Een afspraak bij de kliniek maken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home, one adult feels unwell and asks another how to call a clinic for an appointment..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een afspraak bij de kliniek maken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg har hoste og føler mig træt i dag.

Jaj haa hosde oo feuluh mai trèd ie dè. Ik heb vandaag last van hoest en voel me moe.
B

Du skal ringe til klinikken og spørge efter en tid.

Du sgel renguh tel klenguh oo speu-uh efduh en tie. Je moet de kliniek bellen en om een afspraak vragen.
A

Hvad skal jeg sige, når jeg ringer?

Vè sgel jaj sie, noor jaj renguh? Wat moet ik zeggen als ik bel?
B

Sig, at du har det dårligt, og at du gerne vil se en læge.

Sie, èd du haa de doolie, oo èd du gernuh vil see en lè-ie. Zeg dat je je niet goed voelt en graag naar de dokter wilt.
A

Jeg vil også spørge, hvilke tider der er ledige.

Jaj vil oosuh speu-uh, velguh tie-uh dèuh è lee-die-uh. Ik wil ook vragen welke tijden er beschikbaar zijn.
B

Det hjælper dem med at finde en tid, der passer dig.

De jelbuh dem mee èd fenuh en tie, dèuh pasuh daj. Dat helpt hen een afspraak te vinden die jou goed uitkomt.
A

Jeg ringer til klinikken nu.

Jaj renguh tel klenguh noo. Ik ga nu de kliniek bellen.
B

Skriv dine symptomer ned, så du kan forklare dem tydeligt.

Sgriw dienuh süm-toomuh nee, soo du kan fo-klè-uh dem tüü-duh-lie. Schrijf je symptomen op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg har hoste og føler mig træt i dag.

    Ik heb vandaag last van hoest en voel me moe.

    har hoste
    hoest hebben
    føler mig
    zich voelen
    træt
    moe
    i dag
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    har hoste betekent hier dat iemand hoestklachten heeft. har is de tegenwoordige tijd van have (‘hebben’); hoste is hier een zelfstandig naamwoord voor hoest, niet het werkwoord ‘hoesten’. Een bruikbaar patroon is have + klacht, bijvoorbeeld: Jeg har feber. — ‘Ik heb koorts.’ føler mig betekent ‘voel me’. føler is de tegenwoordige tijd van føle (‘voelen’). mig is de vorm van het eerste-persoonsvoornaamwoord die hier na het werkwoord staat; in de wederkerende lezing verwijst het naar dezelfde persoon als Jeg. Bijvoorbeeld: Jeg vasker mig. — ‘Ik was me.’ Met het bijvoeglijk naamwoord erna vormt dit de constructie ‘zich [zo] voelen’. træt betekent hier ‘moe’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat de toestand van de spreker beschrijft. De basisvorm is træt; bijvoorbeeld Hun er træt. betekent ‘Zij is moe.’ In andere grammaticale omstandigheden kan het bijvoeglijk naamwoord een andere vorm krijgen, zoals trætte bij meervoud of bij een bepaalde vorm. i dag betekent ‘vandaag’. Dit is een vaste tijdsaanduiding. Bijvoorbeeld: Jeg arbejder i dag. — ‘Ik werk vandaag.’ In deze zin staat de tijdsaanduiding aan het einde en wordt zij in de vaste vertaling verbonden met de mededeling over de hoest. Samen vormen Jeg har hoste en (jeg) føler mig træt twee mededelingen die met og (‘en’) verbonden zijn. Jeg is de spreker; in het tweede deel wordt het onderwerp niet herhaald, maar de spreker blijft degene die zich moe voelt. De volledige betekenis is: ‘Ik heb vandaag last van hoest en voel me moe.’

  2. Du skal ringe til klinikken og spørge efter en tid.

    Je moet de kliniek bellen en om een afspraak vragen.

    Du skal
    je moet
    ringe
    bellen
    klinikken
    de kliniek
    spørge efter
    vragen naar
    en tid
    een afspraak
    Uitgebreide uitleg

    Du skal betekent hier dat de aangesprokene iets moet doen. skal is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord skulle; met een infinitief erna drukt het hier een verplichting uit. De infinitief blijft onveranderd: Du skal ringe = “Je moet bellen”. In een vraag krijgt dezelfde combinatie een andere woordvolgorde: Hvad skal jeg sige? = “Wat moet ik zeggen?” ringe betekent hier “bellen”. Het is de infinitief die volgt op skal. Na een modaal werkwoord gebruikt het Deens deze vorm zonder extra infinitiefmarkeerder. Voorbeeld: Jeg skal ringe senere. — “Ik moet later bellen.” klinikken betekent “de kliniek”. De basisvorm is klinik; de uitgang -ken maakt er een bepaalde enkelvoudsvorm van: klinikken = “de kliniek”. De vorm zegt dus dat het om een bepaalde kliniek gaat, maar de zin specificeert niet welke kliniek. Voorbeeld: Klinikken åbner klokken otte. — “De kliniek opent om acht uur.” spørge efter is een vaste combinatie die betekent “vragen naar” of, in deze context, “vragen om”. spørge is de infinitief “vragen”; efter geeft hier aan waarnaar wordt gevraagd. Voorbeeld: Jeg vil spørge efter en læge. — “Ik wil naar een arts vragen.” en tid betekent hier “een afspraak”, meer letterlijk een beschikbare tijd. tid is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord en; en geeft hier niet op zichzelf een exact aantal aan. In deze context verwijst de combinatie naar een afspraak bij de kliniek. De bepaalde vorm is tiden = “de tijd” of, afhankelijk van de context, “de afspraak”. Voorbeeld: Jeg har en tid på mandag. — “Ik heb maandag een afspraak.” Samen vormen de delen: Du skal ringe til klinikken = “Je moet de kliniek bellen”, en og spørge efter en tid = “en naar een afspraak vragen”. Het onderwerp Du blijft bij beide handelingen hetzelfde; skal geldt voor de twee verbonden infinitieven ringe en spørge. De volledige betekenis is daarom: “Je moet de kliniek bellen en om een afspraak vragen.”

  3. Hvad skal jeg sige, når jeg ringer?

    Wat moet ik zeggen als ik bel?

    Hvad
    wat
    skal jeg
    moet ik
    sige
    zeggen
    når
    als / wanneer
    ringer
    bel
    Uitgebreide uitleg

    Hvad betekent hier “wat” en vraagt naar de inhoud van wat de spreker moet zeggen. Het is een vraagwoord voor een zaak of informatie, niet voor een persoon. Voorbeeld: Hvad læser du? — “Wat lees je?” skal jeg bestaat uit skal, de tegenwoordige vorm van skulle, en jeg, het persoonlijke voornaamwoord “ik”. In deze vraag drukt skal volgens de vaste vertaling een verplichting of noodzakelijke handeling uit: “moet”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud en is hier het onderwerp. In een gewone hoofdvraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Skal jeg ringe? — “Moet ik bellen?” Sige is de infinitief van sige, “zeggen”. Na het modale werkwoord skal staat deze infinitief zonder at: jeg skal sige — “ik moet zeggen”. De vorm sige benoemt de handeling zelf; de inhoud van wat gezegd moet worden volgt niet in deze zin. Når betekent hier “als” of “wanneer” en leidt een tijdsbepalende bijzin in. Het beschrijft het moment waarop iets gebeurt. In een dergelijke bijzin staat het onderwerp vóór het vervoegde werkwoord: når jeg ringer — “als ik bel”. Voorbeeld: Når jeg kommer, spiser vi. — “Als ik kom, eten we.” Ringer is de tegenwoordige vorm van ringe, “bellen”. De vorm is hier niet de infinitief: jeg ringer betekent “ik bel”. De tegenwoordige tijd van het Deense werkwoord verandert niet volgens de persoon; jeg ringer en bijvoorbeeld du ringer hebben dezelfde werkwoordsvorm. In deze context gaat het om bellen, passend bij het bellen naar de kliniek uit de voorafgaande context. Samen vormt Hvad skal jeg sige de vraag “Wat moet ik zeggen?”. De bijzin når jeg ringer specificeert wanneer die vraag relevant is: “als ik bel”. De volledige betekenis is dus: “Wat moet ik zeggen als ik bel?”

  4. Sig, at du har det dårligt, og at du gerne vil se en læge.

    Zeg dat je je niet goed voelt en graag naar de dokter wilt.

    Sig
    zeg
    har det dårligt
    zich niet goed voelen
    gerne vil
    graag willen
    se
    zien
    læge
    arts
    Uitgebreide uitleg

    Sig is de gebiedende wijs van sige (“zeggen”). De vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan: Sig ... = “Zeg ...”. Voorbeeld: Sig sandheden. = “Zeg de waarheid.” har det dårligt betekent hier dat iemand zich niet goed voelt. har is de tegenwoordige tijd van have; samen met det dårligt vormt dit een vaste Deense manier om lichamelijk of algemeen onwel zijn uit te drukken. dårligt is hier de onzijdige vorm van dårlig en beschrijft de toestand in deze uitdrukking. Voorbeeld: Jeg har det godt. = “Ik voel me goed.” gerne vil drukt een wens of bereidheid uit: “graag willen”. vil is de tegenwoordige tijd van ville en staat hier vóór een infinitief. gerne geeft aan dat iets gewenst is. Voorbeeld: Jeg vil gerne hjælpe. = “Ik wil graag helpen.” se is de infinitief “zien”. Na vil blijft het werkwoord in de infinitief: vil se, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: Hun vil se lægen. = “Zij wil de arts zien.” læge is het zelfstandig naamwoord “arts/dokter”. In en læge staat het in de onbepaalde vorm met het lidwoord en; dat lidwoord geeft hier niet op zichzelf een aantal aan. De bepaalde vorm is lægen (“de arts/dokter”). De eerste at leidt de inhoud in die gezegd moet worden. In at du har det dårligt is du het onderwerp van de bijzin. De tweede at verbindt een tweede, parallelle inhoud: at du gerne vil se en læge. In beide bijzinnen is du dus de persoon die zich niet goed voelt en graag een arts wil zien. Samen betekent de zin: “Zeg dat je je niet goed voelt en graag naar de dokter wilt.” De gebiedende wijs Sig geeft de opdracht; daarna volgen twee met at ingeleide bijzinnen met dezelfde persoon en hetzelfde onderwerp. In vil se en læge maakt vil de wens duidelijk en is se de gewenste handeling.

  5. Jeg vil også spørge, hvilke tider der er ledige.

    Ik wil ook vragen welke tijden er beschikbaar zijn.

    Jeg vil
    ik wil
    også
    ook
    spørge
    vragen
    hvilke
    welke
    tider
    tijden
    der er
    die er zijn
    ledige
    beschikbaar
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier “ik wil”. vil is de tegenwoordige vorm van ville; met een volgend werkwoord geeft het een wens of bedoeling aan. Het onderwerp Jeg bepaalt de persoon; vil verandert in deze constructie niet voor enkelvoud of meervoud. Voorbeeld: Jeg vil vente. — “Ik wil wachten.” også betekent “ook” en voegt deze bedoeling toe aan iets dat al eerder genoemd is. De plaats vóór spørge maakt duidelijk dat “ook” bij het willen vragen hoort. spørge is de infinitief “vragen”. Na vil staat de infinitief zonder een apart infinitiefwoord: Jeg vil spørge — “Ik wil vragen”. Het zelfstandig naamwoord spørgsmål betekent “vraag”, maar dat is een ander woord en geen vorm van spørge. hvilke betekent hier “welke” vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord. Vergelijk de vormen: hvilken bij een enkelvoudig gemeenschappelijk woord, hvilket bij een enkelvoudig onzijdig woord en hvilke bij het meervoud. In dit fragment kiest hvilke dus de meervoudsvorm bij tider. tider betekent hier “tijden”, in de betekenis van beschikbare tijdstippen of afspraken. Het is het meervoud van tid (“tijd” of “tijdstip”). Voorbeeld: Hvilke tider passer dig? — “Welke tijden komen jou uit?” der er vormt hier het existentiële deel van de indirecte vraag: het geeft weer dat er bepaalde tijden zijn. der betekent in deze combinatie niet zelfstandig “die”; het helpt de constructie “er zijn” te vormen, en er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”). ledige betekent hier “beschikbaar” of “vrij”. Het is de meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord ledig; die vorm past bij de meervoudige tijden. Het woord kan in andere contexten ook “onbezet” of “vrij” betekenen, maar hier gaat het om tijdstippen die nog beschikbaar zijn. Voorbeeld: Der er en ledig tid. — “Er is een beschikbare tijd.” Samen vormt hvilke tider der er ledige een indirecte vraag: “welke tijden beschikbaar zijn” of natuurlijker “welke tijden er beschikbaar zijn”. De hele zin Jeg vil også spørge, hvilke tider der er ledige. betekent daarom: “Ik wil ook vragen welke tijden er beschikbaar zijn.”

  6. Det hjælper dem med at finde en tid, der passer dig.

    Dat helpt hen een afspraak te vinden die jou goed uitkomt.

    Det
    dat
    hjælper
    helpt
    dem
    hen
    finde
    vinden
    tid
    afspraak; tijdstip
    der
    die
    passer
    goed uitkomt; past
    dig
    jou
    Uitgebreide uitleg

    Det is hier het onderwerp van hjælper. In deze zin wordt geen zelfstandig naamwoord als concrete verwijzing aangewezen; leer daarom vooral de vorm en de functie: det kan als derdepersoonsonderwerp worden gebruikt, ook in een constructie die in het Nederlands met “het/dat” wordt weergegeven. hjælper is de tegenwoordige tijd van hjælpe (“helpen”). De vorm heeft hier een derdepersoonsonderwerp: Det hjælper = “Dat helpt”. Een bruikbaar patroon is X hjælper Y med at ...: “X helpt Y om ...”. dem is de objectsvorm van de derde persoon meervoud: “hen/hun”. Het verwijst hier, volgens de vaste vertaling, naar de personen die de afspraak proberen te vinden. Vergelijk voor één persoon het objectspaar ham of hende, afhankelijk van de bedoelde persoon; dem zelf markeert meervoud. finde is de infinitief van finde (“vinden”). Na med at staat de infinitief: hjælper dem med at finde betekent “helpt hen een ... te vinden”. Het is dus finde, niet een vervoegde vorm, omdat at de infinitief in deze constructie inleidt. tid betekent hier een geschikt tijdstip of een afspraakmoment. Het zelfstandig naamwoord is en tid, met de bepaalde vorm tiden (“het tijdstip/de tijd”). In een andere context kan tid ook algemener “tijd” betekenen; de vaste vertaling maakt hier de betekenis van een afspraakmoment duidelijk. der leidt hier de bijzin der passer dig in en verwijst grammaticaal terug naar en tid. In deze bijzin is der het onderwerp: “die jou goed uitkomt”. Het is dus niet het object “jou”; dat wordt uitgedrukt door dig. passer is de tegenwoordige tijd van passe. In deze betekenis betekent het “passen” of “goed uitkomen” voor iemand. Het onderwerp van passer is der, dus het tijdstip is wat goed uitkomt; dig is degene voor wie het goed uitkomt. Een herbruikbaar patroon is Det passer mig (“Dat komt mij goed uit”), waarbij mig de objectsvorm van de eerste persoon enkelvoud is. dig is de objectsvorm van de tweede persoon enkelvoud: “jou”. Hier is de betekenis niet het onderwerp van passer, maar de persoon bij wie het tijdstip past. De bijbehorende onderwerpsvorm is du (“jij”): Du passer ... zou een andere zinsfunctie hebben. Samen vormt Det hjælper dem med at finde en tid de hoofdzin: “Dat helpt hen een tijdstip/afspraak te vinden”. De relatieve bijzin der passer dig beschrijft vervolgens en tid: het gaat om een tijdstip dat jou goed uitkomt. De volledige betekenis is daarom: “Dat helpt hen een afspraak te vinden die jou goed uitkomt.”

  7. Jeg ringer til klinikken nu.

    Ik ga nu de kliniek bellen.

    Jeg
    ik
    ringer
    bel
    klinikken
    de kliniek
    nu
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier ‘ik’. Dit is de eerste persoon enkelvoud; de vorm verandert niet op basis van het geslacht van de spreker. Voorbeeld: Jeg kommer nu. = ‘Ik kom nu.’ ringer komt van ringe en is de tegenwoordige tijd: ‘bel’ of ‘belt’. Met til vormt het de uitdrukking voor iemand of een instantie opbellen; in het Nederlands zeg je hier natuurlijk ‘de kliniek bellen’. Voorbeeld: Jeg ringer til lægen. = ‘Ik bel de dokter.’ De vorm ringer geeft hier een handeling in het heden weer; de vaste vertaling geeft die weer als ‘ik ga ... bellen’, dus als een onmiddellijk voorgenomen handeling. klinikken betekent ‘de kliniek’. Het zelfstandig naamwoord is klinik; klinikken is de bepaalde enkelvoudsvorm. Het lidwoord zit dus achter het woord in plaats van ervoor. In til klinikken is klinikken de instantie die wordt opgebeld. nu betekent ‘nu’ en plaatst de handeling in het huidige moment. Het kan ook aangeven dat iets onmiddellijk gaat gebeuren. Samen vormen de delen Jeg ringer til klinikken nu. de betekenis: ‘Ik ga nu de kliniek bellen.’ Jeg geeft de spreker aan, ringer til klinikken beschrijft het opbellen van de kliniek en nu maakt duidelijk dat dit nu gebeurt.

  8. Skriv dine symptomer ned, så du kan forklare dem tydeligt.

    Schrijf je symptomen op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.

    Skriv … ned
    schrijf ... op
    dine
    jouw
    symptomer
    symptomen
    så du kan
    zodat je kunt
    forklare
    uitleggen
    dem
    ze
    tydeligt
    duidelijk
    Uitgebreide uitleg

    Skriv ... ned is een aansporing: de gebiedende wijs van skrive (“schrijven”) is skriv. ned geeft hier samen met het werkwoord het patroon skrive noget ned: iets opschrijven of noteren. De twee delen staan uit elkaar omdat dine symptomer ertussen staat; dit is dus geen reden om ze als één aaneengesloten woordgroep te behandelen. dine is de bezittelijke vorm bij een meervoudig zelfstandig naamwoord: “jouw”. Het verwijst naar de aangesprokene, terwijl de vorm zelf overeenkomt met het aantal van het bezetene: din bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en dine bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Skriv din adresse ned. — “Schrijf je adres op.” symptomer betekent hier “symptomen” en is het meervoud van symptom. Het meervoud is in deze vorm zichtbaar aan -er. Voorbeeld: Hun beskriver sine symptomer. — “Zij beschrijft haar symptomen.” så du kan leidt hier een doelzin in: “zodat je kunt”. kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne en staat vóór de infinitief. In deze zin drukt het uit dat de aangesprokene daarna in staat zal zijn iets uit te leggen. Het patroon is så + onderwerp + kan + infinitief. forklare is de infinitief “uitleggen”. Na kan gebruikt het Deens de infinitief zonder een apart infinitiefteken. Voorbeeld: Du kan forklare problemet. — “Je kunt het probleem uitleggen.” dem is hier een persoonlijk voornaamwoord als meervoudig object: “ze”. Volgens de vertaling verwijst het in deze zin naar de symptomen. Het staat vóór het bijwoord tydeligt, zoals in forklare dem: “ze uitleggen”. tydeligt betekent “duidelijk” en beschrijft hier hoe het uitleggen gebeurt. Het is de bijwoordelijke vorm van tydelig; de uitgang -t is hier kenmerkend voor deze vorm. Voorbeeld: Tal tydeligt. — “Spreek duidelijk.” Samen betekent Skriv dine symptomer ned “Schrijf je symptomen op”. Daarna geeft så du kan forklare dem tydeligt het doel: “zodat je ze duidelijk kunt uitleggen”. De volledige betekenis is daarom: “Schrijf je symptomen op, zodat je ze duidelijk kunt uitleggen.”

Grammatica

have det dårligt

Jeg har det dårligt i dag.

Jaj haa de doolie ie dè.

Ik voel me vandaag niet goed.

Het Deense have det dårligt is een vaste uitdrukking voor je ziek of niet goed voelen.

spørge efter + zelfstandig naamwoord

Jeg vil spørge efter en tid.

Jaj vil speu-uh efduh en tie.

Ik wil naar een afspraak vragen.

Na spørge efter volgt datgene waarnaar je vraagt; efter hoort bij deze vaste uitdrukking.

Deens woordenschat

føle werkwoord
feuluh zich voelen føler
hoste zelfstandig naamwoord
hosde hoest
hvad voornaamwoord
vè wat
i dag bijwoord
ie dè vandaag
klinik zelfstandig naamwoord
klieniek kliniek klinikken
når voegwoord
noor wanneer; als
ringe werkwoord
renguh bellen
sige werkwoord
sie-uh zeggen
spørge werkwoord
speu-uh vragen
spørge efter uitdrukking
speu-uh efduh vragen naar
tid zelfstandig naamwoord
tie afspraak; tijd
træt bijvoeglijk naamwoord
trèd moe

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ga nu de kliniek bellen.

Antwoord tonenJeg ringer til klinikken nu.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hoest

Antwoord tonenhoste

vragen

Antwoord tonenspørge

zich voelen

Antwoord tonenføler

bellen

Antwoord tonenringe