Joggen als hobby | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: During a personal conversation, one adult describes a new jogging routine around the park and a goal to keep running..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Joggen als hobby oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg begyndte at jogge efter arbejde.

Yai be-keun-de ed yok-ke ef-da aa-bai-de. Ik ben na het werk begonnen met joggen.
B

Hvordan går det indtil videre?

Vo-dan koo de en-til vie-a? Hoe gaat het tot nu toe?
A

Mit tempo er langsomt, men jeg bliver bedre.

Med tem-po e lang-somd, men yai blie-a be-dra. Mijn tempo is laag, maar ik ga vooruit.
B

Har du en fast rute?

Haa doe en fesd roe-de? Heb je een vaste route?
A

Jeg løber som regel rundt om parken.

Yai leu-ba som ree-sel ron om pah-gen. Ik ren meestal rond het park.
B

Hvilket mål arbejder du hen imod?

Vel-ke mool aa-bai-da hen ie-mood? Aan welk doel werk je?
A

Jeg vil jogge uden at stoppe.

Yai vel yok-ke oe-en ed sdob-be. Ik wil joggen zonder te stoppen.
B

Det er realistisk, hvis du bygger det langsomt op.

De e-a ree-a-lis-desg, ves doe buu-ga de lang-somd ob. Dat is realistisch als je het langzaam opbouwt.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg begyndte at jogge efter arbejde.

    Ik ben na het werk begonnen met joggen.

    Jeg
    ik
    begyndte
    begon
    at jogge
    joggen
    efter
    na
    arbejde
    werk
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. Een bruikbaar contrast is du voor “jij” en vi voor “wij”. begyndte is de verleden tijd van begynde, “beginnen”. De vorm zegt dat het begin vóór het spreekmoment plaatsvond; ze geeft op zichzelf niet aan wanneer precies. Bijvoorbeeld: Jeg begyndte i går. — “Ik ben gisteren begonnen.” at jogge betekent “joggen”. at markeert hier de infinitief, dus de basisvorm van de activiteit; jogge is het werkwoord zelf. Na begynde kan je zo de begonnen activiteit noemen: Jeg begyndte at læse. — “Ik begon te lezen.” efter betekent hier “na” en plaatst arbejde in de tijd: het joggen begon na het werk. Het kan ook vóór een andere tijdsaanduiding staan, bijvoorbeeld efter frokost — “na de lunch”. arbejde betekent hier “werk”. In efter arbejde is het een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord en verwijst het algemeen naar werk als tijdsreferentie, niet noodzakelijk naar één specifiek werkmoment. Samen vormen de delen de betekenis: Jeg begyndte = “ik begon”, at jogge = “te joggen”, en efter arbejde = “na het werk”. De volledige zin betekent dus: “Ik ben na het werk begonnen met joggen.”

  2. Hvordan går det indtil videre?

    Hoe gaat het tot nu toe?

    Hvordan går det
    Hoe gaat het?
    indtil videre
    tot nu toe
    Uitgebreide uitleg

    Hvordan går det is een vaste, herbruikbare vraag naar hoe een situatie verloopt: letterlijk ongeveer “hoe gaat het?”. Hvordan betekent “hoe” en vraagt naar de manier of toestand. går is de tegenwoordige tijd van gå (“gaan”); in deze uitdrukking betekent het niet noodzakelijk letterlijk lopen of ergens naartoe gaan. Det is een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord dat hier naar de situatie in het algemeen verwijst; de concrete situatie wordt door de zin zelf niet nader benoemd. Voorbeeld: Hvordan går det med dit arbejde? — “Hoe gaat het met je werk?” De uitbreiding med dit arbejde maakt duidelijk over welke situatie je vraagt. Indtil videre betekent “tot nu toe” of “vooralsnog”. Het begrenst de beoordeling tot het tijdstip van spreken: de vraag gaat over hoe het tot nu toe verloopt, niet noodzakelijk over het uiteindelijke resultaat. Indtil betekent “tot”, terwijl videre hier deel is van deze vaste tijdsaanduiding. Samen vormt Hvordan går det indtil videre? de vraag “Hoe gaat het tot nu toe?”. In deze context kan de vraag bijvoorbeeld slaan op de voortgang sinds het beginnen met joggen, maar de Deense zin noemt die activiteit niet opnieuw.

  3. Mit tempo er langsomt, men jeg bliver bedre.

    Mijn tempo is laag, maar ik ga vooruit.

    Mit
    mijn
    tempo
    tempo
    langsomt
    langzaam
    men
    maar
    jeg
    ik
    bliver
    wordt
    bedre
    beter
    Uitgebreide uitleg

    Mit hoort bij tempo: het betekent hier “mijn” en is de vorm die bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord hoort. De bezittelijke vormen zijn bijvoorbeeld min bij een gemeenschappelijk-geslachtswoord, mit bij een onzijdig woord en mine bij meervoud. Mit geeft bezit aan, geen aantal. Tempo betekent hier het tempo of de snelheid waarmee iemand iets doet. In het Deens is tempo onzijdig: et tempo. Dat verklaart de combinatie mit tempo; het zelfstandig naamwoord bepaalt ook de vorm van het bijbehorende bijvoeglijke naamwoord. Langsomt betekent in deze zin “langzaam” en beschrijft tempo. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm van langsom; bij een gemeenschappelijk-geslachtswoord staat vaak langsom, bijvoorbeeld en langsom start. In mit tempo er langsomt staat er als vorm van “zijn”, en het bijvoeglijk naamwoord krijgt de vorm die bij het onzijdige onderwerp past. Men verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Het eerste deel beschrijft een laag of langzaam tempo; het tweede deel voegt daar vooruitgang aan toe. Jeg is het Deense onderwerpelijke persoonlijk voornaamwoord “ik”. De vorm verandert niet naar grammaticaal geslacht. Een voorbeeld: Jeg lærer dansk. — “Ik leer Deens.” Bliver is de tegenwoordige tijd van blive, “worden” of “blijven worden”. Hier gaat het om een verandering: de spreker wordt beter en gaat dus vooruit. Dat verschilt van er, dat eenvoudig een toestand beschrijft: Jeg er træt. — “Ik ben moe.” In jeg bliver is jeg het onderwerp en bliver de persoonsvorm. De tegenwoordige vorm bliver verandert in het Deens niet volgens de persoon; dezelfde vorm kan dus ook bij andere onderwerpen staan. Bedre is de vergrotende trap van god: god — bedre — bedst (“goed” — “beter” — “best”). In deze zin vergelijkt bedre de huidige vaardigheid of toestand met een eerdere toestand, zonder dat die eerdere toestand in de zin wordt genoemd. De vorm bedre blijft in deze functie hetzelfde bij geslacht en getal. Voorbeeld: Hun bliver bedre. — “Zij wordt beter.” Samen vormen mit tempo er langsomt en jeg bliver bedre twee volledige zinsdelen. Er zegt dat het tempo langzaam of laag is; men zet daar de tegenstelling bij; jeg bliver bedre zegt dat de spreker vooruitgaat. De hele zin betekent daarom: “Mijn tempo is laag, maar ik ga vooruit.”

  4. Har du en fast rute?

    Heb je een vaste route?

    Har du
    heb je
    fast
    vaste
    rute
    route
    Uitgebreide uitleg

    Har du betekent hier “heb je?”. Het is een veelgebruikte Deense vraagvorm: har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”), en du betekent “je/jij”. In een ja-neevraag staat het werkwoord voor het onderwerp: Har du ...? = “Heb je ...?”. Voorbeeld: Har du tid? — “Heb je tijd?” fast betekent hier “vast” in de betekenis van een vaste, niet-wisselende route. De basisvorm is fast; bij een onbepaald enkelvoud met een en-woord blijft de vorm fast: en fast rute. In andere combinaties kan de vorm faste zijn, bijvoorbeeld bij bepaald enkelvoud of meervoud: den faste rute (“de vaste route”), faste ruter (“vaste routes”). Het is dus fast dat hier de beschrijving draagt, niet rute. rute betekent “route”. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord en: en rute. Een nuttige meervoudsvorm is ruter: “routes”. In de uitdrukking en fast rute bepaalt rute het soort ding waarnaar gevraagd wordt, terwijl fast dat zelfstandig naamwoord beschrijft. Samen vormen de delen de vraag Har du en fast rute?: “Heb je een vaste route?” De vraag gebruikt de Deense volgorde har + du en daarna het naamwoordelijk deel en fast rute. In deze context gaat het om de route die iemand gewoonlijk volgt, zonder dat de zin beweert hoeveel routes die persoon heeft.

  5. Jeg løber som regel rundt om parken.

    Ik ren meestal rond het park.

    Jeg
    ik
    løber
    ren
    som regel
    meestal
    rundt om
    rondom
    parken
    het park
    Uitgebreide uitleg

    Jeg is de Deense vorm voor “ik” wanneer dit woord het onderwerp is. Het is de eerste persoon enkelvoud: jeg løber betekent “ik ren”. løber komt van løbe, “rennen/lopen”. Dit is de tegenwoordige tijd. In het Deens verandert de werkwoordsvorm in de tegenwoordige tijd niet mee met de persoon: jeg løber en du løber gebruiken beide løber. Een voorbeeld: Jeg løber hver dag. — “Ik ren elke dag.” som regel is een vaste uitdrukking met de betekenis “meestal” of “in de regel”. De uitdrukking maakt duidelijk dat dit doorgaans zo is, niet noodzakelijk zonder uitzonderingen. rundt om betekent hier “rondom” en beschrijft de route rondom iets. Het is een bruikbare combinatie voor bewegen of een traject: gå rundt om huset — “rond het huis lopen”. parken is “het park”. De vorm bestaat uit park met de bepaalde uitgang -en: en park betekent “een park” en parken “het park”. Die uitgang drukt bepaaldheid uit; en als onbepaald lidwoord stelt op zichzelf geen numerieke telling vast. Samen vormen de delen: Jeg (ik) + løber (ren) + som regel (meestal) + rundt om parken (rondom het park). De volledige betekenis is daarom: “Ik ren meestal rond het park.”

  6. Hvilket mål arbejder du hen imod?

    Aan welk doel werk je?

    Hvilket
    welk
    mål
    doel
    arbejder
    werkt
    du
    je
    hen imod
    naar toe
    Uitgebreide uitleg

    Hvilket betekent hier ‘welk’ en staat bij mål. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm van het vragende woord hvilken: hvilken bij gemeenschappelijk geslacht enkelvoud, hvilket bij onzijdig enkelvoud en hvilke bij meervoud. Het zelfstandig naamwoord mål betekent ‘doel’. In deze zin is het enkelvoud; de vorm mål kan in het Deens overigens ook als meervoud voorkomen, maar hvilket maakt hier de enkelvoudige lezing duidelijk. arbejder komt van arbejde (‘werken’) en is de tegenwoordige tijd. De Deense tegenwoordige tijd verandert niet naar persoon, dus dezelfde vorm kan bijvoorbeeld bij jeg, du of de staan. Hier krijgt het werkwoord samen met hen imod de betekenis ‘werken aan’ of ‘toewerken naar’, niet alleen algemeen ‘werken’. du is het persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud: ‘je/jij’. Het verwijst hier naar de aangesprokene; de vorm zelf markeert dus enkelvoud, niet beleefdheid of meervoud. hen imod is een vaste richtinggevende combinatie met de betekenis ‘naar ... toe’ of ‘in de richting van’. Met een doel vormt het een herbruikbaar patroon: arbejde hen imod et mål = ‘naar een doel toewerken’. Het voorzetsel imod komt ook zelfstandig in andere contexten voor, maar in deze combinatie gaat het om een richting naar een doel. Samen vormen Hvilket mål en arbejder du hen imod de vraag ‘Aan welk doel werk je?’ Letterlijker is de structuur: ‘Naar welk doel werk je toe?’ Hvilket stemt af op het onzijdige enkelvoudige mål, du is degene tot wie de vraag gericht is, en arbejder ... hen imod beschrijft het toewerken naar dat doel.

  7. Jeg vil jogge uden at stoppe.

    Ik wil joggen zonder te stoppen.

    Jeg
    ik
    vil
    wil
    jogge
    joggen
    uden at
    zonder te
    stoppe
    stoppen
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ‘ik’: het is de eerste persoon enkelvoud. De vorm verandert niet naar geslacht van de spreker. Voor andere personen gebruik je bijvoorbeeld du voor ‘jij’ en han/hun voor ‘hij/zij’. Voorbeeld: Jeg løber. — ‘Ik ren.’ vil is de tegenwoordige vorm van ville en betekent hier ‘wil’. In deze combinatie drukt het een bedoeling of wens uit: Jeg vil + infinitief. Het werkwoord na vil staat in de infinitief, zonder extra uitgang. Voorbeeld: Jeg vil læse. — ‘Ik wil lezen.’ jogge is de infinitief van het werkwoord ‘joggen’. De infinitief is hier nodig na vil; het is dus vil jogge, niet een vervoegde vorm van jogge. Voorbeeld: Hun vil jogge. — ‘Zij wil joggen.’ uden at is een vaste constructie met de betekenis ‘zonder te’. Daarna volgt een infinitief. De constructie beschrijft dat de handeling erna niet plaatsvindt tijdens of bij de hoofdhandeling. Voorbeeld: Han går uden at tale. — ‘Hij loopt zonder te praten.’ stoppe is de infinitief van ‘stoppen’. In uden at stoppe staat deze infinitief na de constructie uden at. Voorbeeld: Vi arbejder uden at stoppe. — ‘Wij werken zonder te stoppen.’ Samen betekent Jeg vil jogge ‘Ik wil joggen’. De daaropvolgende constructie uden at stoppe voegt toe dat het joggen gebeurt zonder te stoppen. De volledige betekenis is dus: ‘Ik wil joggen zonder te stoppen.’

  8. Det er realistisk, hvis du bygger det langsomt op.

    Dat is realistisch als je het langzaam opbouwt.

    Det
    dat; het
    realistisk
    realistisch
    hvis
    als
    bygger … op
    opbouwen
    det
    het
    langsomt
    langzaam
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dat” en is het onderwerp. De precieze verwijzing wordt in de vaste zin niet genoemd, dus je moet niet aannemen waarnaar het verwijst. Dezelfde vorm komt ook voor in onpersoonlijke zinnen, bijvoorbeeld Det er nemt = “Het is gemakkelijk”. realistisk betekent “realistisch”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. In het enkelvoud heeft het bij deze vorm dezelfde spelling bij gemeenschappelijk en onzijdig geslacht; het meervoud is realistiske. Voorbeeld: Planen er realistisk = “Het plan is realistisch”. hvis leidt de voorwaardelijke bijzin in en betekent “als” of “indien”. Het patroon hvis + zin geeft de voorwaarde aan: Hvis du kommer, starter vi = “Als je komt, beginnen we”. bygger ... op is het Deense partikelwerkwoord met de betekenis “opbouwen”. bygger is de tegenwoordige tijd van bygge; in het Deens heeft de tegenwoordige tijd hier geen verschillende persoonsuitgangen. op hoort bij het werkwoord, maar staat in deze zin na het object en het bijwoord. Voorbeeld: Hun bygger huset op = “Zij bouwt het huis op”. Het tweede det is het lijdend voorwerp: datgene wat wordt opgebouwd. Het heeft dus een andere grammaticale rol dan het eerste Det, dat onderwerp is. De vorm det verandert in het Deens niet alleen vanwege die rol; hier is det de vorm voor een enkelvoudig onzijdig referent. langsomt betekent “langzaam” en beschrijft hier hoe het opbouwen gebeurt. Het is een bijwoord dat bij het werkwoord bygger ... op hoort. Het hangt samen met het bijvoeglijk naamwoord langsom; de vorm langsomt wordt ook gebruikt als onzijdige adjectiefvorm. Voorbeeld: Han arbejder langsomt = “Hij werkt langzaam”. De hele zin bestaat uit Det er realistisk = “Dat is realistisch” en hvis du bygger det langsomt op = “als je het langzaam opbouwt”. Samen betekent de zin: “Dat is realistisch als je het langzaam opbouwt.”

Grammatica

uden at + infinitiv

uden at stoppe

oe-en ed sdob-be

zonder te stoppen

Na uden at volgt een infinitief. De constructie betekent dat iets gebeurt zonder dat een andere handeling plaatsvindt.

Deens woordenschat

bedre bijvoeglijk naamwoord
be-dra beter

Jeg bliver bedre.

begyndte werkwoord
be-keun-de begon

Jeg begyndte at jogge efter arbejde.

bliver werkwoord
blie-a wordt

Jeg bliver bedre.

efter arbejde uitdrukking
ef-da aa-bai-de na het werk

Jeg begyndte at jogge efter arbejde.

fast bijvoeglijk naamwoord
fesd vast

Har du en fast rute?

går werkwoord
koo gaat

Hvordan går det indtil videre?

hvordan bijwoord
vo-dan hoe

Hvordan går det indtil videre?

indtil videre uitdrukking
en-til vie-a tot nu toe

Hvordan går det indtil videre?

jogge werkwoord
yok-ke joggen

Jeg begyndte at jogge efter arbejde.

langsomt bijvoeglijk naamwoord
lang-somd langzaam
Geslacht
neuter

Mit tempo er langsomt.

rute zelfstandig naamwoord
roe-de route
Geslacht
common

Har du en fast rute?

tempo zelfstandig naamwoord
tem-po tempo
Geslacht
neuter

Mit tempo er langsomt, men jeg bliver bedre.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben na het werk begonnen met joggen.

Antwoord tonenJeg begyndte at jogge efter arbejde.

Hoe gaat het tot nu toe?

Antwoord tonenHvordan går det indtil videre?

Heb je een vaste route?

Antwoord tonenHar du en fast rute?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hoe

Antwoord tonenhvordan

begon

Antwoord tonenbegyndte

joggen

Antwoord tonenjogge

langzaam

Antwoord tonenlangsomt