Afspraken in de gedeelde wasruimte | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared laundry room, two adults discuss using the schedule, setting a timer, and moving clothes promptly..

NL → DA / Niveau: A2

Over deze les

Met Afspraken in de gedeelde wasruimte oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Der er travlt i fællesvaskerummet i dag.

Dèa èa trawld ie fellesvasge-roemmedh ie dèe. Het is vandaag druk in de gedeelde wasruimte.
B

Skriv dit navn på planen, før du starter en vask.

Sgriw died naun po pleenen, feua doe staade un vasg. Zet je naam op het rooster voordat je een was begint.
A

Der er en ledig vaskemaskine senere i eftermiddag.

Dèa èa un lee-dhie vasge-masjiene seena-a ie èfta-meedhie. Er is later vanmiddag een wasmachine vrij.
B

Sæt en timer.

Sèd un teema. Zet een timer.
B

Så behøver den næste person ikke at vente.

Soo be-heuva den nèste pe-soen egge ed vene. Zo hoeft de volgende persoon niet te wachten.
A

Skal jeg tage mit tøj ud, så snart programmet er færdigt?

Sgèl jaj tee mied teuj oe, soo snaa-dh progra-meedh a fèa-djie? Moet ik mijn kleren eruit halen zodra het programma klaar is?
B

Det må du gerne; vådt tøj, der bliver i maskinen, forsinker alle.

Dee moo doe jèane; wohdh teuj, dèa blie-we ie masjiene, fo-sèng-e alle. Doe dat alsjeblieft; natte kleren die in de machine blijven, houden iedereen op.
A

Jeg tager min kurv med ned, før programmet er færdigt.

Jaj tee-a men koe-w meedh needh, feua progra-meedh a fèa-djie. Ik breng mijn mand naar beneden voordat het programma klaar is.
B

Så burde det hele gå glat.

Soo boe-a-dhe dee heele goo glèd. Dan zou alles soepel moeten verlopen.

Woord voor woord

Der In “Der er travlt” introduceert “Der” een aanwezige toestand: het is er druk. In “der bliver i maskinen” verwijst “der” naar wat in de machine blijft. Een bruikbaar patroon is “Der er + iets” om aanwezigheid of een toestand uit te drukken.
er In “Der er travlt” en “Der er en ledig vaskemaskine” geeft “er” aan dat iets aanwezig is of het geval is. Het hoort bij de vaste constructie “Der er + ...”. Gebruik die constructie bijvoorbeeld om te zeggen dat er een plaats of mogelijkheid beschikbaar is.
travlt “Travlt” betekent hier dat er veel activiteit en weinig vrije ruimte is in het gedeelde washok. Het staat in “Der er travlt i fællesvaskerummet”. Je gebruikt het in een vergelijkbare situatie wanneer een plaats of dienst druk is.
i In “i fællesvaskerummet” betekent “i” dat de drukte zich in het gedeelde washok bevindt. Het staat vóór een plaatsaanduiding. Een bruikbaar patroon is “i + plaats” om een locatie te noemen.
fællesvaskerummet “Fællesvaskerummet” is hier het gedeelde washok waar de wasmachines staan. De vorm benoemt de specifieke ruimte die in het gesprek centraal staat. Je kunt het gebruiken wanneer je naar een gemeenschappelijke wasruimte verwijst.
dag In de uitdrukking “i dag” betekent “dag” vandaag. Samen met “i” vormt het een tijdsaanduiding voor de huidige dag. Gebruik “i dag” wanneer je zegt wanneer iets nu plaatsvindt.
Skriv “Skriv” is hier een directe instructie om iets op te schrijven: “Skriv dit navn”. Het richt de luisteraar op een concrete handeling. Een bruikbaar patroon is “Skriv + object”, bijvoorbeeld bij een naam op een lijst.
dit In “dit navn” geeft “dit” aan dat de naam van de aangesproken persoon bedoeld is. Het staat direct vóór “navn”. Gebruik “dit + zelfstandig naamwoord” om naar iets van de luisteraar te verwijzen.
navn “Navn” betekent de naam die de gebruiker op de planning moet schrijven. Het is het object van “Skriv” in “Skriv dit navn”. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij inschrijvingen of afspraken.
In “på planen” geeft “på” aan dat de naam op de planning wordt geschreven. Het verbindt de handeling met het oppervlak of document waarop iets komt te staan. Een bruikbaar patroon is “schrijven + iets + på + document”.
planen “Planen” betekent hier de planning waarop bewoners hun wastijd noteren. Het verwijst naar het specifieke schema van het washok. Je gebruikt het bij afspraken of tijdsloten die op een planning staan.
før In “før du starter en vask” betekent “før” voordat: de naam moet eerst op de planning komen. Het leidt een gebeurtenis in de tijd in. Een bruikbaar patroon is “før + zin” om aan te geven wat eerder gebeurt.
du “Du” verwijst in “før du starter en vask” naar de aangesproken persoon. Die persoon moet de was starten. Gebruik “du” als onderwerp wanneer je rechtstreeks tegen iemand spreekt.
starter In “du starter en vask” betekent “starter” dat je een was begint. Het beschrijft hier het moment waarop een wasprogramma wordt aangezet. Een bruikbaar patroon is “du starter + activiteit of object”.
en In “en vask” verwijst “en” naar één nog niet nader bepaalde was of waslading. Het staat vóór “vask”. Gebruik “en + zelfstandig naamwoord” wanneer je een niet-specifiek exemplaar noemt.
vask “Vask” betekent hier een waslading of wasbeurt die je in de machine start. Het staat in de uitdrukking “starter en vask”. Je kunt het gebruiken bij het plannen of beginnen van een wasbeurt.
ledig In “en ledig vaskemaskine” betekent “ledig” dat de wasmachine vrij en beschikbaar is. Het beschrijft de machine die later gebruikt kan worden. Gebruik het bij een plaats, machine of tijdslot dat niet bezet is.
vaskemaskine “Vaskemaskine” betekent wasmachine. In “en ledig vaskemaskine” gaat het om een machine die beschikbaar is. Je gebruikt het wanneer je over wassen of het reserveren van een machine praat.
senere “Senere” betekent hier later, dus op een tijdstip na nu. In “senere i eftermiddag” wordt het nader verbonden met een moment in de middag. Gebruik het om een toekomstige, niet precies bepaalde tijd aan te duiden.
eftermiddag In “senere i eftermiddag” betekent “eftermiddag” de middag van vandaag. Samen met “i” vormt het een tijdsaanduiding. Je gebruikt deze uitdrukking om een afspraak of beschikbaar moment in de middag te noemen.
Sæt “Sæt” is hier een instructie om een timer in te stellen: “Sæt en timer”. Het vraagt om een concrete voorbereiding. Een bruikbaar patroon is “Sæt + object”, bijvoorbeeld voor een timer.
timer “Timer” is het apparaat of de instelling die aangeeft wanneer de was klaar is of gecontroleerd moet worden. Het staat in “Sæt en timer”. Je gebruikt het wanneer je een herinnering voor een later moment wilt instellen.
Aan het begin van “Så behøver den næste person ikke at vente” betekent “Så” daarom of zodat: de timer voorkomt wachten. De hoofdletter hoort bij het begin van deze zin. Een bruikbaar patroon is “Så + gevolg” om een gevolg of doel te verbinden.
behøver In “behøver ... ikke at vente” betekent “behøver” nodig hebben, waarbij de ontkenning zegt dat de volgende persoon niet hoeft te wachten. Het woord werkt hier samen met “ikke at vente”. Een bruikbaar patroon is “behøver ikke at + werkwoord” voor iets dat niet nodig is.
den In “den næste person” verwijst “den” naar de specifieke persoon die na de huidige gebruiker aan de beurt is. Het staat vóór “næste person”. Gebruik “den + beschrijving + zelfstandig naamwoord” wanneer je een bepaalde persoon of zaak aanduidt.
næste “Næste” betekent hier volgende: het gaat om de persoon die daarna de wasmachine wil gebruiken. Het staat in “den næste person”. Je gebruikt het bij een volgorde, beurt of volgende afspraak.
person “Person” betekent de persoon die na de huidige gebruiker aan de beurt is. In “den næste person” maakt het duidelijk om wie het gaat. Je gebruikt het voor iemand die je als deelnemer of gebruiker aanduidt.
ikke In “ikke at vente” ontkent “ikke” het wachten: de volgende persoon hoeft niet te wachten. Het staat vóór de infinitiefconstructie “at vente”. Gebruik “ikke” om een handeling of toestand te ontkennen.
at In “at vente” markeert “at” de vorm waarmee de handeling wachten wordt genoemd. Samen met “ikke” staat het in “ikke at vente”. Een bruikbaar patroon is “at + werkwoord” na uitdrukkingen zoals “behøver”.
vente “Vente” betekent wachten, hier op het vrijkomen van de wasmachine. Het staat in “ikke at vente”. Je gebruikt het wanneer iemand op een persoon, plaats of gebeurtenis moet wachten.
Skal In “Skal jeg tage mit tøj ud?” vraagt “Skal” of de spreker die handeling moet of hoort uit te voeren. Het maakt van de zin een vraag om advies of bevestiging. Een bruikbaar patroon is “Skal jeg + werkwoord?” wanneer je vraagt wat je moet doen.
jeg “Jeg” betekent ik en verwijst naar de spreker in “Skal jeg tage...” en “Jeg tager...”. De hoofdlettervorm “Jeg” staat aan het begin van de tweede zin. Gebruik het als onderwerp voor iets wat je zelf doet of van plan bent.
tage In “tage mit tøj ud” betekent “tage” de kleren uit de machine halen. Samen met “ud” beschrijft het de beweging naar buiten. Een bruikbaar patroon is “tage + object + ud” wanneer je iets ergens uit haalt.
mit In “mit tøj” geeft “mit” aan dat de kleren van de spreker zijn. Het staat direct vóór “tøj”. Gebruik “mit + zelfstandig naamwoord” om bezit door de spreker aan te geven.
tøj “Tøj” betekent hier de kleren die na het programma uit de machine gehaald moeten worden. Het staat in “mit tøj ud”. Je gebruikt het voor kleding als geheel, bijvoorbeeld bij wassen of opruimen.
ud In “tage mit tøj ud” geeft “ud” de richting naar buiten aan: de kleren worden uit de machine gehaald. De betekenis ontstaat samen met “tage”. Een bruikbaar patroon is “tage + iets + ud” voor iets ergens uit halen.
snart In “så snart programmet er færdigt” draagt “snart” de betekenis van een korte tijd waarna iets gebeurt. De hele uitdrukking betekent zodra het programma klaar is. Een bruikbaar patroon is “så snart + zin” om een handeling direct na een gebeurtenis te plaatsen.
programmet “Programmet” betekent hier het wasprogramma of de cyclus van de machine. In “programmet er færdigt” is dat programma klaar; later wordt er opnieuw naar verwezen in “før programmet er færdigt”. Je gebruikt het bij een ingesteld programma dat verloopt en eindigt.
færdigt In “programmet er færdigt” betekent “færdigt” dat het wasprogramma afgelopen en klaar is. Het beschrijft de toestand van het programma na afloop. Je gebruikt “er færdigt” om te zeggen dat een taak of programma voltooid is.
Det In “Det må du gerne” verwijst “Det” naar de voorgestelde handeling: de kleren uit de machine halen. Het betekent hier dat of dat mag. Een bruikbaar patroon is “Det må du gerne” om toestemming of instemming te geven.
In “Det må du gerne” geeft “må” toestemming voor de handeling waarnaar “Det” verwijst. Samen met “gerne” vormt het een vriendelijke bevestiging. Gebruik “må + gerne” wanneer je iemand iets toestaat.
gerne In “Det må du gerne” maakt “gerne” de toestemming positief en vriendelijk: doe dat gerust. De betekenis hoort bij de hele uitdrukking “Det må du gerne”. Je gebruikt deze uitdrukking als antwoord wanneer iemand vraagt of iets mag.
vådt “Vådt” beschrijft in “vådt tøj” de kleren als nat. Die natte kleren blijven volgens de zin in de machine. Je gebruikt het om de toestand van kleding of een ander voorwerp te beschrijven.
bliver In “der bliver i maskinen” betekent “bliver” dat het natte tøj in de machine blijft. Het beschrijft dat het daar niet wordt uitgehaald. Een bruikbaar patroon is “iets der bliver i + plaats” voor iets dat ergens achterblijft.
maskinen “Maskinen” betekent hier de specifieke wasmachine waarin het natte tøj blijft. Het staat in “bliver i maskinen”. Je gebruikt het wanneer uit de context al duidelijk is over welke machine het gaat.
forsinker In “forsinker alle” betekent “forsinker” dat het achterblijven van de kleren iedereen ophoudt of vertraagt. Het werkwoord verbindt de oorzaak met de mensen die er last van hebben. Een bruikbaar patroon is “iets forsinker iemand” voor iets dat iemand vertraagt.
alle “Alle” verwijst in “forsinker alle” naar alle mensen die de gedeelde wasmachine gebruiken. Het is het object van “forsinker”. Je gebruikt het wanneer een effect op de volledige groep geldt.
tager In “Jeg tager min kurv med ned” betekent “tager” dat de spreker de mand meeneemt naar beneden. Samen met “med” geeft het aan dat de mand wordt meegenomen. Een bruikbaar patroon is “tage + object + med” voor iets meenemen.
min In “min kurv” geeft “min” aan dat de mand van de spreker is. Het staat direct vóór “kurv”. Gebruik “min + zelfstandig naamwoord” om bezit door de spreker aan te geven.
kurv “Kurv” betekent hier de mand waarin de spreker de kleren kan meenemen. Het staat in “min kurv med”. Je gebruikt het bijvoorbeeld voor een wasmand of een andere mand die je draagt.
med In “tager min kurv med” betekent “med” dat de mand wordt meegenomen. Het hoort bij de constructie “tage ... med” en voegt het idee van meenemen toe. Gebruik deze constructie wanneer iets samen met jou naar een andere plaats gaat.
ned In “med ned” geeft “ned” de richting naar beneden aan. De spreker neemt de mand mee naar de wasruimte beneden. Je gebruikt het bij een beweging van een hoger naar een lager gelegen plaats.
burde In “Så burde det hele gå glat” drukt “burde” een verwachte uitkomst uit: als iedereen zich aan de afspraak houdt, zal het waarschijnlijk goed verlopen. Het staat vóór “gå”. Een bruikbaar patroon is “burde + werkwoord” om een verwachting of waarschijnlijk gevolg te beschrijven.
hele In “det hele” betekent “hele” het geheel of alles waar het gesprek over gaat. Het verwijst hier naar het volledige verloop van de afspraken en het wassen. Een bruikbaar patroon is “det hele” wanneer je naar alles samen verwijst.
In “gå glat” betekent “gå” niet letterlijk lopen, maar verlopen of gaan. De uitdrukking beschrijft dat alles zonder problemen verdergaat. Je gebruikt “gå + bijwoord” om te zeggen hoe een proces verloopt.
glat In “gå glat” betekent “glat” soepel of zonder problemen. Het beschrijft hoe het geheel zal verlopen. Je gebruikt de uitdrukking “gå glat” wanneer een afspraak, proces of activiteit waarschijnlijk goed verloopt.

Grammatica

Et-ord + adjektiv på -t

Programmet er færdigt.

progra-meedh a fèa-djie.

Het programma is klaar.

Bij onzijdige woorden krijgt het bijvoeglijk naamwoord vaak -t: færdig → færdigt.

tage ... ud

tage tøjet ud

tee teu-je oe

de kleren eruit halen

Het partikel ud staat na het object: tage tøjet ud. Het blijft bij het werkwoord horen.

Deens woordenschat

dit bepaler
died jouw
eftermiddag zelfstandig naamwoord
èfta-meedhie namiddag
Geslacht
common
fællesvaskerum zelfstandig naamwoord
fellesvasge-roem gedeelde wasruimte fællesvaskerummet
ledig bijvoeglijk naamwoord
lee-dhie vrij
navn zelfstandig naamwoord
naun naam
Geslacht
neuter
plan zelfstandig naamwoord
pleen rooster planen
Geslacht
common
senere bijwoord
seena-a later
skrive werkwoord
sgriwe schrijven skriv
starte werkwoord
staade beginnen starter
travl bijvoeglijk naamwoord
trawld druk travlt
vask zelfstandig naamwoord
vasg was
Geslacht
common
vaskemaskine zelfstandig naamwoord
vasge-masjiene wasmachine
Geslacht
common

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zet een timer.

Antwoord tonenSæt en timer.

Dan zou alles soepel moeten verlopen.

Antwoord tonenSå burde det hele gå glat.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

naam

Antwoord tonennavn

rooster

Antwoord tonenplanen

schrijven

Antwoord tonenskriv

beginnen

Antwoord tonenstarter