Jeg
Jeg betekent hier “ik” en verwijst naar de persoon die de klachten heeft. In een nieuwe zin kun je Jeg gebruiken om jezelf als onderwerp van een handeling of toestand te noemen.
har
Har betekent hier “heb” in de uitdrukking “Jeg har hoste”: de spreker heeft last van hoest. Je gebruikt har vaak met een lichamelijke klacht of iets wat je bezit, bijvoorbeeld in een nieuwe zin: Jeg har hovedpine.
hoste
Hoste betekent hier “hoest” als lichamelijke klacht in “Jeg har hoste”. Je kunt hoste na har gebruiken om een symptoom te noemen wanneer je met een arts of kliniek praat.
og
Og verbindt hier twee mededelingen: de spreker heeft hoest en voelt zich moe. Gebruik og om gelijkwaardige woorden, woordgroepen of zinnen met elkaar te verbinden.
føler
Føler geeft hier aan dat de spreker zich op een bepaalde manier voelt, in “føler mig træt”. In een nieuwe zin kun je føler mig combineren met een beschrijving van je toestand.
mig
Mig verwijst hier naar de spreker als degene die de toestand ervaart in “føler mig træt”. Het staat na føler in deze vaste manier om te zeggen hoe je je voelt; bijvoorbeeld: Jeg føler mig bedre.
træt
Træt betekent hier “moe” en beschrijft de toestand van de spreker in “føler mig træt”. Je kunt træt gebruiken om aan te geven dat je weinig energie hebt, bijvoorbeeld na een lange dag.
i
I betekent hier “op” in de tijdsaanduiding “i dag”. De combinatie i dag wordt gebruikt om naar vandaag te verwijzen.
dag
Dag betekent hier “dag” in “i dag”, dus “vandaag”. Je gebruikt dag in tijdsaanduidingen om een bepaalde dag te noemen.
Du
Du betekent hier “jij” en verwijst naar de persoon die advies krijgt. Du staat als onderwerp vóór het werkwoord, zoals in Du skal ringe.
skal
Skal drukt hier advies of noodzaak uit: “Du skal ringe” betekent dat je moet of zou moeten bellen. Na skal volgt de infinitief, zoals in skal ringe; je kunt dezelfde constructie gebruiken voor ander advies.
ringe
Ringe betekent hier “bellen” in “skal ringe til klinikken”. Na een modaal werkwoord zoals skal blijft ringe in deze vorm staan; gebruik ringe til met de persoon of instelling die je belt.
til
Til geeft hier aan wie of welke instelling je belt in “ringe til klinikken”. De combinatie ringe til ... is bruikbaar wanneer je zegt dat je iemand of een organisatie telefonisch contacteert.
klinikken
Klinikken betekent hier “de kliniek”, de instelling die je moet bellen voor een afspraak. In “ringe til klinikken” staat het na til als doel van het telefoongesprek; je kunt dezelfde woordgroep gebruiken met een andere instelling.
spørge
Spørge betekent hier “vragen” in “spørge efter en tid”. Je gebruikt spørge efter wanneer je naar iets vraagt dat je wilt krijgen of vinden, zoals een afspraak.
efter
Efter betekent hier “naar” of “om” in de uitdrukking “spørge efter en tid”: vragen om een afspraak. Deze combinatie is nuttig aan de telefoon wanneer je beschikbaarheid of een afspraak vraagt.
en
En betekent hier “een” vóór “tid” in “en tid”. Het introduceert één nog niet nader bepaalde afspraak of tijd; gebruik en vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van dit type.
tid
Tid betekent hier “afspraak” of “tijd”, omdat het gesprek over een bezoek aan de kliniek gaat. In “en tid” kun je het gebruiken om een moment voor een afspraak te vragen.
Hvad
Hvad betekent hier “wat” en opent de vraag “Hvad skal jeg sige?”. Je gebruikt Hvad om te vragen naar de inhoud van iets dat iemand moet zeggen, doen of kiezen.
sige
Sige betekent hier “zeggen” in “Hvad skal jeg sige?”. Na skal staat sige in deze vorm; de constructie skal jeg sige kun je gebruiken om te vragen wat je moet zeggen.
når
Når betekent hier “wanneer” en leidt de tijdsbepaling “når jeg ringer” in. Gebruik når om aan te geven op welk moment een handeling plaatsvindt.
ringer
Ringer betekent hier “bel” of “bel wanneer”, in de bijzin “når jeg ringer”. Het beschrijft het telefoongesprek waarnaar de vraag verwijst; gebruik het na når om een terugkerende of geplande handeling in de tijd aan te geven.
Sig
Sig is hier een opdracht: “zeg” of “vertel”. In “Sig, at ...” geef je iemand instructie om daarna de inhoud van een boodschap te noemen.
at
At betekent hier “dat” en verbindt de opdracht “Sig” met de boodschap die gezegd moet worden. Gebruik Sig, at ... om iemand te vertellen welke informatie die persoon moet doorgeven.
det
Det heeft hier twee functies in het gesprek. In “har det dårligt” maakt det deel uit van de uitdrukking voor je onwel voelen, terwijl Det in “Det hjælper dem” verwijst naar wat eerder is genoemd; aan het begin van een zin wordt het met een hoofdletter geschreven.
dårligt
Dårligt betekent hier “slecht” in de uitdrukking “har det dårligt”, die betekent dat iemand zich onwel voelt. Gebruik har det dårligt als je aan een kliniek of arts wilt uitleggen dat je je niet goed voelt.
gerne
Gerne voegt in “gerne vil se en læge” een gewilde of beleefde wens toe: graag een arts willen zien. Je kunt gerne gebruiken vóór vil om een wens op een vriendelijke manier uit te drukken.
vil
Vil betekent hier “wil” of, met gerne, “graag zou willen” in “gerne vil se en læge”. Na vil volgt de infinitief se; deze constructie is bruikbaar wanneer je zegt wat je wilt doen.
se
Se betekent hier “zien” in “vil se en læge”: een arts spreken of bezoeken. Na vil staat se in deze vorm; je kunt vil se ... gebruiken voor iemand of iets dat je wilt zien.
læge
Læge betekent hier “arts” in “se en læge”. In een gesprek met een kliniek kun je en læge gebruiken wanneer je om een bezoek aan een arts vraagt.
også
Også betekent hier “ook” en voegt een tweede vraag toe naast het vragen om een afspraak. Je kunt også vóór het werkwoord of vóór het relevante deel van de zin zetten om extra informatie toe te voegen.
hvilke
Hvilke betekent hier “welke” en verwijst naar de verschillende tijden waaruit gekozen kan worden in “hvilke tider”. Je gebruikt hvilke vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je uit meerdere mogelijkheden vraagt.
tider
Tider betekent hier “tijden” of beschikbare afspraakmomenten in “hvilke tider der er ledige”. In een nieuwe zin kun je vragen naar tider wanneer je meerdere mogelijke momenten voor een afspraak bedoelt.
der
Der leidt hier de bijzin “der er ledige” in, die uitlegt welke tijden beschikbaar zijn. Gebruik der in zo’n betrekkelijke bijzin na een zelfstandig naamwoord dat nader wordt beschreven.
er
Er betekent hier “zijn” in “der er ledige”: er zijn tijden beschikbaar. Je gebruikt er in deze constructie om het bestaan of de beschikbaarheid van iets te beschrijven.
ledige
Ledige betekent hier “beschikbaar” en beschrijft de tijden die de kliniek kan aanbieden. Je kunt ledige gebruiken bij afspraakmomenten of andere mogelijkheden die nog vrij zijn.
hjælper
Hjælper betekent hier “helpt” in “Det hjælper dem med at finde en tid”. Het onderwerp Det verwijst naar de informatie of handeling die eerder is genoemd; je kunt hjælper ... med at ... gebruiken om uit te leggen waarmee iets iemand helpt.
dem
Dem betekent hier “hen” en verwijst naar de medewerkers van de kliniek in “hjælper dem”. Het staat als degene die hulp ontvangt; je kunt dem na een werkwoord gebruiken wanneer meerdere andere personen bedoeld zijn.
med
Med betekent hier “met” in de constructie “hjælper dem med at finde”: iemand helpen met iets doen. Gebruik hjælper ... med at ... om de activiteit te noemen waarbij iemand hulp krijgt.
finde
Finde betekent hier “vinden” in “med at finde en tid”. Na med at staat finde in deze vorm; je kunt deze constructie gebruiken voor het zoeken naar een geschikt moment of een andere mogelijkheid.
passer
Passer betekent hier “past” of “komt uit” in “en tid, der passer dig”. Het beschrijft of een afspraak geschikt is voor de persoon; gebruik passer ... dig om te zeggen dat iets voor iemand goed uitkomt.
dig
Dig betekent hier “jou” in “passer dig”, de persoon voor wie de afspraak geschikt moet zijn. Het staat na passer als degene voor wie iets past; dit verschilt van Du, dat als onderwerp wordt gebruikt.
nu
Nu betekent hier “nu” en geeft aan dat de spreker onmiddellijk gaat bellen in “Jeg ringer til klinikken nu”. Je kunt nu gebruiken om het moment van een handeling te benadrukken.
Skriv
Skriv is hier een opdracht: “schrijf”. In “Skriv dine symptomer ned” instrueer je iemand om de symptomen op papier of ergens anders te noteren.
dine
Dine betekent hier “jouw” en hoort bij “symptomer” in “dine symptomer”. Je gebruikt dine vóór het zelfstandig naamwoord om aan te geven dat de symptomen bij de aangesproken persoon horen.
symptomer
Symptomer betekent hier “symptomen”, de klachten die iemand aan de kliniek kan uitleggen. In “dine symptomer” noem je de lichamelijke verschijnselen die je vooraf kunt opschrijven.
ned
Ned betekent hier “naar beneden”, maar in “skrive ... ned” maakt het de betekenis “opschrijven” compleet. Gebruik skrive ... ned wanneer je informatie wilt noteren om die later duidelijk te kunnen uitleggen.
så
Så betekent hier “zodat” en leidt het doel van het opschrijven in: je schrijft de symptomen op zodat je ze duidelijk kunt uitleggen. Gebruik så om een doel of gevolg van de voorafgaande handeling te verbinden.
kan
Kan betekent hier “kunt” en drukt de mogelijkheid uit om de symptomen uit te leggen. Na kan volgt de infinitief, zoals in kan forklare; je kunt dezelfde structuur gebruiken om te zeggen wat iemand kan doen.
forklare
Forklare betekent hier “uitleggen” in “kan forklare dem tydeligt”. Je gebruikt forklare met dem om de symptomen aan de kliniek of arts begrijpelijk te beschrijven.
tydeligt
Tydeligt betekent hier “duidelijk” en beschrijft hoe je de symptomen moet uitleggen. In “forklare dem tydeligt” staat het bij de handeling om aan te geven dat de informatie begrijpelijk moet zijn.