Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Eten labelen in een gedeelde koelkast oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Må jeg sætte denne suppe i det fælles køleskab?
moh jaj sedde den-eh sobbe ie de felles keu-luh-sgee-bu-dh Mag ik deze soep in de gedeelde koelkast zetten?Sæt et mærke på beholderen, før du lader den stå der.
sed ed mer-guh po be-hoo-ler-en, feur doo laa-dher den sdoh dair Plak een label op de bak voordat je hem daar laat staan.Skal jeg også skrive datoen på den?
sgal jaj oo-seh sgree-vuh deh-tohn po den Zal ik de datum er ook op schrijven?Så kan folk se, hvor længe den har stået derinde.
soh ken foll see, voor leng-eh den haa sdooh-eth dair-in-eh Zo kunnen mensen zien hoe lang het erin staat.Hvilken hylde er til ens egen mad?
vil-ken huu-luh air til ens ee-en mehdh Welke plank is voor je eigen eten?Sæt den på den øverste hylde, væk fra de fælles ting.
sed den poh den eu-uh-stuh huu-luh, vek fra dee felles teng Zet het op de bovenste plank, weg van de gezamenlijke spullen.Jeg lader den stå der og tager den snart med hjem.
jaj leh-dher den sdoh dair oh teh-er den snaad mehdh jem Ik laat het daar staan en neem het binnenkort mee naar huis.På den måde bliver køleskabet ikke fyldt med gammel mad.
poh den moh-dhuh blee-er keu-luh-sgee-bu-dh eg-eh föld mehdh gam-əl mehdh Zo raakt de koelkast niet vol met oud eten.Uitleg van de zinnen
Må jeg sætte denne suppe i det fælles køleskab?
Mag ik deze soep in de gedeelde koelkast zetten?
- Må jeg
- mag ik
- sætte
- zetten
- denne
- deze
- suppe
- soep
- fælles
- gedeeld
- køleskab
- koelkast
Uitgebreide uitleg
Må jeg is een vaste, herbruikbare vraagconstructie voor toestemming: “mag ik …?”. Må is hier de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord må, en jeg betekent “ik”. Na må staat het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeelden: Må jeg komme ind? = “Mag ik binnenkomen?” en Må jeg tage den? = “Mag ik die nemen?” sætte betekent hier “zetten” of “plaatsen”: de spreker vraagt toestemming om de soep ergens neer te zetten. Het is de infinitief na må. In een andere context kan Deens voor “leggen” ook lægge gebruiken; sætte is in deze zin de vorm die in de vaste vertaling als “zetten” wordt weergegeven. denne betekent hier “deze”. Het is een aanwijzend woord bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht, zoals suppe. De andere belangrijke enkelvoudsvorm is dette bij een onzijdig zelfstandig naamwoord; voor meervoud wordt disse gebruikt. Voorbeeld: denne bog = “dit boek”, terwijl dette hus = “dit huis”. suppe betekent “soep”. Het is een zelfstandig naamwoord; het bepaalde enkelvoud is suppen en het meervoud is supper. In deze zin gaat het om de soep die de spreker wil plaatsen. fælles betekent “gedeeld” of “gemeenschappelijk”. Het beschrijft hier de koelkast als een koelkast die door meerdere mensen wordt gedeeld. Fælles heeft in deze betekenis dezelfde vorm bij enkelvoud en meervoud. Voorbeeld: et fælles køkken = “een gedeelde keuken”. køleskab betekent “koelkast”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: et køleskab. In de zin staat det fælles køleskab: det is het bepaalde lidwoord voor een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord, dus “de koelkast”. Het meervoud is køleskabe. De delen bouwen de zin als volgt op: Må jeg geeft de toestemmingvraag aan; sætte noemt de handeling; denne suppe is wat geplaatst wordt; en i det fælles køleskab geeft de plaats aan. Samen betekent de volledige uiting: “Mag ik deze soep in de gedeelde koelkast zetten?” De formulering is een gewone beleefde manier om toestemming te vragen.
Sæt et mærke på beholderen, før du lader den stå der.
Plak een label op de bak voordat je hem daar laat staan.
- Sæt
- plak; zet
- mærke
- label
- på
- op
- beholderen
- de bak; de container
- før
- voordat
- du
- je
- lader
- laat
- den
- hem; het
- stå
- staan
- der
- daar
Uitgebreide uitleg
Sæt is de gebiedende vorm van sætte, hier in de betekenis “plaatsen” of “zetten”. De vorm geeft een opdracht; het object volgt erna. Voorbeeld: Sæt koppen på bordet. — “Zet de kop op tafel.” mærke betekent hier “label” of “merkteken”. Het is een zelfstandig naamwoord met het onzijdige lidwoord et: et mærke. In de bepaalde enkelvoudsvorm wordt dat mærket — “het label”. på is een voorzetsel dat hier de plaats op een oppervlak aanduidt: iets wordt op de container geplaatst. Voorbeeld: Skriv navnet på mærket. — “Schrijf de naam op het label.” beholderen is de bepaalde enkelvoudsvorm van beholder, “container” of “bak”. Het achtervoegsel -en maakt dit woord bepaald: en beholder → beholderen. In deze zin verwijst het volgens de vaste vertaling naar de bak waarop het label moet komen. før leidt een tijdsbepaling in en betekent “voordat”. Wat na før staat, beschrijft de handeling die eerst nog niet moet zijn voltooid. Voorbeeld: Vask hænderne, før du spiser. — “Was je handen voordat je eet.” du is het Deense persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. Het is hier het onderwerp van de bijzin na før. lader is de tegenwoordige tijd van lade. In lade ... stå betekent het “laten” of “ergens laten staan”. De constructie lade + object + infinitief drukt uit dat iemand of iets in een bepaalde toestand blijft of daarin wordt gelaten. Voorbeeld: Lad døren stå åben. — “Laat de deur openstaan.” den is hier een persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het naar de container verwijst; daarom betekent het hier “hem” in de Nederlandse vertaling. De vorm contrasteert bijvoorbeeld met det, dat bij een onzijdig zelfstandig naamwoord wordt gebruikt. stå is de infinitief van stå, “staan” of “blijven staan”. Na lader blijft het werkwoord in de infinitief: lader den stå — “laat hem staan”. der betekent “daar” en verwijst hier naar een plaats die in de context al is bepaald. Samen met stå geeft het de plaats aan waar de container moet blijven: stå der — “daar staan”. De zin begint met de opdracht Sæt et mærke på beholderen: plaats een label op de container. Daarna specificeert de bijzin før du lader den stå der wanneer dat moet gebeuren: voordat je de container daar laat staan. Samen betekent de volledige uiting: “Plak een label op de bak voordat je hem daar laat staan.”
Skal jeg også skrive datoen på den?
Zal ik de datum er ook op schrijven?
- Skal jeg
- zal ik
- også
- ook
- skrive
- schrijven
- datoen
- de datum
- på den
- erop
Uitgebreide uitleg
Skal jeg opent een vraag met de betekenis “zal ik …?”. Skal is hier de tegenwoordige vorm van skulle en drukt in combinatie met jeg een voorgestelde of gevraagde handeling uit. Het daaropvolgende werkwoord staat in de infinitief: Skal jeg skrive …? = “Zal ik … schrijven?” også betekent “ook” en voegt deze handeling toe aan iets dat al in de context gebeurt. Het verandert niet wie de handeling uitvoert. skrive is de infinitief “schrijven”. Na skal blijft het werkwoord in deze vorm; het krijgt hier dus geen persoonsuitgang. Bijvoorbeeld: Jeg skal skrive navnet. = “Ik zal de naam schrijven.” datoen betekent hier “de datum”. De uitgang -en maakt het zelfstandig naamwoord bepaald: dato = “datum”, datoen = “de datum”. Het gaat hier om de datum die op het betrokken voorwerp moet komen, niet om een nieuw genoemde datum. på den betekent letterlijk “op die/het” en verwijst hier naar het eerder genoemde voorwerp waarop het label wordt geplaatst, in de context de bak of container. den is een enkelvoudig voornaamwoord voor een woord van de gemeenschappelijke nominale klasse; het is niet zelf een herhaling van het zelfstandig naamwoord. In deze combinatie geeft på den de plaats aan: iets wordt op dat voorwerp geschreven. Een vergelijkbaar patroon is skrive navnet på den = “de naam erop schrijven”. Samen vormen de delen de vraag Skal jeg også skrive datoen på den?: “Zal ik de datum er ook op schrijven?” De spreker vraagt of die persoon bovendien de datum moet noteren op het al bedoelde voorwerp. De vraagvorm met Skal jeg maakt er een aanbod of verzoek om bevestiging van, terwijl også de extra handeling markeert.
Så kan folk se, hvor længe den har stået derinde.
Zo kunnen mensen zien hoe lang het erin staat.
- Så
- zo
- kan folk
- kunnen mensen
- se
- zien
- hvor længe
- hoe lang
- den
- het
- har stået
- heeft gestaan
- derinde
- daarbinnen
Uitgebreide uitleg
Så betekent hier “zo” en verbindt deze zin met de voorafgaande situatie: op die manier kunnen mensen iets vaststellen. Het kan in andere zinnen ook “dan” betekenen, maar die betekenis past hier minder goed. kan folk bestaat uit het modale werkwoord kan en het zelfstandig naamwoord folk. Kan is de tegenwoordige vorm van kunne en drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit. De vorm verandert niet naar persoon: jeg kan, du kan en de kan. Folk betekent “mensen” en verwijst hier naar mensen als groep. De persoonsvorm kan heeft in deze tegenwoordige tijd dezelfde vorm bij verschillende personen en aantallen; die onveranderlijkheid komt dus niet doordat folk enkelvoudig zou zijn. se is de infinitief “zien”. Na een modaal werkwoord zoals kan volgt in het Deens de infinitief zonder een extra infinitiefpartikel: kan se = “kunnen zien”. Voorbeeld: Jeg kan se datoen. — “Ik kan de datum zien.” hvor længe vraagt naar de duur: “hoe lang”. Het gaat hier om verstreken tijd, niet om de ruimtelijke lengte van iets. Voorbeeld: Hvor længe har du ventet? — “Hoelang heb je gewacht?” den is hier een enkelvoudig Deens voornaamwoord dat in de vaste vertaling met “het” wordt weergegeven. De concrete zaak waarnaar het verwijst wordt in deze ene zin niet nader benoemd. De vorm den hoort bij het relevante grammaticale type van het bedoelde enkelvoudige referent; uit de vorm alleen volgt niet dat elk mogelijk gebruik naar een niet-menselijk wezen verwijst. har stået is de voltooide vorm van stå (“staan”). Har is de tegenwoordige vorm van have als hulpwerkwoord; stået is het voltooid deelwoord van stå. Samen beschrijven ze dat iets gedurende een periode daar heeft gestaan of zich daar heeft bevonden. De vorm stået blijft hierbij gelijk voor persoon en aantal. Voorbeeld: Den har stået her i en uge. — “Het heeft hier een week gestaan.” derinde betekent “daarbinnen” of “daar binnenin”. Het voegt een plaats toe aan har stået: het bedoelde voorwerp heeft zich binnen op die aangeduide plek bevonden. Derinde is in deze zin de samengevoegde vorm die de binnen-oriëntatie uitdrukt; de vorm staat als één adverbiale eenheid in de zin. De zin bouwt van links naar rechts op als Så + kan folk se (“zo kunnen mensen zien”) + hvor længe (“hoe lang”) + den har stået derinde (“het daarbinnen heeft gestaan”). Als geheel betekent hij: “Zo kunnen mensen zien hoe lang het erin staat.” De Deense voltooide vorm har stået wordt in de vaste Nederlandse vertaling natuurlijk weergegeven met “staat”, terwijl de bedoelde duur behouden blijft.
Hvilken hylde er til ens egen mad?
Welke plank is voor je eigen eten?
- Hvilken
- welke
- hylde
- plank
- er til
- is voor
- ens
- je/eigen
- egen
- eigen
- mad
- eten
Uitgebreide uitleg
Hvilken betekent hier “welke” en hoort bij hylde, een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De vorm is dus niet een algemene vraag naar meerdere planken. Vergelijk bijvoorbeeld: Hvilken bog læser du? — “Welk boek lees je?” hylde betekent “plank”, hier in de betekenis van een plank in een kast of rek. Het meervoud is hylder: to hylder — “twee planken”. er til vormt hier de uitdrukking “is voor”. Er is de vorm van “zijn” bij dit onderwerp, en til geeft de bestemming of het bedoelde gebruik aan. Het patroon X er til Y kan dus betekenen: “X is voor Y”. ens is een bezittelijk woord met de betekenis “van jezelf” of, in deze vertaling, “je”. Het verwijst niet naar een bepaald eerder genoemd zelfstandig naamwoord, maar drukt algemeen bezit uit. Het is anders dan het persoonlijke bezittelijke woord din, dat met een aangesproken persoon wordt verbonden: din mad — “jouw eten”. egen betekent “eigen” en benadrukt dat iets van de persoon zelf is, niet gedeeld of van iemand anders. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en krijgt hier de vorm egen bij mad. Een voorbeeld is sin egen bil — “zijn/haar eigen auto”; egen legt daar nadruk op het eigen bezit. mad betekent “eten” of “voedsel”. Het is een zelfstandig naamwoord; in deze zin gaat het om voedsel als bedoeld bezit of gebruik. Een kort voorbeeld is Maden er klar. — “Het eten is klaar.” Samen vormen de delen Hvilken hylde — “Welke plank” — en er til ens egen mad — “is voor je eigen eten”. De volledige vraag betekent daarom: “Welke plank is voor je eigen eten?” De vraag vraagt welke plank voor dat doel bestemd is. De formulering is geschikt voor een gewone, neutrale vraag.
Sæt den på den øverste hylde, væk fra de fælles ting.
Zet het op de bovenste plank, weg van de gezamenlijke spullen.
- Sæt
- zet; plaats
- den
- het
- på
- op
- øverste
- bovenste
- hylde
- plank
- væk fra
- weg van
- de
- de
- fælles
- gezamenlijke
- ting
- spullen
Uitgebreide uitleg
Sæt is de gebiedende wijs van sætte (“plaatsen/zetten”). De vorm gebruikt je voor een directe instructie; het onderwerp “jij” staat er niet bij. Voorbeeld: Sæt koppen på bordet. — “Zet de kop op tafel.” den is hier een enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: “het”. In het Deens onderscheidt dit voornaamwoord onder meer den voor een-woorden en det voor ett-woorden; de vorm zegt op zichzelf niet welk concreet voorwerp bedoeld is. De vertaling ondersteunt hier de onzijdige Nederlandse weergave “het”. på betekent hier “op” en geeft de plaats aan waarnaar iets wordt gezet. Bij een beweging naar een oppervlak kan dezelfde voorzetselgroep dus in een instructie als deze staan. Voorbeeld: Læg bogen på bordet. — “Leg het boek op tafel.” øverste betekent “bovenste” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het is de hoogste trap van øvre (“hoger/boven-”): øvre — øverste. In deze vaste attributieve vorm verandert øverste niet naar geslacht of meervoud. Het bepaalt welke plank bedoeld is, namelijk de plank bovenaan. hylde is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord en: en hylde (“een plank”). De bepaalde enkelvoudsvorm is hylden (“de plank”), het meervoud is hylder (“planken”) en het bepaalde meervoud is hylderne (“de planken”). In den øverste hylde is het zelfstandig naamwoord enkelvoudig en onbepaald van vorm, terwijl øverste ervoor staat. væk fra is een vaste voorzetselcombinatie met de betekenis “weg van”. væk drukt verwijdering of afstand uit, en fra markeert waarvan iets weg moet blijven. Voorbeeld: Hold tasken væk fra døren. — “Houd de tas weg van de deur.” de staat hier vóór een meervoudige nominale groep en betekent “de”. Het markeert samen met fælles ting de bepaalde groep; het is niet hetzelfde als het enkelvoudige den eerder in de zin. fælles betekent hier “gezamenlijk” of “gedeeld”. Het beschrijft ting en heeft in deze vorm geen aparte uitgang voor geslacht of getal. Het kan ook in andere contexten iets aanduiden dat meerdere mensen delen, maar hier gaat het om gezamenlijke spullen. ting betekent “dingen” of, in deze context, “spullen”. Het is hier meervoud: het enkelvoud is en ting (“een ding”), terwijl het meervoud eveneens ting luidt. Met de vormt het de fælles ting: “de gezamenlijke spullen”. De zin bouwt de instructie op als Sæt den på ...: “Zet het op ...”. den øverste hylde noemt de bestemming, “de bovenste plank”. Daarna specificeert væk fra de fælles ting waarvan het voorwerp verwijderd moet blijven: “weg van de gezamenlijke spullen”. Samen betekent de uiting: “Zet het op de bovenste plank, weg van de gezamenlijke spullen.”
Jeg lader den stå der og tager den snart med hjem.
Ik laat het daar staan en neem het binnenkort mee naar huis.
- Jeg
- ik
- lader
- laat
- den
- het
- stå
- staan
- der
- daar
- tager … den … med hjem
- het mee naar huis nemen
- snart
- binnenkort
Uitgebreide uitleg
Jeg betekent hier “ik” en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Het is het onderwerp van beide werkwoorden in de zin; het onderwerp wordt in het tweede deel niet opnieuw herhaald. lader is de tegenwoordige tijd van lade. In lade + infinitief geeft het aan dat iemand iets in een bepaalde toestand laat blijven of laat gebeuren. Hier staat het samen met stå: Jeg lader den stå = “Ik laat het staan”. Het infinitief stå betekent “staan” en beschrijft de toestand die behouden blijft. den is hier een enkelvoudig voornaamwoord dat als voorwerp bij lader en later bij tager terugkomt. De vaste vertaling ondersteunt “het”, maar noemt geen specifiek zelfstandig naamwoord. De vormkeuze van den hoort bij het grammaticale type van het bedoelde Deense zelfstandig naamwoord; die keuze moet je dus niet uitsluitend uit de Nederlandse vertaling afleiden. der betekent “daar” en geeft de plaats aan waar het blijft staan. Samen vormen den en stå met lader de herbruikbare structuur lade noget stå et sted: iets ergens laten staan. Voorbeeld: Hun lader koppen stå på bordet. — “Zij laat de kopjes op tafel staan.” Dit is een nieuw voorbeeld, niet een extra feit uit de bronzin. snart is een bijwoord met de betekenis “binnenkort” of “spoedig”. In deze zin bepaalt het wanneer de handeling in het tweede deel zal plaatsvinden; het hoort niet bij de betekenis van stå. tager is de tegenwoordige tijd van tage, “nemen”. In tager ... med hjem krijgt het werkwoord de betekenis “meenemen naar huis”. med betekent “mee” in deze constructie, en hjem betekent “naar huis” of “thuiswaarts”. De volledige constructie is tage noget med hjem: iets mee naar huis nemen. Voorbeeld: Jeg tager bogen med hjem. — “Ik neem het boek mee naar huis.” De zin wordt zo opgebouwd: Jeg lader den stå der zegt dat de spreker het bedoelde voorwerp daar laat staan. Daarna geeft og een tweede handeling van dezelfde spreker aan: tager den snart med hjem, “neem het binnenkort mee naar huis”. Samen betekent de vaste uiting: “Ik laat het daar staan en neem het binnenkort mee naar huis.”
På den måde bliver køleskabet ikke fyldt med gammel mad.
Zo raakt de koelkast niet vol met oud eten.
- På den måde
- op die manier
- bliver
- wordt
- køleskabet
- de koelkast
- ikke
- niet
- fyldt
- gevuld; vol
- med
- met
- gammel
- oud
- mad
- eten
Uitgebreide uitleg
På den måde betekent hier “op die manier”. Het is een herbruikbare manier om te verwijzen naar een eerder genoemde handeling of aanpak: På den måde lærer jeg hurtigt. — “Op die manier leer ik snel.” den hoort bij het gemeenschappelijke woord måde. bliver is de tegenwoordige tijd van blive. In deze zin beschrijft het een verandering van toestand: de koelkast raakt vol. De constructie blive + bijvoeglijk naamwoord/deelwoord kan dus “worden” of “raken” betekenen. Vergelijk: Det bliver koldt. — “Het wordt koud.” køleskabet betekent “de koelkast”. De basisvorm is køleskab; de uitgang -et markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm: køleskab — “een koelkast”, køleskabet — “de koelkast”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord, wat ook zichtbaar is in et køleskab. ikke is de ontkenning “niet”. Het ontkent hier de toestand die met bliver fyldt wordt uitgedrukt. Samen betekenen bliver ... ikke fyldt dus “raakt ... niet vol” of letterlijker “wordt ... niet gevuld”. fyldt is de vorm van fylde (“vullen”) die hier de toestand “gevuld/vol” aanduidt. In blive fyldt med gaat het om iets dat vol raakt met een bepaalde inhoud: Glasset bliver fyldt med vand. — “Het glas wordt gevuld met water.” In de gegeven zin ligt de natuurlijke Nederlandse weergave “vol raken” voor de hand. med betekent “met” en introduceert hier wat de koelkast vult. Het vormt samen met het volgende naamwoord de inhoudsbepaling med gammel mad. gammel betekent hier “oud”. Het is de vorm bij een enkelvoudig gemeenschappelijk naamwoord, zoals mad; bij een onzijdig enkelvoud staat bijvoorbeeld gammelt: gammelt brød — “oud brood”. De vergrotende trap is ældre — “ouder”, en de overtreffende trap ældst — “oudst”. mad betekent “eten” of “voedsel”. Het wordt vaak als een stof- of verzamelnaam gebruikt, zoals in Jeg laver mad. — “Ik kook.” In deze zin gaat het om oud voedsel dat de koelkast vult. Samen vormt På den måde bliver køleskabet ikke fyldt med gammel mad de structuur op die manier + raakt + de koelkast + niet + vol + met oud voedsel. De volledige betekenis is: “Zo raakt de koelkast niet vol met oud eten.”
Grammatica
køleskab → køleskabet; beholder → beholderen; dato → datoen
Denne suppe står i køleskabet.
den-eh sobbe sdohr ie keu-luh-sgee-bu-dhDeze soep staat in de koelkast.
In het Deens krijgt een zelfstandig naamwoord vaak een achtervoegsel voor de bepaalde vorm: -et of -en.
Deens woordenschat
- Geslacht
- common
- Geslacht
- neuter
- Geslacht
- neuter
- Geslacht
- common
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
deze
Antwoord tonen
dennesoep
Antwoord tonen
suppebak, houder
Antwoord tonen
beholderenlabel, merkteken