Skal
In “Skal vi lave noget indenfor eller udenfor i morgen?” betekent “Skal” hier “zullen we” en leidt het een voorstel in. Na “Skal” staat de persoon, gevolgd door de infinitief, zoals in “Skal vi lave ...?”.
vi
“vi” betekent “we” en verwijst hier naar de twee gesprekspartners samen. Het staat direct na “Skal” in de vraag “Skal vi ...?”.
lave
“lave” betekent hier “doen” in de uitdrukking “lave noget”, dus “iets doen”. Het is de infinitief na “Skal”; gebruik bijvoorbeeld het patroon “lave noget” voor een activiteit.
noget
“noget” betekent “iets” in “lave noget”. Je gebruikt het voor een niet nader genoemd ding of een niet nader genoemde activiteit, bijvoorbeeld in het patroon “gøre/lave noget”.
indenfor
“indenfor” betekent in deze dialoog “binnen” of “binnenshuis”. Het staat tegenover “udenfor” en beschrijft waar de activiteit plaatsvindt.
eller
“eller” betekent “of” en verbindt hier de twee mogelijkheden “indenfor eller udenfor”. Gebruik het om een keuze tussen alternatieven aan te geven.
udenfor
“udenfor” betekent “buiten” of “buitenshuis” in “indenfor eller udenfor”. Het beschrijft hier de plaats van een mogelijke activiteit.
i
In “i morgen” betekent “i” samen met “morgen” “morgen”. Dit is een vaste tijdsaanduiding die je gebruikt om naar de volgende dag te verwijzen.
morgen
“morgen” betekent hier “morgen”, in de uitdrukking “i morgen”. De volledige tijdsaanduiding staat vaak aan het begin of einde van een zin.
Tjek
“Tjek” betekent “controleer” of “bekijk” in de opdracht “Tjek vejrudsigten”. Dit is een directe aansporing; je kunt het gebruiken vóór het object dat je wilt controleren.
vejrudsigten
“vejrudsigten” betekent “de weersvoorspelling” in “Tjek vejrudsigten”. Dit is de bepaalde vorm van “vejrudsigt”; het woord staat hier als object na “Tjek”.
før
In “før vi beslutter os” betekent “før” “voordat”. In “før frokost” betekent het “voor”; het verbindt dus een eerdere tijd met een handeling of moment.
beslutter
“beslutter” betekent hier “beslist” in “vi beslutter os”. Het hoort in deze zin bij “os”; samen gaat het over een beslissing nemen.
os
“os” verwijst in “vi beslutter os” terug naar de gesprekspartners en maakt de uitdrukking “beslutter os” compleet. Gebruik het hier niet los, maar samen met de werkwoordsvorm “beslutter”.
Der
In “Der står, at ...” betekent “Der” niet letterlijk een plaats, maar maakt het de mededeling “er staat/vermeldt de voorspelling”. Deze vorm komt vaak voor aan het begin van een zin over geschreven of vermelde informatie.
står
“står” betekent hier “staat” of “vermeldt” in “Der står, at ...”. Het kan in deze betekenis gebruikt worden om aan te geven wat er in een bericht, tekst of voorspelling staat.
at
“at” betekent hier “dat” en leidt de inhoud van de mededeling in: “Der står, at det bliver solrigt ...”. Het verbindt de hoofdzin met wat er vermeld wordt.
det
“det” verwijst in “det bliver solrigt” naar de algemene weerssituatie en wordt in het Nederlands vaak als “het” vertaald. Het staat hier als onderwerp bij een weerbeschrijving.
bliver
“bliver” betekent hier “wordt” of “zal zijn” in “det bliver solrigt”. Met een weerbeschrijving geeft het aan hoe de situatie later zal zijn, bijvoorbeeld in “det bliver ...” plus een bijvoeglijk naamwoord.
solrigt
“solrigt” betekent “zonnig” in “det bliver solrigt”. Het beschrijft hier de weerssituatie in de ochtend en staat na “bliver”.
om
In “om morgenen” betekent “om” “in” of “tijdens”. De uitdrukking geeft aan op welk deel van de dag het weer zonnig wordt.
morgenen
“morgenen” betekent “de ochtend” in “om morgenen”. Dit is de bepaalde vorm van “morgen” en staat hier na “om” in een tijdsaanduiding.
Så
“Så” betekent hier “dan” en verwijst naar de conclusie uit de weersvoorspelling: “Så kan vi ...”. Je gebruikt het vaak aan het begin van een zin om een gevolg of volgende stap aan te geven.
kan
“kan” betekent hier “kunnen” en drukt een mogelijkheid uit in “kan vi gå en tur”. Na “kan” volgt de infinitief, zoals “gå”.
gå
“gå” betekent hier “gaan” in “gå en tur”, de vaste uitdrukking voor een wandeling maken. Na “kan” blijft het werkwoord in deze infinitiefvorm staan.
en
“en” betekent “een” in “en tur”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en vormt samen met “tur” de woordgroep “en tur”.
tur
“tur” betekent hier “wandeling” in de uitdrukking “gå en tur”. Gebruik het in dit patroon om te zeggen dat je een wandeling gaat maken.
frokost
“frokost” betekent “lunch” in “før frokost”. Het staat hier zonder lidwoord na “før” om het tijdstip vóór de lunch aan te geven.
Hvis
“Hvis” betekent “als” en leidt in “Hvis det regner senere” een voorwaarde in. Je gebruikt het om een mogelijke situatie te verbinden met een gevolg, zoals in “Hvis ..., kan vi ...”.
regner
“regner” betekent hier “regent” in “Hvis det regner senere”. Het beschrijft een mogelijke weerssituatie en staat bij het onderwerp “det”.
senere
“senere” betekent “later” en geeft aan dat de regen na het genoemde moment kan komen. Je kunt het gebruiken als tijdsaanduiding bij een toekomstige of latere gebeurtenis.
på
In “gå på café” betekent “på” samen met “café” dat je naar een café gaat om daar tijd door te brengen. “Gå på café” is hier de volledige gebruikelijke woordgroep; verkort haar niet tot alleen “gå”.
café
“café” betekent “café” in “gå på café”. Het staat na “på” als de bestemming of activiteit waar de gesprekspartners naartoe kunnen gaan.
holder
“holder” betekent hier “houdt” in “holder vi planen fleksibel”: de keuze zorgt ervoor dat het plan flexibel blijft. Het kan in een patroon als “holde noget fleksibelt” gebruikt worden wanneer iets aanpasbaar blijft.
planen
“planen” betekent “het plan” in “holder vi planen fleksibel”. Dit is de bepaalde vorm van “plan” en staat hier als datgene wat flexibel wordt gehouden.
fleksibel
“fleksibel” betekent “flexibel” en beschrijft in “holder vi planen fleksibel” het plan als aanpasbaar. Het staat hier na “holder” en hoort bij “planen”.
Lad
“Lad” betekent in “Lad os planlægge ...” “laten we”. Samen met “os” leidt het een voorstel of uitnodiging aan de gesprekspartner in.
planlægge
“planlægge” betekent “plannen” in “Lad os planlægge en gåtur”. Het volgt na “Lad os” in een voorstel om iets samen te doen.
gåtur
“gåtur” betekent “wandeling” in “en gåtur om morgenen”. Het is een samenstelling en wordt hier voorafgegaan door “en”; je kunt het gebruiken voor een geplande wandeling.
vejret
“vejret” betekent “het weer” in “hvis vejret ændrer sig”. Dit is de bepaalde vorm van “vejr” en verwijst naar de algemene weersomstandigheden.
ændrer
“ændrer” betekent hier “verandert” in “vejret ændrer sig”. Het staat samen met “sig” en beschrijft dat het weer anders wordt.
sig
“sig” maakt samen met “ændrer” de uitdrukking “ændrer sig”, dus “verandert”. Het verwijst hier naar “vejret”, dat zelf verandert; gebruik deze vorm samen met het werkwoord.