Reisdocumenten controleren | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Before leaving for a trip, two adults check travel documents, a saved reservation, and a printed copy..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Reisdocumenten controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Kan du hjælpe mig med at tjekke rejsedokumenterne, før vi tager af sted?

kèn doe jèl-buh mè tjek-kuh ghai-suh-doh-goo-men-tuh-nuh, fuh vie tee-uh eh stee? Kun je me helpen de reisdocumenten te controleren voordat we vertrekken?
B

Lad os begynde med dit pas og dit boardingkort.

lee os buh-geun-uh mè dit pès oh dit boh-deng-kohd. Laten we beginnen met je paspoort en instapkaart.
A

Mit pas ligger i den indvendige lomme.

mid pès leg-uh ie den en-ven-dee-uh lom-uh. Mijn paspoort zit in het binnenvak.
B

Bekræftede du også hotelreservationen?

buh-kref-tuh-duh doe uh-soh ho-tel-reh-suh-vah-sjo-nun? Heb je de hotelreservering ook bevestigd?
A

Bekræftelsesmailen er gemt på min telefon.

buh-kref-tuhls-mee-lun èh jem po mien tee-luh-fohn. De bevestigingsmail staat op mijn telefoon.
B

Har du en printet kopi, hvis din telefon løber tør for strøm?

haa doe en pren-duh ko-pie, vis dien tee-luh-fohn luh-buh teu-uh fohr sdrôm? Heb je een geprinte kopie voor het geval je telefoon uitvalt?
A

Jeg har printet en og lagt den i mappen.

yai haa pren-duh en oh legd den ie mah-bun. Ik heb er één geprint en in de map gedaan.
B

Så har vi alt, hvad vi har brug for.

soh haa vie al, va vie haa broo fohr. Dan hebben we alles wat we nodig hebben.

Uitleg van de zinnen

  1. Kan du hjælpe mig med at tjekke rejsedokumenterne, før vi tager af sted?

    Kun je me helpen de reisdocumenten te controleren voordat we vertrekken?

    Kan du
    kun je
    hjælpe
    helpen
    mig
    mij
    med
    met
    tjekke
    controleren
    rejsedokumenterne
    de reisdocumenten
    før
    voordat
    vi
    we
    tager af sted
    vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Kan du vormt hier een verzoek in vraagvorm: letterlijk wordt gevraagd of jij kunt helpen. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (‘kunnen’); in een vraag staat het vóór het onderwerp du. Na kan volgt de infinitief zonder at: Kan du hjælpe? = ‘Kun je helpen?’ hjælpe betekent hier ‘helpen’. Het is de infinitief van hjælpe en staat na het modale werkwoord kan. Het object kan er direct achter komen: Jeg kan hjælpe dig = ‘Ik kan je helpen.’ mig is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor ‘ik’: jeg is de onderwerpsvorm, mig de objectvorm. Hier verwijst mig naar de spreker: ‘mij’. Vergelijk: Du hjælper mig = ‘Jij helpt mij.’ med betekent hier ‘met’ en leidt samen met at tjekke de activiteit in die de hulp betreft. De constructie hjælpe nogen med at ... betekent ‘iemand helpen om ...’: Hun hjælper ham med at pakke = ‘Zij helpt hem met inpakken.’ tjekke betekent ‘controleren’ of ‘nakijken’. Het is de infinitief, herkenbaar aan de uitgang -e, en volgt in med at tjekke op at. Voor een controlehandeling kan dezelfde infinitief bijvoorbeeld in Jeg skal tjekke billetten staan: ‘Ik moet het ticket controleren.’ rejsedokumenterne betekent ‘de reisdocumenten’. Het woord is een samenstelling: rejse (‘reis’) + dokument (‘document’). De vorm heeft meervoud én bepaalde vorm: rejsedokument = ‘een reisdocument’, rejsedokumenter = ‘reisdocumenten’, rejsedokumenterne = ‘de reisdocumenten’. De uitgang -erne draagt hier de combinatie van bepaaldheid en meervoud. før betekent ‘voordat’ en leidt de bijzin met de tijdsrelatie in. Het verbindt de controlehandeling met wat daarna volgens de zin gebeurt: Ring, før du går = ‘Bel voordat je gaat.’ vi is de onderwerpsvorm voor ‘wij/we’. Het is de uitvoerder van de handeling in de bijzin. De bijbehorende objectvorm is os: De hjælper os = ‘Zij helpen ons.’ tager af sted is een vaste uitdrukking voor ‘vertrekken’. De persoonsvorm tager is de tegenwoordige vorm van tage (‘nemen’), maar in deze uitdrukking betekent het geheel niet ‘nemen’; tage af sted betekent ‘vertrekken’. De vorm is in de tegenwoordige tijd hetzelfde bij verschillende personen: Jeg tager af sted = ‘Ik vertrek’ en vi tager af sted = ‘we vertrekken’. Samen vormt Kan du hjælpe mig med at tjekke rejsedokumenterne het verzoek ‘Kun je mij helpen de reisdocumenten te controleren?’. før vi tager af sted voegt de tijdsbepaling ‘voordat we vertrekken’ toe. De volledige betekenis is dus: ‘Kun je me helpen de reisdocumenten te controleren voordat we vertrekken?’

  2. Lad os begynde med dit pas og dit boardingkort.

    Laten we beginnen met je paspoort en instapkaart.

    Lad os
    laten we
    begynde
    beginnen
    dit
    je
    pas
    paspoort
    dit
    je
    boardingkort
    instapkaart
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is een vaste manier om een voorstel of aansporing in de eerste persoon meervoud te formuleren: “laten we …”. Daarna staat het werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Lad os gå. — “Laten we gaan.” os verwijst hier naar de spreker samen met minstens één andere persoon; de constructie zegt niet op zichzelf hoeveel andere personen er zijn. begynde betekent hier “beginnen”. Het is de infinitief die volgt op Lad os. De tegenwoordige tijd van hetzelfde werkwoord is begynder: Vi begynder nu. — “We beginnen nu.” In de vaste uiting beschrijft begynde geen afzonderlijke tijdsvorm; de aansporing komt uit de constructie Lad os. dit betekent hier “je/jouw” en staat vóór een zelfstandig naamwoord. De vorm hoort bij het bezeten zelfstandig naamwoord: din wordt gebruikt bij een enkelvoudig fælleskøn-woord, dit bij een enkelvoudig neutrumwoord en dine bij meervoud. In dit pas en dit boardingkort is dit dus dezelfde bezitsvorm, omdat beide zelfstandige naamwoorden enkelvoudig neutrum zijn. De vorm dit drukt bezit uit, niet een bepaald aantal. pas betekent in deze context “paspoort”. Het woord kan in andere contexten ook een ander soort pas of document aanduiden, maar de reiscontext en de vaste vertaling maken hier de betekenis “paspoort” duidelijk. Voorbeeld: Mit pas er udløbet. — “Mijn paspoort is verlopen.” Mit is de overeenkomstige vorm voor “mijn” bij dit type enkelvoudig neutrumwoord. Het voorzetsel med geeft hier aan waarmee men begint. In begynde med X betekent de combinatie dat men met X begint; hier is X de combinatie van de twee genoemde documenten. Het tweede dit heeft dezelfde functie als het eerste: het markeert dat de instapkaart van de aangesprokene is en stemt af op het enkelvoudige neutrumwoord dat erop volgt. boardingkort betekent “instapkaart”. Het is een samenstelling met boarding en kort; als geheel benoemt het één document. Voorbeeld: Jeg viser mit boardingkort. — “Ik laat mijn instapkaart zien.” De opbouw is Lad os + infinitief begynde + med + het eerste document + og (“en”) + het tweede document. Zo ontstaat de betekenis: “Laten we beginnen met je paspoort en instapkaart.”

  3. Mit pas ligger i den indvendige lomme.

    Mijn paspoort zit in het binnenvak.

    Mit
    mijn
    pas
    paspoort
    ligger
    ligt / zit
    i
    in
    indvendige
    binnenste
    lomme
    vak
    Uitgebreide uitleg

    Mit staat hier voor “mijn” bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De vorm hangt dus niet alleen van bezit af, maar ook van het grammaticale geslacht en aantal van het bezeten woord: min bij gemeenschappelijk geslacht enkelvoud, mit bij onzijdig enkelvoud en mine bij meervoud. In mit pas hoort mit bij pas. Pas betekent hier “paspoort”, zoals de vaste vertaling aangeeft. Het is een zelfstandig naamwoord: et pas (een paspoort) en passet (het paspoort). In andere contexten kan pas ook een andere soort pas of kaart aanduiden; hier is de betekenis door de zin en vertaling bepaald. Ligger is de tegenwoordige tijd van ligge, “liggen”. Bij een voorwerp in een bepaalde plaats kan het in het Nederlands natuurlijk als “zitten” worden vertaald: het paspoort bevindt zich daar. Het onderwerp is pas, en ligger is daarom de vorm voor de derde persoon enkelvoud. Het beschrijft hier een toestand of locatie, niet het neerleggen zelf. Voor een handeling zou je bijvoorbeeld Jeg lægger passet i lommen zeggen: “Ik leg het paspoort in het vak.” I is het voorzetsel “in”. Het verbindt de locatie met het voorwerp dat zich daar bevindt. Het patroon noget ligger i ... is bruikbaar voor vaste plaatsbeschrijvingen, bijvoorbeeld: Nøglen ligger i tasken. — “De sleutel ligt in de tas.” Indvendige betekent hier “binnenste” of natuurlijker “binnen-” in de samenstelling van de locatie: het binnenvak. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is indvendig. In den indvendige lomme staat de bepaalde vorm met -e, omdat het bijvoeglijk naamwoord na het bepalende woord den bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat. Deze vorm is dus niet de verleden tijd of een verbuiging van lomme. Lomme betekent “vak” in deze context; als zelfstandig naamwoord kan het ook “zak” betekenen, afhankelijk van het soort opbergruimte. Het is een zelfstandig naamwoord van gemeenschappelijk geslacht: en lomme, bepaald lommen. Samen met indvendige vormt het den indvendige lomme, “het binnenvak”. De delen bouwen de zin als volgt op: Mit pas is “mijn paspoort”, ligger zegt dat dit voorwerp zich ergens bevindt, en i den indvendige lomme geeft de plaats aan. Samen betekent Mit pas ligger i den indvendige lomme.: “Mijn paspoort zit in het binnenvak.”

  4. Bekræftede du også hotelreservationen?

    Heb je de hotelreservering ook bevestigd?

    Bekræftede
    bevestigde
    du
    je
    også
    ook
    hotelreservationen
    de hotelreservering
    Uitgebreide uitleg

    Bekræftede betekent hier “bevestigde”. Het is de verleden tijd van bekræfte (“bevestigen”). In een Deense vraag staat de persoonsvorm vaak vóór het onderwerp: Bekræftede du ...? = “Bevestigde je ...?” Een voorbeeld: Bekræftede hun aftalen? — “Bevestigde zij de afspraak?” du betekent “je/jij” en is de vorm voor één aangesproken persoon. Het is hier het onderwerp van de vraag. De combinatie Bekræftede du maakt dus duidelijk wie de handeling uitvoerde en dat de handeling in het verleden wordt geplaatst. også betekent “ook”. Het voegt de bevestiging van deze reservering toe aan iets anders dat al in de context of het gesprek relevant is. De plaats van også kan de nadruk beïnvloeden, maar hier hoort het bij de vraag of je de hotelreservering eveneens hebt bevestigd. hotelreservationen betekent “de hotelreservering”. Het is een samenstelling van hotel en reservation; de uitgang -en markeert hier de bepaalde vorm van het zelfstandig naamwoord reservation (“reservering”). Een onbepaalde vorm is en reservation (“een reservering”), tegenover reservationen (“de reservering”). Hotel specificeert welk soort reservering wordt bedoeld. Samen vormen de delen Bekræftede du også hotelreservationen? de vraag: “Heb je de hotelreservering ook bevestigd?” De verleden tijd staat in Bekræftede, du is de uitvoerder, også betekent “ook”, en hotelreservationen is het bepaalde lijdende voorwerp. De vraagvolgorde met werkwoord vóór onderwerp is een herbruikbaar patroon: Verbum in verleden tijd + onderwerp + ...?.

  5. Bekræftelsesmailen er gemt på min telefon.

    De bevestigingsmail staat op mijn telefoon.

    Bekræftelsesmailen
    bevestigingsmail
    er gemt
    is opgeslagen
    telefon
    telefoon
    Uitgebreide uitleg

    Bekræftelsesmailen betekent hier “de bevestigingsmail”. Het is een samenstelling rond bekræftelse (“bevestiging”) en mail (“mail/e-mail”); de verbindings-s hoort bij de samenstellingsvorm. De uitgang -en markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm: “de bevestigingsmail”. Het eerdere Bekræftede in de context hoort bij het werkwoord bekræfte (“bevestigen”); dat is een ander woord dan het zelfstandig naamwoord bekræftelse. er gemt geeft aan dat iets opgeslagen is. er is de tegenwoordige vorm van at være (“zijn”) en verandert hier niet naar persoon of getal. gemt is het voltooid deelwoord van at gemme (“opslaan, bewaren”); de tegenwoordige vorm is gemmer. De combinatie er gemt kan je hergebruiken voor een opgeslagen bestand of bericht, bijvoorbeeld: Billedet er gemt. — “De afbeelding is opgeslagen.” telefon betekent “telefoon”. In min telefon betekent min “mijn”; telefon staat daar in het enkelvoud. De volledige woordgroep på min telefon betekent hier “op mijn telefoon”. Bij digitale inhoud gebruikt het Deens dus på om de plaats aan te geven waar die inhoud beschikbaar is. Samen vormen de delen de mededeling: Bekræftelsesmailen is het onderwerp, er gemt zegt dat de mail opgeslagen is, en på min telefon geeft de opslagplaats aan. De hele zin betekent daarom: “De bevestigingsmail staat op mijn telefoon.”

  6. Har du en printet kopi, hvis din telefon løber tør for strøm?

    Heb je een geprinte kopie voor het geval je telefoon uitvalt?

    Har du
    heb je
    printet
    geprinte
    kopi
    kopie
    hvis
    voor het geval dat
    din telefon
    je telefoon
    løber tør for strøm
    zonder stroom komen te zitten
    Uitgebreide uitleg

    Har du opent hier een ja-neevraag: har is de tegenwoordige vorm van have bij du, en du betekent “je/jij”. In vragen staat het werkwoord in het Deens vóór het onderwerp. Vergelijk: Du har en kopi. — “Je hebt een kopie.”; Har du en kopi? — “Heb je een kopie?” printet betekent hier “geprint” en beschrijft kopi. Het is de voltooide deelwoordsvorm van printe (“printen”); bijvoeglijk gebruikt het een kopie als al afgedrukt. Voorbeeld: Jeg har printet dokumentet. — “Ik heb het document geprint.” De vorm printet is dus niet het hoofdwerkwoord van de vraag; har vormt hier de vraagconstructie en printet beschrijft de kopie. kopi is een zelfstandig naamwoord voor een kopie of afschrift. Het onbepaalde lidwoord en markeert hier een enkelvoudig, gemeenschappelijk-geslachtig zelfstandig naamwoord, maar is op zichzelf geen afzonderlijke teluitspraak. Voorbeeld: Jeg har en kopi. — “Ik heb een kopie.” hvis leidt een voorwaardelijke bijzin in en betekent hier “als” of “voor het geval dat”. Het verbindt de beschikbare kopie met de mogelijke situatie die daarna wordt genoemd. Voorbeeld: Tag den med, hvis du får brug for den. — “Neem hem mee als je hem nodig hebt.” din telefon betekent “je telefoon”. din is een bezittelijk voornaamwoord dat bij het enkelvoudige gemeenschappelijke-geslachtwoord telefon past; telefon is het zelfstandig naamwoord “telefoon”. De vorm van het bezittelijk voornaamwoord hangt dus samen met het grammaticale type en getal van het bezeten zelfstandig naamwoord, niet alleen met de persoon die bezit. Voorbeeld: Hvor er din telefon? — “Waar is je telefoon?” løber tør for strøm is een vaste, beeldende combinatie: letterlijk “loopt droog van stroom”, maar in deze context “raakt zonder stroom” of “valt uit doordat de batterij leeg is”. løber is de tegenwoordige vorm van løbe (“lopen”); tør betekent hier “op/leeg”, en strøm betekent “stroom”. In de combinatie wordt niet een persoon als lopend beschreven. Voorbeeld: Batteriet løber tør for strøm. — “De batterij raakt leeg.” Samen bestaat de vraag uit Har du + en printet kopi: “Heb je een geprinte kopie?” Daarna beperkt hvis de situatie: din telefon løber tør for strøm betekent “als je telefoon zonder stroom komt te zitten”. De volledige betekenis is daarom: “Heb je een geprinte kopie voor het geval je telefoon uitvalt?”

  7. Jeg har printet en og lagt den i mappen.

    Ik heb er één geprint en in de map gedaan.

    Jeg har
    ik heb
    printet
    geprint
    en
    één
    lagt
    gelegd/geplaatst
    den
    het
    i mappen
    in de map
    Uitgebreide uitleg

    Jeg har betekent hier “ik heb” en vormt samen met het volgende voltooid deelwoord een voltooide handeling. har is de tegenwoordige vorm van have; in de tegenwoordige tijd verandert dit werkwoord niet naar de persoon. De combinatie har + voltooid deelwoord drukt doorgaans uit dat de handeling voltooid is. Voorbeeld: Jeg har læst bogen. — “Ik heb het boek gelezen.” printet betekent hier “geprint”. Het is het voltooid deelwoord van printe (“printen”); na har geeft het aan dat het printen al is uitgevoerd. Hetzelfde woord kan ook als bijvoeglijke bepaling voorkomen, zoals in en printet kopi — “een geprinte kopie” (zoals in de vorige zin). en betekent hier “één”: het is hier zelfstandig gebruikt als telwoord/pronomen en verwijst volgens de vaste vertaling naar één geprint exemplaar. Het is in deze zin dus niet alleen het onbepaalde lidwoord. Voorbeeld: Jeg tager en. — “Ik neem er één.” lagt betekent hier “gelegd” of “geplaatst”. Het is het voltooid deelwoord van lægge (“leggen; plaatsen”). In combinatie met har geeft har lagt aan dat het plaatsen al is uitgevoerd. Voorbeeld: Jeg har lagt bogen på bordet. — “Ik heb het boek op tafel gelegd.” den is een enkelvoudig voornaamwoord voor een referent van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. Hier neemt het de eerder genoemde ene geprinte zaak over en betekent het in de Nederlandse vertaling “het”. Voorbeeld: Jeg ser en kopi. Jeg lægger den i tasken. — “Ik zie een kopie. Ik leg die in de tas.” i mappen betekent “in de map”. i geeft de plaats aan en mappen is de bepaalde vorm van mappe (“map”): mappe → mappen. Samen geeft deze woordgroep aan waar het geprinte exemplaar is geplaatst. Voorbeeld: Nøglen ligger i mappen. — “De sleutel ligt in de map.” Samen vormen de delen de betekenis: de spreker zegt dat die persoon één exemplaar heeft geprint en dat exemplaar vervolgens in de map heeft geplaatst. Het hulpwerkwoord har geldt voor beide voltooide handelingen: har printet en har lagt den i mappen. De hele uiting betekent dus: “Ik heb er één geprint en in de map gedaan.”

  8. Så har vi alt, hvad vi har brug for.

    Dan hebben we alles wat we nodig hebben.

    Så
    dan
    har vi
    hebben we
    alt
    alles
    hvad
    wat
    vi har brug for
    wij hebben nodig
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en markeert een gevolg of conclusie. In andere zinnen kan så ook “zo” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. har vi bevat har, de tegenwoordige tijd van have (“hebben”), met vi (“we”). De volgorde is hier werkwoord + onderwerp omdat Så vooraan staat: in een gewone Deense hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede plaats. Vergelijk: Vi har ... = “We hebben ...”, maar Så har vi ... = “Dan hebben we ...”. alt betekent hier “alles”. Het verwijst naar het geheel van wat nodig is. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm van al; alle wordt gebruikt bij meervoudige zelfstandige naamwoorden, bijvoorbeeld alle bøger = “alle boeken”. Alt en alle zijn dus niet zonder meer uitwisselbaar. hvad betekent hier “wat” in de betekenis “datgene wat”. Het leidt de bijzin in hvad vi har brug for in. In een directe vraag kan hvad ook “wat?” betekenen, maar dat is hier niet de functie. vi har brug for betekent letterlijk ongeveer “wij hebben behoefte aan” en is de vaste Deense constructie voor “wij hebben nodig”. De vervoegde vorm har komt van have (“hebben”); brug for hoort samen bij deze constructie. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. = “Ik heb hulp nodig.” Samen ontstaat de structuur Så har vi alt, hvad ...: “Dan hebben we alles wat ...”. De bijzin vi har brug for bepaalt wat voor soort “alles” bedoeld wordt: het is alles wat we nodig hebben. De volledige zin betekent daarom: “Dan hebben we alles wat we nodig hebben.”

Grammatica

have brug for + substantiv

har brug for pas

haa broo fohr pès

heeft een paspoort nodig

De vaste uitdrukking is have brug for. Het voorzetsel for hoort bij de uitdrukking en wordt niet weggelaten.

løbe tør for + substantiv

løber tør for strøm

luh-buh teu-uh fohr sdrôm

zonder stroom komen te zitten

Tør for vormt samen een vaste uitdrukking voor iets niet meer hebben, zoals stroom.

Deens woordenschat

begynde werkwoord
buh-geun-uh beginnen
bekræfte werkwoord
buh-kref-tuh bevestigen Bekræftede
boardingkort zelfstandig naamwoord
boh-deng-kohd instapkaart
Geslacht
neuter
før voegwoord
fuh voordat
hjælpe werkwoord
jèl-buh helpen
indvendig bijvoeglijk naamwoord
en-ven-dee binnen- indvendige
ligge werkwoord
leg-uh liggen ligger
lomme zelfstandig naamwoord
lom-uh vak
Geslacht
common
pas zelfstandig naamwoord
pès paspoort
Geslacht
neuter
rejsedokument zelfstandig naamwoord
ghai-suh-doh-goo-mend reisdocument rejsedokumenterne
Geslacht
neuter
tage af sted uitdrukking
tee-uh eh stee vertrekken tager af sted
tjekke werkwoord
tsjek-kuh controleren

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Heb je de hotelreservering ook bevestigd?

Antwoord tonenBekræftede du også hotelreservationen?

De bevestigingsmail staat op mijn telefoon.

Antwoord tonenBekræftelsesmailen er gemt på min telefon.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

instapkaart

Antwoord tonenboardingkort

beginnen

Antwoord tonenbegynde

controleren

Antwoord tonentjekke

liggen

Antwoord tonenligger