Før
“Før” betekent hier ‘voordat’ en leidt de informatie in “Før vi begynder at lave mad” in. Gebruik “Før” voor een gebeurtenis die eerder plaatsvindt dan de hoofdzin. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je uitlegt wat eerst moet gebeuren.
vi
“vi” betekent ‘wij’ en verwijst hier naar de twee mensen die samen gaan koken. Het is het onderwerp in “vi begynder” en “har vi”. Gebruik “vi” wanneer je over jezelf en minstens één andere persoon spreekt.
begynder
“begynder” betekent hier ‘beginnen’ in “vi begynder at lave mad”. Dit is de vorm die in deze zin bij “vi” staat; de woordenboekvorm is “begynde”. Een veelgebruikt patroon is “begynde at” gevolgd door een handeling.
at
“at” markeert in “at lave mad” de daaropvolgende handeling. Samen met “lave” geeft het aan wat de mensen beginnen te doen. Gebruik “at” in het patroon “begynde at + werkwoord”.
lave
In “lave mad” betekent “lave” hier voedsel bereiden of koken; “mad” benoemt wat wordt bereid. De combinatie “lave mad” gebruik je voor koken of eten klaarmaken. Je kunt haar gebruiken wanneer je over een kookactiviteit praat.
mad
“mad” betekent hier ‘eten’ of ‘voedsel’ in de vaste combinatie “lave mad”. Het benoemt wat de mensen gaan bereiden. Gebruik “mad” bijvoorbeeld wanneer je over voedsel of een maaltijd praat.
hvilke
“hvilke” betekent ‘welke’ en vraagt in “hvilke ingredienser” om een keuze of opsomming van ingrediënten. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord waarover je informatie vraagt. Gebruik het in het patroon “hvilke + zelfstandig naamwoord”.
ingredienser
“ingredienser” betekent ‘ingrediënten’ en verwijst hier naar de producten die nodig zijn om te koken. In “hvilke ingredienser” is het datgene waarnaar gevraagd wordt. Gebruik “ingredienser” wanneer je bespreekt wat er in een gerecht nodig is.
har
“har” betekent hier ‘hebben’ of ‘beschikbaar hebben’ in “hvilke ingredienser har vi?”. Het vraagt welke ingrediënten aanwezig zijn. Gebruik “har” ook om te zeggen dat iemand iets bezit of bij zich heeft.
Opskriften
“Opskriften” betekent ‘het recept’ en is in “Opskriften skal bruge løg og tomater” datgene waarvoor de ingrediënten nodig zijn. De vorm verwijst naar één specifiek recept. Gebruik “Opskriften” wanneer je naar een bekend recept verwijst.
skal
“skal” geeft in “skal bruge” aan wat het recept nodig heeft of voorschrijft. De betekenis ontstaat hier samen met “bruge”, niet door “skal” alleen. Een veelgebruikt patroon is “skal + werkwoord” voor wat nodig is of moet gebeuren.
bruge
In “skal bruge” betekent “bruge” hier ‘nodig hebben’ in de context van een recept. Het gaat om de ingrediënten die het recept vereist. Gebruik “bruge” in een patroon met een voorwerp, zoals iets gebruiken of iets nodig hebben.
løg
“løg” betekent ‘uien’ en verwijst hier naar het ingrediënt dat het recept nodig heeft en dat op is. Het komt voor in “løg og tomater” en “løbet tør for løg”. Gebruik “løg” wanneer je over uien als ingrediënt of als product praat.
og
“og” betekent ‘en’ en verbindt in “løg og tomater” twee ingrediënten. Het voegt het tweede onderdeel aan het eerste toe. Gebruik “og” om woorden of zinsdelen naast elkaar te plaatsen.
tomater
“tomater” betekent ‘tomaten’ en is hier een van de ingrediënten die nog aanwezig zijn. In “løg og tomater” staat het naast het andere ingrediënt. Gebruik “tomater” wanneer je over tomaten als voedsel of ingrediënt praat.
men
“men” betekent ‘maar’ en leidt in “men vi er løbet tør for løg” een tegenstelling in: er zijn tomaten, maar geen uien meer. Gebruik “men” om twee tegengestelde of afwijkende delen van een boodschap te verbinden.
er
“er” is hier de vorm van “være” en verbindt “vi” met de toestand in “vi er løbet tør for løg”. Het maakt deel uit van de mededeling dat de uienvoorraad op is. Gebruik “er” ook om een toestand of situatie te beschrijven.
løbet tør for
“løbet tør for” betekent als geheel ‘geen voorraad meer hebben van’ of ‘op zijn’. In deze vaste uitdrukking draagt “løbet” de werkwoordsvorm bij, maakt “tør” deel uit van het idee dat iets op is, en verbindt “for” de uitdrukking met wat ontbreekt. Een bruikbaar patroon is “være løbet tør for + iets”.
Kan
“Kan” betekent hier ‘kunnen’ of ‘mogen’ en vraagt in “Kan vi bruge forårsløg i stedet?” of een alternatief mogelijk is. Het staat vóór het onderwerp en gevolgd door de handeling “bruge”. Gebruik “kan + werkwoord” om naar mogelijkheid of toestemming te vragen.
forårsløg
“forårsløg” betekent ‘bosuitjes’ of ‘lente-uitjes’ en is hier het voorgestelde alternatief voor gewone uien. Het is het voorwerp bij “bruge”. Gebruik “forårsløg” wanneer je dit type ui als ingrediënt benoemt.
i stedet
“i stedet” betekent samen ‘in plaats daarvan’. “i” en “stedet” vormen hier één uitdrukking die het alternatief “forårsløg” introduceert. Gebruik “i stedet” wanneer je iets anders wilt gebruiken of doen dan het eerder genoemde.
Måske
“Måske” betekent ‘misschien’ en maakt het antwoord in “Måske, men smagen bliver anderledes” voorzichtig of niet volledig zeker. Het kan aan het begin van een antwoord staan. Gebruik “Måske” wanneer je een mogelijkheid noemt zonder haar als zeker te presenteren.
smagen
“smagen” betekent ‘de smaak’ en verwijst hier naar het resultaat van het gerecht met een ander ingrediënt. De vorm is gebaseerd op “smag”, maar in de dialoog gaat het om een specifieke smaak. Gebruik “smagen” wanneer je de smaak van een gerecht bespreekt.
bliver
“bliver” betekent hier ‘wordt’ in “bliver anderledes” en drukt een verandering aan. Het verbindt de smaak met de nieuwe eigenschap “anderledes”. Een veelgebruikt patroon is “bliver + bijvoeglijk naamwoord” voor een verandering van toestand.
anderledes
“anderledes” betekent ‘anders’ en beschrijft hier hoe de smaak zal zijn als er een ander soort ui wordt gebruikt. Het staat na “bliver” in “bliver anderledes”. Gebruik het om aan te geven dat iets niet hetzelfde is als eerder.
Så
“Så” betekent hier ‘dan’ en leidt de beslissing in “Så køber jeg løg” in. Het verbindt de conclusie met de eerdere informatie dat de uien op zijn. Gebruik “Så” om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
køber
“køber” betekent hier ‘kopen’ in “Så køber jeg løg”. De woordenboekvorm is “købe”; “køber” is de vorm die in deze zin wordt gebruikt. Een bruikbaar patroon is “købe + voorwerp”, zoals iets kopen.
jeg
“jeg” betekent ‘ik’ en verwijst hier naar de persoon die de uien gaat kopen. In “køber jeg løg” staat het na het werkwoord omdat de zin met “Så” begint. Gebruik “jeg” wanneer je over jezelf spreekt.
butikken
“butikken” betekent ‘de winkel’ en verwijst hier naar de winkel waar de uien worden gekocht. In “i butikken på hjørnet” wordt de locatie verder gespecificeerd. Gebruik “butikken” wanneer je naar een bepaalde winkel verwijst.
på
“på” geeft in “på hjørnet” de plaats aan waar de winkel zich bevindt. De betekenis is hier onderdeel van de plaatsaanduiding, niet van het kopen zelf. Gebruik “på” met een locatie om aan te geven waar iets of iemand is.
hjørnet
“hjørnet” betekent ‘de hoek’ in de plaatsaanduiding “på hjørnet”. Het specificeert welke winkel bedoeld wordt. Gebruik “på hjørnet” wanneer je een plaats bij een hoek beschrijft.
stadig
“stadig” betekent ‘nog steeds’ in “Vi skal stadig måle risene”. Het laat zien dat het afmeten nog moet gebeuren. Gebruik “stadig” wanneer een handeling of toestand voortduurt of nog niet is afgerond.
måle
“måle” betekent ‘meten’ of een hoeveelheid afmeten, hier in “måle risene”. Het verwijst naar het bepalen van de benodigde hoeveelheid rijst. Gebruik “måle + voorwerp” wanneer je iets meet.
risene
“risene” verwijst hier naar de rijst die voor het koken moet worden afgemeten. Het is het voorwerp in “måle risene”. Gebruik deze vorm wanneer je naar de rijst in de besproken kooktaak verwijst.
nok
“nok” betekent hier ‘genoeg’ en geeft in “nok ris” aan dat de hoeveelheid voldoende moet zijn. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat de hoeveelheid beschrijft. Gebruik “nok + zelfstandig naamwoord” om een voldoende hoeveelheid aan te geven.
af
“af” hoort in “måler nok ris af” bij het afmeten en geeft aan dat een bepaalde hoeveelheid wordt afgemeten. De betekenis ontstaat samen met “måle” en niet door “af” alleen. Een bruikbaar patroon is “måle iets af”.
til
“til” betekent hier ‘voor’ en geeft in “til fire personer” aan voor wie de hoeveelheid rijst bedoeld is. Het verbindt de hoeveelheid met de personen die zullen eten. Gebruik “til + persoon of groep” om een bestemming of ontvanger aan te geven.
fire
“fire” betekent ‘vier’ en geeft in “fire personer” het aantal personen aan. Het staat vóór “personer”. Gebruik “fire” wanneer je dit aantal personen of dingen benoemt.
personer
“personer” betekent ‘personen’ of ‘mensen’ en verwijst hier naar de vier mensen voor wie de rijst wordt afgemeten. In “fire personer” benoemt het de groep die met de hoeveelheid verbonden is. Gebruik het na een getal om personen te tellen of te beschrijven.
når
“når” betekent ‘wanneer’ en leidt in “når jeg kommer tilbage” de tijdsbepaling in. Het geeft aan op welk moment het afmeten gebeurt. Gebruik “når + zin” om een moment of tijdstip aan te geven.
kommer
“kommer” betekent in “kommer tilbage” ‘komt’ en beschrijft het terugkomen van de spreker. De woordenboekvorm is “komme”; “kommer” is de vorm in deze dialoog. Gebruik “komme tilbage” wanneer iemand terugkeert naar een eerdere plaats.
tilbage
“tilbage” betekent ‘terug’ in de uitdrukking “kommer tilbage”. Het geeft de richting of terugkeer naar de eerdere plaats aan. Gebruik “tilbage” bijvoorbeeld met “komme” om terugkomen uit te drukken.