin in. Het geeft aan dat het controleren plaatsvindt vóór de handeling in die bijzin. Een herbruikbaar patroon is før + onderwerp + werkwoord, bijvoorbeeld: før vi spiser — “voordat we eten”. vi betekent “wij/we”. Het is de eerste persoon meervoud en is hier het onderwerp van de bijzin. De vorm verwijst naar de groep waarvan de spreker deel uitmaakt; de precieze groepsomvang wordt door deze zin niet bepaald. går is de tegenwoordige vorm van gå (“gaan/lopen”). In deze context betekent het “vertrekken” of “gaan”; de context maakt duidelijk dat het om weggaan gaat, niet noodzakelijk om lopen als vervoerswijze. De tegenwoordige vorm kan in het Deens ook een toekomstige of geplande handeling aanduiden wanneer de context dat ondersteunt. Samen vormen de delen: Kan du tjekke vejrappen (“Kun je de weerapp controleren”) + før vi går (“voordat we vertrekken”). De volledige vraag is dus: “Kun je de weerapp controleren voordat we vertrekken?”

  2. Der står, at der er en lille chance for regn.

    Er staat dat er een kleine kans op regen is.

    Der står
    er staat
    der er
    er is
    lille
    klein
    chance
    kans
    regn
    regen
    Uitgebreide uitleg

    Der står betekent hier “er staat” in de betekenis van “er staat geschreven” of “de tekst vermeldt”. Het werkwoord is stå (“staan”); står is de tegenwoordige tijd. Der is hier een onpersoonlijk, inhoudsloos element in de constructie; het verwijst niet naar een bepaald ding. In een andere context kan stå ook letterlijk “staan” betekenen: Der står et navn på døren. — Er staat een naam op de deur. der er is de Deense existentiële constructie voor “er is” of “er zijn”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”); der is ook hier een onpersoonlijk element zonder concrete referent. Voorbeeld: Der er en fejl. — Er is een fout. lille betekent hier “kleine” en beschrijft chance. De vorm is lille bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zowel van het en-type als het et-type: en lille chance, maar ook et lille hus. In het meervoud is de vorm små, bijvoorbeeld små chancer (“kleine kansen”). chance betekent “kans”. Het is een zelfstandig naamwoord van het en-type: en chance, meervoud chancer. Een veelgebruikt patroon is en chance for + iets dat mogelijk is, zoals in en lille chance for sne — een kleine kans op sneeuw. In deze zin gaat het om de waarschijnlijkheid dat er regen komt. regn betekent “regen”. Het woord wordt hier zonder lidwoord gebruikt als een niet-afgebakend weersverschijnsel, na for: chance for regn — kans op regen. Voorbeeld: Vi får regn i morgen. — We krijgen morgen regen. Samen vormt Der står, at der er en lille chance for regn de structuur “Er staat dat er een kleine kans op regen is.” at leidt de inhoud van wat er staat in; binnen die bijzin maakt der er een existentiële mededeling, gevolgd door en lille chance for regn. De hele uiting meldt dus dat een tekst of bron een kleine mogelijkheid van regen vermeldt.

  3. Himlen ser allerede overskyet ud.

    De lucht ziet er nu al bewolkt uit.

    Himlen
    de lucht
    ser … ud
    eruitzien
    allerede
    al
    overskyet
    bewolkt
    Uitgebreide uitleg

    Himlen betekent hier “de lucht” of “de hemel”. Het is de bepaalde vorm van himmel (“lucht/hemel”): en himmel → himlen. De vorm is enkelvoud en bepaald; de Nederlandse vertaling maakt duidelijk dat het hier om de lucht gaat. Voorbeeld: Himlen er blå. — “De lucht is blauw.” ser ... ud is de vaste Deense constructie voor “eruitzien”. Het werkwoord ser is de tegenwoordige tijd van se (“zien”); ud hoort hier bij de constructie en vormt samen met ser de betekenis “eruitzien”. De constructie kan met een bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt: Det ser mærkeligt ud. — “Dat ziet er vreemd uit.” allerede betekent “al” of “reeds” en geeft aan dat iets op dit moment of vóór een verwacht later moment het geval is. In deze zin versterkt nu al in de vertaling het idee dat de toestand al zichtbaar is. Voorbeeld: Det regner allerede. — “Het regent al.” overskyet betekent hier “bewolkt”. Het beschrijft de toestand van himlen en staat na ser ... ud als beschrijving van hoe de lucht eruitziet. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord die hier bij het onderwerp past; bij deze vorm is geen afzonderlijke uitgang zichtbaar. Voorbeeld: Vejret ser overskyet ud. — “Het weer ziet er bewolkt uit.” Samen vormen de delen Himlen + ser ... ud + allerede + overskyet de betekenis: “De lucht ziet er nu al bewolkt uit.” De zin beschrijft dus het huidige uiterlijk of de huidige toestand van de lucht, waarbij allerede aangeeft dat die toestand al merkbaar is.

  4. Temperaturen falder også i aften.

    De temperatuur zal vanavond ook dalen.

    Temperaturen
    de temperatuur
    falder
    daalt
    også
    ook
    i aften
    vanavond
    Uitgebreide uitleg

    Temperaturen betekent hier “de temperatuur”. De vorm temperaturen bestaat uit het zelfstandig naamwoord temperatur met de bepaalde uitgang -en: temperatur = een temperatuur, temperaturen = de temperatuur. Het woord is enkelvoud; het verwijst in deze zin naar de temperatuur als onderwerp, zonder dat een specifiek meetpunt wordt genoemd. falder betekent hier “daalt”. Dit is de tegenwoordige tijd van falde (“dalen”): jeg falder = ik daal, temperaturen falder = de temperatuur daalt. In combinatie met een toekomstige tijdsbepaling kan de tegenwoordige tijd ook naar de toekomst verwijzen. Daarom kan de vaste vertaling natuurlijk “zal vanavond dalen” gebruiken. Falde is niet hetzelfde als sænke: falde beschrijft dat iets zelf lager wordt, terwijl sænke meestal betekent dat iemand of iets iets anders lager maakt. også betekent “ook”. Het voegt deze bewering toe aan een andere relevante omstandigheid of verwachting. In deze zin hoort også bij de hele bewering dat de temperatuur daalt; het betekent niet “nog” als aanduiding van duur. i aften is de vaste tijdsbepaling “vanavond”. Aften betekent “avond”; met i vormt het hier de uitdrukking voor de avond van vandaag. Vergelijk: i morgen = morgen en i går = gisteren. Samen vormen de delen: Temperaturen falder = “de temperatuur daalt”, også = “ook”, en i aften = “vanavond”. De volledige betekenis is dus: “De temperatuur zal vanavond ook dalen.” De plaatsing van også vóór de tijdsbepaling maakt duidelijk dat de daling als een extra relevante bewering wordt toegevoegd, terwijl i aften het tijdstip aangeeft.

  5. Skal jeg tage en let jakke med?

    Zal ik een lichte jas meenemen?

    Skal jeg
    zal ik …?
    tage … med
    meenemen
    let
    licht
    jakke
    jas
    Uitgebreide uitleg

    Skal jeg vormt hier een vraag naar de voorgenomen handeling van de spreker: “zal ik …?” Skal is de tegenwoordige vorm van skulle; vóór een infinitief, zoals tage, drukt het hier een voorstel of geplande handeling uit. Voorbeeld: Skal jeg åbne vinduet? — “Zal ik het raam openen?” tage is de infinitief van tage, “nemen”. Na skal blijft het werkwoord in de infinitief: skal tage, niet een vervoegde vorm. In deze zin hoort tage bij med; samen vormen ze de herbruikbare, onderbroken constructie tage ... med, “meenemen”. Med staat hier als partikel bij het werkwoord en betekent niet alleen het losse voorzetsel “met”. Voorbeeld: Jeg tager en paraply med. — “Ik neem een paraplu mee.” let betekent hier “licht” in de zin van een laag gewicht. Het beschrijft jakke. Bij een onbepaalde enkelvoudige gemeenschappelijke-geslachtsvorm staat het in en let jakke. De vorm verandert niet naar et bij een onzijdig zelfstandig naamwoord: et let tæppe — “een lichte deken”. In het meervoud of bij bepaalde vormen verschijnt vaak lette, bijvoorbeeld lette jakker — “lichte jassen”. jakke betekent “jas”. Het is een zelfstandig naamwoord met en: en jakke; de bepaalde vorm is jakken en het meervoud is jakker. Voorbeeld: Jeg har en jakke. — “Ik heb een jas.” Samen betekent Skal jeg tage en let jakke med? letterlijk in deze context: “Zal ik een lichte jas meenemen?” De vraag combineert de modale vraag Skal jeg, de infinitief tage, de partikel med, en de naamwoordgroep en let jakke. Het voorafgaande bericht over dalende temperatuur en het volgende voorbeeld bevestigen hier de praktische betekenis “meenemen” en de betekenis “licht” van let.

  6. En let jakke og en lille paraply ville hjælpe.

    Een lichte jas en een kleine paraplu zouden helpen.

    let
    licht
    jakke
    jas
    lille
    klein
    paraply
    paraplu
    ville
    zou zouden
    hjælpe
    helpen
    Uitgebreide uitleg

    let betekent hier “licht van gewicht” en beschrijft jakke. Het is de vorm voor een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtwoord in deze onbepaalde naamwoordgroep: en let jakke. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook “gemakkelijk” betekenen. Voor de betekenis “lichter” is de vergrotende trap lettere, bijvoorbeeld: En lettere jakke er nemmere at bære. — “Een lichtere jas is gemakkelijker te dragen.” jakke is het zelfstandig naamwoord “jas”. De vorm is enkelvoud; het meervoud is jakker. Samen met en vormt het en let jakke, “een lichte jas”. lille betekent hier “kleine” en beschrijft paraply. Bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord heeft dit bijvoeglijk naamwoord de vorm lille; het meervoud is onregelmatig små en de vergrotende trap is mindre. Voorbeeld: Jeg har en lille taske. — “Ik heb een kleine tas.” paraply betekent “paraplu”. Het is hier enkelvoud; het meervoud is paraplyer. en lille paraply betekent dus “een kleine paraplu”. ville is hier de vorm van het Deense modale werkwoord ville met de betekenis “zou(den)”. In combinatie met een infinitief drukt het een voorwaardelijke of hypothetische mogelijkheid uit. In een andere context kan ville ook “wilde” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. Het modale werkwoord staat vóór hjælpe. hjælpe is de infinitief “helpen”. Na een modaal werkwoord zoals ville staat het werkwoord in deze vorm, zonder at: ville hjælpe — “zou helpen”. De vorm hjælpe zelf laat hier niet zien wie de handeling uitvoert; dat wordt door het onderwerp van de zin bepaald. De zin bestaat uit twee naamwoordgroepen die met og (“en”) verbonden zijn: en let jakke en en lille paraply. Samen zijn zij het meervoudige onderwerp. ville hjælpe vormt het gezegde: ville geeft de voorwaardelijke betekenis “zouden” en hjælpe geeft de handeling “helpen”. Daarom betekent het geheel: “Een lichte jas en een kleine paraplu zouden helpen.”

  7. Så kan jeg lægge dem begge i min taske.

    Dan kan ik ze allebei in mijn tas doen.

    Så
    dan
    kan jeg
    kan ik
    lægge
    leggen; doen
    dem
    ze
    begge
    allebei
    i
    in
    min
    mijn
    taske
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en verbindt deze handeling met wat eerder is genoemd. Het is een bijwoord; het betekent hier niet “zo”. kan jeg bestaat uit de tegenwoordige vorm kan van kunne (“kunnen”) en het onderwerp jeg (“ik”). kan drukt hier mogelijkheid uit: “ik kan”. Na een modaal werkwoord staat in het Deens de infinitief zonder at. Voorbeeld: Jeg kan hjælpe. — “Ik kan helpen.” lægge is de infinitief van lægge en betekent hier “leggen” of “ergens in doen”: iets naar een plaats brengen en daar neerleggen. Een nuttig contrast is lægge tegenover ligge: lægge beschrijft het plaatsen, terwijl ligge de toestand “liggen” beschrijft. Voorbeeld: Jeg lægger bogen på bordet. — “Ik leg het boek op tafel.” dem is de objectsvorm van het meervoudige persoonlijke voornaamwoord. In deze context verwijst het, overeenkomstig de vaste vertaling en de vorige zin, naar de jas en de paraplu. De onderwerpvorm is de, de objectsvorm dem: De hjælper mig. — “Zij helpen mij”; Jeg hjælper dem. — “Ik help hen.” begge betekent “beide” en maakt samen met dem de betekenis “ze allebei”. Het verwijst hier dus naar de twee eerder genoemde voorwerpen. Als zelfstandig gebruikt woord kan begge ook zonder dem voorkomen wanneer duidelijk is welke twee zaken bedoeld zijn. i betekent hier “in” met een beweging naar binnen. In de combinatie lægge ... i geeft het aan waar de voorwerpen worden neergelegd: in de tas. min betekent “mijn”. In deze eerste-persoonsvorm hangt de keuze tussen min, mit en mine af van het bezeten zelfstandig naamwoord: min bij een enkelvoudig en-woord, mit bij een enkelvoudig et-woord en mine bij het meervoud. Hier is taske een enkelvoudig en-woord, dus staat er min. taske is het zelfstandig naamwoord “tas”. De onbepaalde enkelvoudsvorm is en taske; een meervoud is tasker en de bepaalde enkelvoudsvorm is tasken. Samen betekent kan jeg lægge dem begge i min taske: “kan ik ze allebei in mijn tas doen/leggen”. Så maakt daarvan de volledige betekenis: “Dan kan ik ze allebei in mijn tas doen.”

  8. Det burde være nok til regnen og den køligere aften.

    Dat zou genoeg moeten zijn voor de regen en de koelere avond.

    Det burde
    Dat zou moeten
    være
    zijn
    nok
    genoeg
    til
    voor
    regnen
    de regen
    og
    en
    den
    de
    køligere
    koelere
    aften
    avond
    Uitgebreide uitleg

    Det burde betekent hier: “dat zou moeten”. Det is een onzijdig Deens voornaamwoord dat hier als onderwerp staat; de vaste vertaling ondersteunt “dat”, maar geeft niet aan waarnaar het precies verwijst. Burde is de verleden-tijdsvorm van bør en drukt hier een afgezwakte verwachting of verplichting uit: “zou moeten”. Het staat vóór het infinitief: burde være = “zou moeten zijn”. Være betekent “zijn”. Dit is de infinitief, herkenbaar na het modale werkwoord burde. Bijvoorbeeld: Det burde være let. — “Dat zou makkelijk moeten zijn.” Nok betekent hier “genoeg”. Het zegt dat iets voldoende is; het is niet hetzelfde als mange (“veel”, bij telbare meervoudige zaken). In burde være nok vormt het samen met være de betekenis “genoeg zou moeten zijn”. Til betekent hier “voor” en verbindt wat voldoende is met het doel of de omstandigheid waarvoor het dient. De combinatie være nok til is een bruikbaar patroon: “genoeg zijn voor”. Regnen betekent “de regen”. Het grondwoord is regn; regnen is de bepaalde enkelvoudsvorm, gevormd met de uitgang -en. Vergelijk regn = “regen” en regnen = “de regen”. Og betekent “en” en verbindt hier twee zaken binnen dezelfde opsomming. Den betekent hier “de”. Voor een zelfstandig naamwoord met een bijvoeglijk naamwoord ervoor gebruikt het Deens doorgaans het afzonderlijke bepaalde lidwoord den: den ... aften. Dit lidwoord markeert hier de bepaaldheid; het is geen zelfstandig telwoord. Køligere betekent “koelere”. Het is de vergrotende trap van kølig (“koel”): kølig — køligere — køligst = “koel” — “koeler” — “het koelst”. De uitgang -ere hoort bij het bijvoeglijk naamwoord kølig, niet bij aften. Bijvoorbeeld: en køligere dag — “een koelere dag”. Aften betekent “avond”. In den køligere aften staat het zelfstandig naamwoord na het bijvoeglijk naamwoord. De bepaaldheid wordt daar door den aangegeven, terwijl aften zelf geen bepaalde uitgang krijgt. Samen vormen til regnen en den køligere aften twee delen die met og verbonden zijn. De volledige opbouw is Det burde være nok til X og Y: “Dat zou genoeg moeten zijn voor X en Y.” De hele zin betekent dus: “Dat zou genoeg moeten zijn voor de regen en de koelere avond.”

Grammatica

før + sætning

før temperaturen falder

feur temperatoeren felder

voordat de temperatuur daalt

Na før volgt een volledige bijzin. Het werkwoord staat daarin na het onderwerp.

navneord + -en (bestemt form)

temperaturen falder

temperatoeren felder

de temperatuur daalt

De bepaalde vorm wordt vaak met -en gevormd: temperatur wordt temperaturen.

Deens woordenschat

allerede bijwoord
allede al
at voegwoord
ad dat
chance zelfstandig naamwoord
sjangse kans
der voornaamwoord
dair er
før voegwoord
feur voordat
gå werkwoord
koor gaan går
himmel zelfstandig naamwoord
hem-len lucht himlen
regn zelfstandig naamwoord
rain regen
se werkwoord
seer eruitzien ser
stå werkwoord
sdohr staan står
tjekke werkwoord
tsjekke controleren
vejrapp zelfstandig naamwoord
vair-ap weerapp vejrappen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De lucht ziet er nu al bewolkt uit.

Antwoord tonenHimlen ser allerede overskyet ud.

De temperatuur zal vanavond ook dalen.

Antwoord tonenTemperaturen falder også i aften.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

regen

Antwoord tonenregn

kans

Antwoord tonenchance

staan

Antwoord tonenstår

weerapp

Antwoord tonenvejrappen