Een betere studeerkamer kiezen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home, two adults compare the kitchen and bedroom and choose the quieter room for studying..

NL → DA / Niveau: A2

Over deze les

Met Een betere studeerkamer kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvilket værelse skal jeg bruge til at studere?

wel-guh wèr-uh-leh skèl jai broe-uh tel ah stoe-dee-uh? Welke kamer zal ik gebruiken om te studeren?
B

Hvad med soveværelset eller køkkenet?

wadh meh soo-veh-wèr-uh-leh-seh el-ah keu-guh-neh-seh? Wat dacht je van de slaapkamer of de keuken?
A

Køkkenet er lysere, men der bliver larm.

keu-guh-neh air luu-seh-ah, men dair blie-ah larm. De keuken is lichter, maar het wordt er lawaaierig.
B

Soveværelset er mere stille og mere behageligt.

soo-veh-wèr-uh-leh-seh air meer sdeh-leh oh meer behè-uh-li. De slaapkamer is rustiger en comfortabeler.
A

Jeg skal kunne koncentrere mig uden afbrydelser.

jai skèl koeh-neh kon-sen-tree-uh mai oeh-dhen af-bruu-dhel-ser. Ik moet me zonder onderbrekingen kunnen concentreren.
B

Så giver det mere mening at vælge det mere stille værelse.

soo gie-veh dee meer mee-ning ah wèl-leh dheh meer sdeh-leh wèr-uh-leh. Dan is het logischer om de rustigere kamer te kiezen.
A

Jeg vil studere i soveværelset i dag.

jai wel stoe-dee-uh ie soo-veh-wèr-uh-leh-seh ie dè. Ik ga vandaag in de slaapkamer studeren.
B

Luk døren, hvis der bliver larm på gangen.

loeg deu-ahn, wis dair blie-ah larm po gan-gen. Doe de deur dicht als het in de gang lawaaierig wordt.

Woord voor woord

Hvilket “Hvilket” betekent hier “welk” in de vraag naar een kamer. Het hoort bij het onzijdige enkelvoudige “værelse”; samen vormen ze “Hvilket værelse”. Gebruik “Hvilket” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar één keuze vraagt.
værelse “værelse” betekent hier “kamer”. In “Hvilket værelse” is het de kamer waaruit iemand wil kiezen. Gebruik dit woord wanneer je naar een specifieke kamer verwijst.
skal “skal” drukt hier uit wat de spreker zou moeten of van plan is te doen. In “skal jeg bruge” staat het vóór de infinitief en geeft het de handeling aan die moet gebeuren. Gebruik “skal” vóór een infinitief om te vragen of te zeggen wat iemand moet doen.
jeg “jeg” betekent “ik” en is hier het onderwerp van de zin. In de vraag “skal jeg bruge” staat het na “skal”, zoals gebruikelijk in deze vraagvolgorde. Gebruik “jeg” wanneer je naar jezelf verwijst.
bruge “bruge” betekent “gebruiken”. In “skal jeg bruge” is het de infinitief die volgt op “skal”. Gebruik deze vorm na een modaal werkwoord om een handeling uit te drukken.
til “til” betekent hier “om te” of “voor het doel van” studeren. In “til at studere” geeft het aan waarvoor de kamer wordt gebruikt. Gebruik de constructie “til at” vóór een handeling die het doel beschrijft.
at “at” markeert hier de infinitief in “at studere” en later in “at vælge det mere stille værelse”. Het verbindt de handeling met de rest van de zin. Gebruik “at” vóór een infinitief wanneer die handeling ingebed is in een grotere constructie.
studere “studere” betekent “studeren”. In “til at studere” beschrijft het de activiteit waarvoor de kamer nodig is. Gebruik dit woord om de leeractiviteit zelf te benoemen.
Hvad “Hvad” betekent hier “wat” in de suggestie “Hvad med...”. De spreker vraagt niet naar een los voorwerp, maar brengt een mogelijkheid ter overweging. Gebruik “Hvad” aan het begin van “Hvad med” om iets voor te stellen.
med “med” maakt hier samen met “Hvad” de uitdrukking “Hvad med soveværelset”, oftewel “wat dacht je van de slaapkamer?”. Het draagt in deze constructie bij aan een voorstel voor een optie. Gebruik “Hvad med” vóór iets dat je ter overweging wilt voorstellen.
soveværelset “soveværelset” betekent “de slaapkamer” en verwijst hier naar een specifieke kamer. In “Hvad med soveværelset” is het een voorgestelde optie; in “i soveværelset” is het de plaats waar iemand studeert. Gebruik dit woord wanneer je naar de slaapkamer verwijst.
eller “eller” betekent “of” en verbindt hier twee keuzemogelijkheden: “soveværelset eller køkkenet”. Gebruik het tussen opties wanneer je een keuze of alternatief noemt.
køkkenet “køkkenet” betekent “de keuken” en verwijst hier naar een specifieke keuken. In “Køkkenet er lysere” is het de beschreven ruimte en in “... eller køkkenet” een alternatief. Gebruik deze vorm wanneer je naar die bepaalde keuken verwijst.
er “er” betekent hier “is” en verbindt de keuken of slaapkamer met een beschrijving. In “Køkkenet er lysere” staat het tussen het onderwerp en het bijvoeglijke woord. Gebruik “er” om een eigenschap aan een onderwerp toe te schrijven.
lysere “lysere” betekent hier “lichter” of “helderder” en vergelijkt de keuken met de slaapkamer. De vorm geeft aan dat de keuken meer licht heeft. Gebruik deze vergelijkende vorm wanneer je zegt dat iets meer licht heeft dan iets anders.
men “men” betekent “maar” en stelt hier een tegenstelling in: de keuken is lichter, maar er ontstaat lawaai. Gebruik het om twee tegengestelde eigenschappen of gevolgen met elkaar te verbinden.
der In “der bliver larm” betekent “der” niet “daar” als plaatsaanduiding. Het hoort bij een onpersoonlijke formulering waarin wordt gezegd dat er lawaai ontstaat. Gebruik deze constructie om het optreden van lawaai of een andere situatie te beschrijven zonder een concrete persoon als onderwerp.
bliver “bliver” betekent hier “wordt” of “ontstaat” in “der bliver larm”. Het beschrijft dat er lawaai begint of aanwezig raakt. Gebruik deze vorm in dezelfde constructie om een verandering of het ontstaan van lawaai te beschrijven.
larm “larm” betekent “lawaai”. In “der bliver larm” benoemt het wat er ontstaat, en in “hvis der bliver larm på gangen” waar de voorwaarde over gaat. Gebruik dit woord wanneer geluiden hinderlijk of storend worden.
mere “mere” betekent “meer” en maakt in “mere stille” en “mere behageligt” een vergelijking. Het geeft aan dat de slaapkamer in grotere mate stil of comfortabel is. Gebruik “mere” vóór een beschrijving wanneer je een hogere mate wilt aangeven.
stille “stille” betekent hier “stil” of “rustig”. In “mere stille” beschrijft het waarom de slaapkamer beter geschikt is om te studeren. Gebruik dit woord om een omgeving met weinig geluid te beschrijven.
og “og” betekent “en” en verbindt hier twee eigenschappen: “mere stille” en “mere behageligt”. Gebruik het om gelijkwaardige woorden of zinsdelen samen te voegen.
behageligt “behageligt” betekent hier “comfortabel” of “aangenaam” en beschrijft de slaapkamer. In “mere behageligt” wordt de slaapkamer als comfortabeler dan de andere optie voorgesteld. Gebruik dit woord voor een aangename ervaring of omgeving.
kunne “kunne” betekent hier “kunnen” of “in staat zijn om”. In “skal kunne koncentrere mig” drukt het uit dat de spreker de mogelijkheid nodig heeft om zich te concentreren. Gebruik “skal kunne” vóór een infinitief om een vereiste mogelijkheid uit te drukken.
koncentrere “koncentrere” betekent hier “zich concentreren” of “focussen”. In “koncentrere mig” beschrijft het dat de spreker zijn aandacht op het studeren richt. Deze handeling wordt gebruikt met een wederkerend voornaamwoord dat bij de persoon past.
mig “mig” betekent hier “me” of “mijzelf” en hoort bij “koncentrere” in “koncentrere mig”. Het verwijst terug naar dezelfde persoon als “jeg”. Gebruik “mig” als wederkerend voornaamwoord wanneer de eerste persoon zichzelf als doel van de handeling aanduidt.
uden “uden” betekent “zonder” en geeft hier aan dat de spreker geen onderbrekingen wil. In “uden afbrydelser” staat het vóór datgene wat ontbreekt. Gebruik “uden” vóór een zelfstandig naamwoord om de afwezigheid ervan uit te drukken.
afbrydelser “afbrydelser” betekent “onderbrekingen”. In “uden afbrydelser” benoemt het wat de concentratie kan verstoren. Gebruik dit woord voor situaties waarin een activiteit tussendoor wordt gestopt of verstoord.
“Så” betekent hier “dan” of “dus” en leidt een conclusie uit de eerdere redenatie in. In “Så giver det mere mening” verbindt het de behoefte aan rust met de keuze voor de rustigere kamer. Gebruik “Så” aan het begin van een gevolgtrekking.
giver In “giver det mere mening” betekent “giver” niet letterlijk alleen “geeft”; de hele uitdrukking betekent “maakt meer zin” of “is logischer”. De uitdrukking wordt hier gebruikt om een keuze te beoordelen. Gebruik “giver ... mening” om te zeggen dat iets logisch of redelijk is.
det “det” verwijst in “giver det mere mening” naar de besproken situatie of keuze. Samen met “giver ... mening” maakt het duidelijk wat volgens de spreker logischer is. Gebruik “det” om in zo’n beoordeling naar een eerder genoemde situatie te verwijzen.
mening “mening” betekent hier “zin” in de uitdrukking “giver ... mening”. De hele uitdrukking zegt dat de keuze voor de rustigere kamer logischer is. Gebruik “mening” in deze constructie wanneer je de logica van een voorstel of beslissing beoordeelt.
vælge “vælge” betekent “kiezen”. In “at vælge det mere stille værelse” beschrijft het de beslissing tussen de twee kamers. Gebruik deze infinitief na “at” wanneer je het selecteren van een optie beschrijft.
vil “vil” drukt hier de bedoeling of het plan van de spreker uit: die persoon gaat vandaag in de slaapkamer studeren. In “Jeg vil studere” staat het vóór de infinitief. Gebruik “vil” vóór een infinitief om een voornemen of plan te formuleren.
i “i” betekent in “i soveværelset” “in” en geeft de plaats van het studeren aan. In “i dag” maakt het deel uit van de vaste tijdsaanduiding “vandaag”. Gebruik “i” dus zowel vóór een plaats als in de tijdsuitdrukking “i dag”.
dag “dag” betekent “dag”. In de vaste uitdrukking “i dag” betekent het geheel “vandaag”. Gebruik dit woord in die tijdsaanduiding om naar de huidige dag te verwijzen.
Luk “Luk” betekent “sluit” en is hier een directe instructie. In “Luk døren” zegt de spreker dat de deur gesloten moet worden. Gebruik deze vorm aan het begin van een opdracht aan één persoon.
døren “døren” betekent “de deur” en is hier het specifieke voorwerp dat gesloten moet worden. In “Luk døren” staat het na de opdracht. Gebruik deze vorm wanneer je naar een bepaalde deur verwijst.
hvis “hvis” betekent “als” of “indien” en introduceert hier de voorwaarde voor de instructie. In “hvis der bliver larm på gangen” beschrijft het wanneer de deur gesloten moet worden. Gebruik “hvis” om een voorwaardelijke situatie in te leiden.
“på” geeft in “på gangen” de plaats aan waar het lawaai ontstaat; in het Nederlands vertaal je dit hier als “in de gang”. Gebruik deze plaatsaanduiding in de uitdrukking “på gangen” wanneer je naar de gang als locatie verwijst.
gangen “gangen” betekent “de gang” en verwijst hier naar een specifieke gang. In “på gangen” geeft het aan waar het lawaai ontstaat. Gebruik deze vorm wanneer je naar die bepaalde gang verwijst.

Grammatica

Bestemt substantiv med endelse: -en/-et

Luk døren.

loeg deu-ahn

Sluit de deur.

In het Deens krijgt een zelfstandig naamwoord vaak een bepaald achtervoegsel: dør → døren.

Deens woordenschat

afbrydelse zelfstandig naamwoord
af-bruu-dhel-seh onderbreking afbrydelser

Jeg skal kunne koncentrere mig uden afbrydelser.

behagelig bijvoeglijk naamwoord
behè-uh-li comfortabel; aangenaam behageligt

Soveværelset er mere stille og mere behageligt.

bruge werkwoord
broe-uh gebruiken

Hvilket værelse skal jeg bruge til at studere?

give mening uitdrukking
gie-veh mee-ning zin hebben; logisch zijn giver mere mening

Så giver det mere mening at vælge det mere stille værelse.

koncentrere sig werkwoord
kon-sen-tree-uh sai zich concentreren koncentrere mig

Jeg skal kunne koncentrere mig uden afbrydelser.

køkken zelfstandig naamwoord
keu-guh keuken køkkenet
Geslacht
neuter

Hvad med soveværelset eller køkkenet?

larm zelfstandig naamwoord
laam lawaai

Køkkenet er lysere, men der bliver larm.

lys bijvoeglijk naamwoord
luus licht lysere

Køkkenet er lysere, men der bliver larm.

soveværelse zelfstandig naamwoord
soo-veh-wèr-uh-leh slaapkamer soveværelset
Geslacht
neuter

Hvad med soveværelset eller køkkenet?

stille bijvoeglijk naamwoord
sdeh-leh stil; rustig

Soveværelset er mere stille og mere behageligt.

studere werkwoord
stoe-dee-uh studeren

Hvilket værelse skal jeg bruge til at studere?

værelse zelfstandig naamwoord
wèr-uh-leh kamer værelset
Geslacht
neuter

Hvilket værelse skal jeg bruge til at studere?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat dacht je van de slaapkamer of de keuken?

Antwoord tonenHvad med soveværelset eller køkkenet?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kamer

Antwoord tonenværelset

licht

Antwoord tonenlysere

studeren

Antwoord tonenstudere

gebruiken

Antwoord tonenbruge