Een rustige werkruimte reserveren | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared office, two adults discuss booking a quiet room, adding it to the calendar, and leaving it tidy..

NL → DA / Niveau: A2

Over deze les

Met Een rustige werkruimte reserveren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg har brug for et stille rum til et opkald.

jaj haa broe fo èt sdèl-le rom tel èt oowb-kèl Ik heb een rustige kamer nodig voor een telefoongesprek.
B

Tjek først kalenderen for det fælles kontor.

tsjek fèst kèl-uh-NEE-un fo dee fèl-les ko-TOOA Kijk eerst in de agenda van het gedeelde kantoor.
A

Det lille rum ser ledigt ud i eftermiddag.

dee lel-le rom seer lee-dhie oe ie ef-tuh-mè De kleine kamer lijkt vanmiddag vrij.
B

Sæt bookingen i kalenderen, før du bruger rummet.

sed boe-geng-en ie kèl-uh-NEE-un, fèr doe broe-uh rom-uh Zet de reservering in de agenda voordat je de kamer gebruikt.
A

Skal jeg gøre noget efter opkaldet?

sgèl jaj keur-uh noo-eth ef-tuh oowb-kèl-uh Moet ik na het telefoongesprek nog iets doen?
B

Ryd skrivebordet, og tag dine ting med dig.

rü-eth sgriw-uh-boor-uh, oh tè dii-nuh teng mee dai Ruim het bureau op en neem je spullen mee.
A

Jeg efterlader det ryddeligt, før jeg går.

jaj ef-tuh-lè-eth-uh dee rü-dhuh-le, fèr jaj koor Ik laat het netjes achter voordat ik wegga.
B

Det hjælper den næste person godt i gang.

dee jel-buh deen nèstuh pè-SOON gohd ie geng Dat helpt de volgende persoon om goed te beginnen.

Woord voor woord

Jeg “Jeg” betekent “ik” en is in “Jeg har brug for et stille rum” degene die iets nodig heeft. Het staat als onderwerp vóór de werkwoordelijke uitdrukking. Een veelgebruikt patroon is “Jeg har brug for + iets” wanneer je een behoefte uitdrukt.
har “Har” vormt samen met “brug for” de uitdrukking “Jeg har brug for”, waarmee de spreker zegt dat hij of zij iets nodig heeft. De vorm hoort bij het werkwoord “have”. Gebruik “har brug for” vóór het ding of de persoon die je nodig hebt, bijvoorbeeld in “Jeg har brug for et stille rum”.
brug “Brug” is hier onderdeel van de vaste uitdrukking “har brug for”, die “nodig hebben” betekent. De betekenis “nodig hebben” ontstaat door de hele combinatie, niet door “brug” afzonderlijk. Gebruik het patroon “har brug for + zelfstandig naamwoord” om een behoefte te noemen.
for “For” is hier het laatste onderdeel van “har brug for”, de Deense uitdrukking voor “nodig hebben”. Samen verbindt “brug for” de behoefte met wat nodig is, zoals in “brug for et stille rum”. Je gebruikt deze combinatie vóór het gewenste voorwerp of doel.
et “Et” is het onbepaalde lidwoord in “et stille rum” en “et opkald”, vergelijkbaar met “een”. Het staat vóór een onbepaald zelfstandig naamwoord van het type dat met “et” wordt gebruikt. Een bruikbaar patroon is “et + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord”.
stille “Stille” beschrijft in “et stille rum” een ruimte waar weinig geluid is: een rustige of stille kamer. De vorm staat direct vóór “rum”. Je kunt “stille” gebruiken wanneer je een rustige plek of omgeving beschrijft, zoals in dit verzoek om een kamer voor een telefoongesprek.
rum “Rum” betekent hier “kamer” of “ruimte” in “et stille rum”. Later verwijst “rummet” naar dezelfde ruimte als een specifieke kamer. Gebruik “rum” in een combinatie zoals “et stille rum” wanneer je een ruimte benoemt zonder die al als bepaald aan te wijzen.
til “Til” geeft in “til et opkald” het doel van de kamer aan: de ruimte is bedoeld voor een telefoongesprek. Hier betekent het dus “voor” in de zin van bestemming of doel. Een bruikbaar patroon is “til + zelfstandig naamwoord” om het doel van iets te noemen.
opkald “Opkald” betekent in “et opkald” een telefoongesprek of oproep. De vorm staat na het onbepaalde lidwoord “et”; later verschijnt de bepaalde vorm “opkaldet”. Je kunt “opkald” gebruiken wanneer je een telefoongesprek als doel of gebeurtenis benoemt.
Tjek “Tjek” is een directe instructie om iets te controleren, hier in “Tjek først kalenderen”. Het verwijst naar het nakijken van de agenda voordat er verder gehandeld wordt. Gebruik “Tjek + voorwerp” wanneer je iemand vraagt iets na te kijken.
først “Først” betekent “eerst” en geeft in “Tjek først kalenderen” aan dat het controleren vóór de volgende handeling moet gebeuren. Het ordent de stappen in de instructie. Gebruik “først” wanneer je wilt aangeven wat als eerste moet gebeuren.
kalenderen “Kalenderen” betekent “de kalender” in “kalenderen for det fælles kontor”. Het is de bepaalde vorm van “kalender” en verwijst hier naar de agenda van het gedeelde kantoor. Je kunt “kalenderen for + plaats of groep” gebruiken om aan te geven bij welk team of welke plek een agenda hoort.
det “Det” heeft in deze dialoog meerdere functies. In “det fælles kontor” en “Det lille rum” hoort het bij een bepaalde naamwoordgroep, terwijl “Det hjælper” naar de voorafgaande situatie verwijst en “dat helpt” betekent. Een bruikbaar patroon is “det + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord”, of “Det hjælper ...” om het nut van een handeling te beschrijven.
fælles “Fælles” betekent “gedeeld” of “gemeenschappelijk” in “det fælles kontor”. Het maakt duidelijk dat het kantoor door meerdere mensen wordt gebruikt. Je kunt “fælles” vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken wanneer iets door verschillende personen of groepen wordt gedeeld.
kontor “Kontor” betekent “kantoor” in “det fælles kontor”. Samen met “fælles” verwijst het naar de werkplek die de gesprekspartners delen. Gebruik “kontor” wanneer je naar een kantoorruimte of werkplek verwijst.
lille “Lille” betekent “klein” in “Det lille rum” en beschrijft de grootte van de kamer. Het staat vóór “rum” in de bepaalde naamwoordgroep. Je gebruikt “lille” om een kleine ruimte of een klein voorwerp te beschrijven.
ser “Ser” staat in “ser ledigt ud” en geeft samen met “ud” aan dat iets er op een bepaalde manier uitziet of lijkt. Hier lijkt de kamer beschikbaar te zijn. De vorm hoort bij het werkwoord “se”. Een bruikbaar patroon is “ser + bijvoeglijk naamwoord + ud” voor een indruk of beoordeling.
ledigt “Ledigt” betekent in “ser ledigt ud” dat de kamer vrij of beschikbaar lijkt. Het beschrijft de beschikbaarheid van “det lille rum”. Gebruik “ledigt” in een patroon waarin je beoordeelt of een ruimte beschikbaar is.
ud “Ud” is hier het tweede deel van “ser ledigt ud”. Samen drukken “ser ... ud” uit dat iets een bepaalde indruk maakt; in deze zin lijkt de kamer vrij. Een bruikbaar patroon is “ser + beschrijving + ud” wanneer je zegt hoe iets eruitziet of lijkt.
i “I” betekent “in” en staat in “i eftermiddag” bij een tijdsaanduiding. De combinatie geeft aan wanneer de kamer beschikbaar lijkt te zijn. Gebruik “i + tijdsaanduiding” om een moment of periode aan te geven.
eftermiddag “Eftermiddag” betekent “namiddag” of “middag” in de combinatie “i eftermiddag”, hier vertaald als “vanmiddag”. Het geeft de periode aan waarin de kamer beschikbaar lijkt. Gebruik de vaste combinatie “i eftermiddag” wanneer je naar deze middag verwijst.
Sæt “Sæt” is een directe instructie om iets te plaatsen of toe te voegen, hier in “Sæt bookingen i kalenderen”. De boeking moet in de kalender worden gezet. Gebruik het patroon “Sæt + voorwerp + i + plaats” voor een instructie om iets ergens in te voeren of te plaatsen.
bookingen “Bookingen” betekent “de boeking” of “de reservering” in “Sæt bookingen i kalenderen”. Het is de bepaalde vorm van “booking” en verwijst naar de zojuist besproken reservering. Gebruik “bookingen” wanneer je naar een specifieke reservering verwijst die in een agenda moet komen.
før “Før” betekent “voordat” in “før du bruger rummet” en verbindt twee handelingen in de tijd. Eerst moet de boeking in de kalender staan en daarna wordt de ruimte gebruikt. Gebruik “før + zin” om aan te geven wat eerder moet gebeuren.
du “Du” betekent “jij” en is in “før du bruger rummet” degene die de ruimte gebruikt. Het staat vóór de werkwoordsvorm “bruger”. Gebruik “du + werkwoord” wanneer je rechtstreeks over de handeling van de aangesproken persoon spreekt.
bruger “Bruger” betekent “gebruikt” in “du bruger rummet”. De vorm hoort bij het werkwoord “bruge” en beschrijft hier het gebruik van de kamer. Een bruikbaar patroon is “du bruger + voorwerp”, zoals “du bruger rummet”.
rummet “Rummet” betekent “de kamer” of “de ruimte” in “du bruger rummet”. Het is de bepaalde vorm van “rum” en verwijst naar de eerder genoemde kamer. Gebruik “rummet” wanneer je naar die specifieke ruimte verwijst, bijvoorbeeld na een eerdere vermelding.
Skal “Skal” drukt in “Skal jeg gøre noget efter opkaldet?” een vraag uit naar wat de spreker moet of hoort te doen. Het staat vóór “jeg” en de daaropvolgende handeling. Gebruik “Skal jeg + werkwoord?” wanneer je om instructie of toestemming voor een handeling vraagt.
gøre “Gøre” betekent “doen” in de combinatie “gøre noget”. Het benoemt de nog onbepaalde handeling waar de spreker naar vraagt. Gebruik “gøre + noget” wanneer je vraagt of iemand iets moet doen zonder de handeling verder te specificeren.
noget “Noget” betekent hier “iets” of in de vraag “iets doen?” in “Skal jeg gøre noget”. Het verwijst naar een niet nader genoemde extra handeling. Gebruik “gøre noget” wanneer je vraagt of er nog een actie nodig is.
efter “Efter” betekent “na” in “efter opkaldet” en plaatst de handeling na het telefoongesprek. Het geeft hier een tijdsrelatie aan. Gebruik “efter + bepaalde gebeurtenis” om te zeggen wat daarna gebeurt.
opkaldet “Opkaldet” betekent “het telefoongesprek” of “de oproep” in “efter opkaldet”. Het is de bepaalde vorm van “opkald” en verwijst naar het specifieke gesprek uit de context. Gebruik “na opkaldet” wanneer je een handeling koppelt aan het einde van dat gesprek.
Ryd “Ryd” is een directe instructie om iets leeg of opgeruimd te maken, hier in “Ryd skrivebordet”. De aangesproken persoon moet het bureau vrijmaken. Gebruik “Ryd + voorwerp” wanneer je iemand vraagt een oppervlak of ruimte op te ruimen.
skrivebordet “Skrivebordet” betekent “het bureau” in “Ryd skrivebordet”. Het is de bepaalde vorm van “skrivebord” en verwijst naar het bureau in de kamer. Gebruik het met een opruiminstructie wanneer je een specifiek bureau bedoelt.
og “Og” betekent “en” en verbindt in “Ryd skrivebordet, og tag dine ting med dig” twee instructies. De spreker vraagt dus om het bureau op te ruimen én de spullen mee te nemen. Gebruik “og” om twee opeenvolgende of samenhangende handelingen te verbinden.
tag “Tag” is een directe instructie om iets mee te nemen in “tag dine ting med dig”. Samen met “med dig” maakt het duidelijk dat de spullen met de aangesproken persoon meegaan. Gebruik het patroon “tag + voorwerp + med dig” wanneer iemand iets moet meenemen.
dine “Dine” betekent “jouw” in “dine ting” en geeft aan dat de spullen van de aangesproken persoon zijn. Het staat direct vóór “ting”. Gebruik “dine + zelfstandig naamwoord” om bezit van de aangesproken persoon aan te geven.
ting “Ting” betekent “dingen” of “spullen” in “dine ting”. Hier gaat het om de persoonlijke spullen die iemand uit de kamer moet meenemen. Gebruik “ting” wanneer je naar voorwerpen verwijst zonder ze afzonderlijk te benoemen.
med “Med” betekent “met” en maakt in “tag dine ting med dig” duidelijk dat de spullen meegaan met de persoon. De combinatie “med dig” draagt hier de betekenis “met je mee”. Gebruik “med” met een persoon of voorwerp wanneer je samen meegaan of meenemen uitdrukt.
dig “Dig” betekent “jou” in “med dig” en verwijst naar de persoon die de spullen meeneemt. Het is de vorm die in deze combinatie na “med” staat; de onderwerpvorm in de dialoog is “du”. Gebruik “med dig” om “met jou” of “met je mee” uit te drukken.
efterlader “Efterlader” betekent “achterlaten” in “Jeg efterlader det ryddeligt”. De spreker zegt dat de ruimte in een opgeruimde toestand wordt achtergelaten. De vorm hoort bij het werkwoord “efterlade”. Een bruikbaar patroon is “efterlader + voorwerp + beschrijving van de toestand”.
ryddeligt “Ryddeligt” betekent “netjes” of “opgeruimd” in “efterlader det ryddeligt”. Het beschrijft de toestand waarin de ruimte wordt achtergelaten. Gebruik “efterlader det ryddeligt” wanneer je belooft een gedeelde ruimte netjes achter te laten.
går “Går” betekent hier “ga” of “wegga” in “før jeg går”. De spreker gebruikt het om het moment van vertrek aan te geven. De vorm hoort bij het werkwoord “gå”. Een bruikbaar patroon is “før jeg går” wanneer je zegt wat je doet voordat je vertrekt.
hjælper “Hjælper” betekent “helpt” in “Det hjælper den næste person godt i gang”. Het beschrijft het positieve effect van de kamer netjes achterlaten. De vorm hoort bij het werkwoord “hjælpe”. Gebruik “Det hjælper + persoon” om uit te leggen wie voordeel heeft van een handeling.
den “Den” hoort in “den næste person” bij de specifieke persoon die daarna de ruimte gebruikt. Samen met “næste person” betekent de hele groep “de volgende persoon”. Een bruikbaar patroon is “den + beschrijving + zelfstandig naamwoord” voor een bepaalde persoon of zaak.
næste “Næste” betekent “volgende” in “den næste person”. Het beschrijft de persoon die na de huidige gebruiker aan de beurt is. Gebruik “næste” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je de daaropvolgende persoon of zaak aanwijst.
person “Person” betekent “persoon” in “den næste person”. Hier gaat het om degene die de kamer na de spreker zal gebruiken. Gebruik “den næste person” wanneer je verwijst naar de volgende gebruiker of deelnemer.
godt “Godt” betekent hier “goed” of “vlot” in “godt i gang”. Het beschrijft dat de volgende persoon zonder problemen kan beginnen. Een bruikbaar patroon is “godt i gang” voor iemand die soepel met een taak of activiteit begint.
gang “Gang” is in “i gang” onderdeel van een vaste uitdrukking voor beginnen of bezig zijn. In “godt i gang” betekent het dat de volgende persoon goed van start kan gaan. Gebruik “i gang” wanneer je over het starten of voortzetten van een activiteit spreekt.

Grammatica

have brug for + substantiv

Jeg har brug for et stille rum.

jaj haa broe fo èt sdèl-le rom

Ik heb een stille ruimte nodig.

have brug for is een vaste Deense uitdrukking; brug for hoort altijd bij deze constructie.

før + bijzin

Tjek kalenderen, før du gør noget.

tsjek kèl-uh-NEE-un, fèr doe keur noo-eth

Controleer de kalender voordat je iets doet.

før leidt een bijzin in met een onderwerp en werkwoord: før du gør noget.

Deens woordenschat

fælles bijvoeglijk naamwoord
fèl-les gedeeld, gezamenlijk
først bijwoord
fèrst eerst
have brug for uitdrukking
haa broe fo nodig hebben
i eftermiddag uitdrukking
ie ef-tuh-mè vanmiddag
kalenderen zelfstandig naamwoord
kèl-uh-NEE-un de agenda, de kalender
kontor zelfstandig naamwoord
ko-TOOA kantoor
ledigt bijvoeglijk naamwoord
lee-dhie vrij, beschikbaar
lille bijvoeglijk naamwoord
lel-le klein
opkald zelfstandig naamwoord
oowb-kèl telefoongesprek, oproep
rum zelfstandig naamwoord
rom ruimte, kamer
stille bijvoeglijk naamwoord
sdèl-le rustig, stil
Tjek werkwoord
tsjek controleren

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Moet ik na het telefoongesprek nog iets doen?

Antwoord tonenSkal jeg gøre noget efter opkaldet?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kantoor

Antwoord tonenkontor

telefoongesprek, oproep

Antwoord tonenopkald

de agenda, de kalender

Antwoord tonenkalenderen

eerst

Antwoord tonenførst