Afspraken in de gedeelde wasruimte | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared laundry room, two adults discuss using the schedule, setting a timer, and moving clothes promptly..

NL → DA / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Afspraken in de gedeelde wasruimte oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Der er travlt i fællesvaskerummet i dag.

Dèa èa trawld ie fellesvasge-roemmedh ie dèe. Het is vandaag druk in de gedeelde wasruimte.
B

Skriv dit navn på planen, før du starter en vask.

Sgriw died naun po pleenen, feua doe staade un vasg. Zet je naam op het rooster voordat je een was begint.
A

Der er en ledig vaskemaskine senere i eftermiddag.

Dèa èa un lee-dhie vasge-masjiene seena-a ie èfta-meedhie. Er is later vanmiddag een wasmachine vrij.
B

Sæt en timer.

Sèd un teema. Zet een timer.
B

Så behøver den næste person ikke at vente.

Soo be-heuva den nèste pe-soen egge ed vene. Zo hoeft de volgende persoon niet te wachten.
A

Skal jeg tage mit tøj ud, så snart programmet er færdigt?

Sgèl jaj tee mied teuj oe, soo snaa-dh progra-meedh a fèa-djie? Moet ik mijn kleren eruit halen zodra het programma klaar is?
B

Det må du gerne; vådt tøj, der bliver i maskinen, forsinker alle.

Dee moo doe jèane; wohdh teuj, dèa blie-we ie masjiene, fo-sèng-e alle. Doe dat alsjeblieft; natte kleren die in de machine blijven, houden iedereen op.
A

Jeg tager min kurv med ned, før programmet er færdigt.

Jaj tee-a men koe-w meedh needh, feua progra-meedh a fèa-djie. Ik breng mijn mand naar beneden voordat het programma klaar is.
B

Så burde det hele gå glat.

Soo boe-a-dhe dee heele goo glèd. Dan zou alles soepel moeten verlopen.

Uitleg van de zinnen

  1. Der er travlt i fællesvaskerummet i dag.

    Het is vandaag druk in de gedeelde wasruimte.

    Der er
    er is
    travlt
    druk
    fællesvaskerummet
    de gedeelde wasruimte
    i dag
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Der er vormt hier een onpersoonlijke constructie die een aanwezige toestand introduceert. Der is het formele onderwerp en verwijst hier niet naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord; er is de tegenwoordige vorm van være (zijn). Een herbruikbaar patroon is Der er + toestand of zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: Der er kaffe på bordet. — Er staat koffie op tafel. travlt betekent hier dat er veel activiteit is en dat de ruimte druk is. Het hoort bij het bijvoeglijk naamwoord travl (druk, bedrijvig); travlt is de onzijdige vorm die in deze onpersoonlijke uitdrukking wordt gebruikt. Vergelijk: Der er travlt. — Het is druk. en Der er ikke travlt. — Het is niet druk. De negatie ikke staat dus buiten de aangeleverde vorm en verandert de betekenis van die zin. fællesvaskerummet is een samengesteld zelfstandig naamwoord. fælles betekent gedeeld of gemeenschappelijk, en vaskerum betekent wasruimte. Het geheel betekent gedeelde wasruimte. De uitgang -et markeert hier de bepaalde vorm van het onzijdige zelfstandig naamwoord: et vaskerum — een wasruimte; vaskerummet — de wasruimte. In het samengestelde woord blijft die bepaalde uitgang aan het einde van het hele woord staan. Voorbeeld: Vaskerummet er åbent. — De wasruimte is open. i dag betekent vandaag. Het is een vaste tijdsbepaling; samen met travlt geeft het aan dat de drukte vandaag geldt. Het kan ook op een andere plaats staan, bijvoorbeeld: I dag er der travlt. — Vandaag is het druk. Samen betekent de zin: Der er introduceert de situatie, travlt benoemt de drukte, i fællesvaskerummet lokaliseert die in de gedeelde wasruimte, en i dag bepaalt de tijd. De volledige betekenis is: Het is vandaag druk in de gedeelde wasruimte.

  2. Skriv dit navn på planen, før du starter en vask.

    Zet je naam op het rooster voordat je een was begint.

    Skriv
    schrijf
    dit
    je …
    navn
    naam
    planen
    rooster
    før
    voordat
    starter
    begint
    vask
    wasbeurt
    Uitgebreide uitleg

    Skriv betekent hier “schrijf” en is de bevelsvorm van skrive (“schrijven”). De vorm richt zich tot één of meer aangesproken personen; het werkwoord krijgt in deze gebiedende wijs geen apart zichtbaar onderwerp. Voorbeeld: Skriv dit navn her. — “Schrijf je naam hier.” dit is een bezittelijk woord voor de tweede persoon enkelvoud: “je/jouw”. Het verwijst naar iets dat grammaticaal onzijdig is; navn is in het Deens onzijdig, daarom staat hier dit en niet din. Het bezittelijke woord drukt bezit uit, niet noodzakelijk nadruk op eigendom. navn betekent “naam”. Het is de onzijdige vorm in het enkelvoud; het bepaalde enkelvoud is navnet (“de naam”). Voorbeeld: Hvad er dit navn? — “Wat is je naam?” planen betekent hier “het rooster” of “de planning”. Het is de bepaalde vorm van plan: plan → planen. De uitgang -en markeert bij dit zelfstandig naamwoord het bepaalde enkelvoud. In deze zin gaat het volgens de vertaling om het rooster waarop de naam moet worden gezet, niet om een algemene instructie om een plan te maken. Samen vormen på planen de plaatsaanduiding “op het rooster”. Daardoor wordt Skriv dit navn på planen: “Zet/schrijf je naam op het rooster.” Het Deense werkwoord is letterlijk “schrijven”, terwijl de vaste Nederlandse vertaling hier natuurlijk “zetten” gebruikt. før is een voegwoord met de betekenis “voordat”. Het leidt de bijzin in die aangeeft wat eerder moet gebeuren. Voorbeeld: Vask hænder, før du spiser. — “Was je handen voordat je eet.” starter betekent hier “begint”. Het is de tegenwoordige tijd van starte (“beginnen”) bij du: du starter. Het onderwerp staat in deze bijzin zichtbaar na før; du betekent “je/jij”. Voorbeeld: Du starter maskinen nu. — “Je start de machine nu.” vask betekent hier “wasbeurt” of “was”. Het is het zelfstandig naamwoord in het onbepaalde enkelvoud na en: en vask. En markeert hier een onbepaald enkelvoudig zelfstandig naamwoord; het is niet op zichzelf een extra bewering over een telbare hoeveelheid. Voorbeeld: Jeg starter en vask. — “Ik begin een was.” De volledige opbouw is: Skriv dit navn på planen (“Zet je naam op het rooster”) + før du starter en vask (“voordat je een was begint”). De hele zin is dus: “Zet je naam op het rooster voordat je een was begint.” De gebiedende wijs geeft de instructie; de bijzin bepaalt dat het noteren voorafgaat aan het starten van de was.

  3. Der er en ledig vaskemaskine senere i eftermiddag.

    Er is later vanmiddag een wasmachine vrij.

    Der er
    er is
    ledig
    vrij; beschikbaar
    vaskemaskine
    wasmachine
    senere
    later
    i eftermiddag
    vanmiddag
    Uitgebreide uitleg

    Der er is een vaste manier om het bestaan of de aanwezigheid van iets te melden: “er is/zijn”. Der is hier geen gewoon aanwijzend woord met een concrete referent; het hoort bij deze bestaansconstructie. Er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”). Het aantal blijkt uit het zelfstandig naamwoord: Der er en vaskemaskine = “Er is een wasmachine”, terwijl Der er vaskemaskiner = “Er zijn wasmachines”. ledig betekent hier dat de wasmachine beschikbaar is en gebruikt kan worden. Het is een bijvoeglijk naamwoord. Bij een onbepaald enkelvoudig woord van het gemeenschappelijk geslacht staat de vorm ledig; bij een onzijdig woord staat bijvoorbeeld ledigt, en bij meervoud of bepaalde vormen ledige. Voorbeeld: Pladsen er ledig. — “De plaats is vrij.” vaskemaskine betekent “wasmachine”. Het is een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht; daarom staat in de bron en vaskemaskine. De meervoudsvorm is vaskemaskiner: Der er to vaskemaskiner. — “Er zijn twee wasmachines.” senere betekent hier “later”. Het is de vergelijkende vorm die een later tijdstip aanduidt; de basisvorm is sen (“laat”) en de overtreffende vorm is senest (“uiterlijk/het laatst”, afhankelijk van de context). Voorbeeld: Vi kommer senere. — “We komen later.” i eftermiddag is een tijdsbepaling: “vanmiddag”. i maakt hier deel uit van deze tijdsaanduiding; het betekent niet dat iets zich letterlijk in een voorwerp bevindt. Voorbeeld: Jeg arbejder i eftermiddag. — “Ik werk vanmiddag.” Samen betekent Der er en ledig vaskemaskine senere i eftermiddag.: “Er is later vanmiddag een wasmachine vrij.” De constructie meldt dat er later die middag een wasmachine beschikbaar is. De zin zegt niet hoeveel tijd de machine vrij zal zijn, alleen dat er dan een beschikbare wasmachine is.

  4. Sæt en timer.

    Zet een timer.

    Sæt
    zet
    timer
    timer
    Uitgebreide uitleg

    Sæt is de gebiedende wijs van sætte (“zetten”, “plaatsen” of “instellen”). In deze zin betekent het “zet in” of “stel in”, omdat het samen met en timer een opdracht vormt. De gebiedende wijs heeft hier geen zichtbaar persoonsverschil: sæt is de vorm voor een directe opdracht. Voorbeeld: Sæt koppen på bordet. — “Zet de kop op tafel.” timer is hier een zelfstandig naamwoord voor een timer. Het staat na en in de onbepaalde enkelvoudsvorm: en timer — “een timer”. en markeert hier een onbepaald zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht; het drukt op zichzelf geen aantal uit. De bepaalde vorm is timeren (“de timer”) en een mogelijke meervoudsvorm is timere (“timers”). Voorbeeld: Timeren ringer klokken otte. — “De timer gaat om acht uur af.” Samen vormen Sæt en timer een korte opdracht: “Zet een timer.” De context maakt duidelijk dat dit bedoeld is als een timer instellen, zodat de volgende persoon niet hoeft te wachten. Het patroon is bruikbaar als Sæt en/et + zelfstandig naamwoord, wanneer je iemand vraagt iets te plaatsen of in te stellen.

  5. Så behøver den næste person ikke at vente.

    Zo hoeft de volgende persoon niet te wachten.

    Så
    zo; dus
    behøver
    nodig heeft; moet
    næste
    volgende
    person
    persoon
    vente
    wachten
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “zo” of “dus”: het geeft de manier of het gevolg aan. In deze zin kun je het natuurlijk weergeven als “zo” in “Zo hoeft …”. Het is hier niet het tijdwoord “toen”. behøver is de tegenwoordige tijd van behøve (“nodig hebben; nodig zijn”). Met ikke vormt het de bruikbare constructie behøver ikke at + infinitief: “hoeft niet te …”. Voorbeeld: Jeg behøver ikke at gå. — “Ik hoef niet te gaan.” den næste person betekent “de volgende persoon”. person is het zelfstandig naamwoord “persoon”. In deze woordgroep is den het bepaalde lidwoord vóór een bijvoeglijk naamwoord en een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht. næste betekent “volgende” en heeft hier dezelfde vorm bij enkelvoud en meervoud: den næste person — “de volgende persoon”, de næste personer — “de volgende personen”. De zin legt niet vast wie die persoon precies is. ikke ontkent de noodzaak die door behøver wordt uitgedrukt. Daardoor betekent behøver ikke at vente niet “moet wachten”, maar “hoeft niet te wachten”. Voorbeeld: Hun behøver ikke at svare. — “Zij hoeft niet te antwoorden.” at vente betekent “te wachten”; vente is de infinitief van vente (“wachten”), en at is hier de infinitiefmarker. Voorbeeld: Vi behøver at vente. — “Wij moeten wachten.” In de gegeven zin maakt ikke duidelijk dat wachten niet nodig is. Samen betekent Så behøver den næste person ikke at vente: “Zo hoeft de volgende persoon niet te wachten.” De betekenisvolle opbouw is: manier of gevolg (Så), noodzaak (behøver), onderwerp (den næste person), ontkenning (ikke) en de handeling (at vente) die niet nodig is.

  6. Skal jeg tage mit tøj ud, så snart programmet er færdigt?

    Moet ik mijn kleren eruit halen zodra het programma klaar is?

    Skal jeg
    moet ik
    tage
    nemen
    tøj
    kleding
    ud
    eruit
    så snart
    zodra
    programmet
    het programma
    færdigt
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Skal jeg vormt een vraag met het modale werkwoord skulle en het persoonlijk voornaamwoord jeg. In deze zin vraagt de spreker of hij/zij iets moet doen: “moet ik …?” De vorm skal is de tegenwoordige tijd; bij andere personen zie je bijvoorbeeld du skal en vi skal. De woordvolgorde skal + onderwerp is kenmerkend voor een directe ja-neevraag. tage betekent hier “nemen” en krijgt samen met ud de betekenis “eruit halen”. Na het modale skal staat het hoofdwerkwoord in de infinitief: skal tage. Een bruikbaar voorbeeld is: Skal jeg tage paraplyen med? — “Moet ik de paraplu meenemen?” tøj betekent hier “kleding” of “kleren”. Het is een onzijdig Deens zelfstandig naamwoord en wordt vaak als een collectief of massa-achtig woord gebruikt; het hoeft dus niet naar één kledingstuk te verwijzen. Voor één kledingstuk kan bijvoorbeeld et stykke tøj worden gebruikt — “een kledingstuk”. ud betekent “naar buiten” of, zoals hier met tage, “eruit”. De betekenis ontstaat in deze zin met het werkwoord: tage ... ud is een scheidbare constructie met de betekenis “iets eruit halen”. Het object kan tussen beide delen staan: tage mit tøj ud. så snart is een vaste voegwoordelijke uitdrukking met de betekenis “zodra”. Ze leidt hier de tijdsbepaling in die zegt wanneer het eruit halen moet gebeuren. Een herbruikbaar voorbeeld is: Jeg ringer, så snart jeg er hjemme. — “Ik bel zodra ik thuis ben.” programmet betekent “het programma”. De uitgang -et markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm van het onzijdige zelfstandig naamwoord program: et program — “een programma”, programmet — “het programma”. In deze context gaat het om het wasprogramma, zoals de vaste vertaling aangeeft. færdigt betekent hier “klaar” of “afgelopen”. Het bijvoeglijke naamwoord færdig staat in de vorm færdigt, omdat het predicatief verwijst naar het onzijdige enkelvoudige programmet in programmet er færdigt. Vergelijk: Programmet er færdigt — “Het programma is klaar.” Bij een gemeenschappelijk-geslacht enkelvoud blijft de vorm færdig, bijvoorbeeld Maskinen er færdig — “De machine is klaar.” Samen vormen de delen: Skal jeg tage mit tøj ud — “Moet ik mijn kleren eruit halen?” — gevolgd door så snart programmet er færdigt — “zodra het programma klaar is”. De volledige vraag betekent dus: “Moet ik mijn kleren eruit halen zodra het programma klaar is?” De vraag gaat over de gewenste timing van die handeling.

  7. Det må du gerne; vådt tøj, der bliver i maskinen, forsinker alle.

    Doe dat alsjeblieft; natte kleren die in de machine blijven, houden iedereen op.

    Det må du gerne
    dat mag je gerust
    vådt
    nat
    tøj
    kleding
    bliver
    blijft
    maskinen
    de machine
    forsinker
    vertraagt
    alle
    iedereen
    Uitgebreide uitleg

    Det må du gerne is een vaste, vriendelijke manier om toestemming te geven: “dat mag je gerust” of “doe dat maar”. In deze context verwijst det naar de voorgestelde handeling uit de voorafgaande vraag. Må is de tegenwoordige vorm van måtte en drukt hier toestemming uit; gerne maakt de instemming vriendelijk. De constructie betekent hier dus niet dat iemand iets moet doen. Vådt betekent hier “nat” en hoort bij tøj. Het bijvoeglijke naamwoord staat in de onzijdige enkelvoudsvorm: våd bij een gemeenschappelijk zelfstandig naamwoord, vådt bij een onzijdig zelfstandig naamwoord en våde bij meervoud of een bepaalde vorm. Tøj betekent “kleding” en is hier een onzijdig massawoord. Voorbeeld: et vådt håndklæde — “een natte handdoek”. Bliver is de tegenwoordige vorm van blive, “blijven” of “worden”. Hier betekent het “blijft”: de kleding blijft in de machine. De tegenwoordige tijd van het Deens verandert niet naar persoon of getal. In der bliver i maskinen leidt der een beschrijvende bijzin in die zegt wat het eerder genoemde tøj doet. Maskinen is de bepaalde enkelvoudsvorm van maskine: en maskine — “een machine”, maskinen — “de machine”. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid. I maskinen betekent “in de machine”. Forsinker is de tegenwoordige vorm van forsinke, “vertragen”. Het onderwerp is de volledige woordgroep vådt tøj, der bliver i maskinen, niet alleen maskinen. Voorbeeld: Trafikken forsinker bussen — “Het verkeer vertraagt de bus.” Alle betekent hier “iedereen” en is het lijdend voorwerp van forsinker. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het hier om personen als groep gaat; in andere contexten kan alle ook “alle” of “allemaal” betekenen. Samen vormt vådt tøj, der bliver i maskinen het onderwerp: “natte kleding die in de machine blijft”. Dat onderwerp staat bij forsinker alle: de kleding vertraagt iedereen. De hele uiting betekent daarom: “Dat mag je gerust; natte kleren die in de machine blijven, houden iedereen op.” De puntkomma verbindt de toestemming met de reden daarvoor.

  8. Jeg tager min kurv med ned, før programmet er færdigt.

    Ik breng mijn mand naar beneden voordat het programma klaar is.

    Jeg
    ik
    tager
    neemt
    min
    mijn
    kurv
    mand
    med
    mee
    ned
    naar beneden
    før
    voordat
    programmet
    het programma
    er
    is
    færdigt
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Het is het onderwerp van de zin. tager is de tegenwoordige tijd van tage (“nemen”). In combinatie met med en ned betekent de uitdrukking dat de spreker de mand naar beneden neemt of brengt. Voorbeeld: Jeg tager bogen med. — “Ik neem het boek mee.” min betekent “mijn” en staat hier bij het enkelvoudige zelfstandige naamwoord kurv. De vorm hangt in het Deens samen met het grammaticale geslacht en het getal van het bezeten woord: min bij een en-woord, mit bij een et-woord en mine bij het meervoud. Voorbeeld: mit program — “mijn programma”. kurv betekent “mand”. Het is een en-woord: en kurv; de bepaalde vorm is kurven (“de mand”). In deze zin is het de zaak die de spreker meeneemt. med betekent hier “mee” in de constructie tager ... med. Het hoort bij het idee dat iets samen met de spreker wordt meegenomen; het is hier dus niet alleen de losse betekenis “met”. ned betekent hier “naar beneden”. Samen met tager ... med geeft het tager min kurv med ned de betekenis “mijn mand naar beneden brengen/meenemen”. De delen van de constructie kunnen uit elkaar staan: Jeg tager kurven med ned. — “Ik breng de mand naar beneden.” før betekent “voordat” en leidt de bijzin in die de tijdsgrens aangeeft. In die bijzin staat het onderwerp vóór de persoonsvorm, zoals in programmet er .... programmet betekent “het programma”. De basisvorm is program, een et-woord: et program; de bepaalde enkelvoudsvorm is programmet. De uitgang -et drukt hier bepaaldheid uit, niet meervoud. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). In programmet er færdigt verbindt het het onderwerp met de beschrijving færdigt. færdigt betekent hier “klaar” of “af”. Het is de onzijdige enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord færdig, omdat program een et-woord is. Vergelijk: en færdig kurv — “een afgewerkte mand” en et færdigt program — “een klaar programma”. De vorm færdig wordt bij een en-woord gebruikt, færdigt bij een et-woord en færdige in bepaalde of meervoudige combinaties. De hoofdzin Jeg tager min kurv med ned zegt dat de spreker zijn of haar mand naar beneden brengt. De bijzin før programmet er færdigt geeft aan dat dit gebeurt voordat het programma klaar is. Samen betekent de hele zin: “Ik breng mijn mand naar beneden voordat het programma klaar is.”

  9. Så burde det hele gå glat.

    Dan zou alles soepel moeten verlopen.

    Så
    dan
    burde
    zou moeten
    det hele
    alles
    gå
    verlopen
    glat
    soepel
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan”: het verbindt deze verwachte uitkomst met wat eraan voorafgaat. In andere contexten kan så ook “zo” betekenen. Voorbeeld: Så går vi. — “Dan gaan we.” burde is de verleden tijd van het modale werkwoord bør; het is niet persoonsgebonden. Hier drukt het samen met gå de verwachting uit dat iets zou moeten gebeuren. Na burde staat de infinitief: burde gå — “zou moeten gaan”. Voorbeeld: Det burde virke. — “Dat zou moeten werken.” det hele betekent hier “alles” of “het geheel”. det is een onzijdige vorm van het voornaamwoord, en hele is de bepaalde vorm van het bijvoeglijk naamwoord hel in het onzijdig enkelvoud. Samen verwijzen ze naar het geheel, zonder afzonderlijke onderdelen op te sommen. Voorbeeld: Det hele er klart. — “Alles is klaar.” gå betekent hier niet alleen letterlijk “gaan”. In de constructie gå glat betekent het “verlopen”; als infinitief volgt het op burde. Voorbeeld: Mødet gik godt. — “De vergadering verliep goed.” glat betekent hier “soepel”. In gå glat beschrijft het bijwoordelijk hoe iets verloopt. Als bijvoeglijk naamwoord kan glat ook een oppervlak beschrijven: en glat sten — “een gladde steen”. Samen vormen Så (“dan”), burde (“zou moeten”), det hele (“alles”) en gå glat (“soepel verlopen”) de volledige betekenis: “Dan zou alles soepel moeten verlopen.”

Grammatica

Et-ord + adjektiv på -t

Programmet er færdigt.

progra-meedh a fèa-djie.

Het programma is klaar.

Bij onzijdige woorden krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak -t: færdig → færdigt.

tage ... ud

tage tøjet ud

tee teu-je oe

de kleren eruit halen

Het partikel ud staat na het object: tage tøjet ud. Het blijft bij het werkwoord horen.

Deens woordenschat

dit bepaler
died jouw
eftermiddag zelfstandig naamwoord
èfta-meedhie namiddag
Geslacht
common
fællesvaskerum zelfstandig naamwoord
fellesvasge-roem gedeelde wasruimte fællesvaskerummet
ledig bijvoeglijk naamwoord
lee-dhie vrij
navn zelfstandig naamwoord
naun naam
Geslacht
neuter
plan zelfstandig naamwoord
pleen rooster planen
Geslacht
common
senere bijwoord
seena-a later
skrive werkwoord
sgriwe schrijven skriv
starte werkwoord
staade beginnen starter
travl bijvoeglijk naamwoord
trawld druk travlt
vask zelfstandig naamwoord
vasg was
Geslacht
common
vaskemaskine zelfstandig naamwoord
vasge-masjiene wasmachine
Geslacht
common

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zet een timer.

Antwoord tonenSæt en timer.

Dan zou alles soepel moeten verlopen.

Antwoord tonenSå burde det hele gå glat.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

naam

Antwoord tonennavn

rooster

Antwoord tonenplanen

schrijven

Antwoord tonenskriv

beginnen

Antwoord tonenstarter