Een rustige werkruimte reserveren | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared office, two adults discuss booking a quiet room, adding it to the calendar, and leaving it tidy..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een rustige werkruimte reserveren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg har brug for et stille rum til et opkald.

jaj haa broe fo èt sdèl-le rom tel èt oowb-kèl Ik heb een rustige kamer nodig voor een telefoongesprek.
B

Tjek først kalenderen for det fælles kontor.

tsjek fèst kèl-uh-NEE-un fo dee fèl-les ko-TOOA Kijk eerst in de agenda van het gedeelde kantoor.
A

Det lille rum ser ledigt ud i eftermiddag.

dee lel-le rom seer lee-dhie oe ie ef-tuh-mè De kleine kamer lijkt vanmiddag vrij.
B

Sæt bookingen i kalenderen, før du bruger rummet.

sed boe-geng-en ie kèl-uh-NEE-un, fèr doe broe-uh rom-uh Zet de reservering in de agenda voordat je de kamer gebruikt.
A

Skal jeg gøre noget efter opkaldet?

sgèl jaj keur-uh noo-eth ef-tuh oowb-kèl-uh Moet ik na het telefoongesprek nog iets doen?
B

Ryd skrivebordet, og tag dine ting med dig.

rü-eth sgriw-uh-boor-uh, oh tè dii-nuh teng mee dai Ruim het bureau op en neem je spullen mee.
A

Jeg efterlader det ryddeligt, før jeg går.

jaj ef-tuh-lè-eth-uh dee rü-dhuh-le, fèr jaj koor Ik laat het netjes achter voordat ik wegga.
B

Det hjælper den næste person godt i gang.

dee jel-buh deen nèstuh pè-SOON gohd ie geng Dat helpt de volgende persoon om goed te beginnen.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg har brug for et stille rum til et opkald.

    Ik heb een rustige kamer nodig voor een telefoongesprek.

    Jeg har brug for
    ik heb ... nodig
    stille
    rustig
    rum
    kamer; ruimte
    opkald
    telefoongesprek
    Uitgebreide uitleg

    Jeg har brug for is een vaste Deense constructie voor “ik heb … nodig”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud (“ik”); har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”). In deze constructie betekent brug for niet letterlijk “gebruik voor”, maar drukt het nodig hebben van iets uit. Het benodigde staat erna: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” stille betekent hier “rustig” of “stil”. Het beschrijft rum. De vorm is hier stille bij het onzijdige zelfstandig naamwoord rum; bij een gemeenschappelijk-geslachtig woord kan het attributieve bijvoeglijk naamwoord bijvoorbeeld stille blijven, zoals in en stille gade — “een rustige straat”. rum betekent hier “kamer”. Het kan in andere contexten ook “ruimte” betekenen, maar de vaste vertaling maakt hier de betekenis “kamer” duidelijk. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et rum — “een kamer”. Voorbeeld: Rummet er stille. — “De kamer is rustig.” til et opkald geeft het doel aan: “voor een telefoongesprek”. til betekent hier “voor” in de betekenis van bestemd voor. et is het onzijdige onbepaalde lidwoord bij opkald; op zichzelf stelt het geen bepaald aantal vast. opkald betekent “oproep” of “gesprek”; in deze zin gaat het, volgens de vaste vertaling, om een telefoongesprek. Voorbeeld: Jeg har brug for et rum til et møde. — “Ik heb een kamer nodig voor een vergadering.” Samen bestaat de zin uit de behoefteconstructie Jeg har brug for, het benodigde naamwoordgroepje et stille rum (“een rustige kamer”) en het doel til et opkald (“voor een telefoongesprek”). De volledige betekenis is daarom: “Ik heb een rustige kamer nodig voor een telefoongesprek.”

  2. Tjek først kalenderen for det fælles kontor.

    Kijk eerst in de agenda van het gedeelde kantoor.

    Tjek
    controleer
    først
    eerst
    kalenderen
    de agenda
    fælles
    gedeeld
    kontor
    kantoor
    Uitgebreide uitleg

    Tjek is de gebiedende wijs van tjekke (“controleren, nakijken”). De vorm kan tot één of meer aangesproken personen gericht zijn; het onderwerp wordt in het Deens normaal niet uitgesproken. Voorbeeld: Tjek adressen. — “Controleer het adres.” først betekent “eerst” en geeft de volgorde aan: deze handeling gebeurt vóór andere handelingen. Het is geen werkwoordsvorm en verandert niet mee met het onderwerp. Voorbeeld: Læs først beskeden. — “Lees eerst het bericht.” kalenderen is de bepaalde enkelvoudsvorm van kalender (“kalender”, hier volgens de vaste vertaling: “agenda”). Het achtervoegsel -en markeert bij dit woord de bepaalde vorm: en kalender — “een kalender”, kalenderen — “de kalender”. Hier is dit het object van Tjek. fælles betekent hier “gedeeld” of “gemeenschappelijk”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in det fælles kontor. Deze vorm verandert hier niet mee met kontor. Voorbeeld: Vi bruger et fælles køkken. — “We gebruiken een gedeelde keuken.” kontor betekent “kantoor”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et kontor — “een kantoor”, kontoret — “het kantoor”. In det fælles kontor staat det bij dit onzijdige bepaalde zelfstandig naamwoord, terwijl fælles het kantoor beschrijft. Samen vormt kalenderen for det fælles kontor de woordgroep “de agenda van het gedeelde kantoor”. Het voorzetsel for legt hier de relatie tussen de agenda en het gedeelde kantoor; in deze vaste vertaling wordt die relatie met “van” weergegeven. De volledige zin begint met de opdracht Tjek, en først bepaalt de volgorde: “Kijk eerst in de agenda van het gedeelde kantoor.”

  3. Det lille rum ser ledigt ud i eftermiddag.

    De kleine kamer lijkt vanmiddag vrij.

    lille
    klein
    rum
    kamer
    ser … ud
    lijkt
    ledigt
    vrij
    i eftermiddag
    vanmiddag
    Uitgebreide uitleg

    lille betekent hier “klein” en beschrijft rum. De vorm is de enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord; in het Deens staat bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord vaak lille, terwijl het meervoud små heeft. Voorbeeld: et lille hus — “een klein huis”. rum betekent “kamer” en is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et rum — “een kamer”, rummet — “de kamer”, en rum — “kamers”. In deze zin staat het in de bepaalde woordgroep det lille rum, die overeenkomt met “de kleine kamer”. ser ... ud is een vaste constructie met se (“zien”): in deze combinatie betekent ze “lijken” of “eruitzien”. ser is de tegenwoordige tijd en verandert niet volgens de persoon. Het bijwoord ud hoort bij de constructie en staat hier na ser. Voorbeeld: Det ser godt ud. — “Het ziet er goed uit.” ledigt betekent hier “vrij” of “beschikbaar”. Het is de vorm van ledig die bij het onzijdige enkelvoud rum past: en ledig stol — “een vrije stoel”, maar et ledigt rum — “een vrije kamer”. In het meervoud staat ledige, bijvoorbeeld ledige rum — “vrije kamers”. i eftermiddag betekent “vanmiddag”. i leidt hier een tijdsbepaling in; de hele uitdrukking verwijst naar de middag van de betreffende dag. Samen vormen de delen Det lille rum (“de kleine kamer”), ser ... ud (“lijkt”) en ledigt (“vrij”), met i eftermiddag (“vanmiddag”) als tijdsbepaling: “De kleine kamer lijkt vanmiddag vrij.”

  4. Sæt bookingen i kalenderen, før du bruger rummet.

    Zet de reservering in de agenda voordat je de kamer gebruikt.

    Sæt
    zet
    bookingen
    de reservering
    kalenderen
    de agenda
    før
    voordat
    bruger
    gebruikt
    rummet
    de kamer
    Uitgebreide uitleg

    Sæt is de gebiedende wijs van sætte (“plaatsen/zetten”). In deze zin betekent het: iets in een agenda plaatsen. De gebiedende wijs heeft hier geen uitgesproken onderwerp; de aangesprokene is degene die de handeling moet uitvoeren. Voorbeeld: Sæt bogen på bordet. — “Zet het boek op tafel.” bookingen betekent hier “de reservering”. Het is de bepaalde vorm van het leenwoord booking: en booking → bookingen. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid, niet op zichzelf een aantal. Voorbeeld: Bookingen er bekræftet. — “De reservering is bevestigd.” kalenderen is de bepaalde vorm van kalender: en kalender → kalenderen, “de agenda/kalender”. Het achtervoegsel -en maakt het zelfstandig naamwoord bepaald. Voorbeeld: Jeg skriver mødet i kalenderen. — “Ik schrijf de afspraak in de agenda.” før betekent “voordat” en leidt de tijdsbepalende bijzin in. Het geeft aan dat de handeling in die bijzin later plaatsvindt dan de handeling in de hoofdzin. In før du bruger ... is du de tweede persoon enkelvoud (“je”) en bruger de tegenwoordige tijd van bruge, “gebruiken”. Voorbeeld: Vask hænderne, før du spiser. — “Was je handen voordat je eet.” bruger is dus de vorm van bruge bij de tegenwoordige tijd; bij du staat dezelfde vorm als bij andere tegenwoordige-tijdsonderwerpen. Het betekent hier concreet “gebruikt”, niet bijvoorbeeld “verbruikt”. rummet betekent “de kamer/ruimte” en is de bepaalde vorm van rum: et rum → rummet. Het woord rum is een onzijdig zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm krijgt daarom -et. Voorbeeld: Rummet er ledigt. — “De kamer is vrij.” Samen vormen Sæt bookingen i kalenderen de opdracht “Zet de reservering in de agenda”. Daarna specificeert før du bruger rummet het tijdstip: dit moet gebeuren voordat je de kamer gebruikt. De volledige betekenis is daarom: “Zet de reservering in de agenda voordat je de kamer gebruikt.”

  5. Skal jeg gøre noget efter opkaldet?

    Moet ik na het telefoongesprek nog iets doen?

    Skal jeg
    moet ik
    gøre
    doen
    noget
    iets
    efter
    na
    opkaldet
    het telefoongesprek
    Uitgebreide uitleg

    Skal jeg betekent hier “moet ik”. Skal is de tegenwoordige vorm van skulle; als modaal werkwoord drukt het hier een vraag uit naar een noodzakelijke of verwachte handeling. In een Deense ja-neevraag staat het modale werkwoord vóór het onderwerp: Skal jeg ...? = “Moet ik ...?” Het daaropvolgende werkwoord blijft in de infinitief. Voorbeeld: Skal jeg vente? — “Moet ik wachten?” gøre betekent “doen” en is hier de infinitief na skal. De infinitief heeft in deze constructie geen persoonsuitgang. Dezelfde vorm kan ook in andere contexten “maken” betekenen; hier gaat het, door de combinatie met noget, om “doen”. Voorbeeld: Jeg skal gøre det. — “Ik moet het doen.” noget betekent hier “iets”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader genoemd ding of een niet nader genoemde handeling. Het staat na gøre als datgene wat gedaan moet worden. Voorbeeld: Har du noget? — “Heb je iets?” efter betekent “na” en geeft hier een tijdsrelatie aan: de handeling vindt later plaats dan het genoemde moment of de genoemde gebeurtenis. Voor een plaatsrelatie kan efter andere betekenissen hebben, maar dat is hier niet aan de orde. Voorbeeld: efter mødet — “na de vergadering”. opkaldet betekent “het telefoongesprek” of “het telefoontje”. De vorm bestaat uit opkald plus de bepaalde uitgang -et: opkald = “telefoongesprek/telefoontje”, opkaldet = “het telefoongesprek/het telefoontje”. Het bepaalde lidwoord wordt in het Deens vaak aan het zelfstandig naamwoord vastgemaakt, in plaats van als afzonderlijk woord ervoor te staan. Voorbeeld: Efter opkaldet gik jeg hjem. — “Na het telefoongesprek ging ik naar huis.” Samen vormen Skal jeg gøre noget en efter opkaldet de vraag of de spreker na het telefoongesprek nog een niet nader genoemde handeling moet uitvoeren. De volledige betekenis is: “Moet ik na het telefoongesprek nog iets doen?” Skal maakt de vraag naar verplichting of verwachting, gøre noget betekent “iets doen”, en efter opkaldet bepaalt wanneer dat moet gebeuren. `

  6. Ryd skrivebordet, og tag dine ting med dig.

    Ruim het bureau op en neem je spullen mee.

    Ryd
    ruim op
    skrivebordet
    het bureau
    tag … med dig
    meenemen
    dine
    je
    ting
    spullen
    Uitgebreide uitleg

    Ryd is de gebiedende wijs van rydde, “opruimen” of “vrijmaken”. In een Deense opdracht staat het onderwerp meestal niet apart: Ryd skrivebordet betekent dus “ruim het bureau op”. De vorm rydde is de basisvorm; ryd is hier de imperatief. skrivebordet betekent hier “het bureau”. Het zelfstandig naamwoord is skrivebord; -et maakt er de bepaalde enkelvoudsvorm van: skrivebordet, “het bureau”. De vorm zegt dat het om een specifiek bureau gaat, niet om een willekeurig bureau. tag ... med dig is een vaste, herbruikbare constructie voor “... meenemen”. tag is de imperatief van tage, “nemen”; dig is de objectsvorm van du, “jij”. In deze constructie geeft med dig aan dat iets met de aangesprokene meegaat. Voorbeeld: Tag paraplyen med dig. — “Neem de paraplu mee.” dine betekent hier “je” als bezittelijk woord bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. De relevante basisreeks is din bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord, dit bij een enkelvoudig onzijdig woord en dine bij een meervoudig woord. Het is dus de vorm van het bezittelijk woord die hier door het meervoud wordt bepaald, niet een uitgedrukte hoeveelheid. ting betekent “spullen” in deze context. Het enkelvoud is en ting, “een ding”; het meervoud is ook ting, dus zonder zichtbare uitgang. De combinatie dine ting betekent “je spullen”. Voorbeeld: Jeg finder mine ting. — “Ik vind mijn spullen.” mine is daar de overeenkomstige bezittelijke vorm bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Samen bestaat de zin uit twee opdrachten: Ryd skrivebordet vraagt om het bureau op te ruimen, en tag dine ting med dig vraagt om je spullen mee te nemen. De volledige betekenis is: “Ruim het bureau op en neem je spullen mee.”

  7. Jeg efterlader det ryddeligt, før jeg går.

    Ik laat het netjes achter voordat ik wegga.

    Jeg
    ik
    efterlader
    laat achter
    det
    het
    ryddeligt
    netjes
    før
    voordat
    går
    ga weg
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Hetzelfde onderwerp komt later terug in jeg går; in het Deens wordt het onderwerp in de bijzin dus opnieuw genoemd. efterlader is de tegenwoordige tijd van efterlade (“achterlaten”). Het werkwoord neemt hier een voorwerp: jeg efterlader det = “ik laat het achter”. De tegenwoordige tijd kan in zo’n mededeling een huidige of algemene handeling uitdrukken. Voorbeeld: Hun efterlader døren åben. = “Zij laat de deur open.” det is een persoonlijk voornaamwoord voor een onzijdig enkelvoudig voorwerp; in deze vaste vertaling is de betekenis “het”. Het voornaamwoord verwijst naar iets dat in de context als “het” wordt opgevat, maar de zin zelf benoemt dat niet verder. ryddeligt beschrijft de toestand waarin het voorwerp wordt achtergelaten: “netjes” of “opgeruimd”. Deze vorm is de onzijdige enkelvoudsvorm van ryddelig; die vorm past bij het onzijdige det. In et ryddeligt bord betekent dezelfde vorm bijvoorbeeld “een nette/opgeruimde tafel”. Het is dus ryddeligt dat hier de vorm draagt, niet det. før leidt een tijdsbepaling in en betekent “voordat”. Het verbindt før jeg går met de hoofdzin: eerst wordt iets netjes achtergelaten, en daarna vindt het weggaan plaats. Voorbeeld: Læs beskeden, før du svarer. = “Lees het bericht voordat je antwoordt.” går is de tegenwoordige tijd van gå (“gaan”). In deze zin krijgt het door de context de betekenis “weggaan”. De vorm går verandert hier niet omdat het onderwerp enkelvoudig is; hij is dezelfde tegenwoordige vorm bij verschillende personen, bijvoorbeeld jeg går en vi går. Voorbeeld: Jeg går nu. = “Ik ga nu weg.” Samen betekent Jeg efterlader det ryddeligt dat de spreker iets netjes achterlaat. før jeg går geeft aan dat dit gebeurt voordat de spreker weggaat. De volledige betekenis is daarom: “Ik laat het netjes achter voordat ik wegga.”

  8. Det hjælper den næste person godt i gang.

    Dat helpt de volgende persoon om goed te beginnen.

    Det
    dat
    hjælper
    helpt
    den
    de
    næste
    volgende
    person
    persoon
    godt i gang
    goed beginnen
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dat” en staat als onderwerp. Het verwijst naar een eerder genoemde zaak of situatie; de aangeleverde zin legt niet precies vast welke zaak dat is. De vorm det is een Deens onzijdig enkelvoudig voornaamwoord; leer de grammaticale vorm dus los van het concrete referent. hjælper is de tegenwoordige tijd van hjælpe (“helpen”). De vorm kan bij verschillende onderwerpen dezelfde tegenwoordige-tijdsvorm hebben: jeg hjælper, du hjælper, det hjælper. In deze zin helpt het onderwerp iemand met een volgende handeling of start. Voorbeeld: Det hjælper mig. — “Dat helpt mij.” den is hier het bepaalde lidwoord bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtwoord. Het maakt samen met næste person de betekenis “de volgende persoon”. Het is dus geen zelfstandig betekeniswoord voor een persoon; person draagt die betekenis. næste betekent hier “volgende” in de vaste volgorde of reeks. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord person en beschrijft welke persoon bedoeld wordt. Voorbeeld: den næste bus — “de volgende bus”. person betekent “persoon”. De vorm is enkelvoud; het meervoud is personer. In den næste person krijgt het woord een bepaald enkelvoudig geheel: “de volgende persoon”. godt i gang is een veelgebruikte uitdrukking voor “goed beginnen” of “goed op weg komen”. godt versterkt hier de manier waarop iemand aan de activiteit begint, terwijl i gang het idee van in beweging of aan de slag zijn toevoegt. De uitdrukking kan ook voorkomen in komme godt i gang: “goed op gang komen”. Voorbeeld: Hun kommer godt i gang. — “Zij komt goed op gang.” Samen vormen de delen: Det hjælper = “Dat helpt”, den næste person = “de volgende persoon”, en godt i gang = “goed te beginnen” of “goed op weg te komen”. De volledige betekenis is daarom: “Dat helpt de volgende persoon om goed te beginnen.”

Grammatica

have brug for + substantiv

Jeg har brug for et stille rum.

jaj haa broe fo èt sdèl-le rom

Ik heb een stille ruimte nodig.

have brug for is een vaste Deense uitdrukking; brug for hoort altijd bij deze constructie.

før + bijzin

Tjek kalenderen, før du gør noget.

tsjek kèl-uh-NEE-un, fèr doe keur noo-eth

Controleer de kalender voordat je iets doet.

før leidt een bijzin in met een onderwerp en werkwoord: før du gør noget.

Deens woordenschat

fælles bijvoeglijk naamwoord
fèl-les gedeeld, gezamenlijk
først bijwoord
fèrst eerst
have brug for uitdrukking
haa broe fo nodig hebben
i eftermiddag uitdrukking
ie ef-tuh-mè vanmiddag
kalenderen zelfstandig naamwoord
kèl-uh-NEE-un de agenda, de kalender
kontor zelfstandig naamwoord
ko-TOOA kantoor
ledigt bijvoeglijk naamwoord
lee-dhie vrij, beschikbaar
lille bijvoeglijk naamwoord
lel-le klein
opkald zelfstandig naamwoord
oowb-kèl telefoongesprek, oproep
rum zelfstandig naamwoord
rom ruimte, kamer
stille bijvoeglijk naamwoord
sdèl-le rustig, stil
Tjek werkwoord
tsjek controleren

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Moet ik na het telefoongesprek nog iets doen?

Antwoord tonenSkal jeg gøre noget efter opkaldet?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kantoor

Antwoord tonenkontor

telefoongesprek, oproep

Antwoord tonenopkald

de agenda, de kalender

Antwoord tonenkalenderen

eerst

Antwoord tonenførst