Een restaurant kiezen voor een korte lunch | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: During a lunch break, two adults compare nearby places and choose the closer restaurant to have more time to eat..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een restaurant kiezen voor een korte lunch oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Hvilket sted skal vi vælge til frokost?

Vel-kuh stèd skal vie vel-kuh til froh-kost? Welke plek zullen we kiezen voor de lunch?
B

Lad os vælge et sted, der ligger tæt på og er praktisk.

Lè os vel-kuh et stèd, de lie-uh tèd poo oh er prakdesg. Laten we een plek kiezen die dichtbij en handig is.
A

Stedet på denne gade har en enkel frokostmenu.

Steed-uh poo den-uh gee-uh haa en eng-uhl froh-kost-menü. De plek in deze straat heeft een eenvoudig lunchmenu.
B

Caféet tæt på parken er måske mere stille.

Kafe-et tèd poo par-kuhn er mooskeh mee-uh stel-uh. Het café bij het park is misschien rustiger.
B

Men det ligger længere væk.

Men de lie-uh leng-uh vek. Maar het is verder weg.
A

Skal vi bestille bord på stedet her i nærheden?

Skal vie besteluh boor poo stee-uh heh ie neh-heh-den? Moeten we een tafel reserveren bij de plek hier vlakbij?
B

Det tror jeg ikke. På dette tidspunkt kan vi som regel finde et bord.

De troo jai eguh. Poo deduh teedspoent ken vie som ree-uhl fenuh et boor. Waarschijnlijk niet. Rond dit tijdstip kunnen we meestal een tafel vinden.
A

Så lad os vælge stedet på denne gade.

Soo lè os vel-kuh stee-uh poo den-uh gee-uh. Laten we dan de plek in deze straat kiezen.
B

Det giver os mere tid til at spise.

De gee-uh os meh-uh teed til uh speesuh. Dan houden we meer tijd over om te eten.

Uitleg van de zinnen

  1. Hvilket sted skal vi vælge til frokost?

    Welke plek zullen we kiezen voor de lunch?

    Hvilket
    welke
    sted
    plek
    skal vi
    zullen we
    vælge
    kiezen
    frokost
    lunch
    Uitgebreide uitleg

    Hvilket betekent hier “welke” en staat bij sted. Het is de onzijdig-enkelvoudsvorm van het vragende woord: hvilken bij een-woorden in het enkelvoud, hvilket bij het-woorden in het enkelvoud en hvilke in het meervoud. Voorbeeld: Hvilken bog læser du? — “Welk boek lees je?” sted betekent “plek” of “plaats”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et sted. Daarom staat hier hvilket, niet hvilken. Meervoud is steder: flere steder — “meerdere plekken”. skal vi vormt hier het begin van een vraag over een gezamenlijke keuze: “zullen we ...?”. skal is de tegenwoordige vorm van skulle; vi betekent “we”. In deze combinatie drukt skal een plan, voorstel of verwachte handeling uit, niet noodzakelijk een bevel. Voorbeeld: Skal vi gå nu? — “Zullen we nu gaan?” vælge betekent “kiezen”. Dit is de infinitief. Na het modale werkwoord skal komt de infinitief zonder extra infinitiefmarkering: skal vi vælge — “zullen we kiezen”. Voorbeeld: Vi skal vælge en film. — “We moeten/zullen een film kiezen.” De precieze Nederlandse vertaling van skal hangt af van de context; in deze vraag past “zullen”. frokost betekent “lunch”. In til frokost betekent de combinatie “voor de lunch” of “als lunchmoment”; til verbindt dit doel of moment met de keuze. Voorbeeld: Hvad spiser du til frokost? — “Wat eet je als lunch?” Samen staat eerst de vraagbepaling Hvilket sted, daarna de vraagvolgorde skal vi vælge, en ten slotte het doel of moment til frokost: “Welke plek zullen we kiezen voor de lunch?”

  2. Lad os vælge et sted, der ligger tæt på og er praktisk.

    Laten we een plek kiezen die dichtbij en handig is.

    Lad os
    laten we
    vælge
    kiezen
    sted
    plek
    ligger
    ligt
    tæt på
    dichtbij
    praktisk
    handig
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is een vaste manier om in het Deens een voorstel te doen: “laten we …”. Lad is hier de gebiedende wijs van lade (“laten”), gevolgd door os (“ons”). Het is dus geen bevel aan een afzonderlijke gesprekspartner, maar een voorstel waarin de spreker zichzelf en anderen insluit. vælge betekent “kiezen”. Na lad os staat het werkwoord in deze infinitiefvorm: Lad os vælge = “laten we kiezen”. Voorbeeld: Lad os vælge en anden dag. — “Laten we een andere dag kiezen.” sted betekent “plek” of “plaats”. In et sted staat het onbepaalde lidwoord et, omdat sted een onzijdig zelfstandig naamwoord is. Et drukt hier niet op zichzelf een numerieke telling uit. Een bruikbare vormreeks is et sted — “een plek”, stedet — “de plek”, steder — “plekken” en stederne — “de plekken”. ligger is de tegenwoordige tijd van ligge, “liggen”. Bij plaatsen beschrijft ligge vaak hun ligging of locatie; het betekent hier dus niet noodzakelijk dat de plek letterlijk op de grond ligt. Voorbeeld: Caféet ligger tæt på stationen. — “Het café ligt dicht bij het station.” der leidt hier de bijzin in die sted beschrijft. Het verwijst in deze zin naar de eerder genoemde plek, en staat als onderwerp van de bijzin. In deze functie verandert der niet mee met het geslacht of het getal van het beschreven zelfstandig naamwoord. tæt på is de vaste uitdrukking voor “dichtbij” of “vlakbij”. In deze zin wordt geen specifiek doel van de nabijheid genoemd; de uitdrukking geeft alleen aan dat de plek dichtbij ligt. Voorbeeld: Skolen ligger tæt på. — “De school ligt dichtbij.” praktisk betekent hier “handig” of “praktisch”. Het is een bijvoeglijk naamwoord bij sted via het werkwoord er: de plek wordt als handig beoordeeld. De vorm praktisk verandert hier niet omdat het beschreven woord onzijdig enkelvoud is; bij een gemeenschappelijk-geslachtig zelfstandig naamwoord staat dezelfde vorm doorgaans ook: en praktisk løsning — “een praktische oplossing”. De bijzin der ligger tæt på og er praktisk bevat twee eigenschappen van dezelfde plek: zij ligt dichtbij en zij is handig. Der is het onderwerp van zowel ligger als er; het tweede werkwoord wordt met og (“en”) verbonden. Samen ontstaat: Lad os vælge et sted (“Laten we een plek kiezen”) plus de beschrijving der ligger tæt på og er praktisk (“die dichtbij ligt en handig is”). De volledige betekenis is daarom: “Laten we een plek kiezen die dichtbij en handig is.”

  3. Stedet på denne gade har en enkel frokostmenu.

    De plek in deze straat heeft een eenvoudig lunchmenu.

    Stedet
    de plek
    på
    op/in
    denne
    deze
    gade
    straat
    har
    heeft
    enkel
    eenvoudig
    frokostmenu
    lunchmenu
    Uitgebreide uitleg

    Stedet is de bepaalde vorm van sted (“plek”). Het achtervoegsel -et markeert hier een bepaald zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: et sted = “een plek”, stedet = “de plek”. Voorbeeld: Stedet er roligt. — “De plek is rustig.” på betekent hier “in/op” en verbindt de plek met de straat: på en gade = “in een straat”, på gaden = “op/in de straat”. De juiste Nederlandse vertaling hangt van de context af; in deze zin is “in deze straat” natuurlijk. denne is het aanwijzende woord voor een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtelijk zelfstandig naamwoord. In denne gade betekent het “deze straat”. Het is niet hetzelfde als het meervoud disse (“deze”, bij meervoud). Voorbeeld: Denne bog er ny. — “Dit boek is nieuw.” gade betekent “straat”. Het is hier een onbepaalde vorm na denne: en gade = “een straat”, gaden = “de straat”, maar denne gade = “deze straat”. Het aanwijzende woord maakt de verwijzing bepaald, terwijl het zelfstandig naamwoord zelf niet de uitgang -n krijgt. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”). De vorm har blijft in het Deens gelijk bij verschillende onderwerpen: jeg har = “ik heb”, stedet har = “de plek heeft”. Voorbeeld: Caféet har en menu. — “Het café heeft een menu.” enkel beschrijft hier frokostmenu en betekent “eenvoudig” of “simpel”. Het is de basisvorm bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtelijk zelfstandig naamwoord: en enkel menu; bij een onzijdig woord verschijnt vaak enkelt, en bij meervoud/bepaaldheid kan enkle voorkomen. Voorbeeld: Det er en enkel løsning. — “Dat is een eenvoudige oplossing.” frokostmenu is een samenstelling van frokost (“lunch”) en menu (“menu”): “lunchmenu”. In en enkel frokostmenu staat het als een onbepaald zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Een bepaalde vorm is frokostmenuen — “de lunchmenu”. Samen vormen på denne gade (“in deze straat”) en stedet (“de plek”) de plaatsbepaling en het onderwerp. har zegt dat die plek iets heeft; en enkel frokostmenu is wat zij heeft. De hele zin betekent daarom: “De plek in deze straat heeft een eenvoudig lunchmenu.”

  4. Caféet tæt på parken er måske mere stille.

    Het café bij het park is misschien rustiger.

    Caféet
    het café
    tæt på
    bij; dichtbij
    parken
    het park
    er
    is
    måske
    misschien
    mere stille
    rustiger
    Uitgebreide uitleg

    Caféet betekent hier ‘het café’. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van café: et café → caféet. Het achtervoegsel -et markeert bij dit zelfstandig naamwoord de bepaalde vorm; het betekent dus niet op zichzelf ‘één’. tæt på is een vaste combinatie voor ‘dicht bij’ of ‘vlak bij’. Het eerste woord is het bijvoeglijk naamwoord tæt (‘dicht’), en på maakt de ruimtelijke relatie compleet. Bijvoorbeeld: Skolen ligger tæt på stationen. — ‘De school ligt dicht bij het station.’ parken betekent ‘het park’ in de bepaalde vorm. De onbepaalde vorm is en park, en de bepaalde enkelvoudsvorm is parken. In tæt på parken specificeert deze naamwoordgroep waar het café zich bevindt. er is hier de vorm van het werkwoord at være (‘zijn’) in de tegenwoordige tijd. Dezelfde vorm wordt bij verschillende onderwerpen gebruikt; er verandert hier dus niet mee voor enkelvoud of meervoud. In deze zin koppelt het het onderwerp Caféet aan de beschrijving die erop volgt. måske betekent ‘misschien’ en maakt de bewering onzeker. Het zegt niet dat het café zeker stiller is, maar dat dit mogelijk zo is. mere stille betekent hier ‘rustiger’. stille is het basisbijvoeglijk naamwoord (‘stil’), en mere vormt de vergrotende trap: stille → mere stille. De vergelijking is hier impliciet: het café wordt als stiller voorgesteld dan een andere, niet genoemde plaats of situatie. De vorm mere hoort bij het bijvoeglijk naamwoord stille; parken is niet de basisvorm ervan. Bijvoorbeeld: Dette rum er mere stille. — ‘Deze kamer is rustiger.’ Samen ontstaat de structuur Caféet tæt på parken (‘het café bij het park’) + er måske (‘is misschien’) + mere stille (‘rustiger’). De volledige betekenis is: ‘Het café bij het park is misschien rustiger.’

  5. Men det ligger længere væk.

    Maar het is verder weg.

    Men
    maar
    det
    het
    ligger
    ligt
    længere
    verder
    væk
    weg
    Uitgebreide uitleg

    Men zet deze zin in tegenstelling tot wat eerder is gezegd: het betekent hier maar. Het is een voegwoord; vergelijk bijvoorbeeld: Det er tæt på, men det ligger længere væk. = Het is dichtbij, maar het ligt verder weg. det is hier het Deense persoonlijke voornaamwoord voor een onzijdig enkelvoudig onderwerp, overeenkomend met het. De vorm zelf geeft geen specifiek referent aan; de context bepaalt waarnaar wordt verwezen. ligger is de tegenwoordige tijd van ligge, ‘liggen’ of, bij een plaats, ‘liggen/zich bevinden’. De uitgang -r markeert hier de tegenwoordige tijd; Deense werkwoorden veranderen in deze vorm niet mee met de persoon. Voorbeeld: Stedet ligger tæt på. = De plek ligt dichtbij. længere is de vergrotende trap van lang: lang – længere – længst. In deze zin gaat het niet om fysieke lengte, maar om afstand: længere betekent hier ‘verder’. Voorbeeld: Butikken ligger længere væk. = De winkel ligt verder weg. væk betekent weg en vormt hier samen met ligger de ruimtelijke uitdrukking ligge væk: op afstand liggen. Het nuttige contrast is tæt på (‘dichtbij’) tegenover væk (‘weg’/‘op afstand’). Samen vormen de delen de vaste betekenis: Men det ligger længere væk. = Maar het is verder weg.

  6. Skal vi bestille bord på stedet her i nærheden?

    Moeten we een tafel reserveren bij de plek hier vlakbij?

    Skal vi
    zullen we …?
    bestille
    bestellen; hier: reserveren
    bord
    tafel
    stedet
    de plek
    her i nærheden
    hier vlakbij
    Uitgebreide uitleg

    Skal vi vormt hier een voorstel in vraagvorm: “zullen we …?” skal is de vorm van skulle bij vi; met een daaropvolgend werkwoord in de infinitief drukt het vaak een plan, voorstel of noodzakelijkheid uit. In deze zin is het een voorstel, niet een vaststaand bevel. Vergelijk als voorbeeld: Skal vi gå? — “Zullen we gaan?” bestille betekent hier “reserveren”. Het is de infinitief na skal; die vorm verandert niet mee met de persoon in deze constructie. Hetzelfde woord kan in andere contexten ook “bestellen” betekenen, bijvoorbeeld eten bestellen, maar de combinatie met bord en de vaste vertaling maken hier de reserveringsbetekenis passend. bord betekent “tafel”. Het is hier een onbepaald enkelvoud: er wordt gevraagd om een tafel te reserveren, zonder een specifieke eerder genoemde tafel aan te wijzen. Het meervoud is borde (“tafels”). Voorbeeld: Vi finder et bord. — “We vinden een tafel.” stedet betekent “de plek”. De vorm is het bepaalde enkelvoud van sted (“plek”): sted → stedet. Het bepaalde lidwoord zit in het woord zelf, zoals in het Deens gebruikelijk is. Hier verwijst stedet volgens de vertaling naar de plek waar men eventueel een tafel wil reserveren. her i nærheden betekent “hier vlakbij”. her betekent “hier”, en i nærheden betekent letterlijk “in de nabijheid”. Samen geven ze de locatie nader aan: de bedoelde plek is dichtbij de spreker of het gezamenlijke gesprekspunt. Voorbeeld: Der er en café her i nærheden. — “Er is hier vlakbij een café.” Samen vormen de delen de vraag Skal vi bestille bord på stedet her i nærheden?: “Moeten/zullen we een tafel reserveren bij de plek hier vlakbij?” In natuurlijk Nederlands past hier vooral “Zullen we een tafel reserveren bij die plek hier vlakbij?” als voorstel. på stedet koppelt de tafelreservering aan de genoemde plek; her i nærheden preciseert waar die plek is. De vraag is informeel en geschikt voor overleg tussen gesprekspartners.

  7. Det tror jeg ikke. På dette tidspunkt kan vi som regel finde et bord.

    Waarschijnlijk niet. Rond dit tijdstip kunnen we meestal een tafel vinden.

    Det
    dat/het
    tror
    denk(en), geloof(ven)
    ikke
    niet
    dette
    dit/deze
    tidspunkt
    tijdstip
    kan vi
    kunnen we
    som regel
    meestal, doorgaans
    finde
    vinden
    bord
    tafel
    Uitgebreide uitleg

    Det verwijst hier naar de bewering of mogelijkheid waarover de spreker antwoordt: “dat”. In het Deens is det een onzijdige enkelvoudige vorm; het zegt op zichzelf niet wie of wat de precieze referent is. Het kan ook in andere zinnen als verwijzend of onpersoonlijk voornaamwoord voorkomen. tror is de tegenwoordige tijd van tro (“geloven, denken”). In Det tror jeg staat jeg (“ik”) als onderwerp bij tror: letterlijk “Dat denk ik”. De ontkenning komt daarna: Det tror jeg ikke betekent in deze context “Dat denk ik niet”, met de in de vertaling bedoelde strekking “Waarschijnlijk niet”. ikke is de gewone Deense ontkenning “niet”. In deze zin ontkent het de inschatting tror jeg: de spreker zegt niet dat hij of zij dit gelooft. Voorbeeld: Jeg ved det ikke. — “Ik weet het niet.” dette betekent “dit/deze” in de onzijdige enkelvoudsvorm. Het hoort hier bij het onzijdige zelfstandig naamwoord tidspunkt; de keuze wordt dus bepaald door het grammaticale geslacht en getal van dat woord, niet alleen door nabijheid. De overeenkomstige gemeenschappelijke enkelvoudsvorm is denne, zoals in denne gade (“deze straat”). tidspunkt betekent “tijdstip”. Het is onzijdig: et tidspunkt; het meervoud is tidspunkter. In på dette tidspunkt betekent het geheel “rond/op dit tijdstip”. På geeft hier de tijdsrelatie aan. kan vi bestaat uit kan, de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne, en vi, “wij”. kan drukt hier mogelijkheid of vermogen uit; na een modaal werkwoord staat de volgende werkwoordsvorm in de infinitief. Vi kan finde ... betekent “Wij kunnen ... vinden”. som regel is een vaste uitdrukking met de betekenis “meestal” of “doorgaans”. Ze geeft een gebruikelijke situatie aan, geen absolute zekerheid. Voorbeeld: Som regel kommer hun tidligt. — “Meestal komt zij vroeg.” finde is de infinitief van finde (“vinden”). Na kan blijft het werkwoord in deze infinitief: kan ... finde, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: Vi kan finde en løsning. — “We kunnen een oplossing vinden.” bord betekent hier “tafel”. Het is onzijdig: et bord; het meervoud is borde. In deze zin gaat het om een tafel die men in de bedoelde eetgelegenheid kan vinden, zonder dat de zin het aantal beschikbare tafels specificeert. Samen betekent På dette tidspunkt “rond dit tijdstip”. kan vi ... finde et bord betekent “kunnen we ... een tafel vinden”, en som regel maakt daarvan “meestal kunnen we ... vinden”. De volledige uitspraak is dus: “Dat denk ik niet. Rond dit tijdstip kunnen we meestal een tafel vinden.”

  8. Så lad os vælge stedet på denne gade.

    Laten we dan de plek in deze straat kiezen.

    Så
    dan
    lad os
    laten we
    vælge
    kiezen
    stedet
    de plek
    på
    in
    denne
    deze
    gade
    straat
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en sluit aan op wat vooraf is besproken. Het kan in andere zinnen ook “dus” betekenen; de context bepaalt welke verbinding bedoeld is. lad os is een vaste aansporingsconstructie: letterlijk “laat ons”, maar in natuurlijk Nederlands “laten we”. lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”), en os betekent “ons”. Daarna staat het werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Lad os spise. — “Laten we eten.” vælge betekent “kiezen”. Dit is de infinitief; na lad os blijft die vorm staan. De verleden tijd is valgte: Vi valgte stedet. — “We kozen de plek.” stedet betekent hier “de plek”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van sted (“plek, plaats”): sted → stedet. De uitgang -et markeert hier de bepaalde vorm van dit onzijdige zelfstandig naamwoord; hij is geen afzonderlijk woord voor “het”. på betekent in deze combinatie “in”. De voorzetselgroep på denne gade geeft aan waar de plek zich bevindt. denne betekent “deze”. Het is de enkelvoudige vorm die bij het gemeenschappelijke grammaticale geslacht hoort. Bij een onzijdig enkelvoud staat dette, en bij meervoud disse; de keuze hangt dus niet alleen af van nabijheid, maar van het zelfstandig naamwoord. gade betekent “straat”. Het is hier onbepaald enkelvoud; de bepaalde vorm is gaden (“de straat”) en het meervoud is gader (“straten”). In denne gade staat het zelfstandig naamwoord na het aanwijzende woord in de onbepaalde vorm. Samen vormen stedet på denne gade de woordgroep “de plek in deze straat”. Så lad os vælge betekent “laten we dan kiezen”. De volledige zin betekent daarom: “Laten we dan de plek in deze straat kiezen.”

  9. Det giver os mere tid til at spise.

    Dan houden we meer tijd over om te eten.

    Det
    dat/het
    giver
    geeft; levert op
    os
    ons
    mere
    meer
    tid
    tijd
    at spise
    eten
    Uitgebreide uitleg

    Det staat hier als onderwerp van de zin. In deze context verwijst het naar de voorafgaande situatie of handeling die meer tijd oplevert; de precieze concrete referent wordt niet afzonderlijk benoemd. De vorm det is een Deens onzijdig enkelvoudig voornaamwoord. Het is niet hetzelfde als het object os. giver is de tegenwoordige tijd van give (‘geven’): give → giver. In het Deens verandert de tegenwoordige vorm niet naar persoon of getal: jeg giver, vi giver en det giver. De constructie give nogen tid betekent letterlijk ‘iemand tijd geven’. os betekent ‘ons’ en is hier het meewerkend voorwerp: de ontvangers van de tijd. Het is de objectvorm van het eerste-persoonsmeervoudige voornaamwoord; als onderwerp staat vi (‘wij’). Voorbeeld: Hun giver os en bog. — ‘Zij geeft ons een boek.’ mere betekent hier ‘meer’ en vergelijkt de hoeveelheid tijd met een andere hoeveelheid. Het is de vergelijkende vorm die bij meget (‘veel’) hoort: meget → mere → mest (‘meest’). Mere tid betekent dus ‘meer tijd’, zonder dat de zin zelf een exacte hoeveelheid noemt. tid betekent ‘tijd’. Het is een zelfstandig naamwoord: en tid, bepaald enkelvoud tiden, meervoud tider. In mere tid gaat het om tijd als hoeveelheid, niet om een afzonderlijk geteld tijdstip. at spise bestaat uit de infinitiefmarkeerder at plus spise, ‘eten’. De volledige verbinding til at spise geeft na tid aan waarvoor die tijd dient: tijd om te eten. spise is de infinitief; de tegenwoordige tijd is spiser. Voorbeeld: Vi har tid til at spise. — ‘We hebben tijd om te eten.’ Samen vormt Det giver os mere tid til at spise de structuur det giver os [mere tid] [til at spise]: het geeft ons meer tijd om te eten. De vaste vertaling maakt de bedoelde betekenis expliciet als: ‘Dan houden we meer tijd over om te eten.’

Grammatica

lad os + infinitiv

Lad os vælge et sted.

Lè os vel-kuh et stèd.

Laten we een plek kiezen.

Na lad os staat het werkwoord in de infinitief: lad os vælge.

bestemt substantiv med -et of -en

Caféet ligger tæt på parken.

Kafe-et lie-uh tèd poo par-kuhn.

Het café ligt dicht bij het park.

In het Deens krijgt een zelfstandig naamwoord vaak een bepaald achtervoegsel: café + et, park + en.

Deens woordenschat

enkel bijvoeglijk naamwoord
eng-uhl eenvoudig

Stedet på denne gade har en enkel frokostmenu.

frokost zelfstandig naamwoord
froh-kost lunch
Geslacht
common

Hvilket sted skal vi vælge til frokost?

frokostmenu zelfstandig naamwoord
froh-kost-menü lunchmenu
Geslacht
common

Stedet på denne gade har en enkel frokostmenu.

gade zelfstandig naamwoord
gee-uh straat
Geslacht
common

Stedet på denne gade har en enkel frokostmenu.

have werkwoord
hè-vuh hebben har

Stedet på denne gade har en enkel frokostmenu.

hvilket bepaler
vel-kuh welke
Geslacht
neuter

Hvilket sted skal vi vælge til frokost?

lad os uitdrukking
lè os laten we

Lad os vælge et sted, der ligger tæt på og er praktisk.

ligge werkwoord
lie-uh liggen ligger

Lad os vælge et sted, der ligger tæt på og er praktisk.

praktisk bijvoeglijk naamwoord
prakdesg praktisch; handig

Lad os vælge et sted, der ligger tæt på og er praktisk.

sted zelfstandig naamwoord
stèd plek
Geslacht
neuter

Hvilket sted skal vi vælge til frokost?

tæt på bijwoord
tèd poo dichtbij; vlak bij

Lad os vælge et sted, der ligger tæt på og er praktisk.

vælge werkwoord
vel-kuh kiezen

Hvilket sted skal vi vælge til frokost?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Maar het is verder weg.

Antwoord tonenMen det ligger længere væk.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kiezen

Antwoord tonenvælge

straat

Antwoord tonengade

welke

Antwoord tonenhvilket

praktisch; handig

Antwoord tonenpraktisk