Eten labelen in een gedeelde koelkast | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared kitchen, two adults discuss labeling food, choosing the right fridge shelf, and taking items home soon..

NL → DA / Niveau: A2

Over deze les

Met Eten labelen in een gedeelde koelkast oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg sætte denne suppe i det fælles køleskab?

moh jaj sedde den-eh sobbe ie de felles keu-luh-sgee-bu-dh Mag ik deze soep in de gedeelde koelkast zetten?
B

Sæt et mærke på beholderen, før du lader den stå der.

sed ed mer-guh po be-hoo-ler-en, feur doo laa-dher den sdoh dair Plak een label op de bak voordat je hem daar laat staan.
A

Skal jeg også skrive datoen på den?

sgal jaj oo-seh sgree-vuh deh-tohn po den Zal ik de datum er ook op schrijven?
B

Så kan folk se, hvor længe den har stået derinde.

soh ken foll see, voor leng-eh den haa sdooh-eth dair-in-eh Zo kunnen mensen zien hoe lang het erin staat.
A

Hvilken hylde er til ens egen mad?

vil-ken huu-luh air til ens ee-en mehdh Welke plank is voor je eigen eten?
B

Sæt den på den øverste hylde, væk fra de fælles ting.

sed den poh den eu-uh-stuh huu-luh, vek fra dee felles teng Zet het op de bovenste plank, weg van de gezamenlijke spullen.
A

Jeg lader den stå der og tager den snart med hjem.

jaj leh-dher den sdoh dair oh teh-er den snaad mehdh jem Ik laat het daar staan en neem het binnenkort mee naar huis.
B

På den måde bliver køleskabet ikke fyldt med gammel mad.

poh den moh-dhuh blee-er keu-luh-sgee-bu-dh eg-eh föld mehdh gam-əl mehdh Zo raakt de koelkast niet vol met oud eten.

Woord voor woord

In deze dialoog betekent “Må” dat de spreker vraagt of iets mag of mogelijk is: “Må jeg ...?” Het staat vooraan in de vraag en wordt vaak gebruikt met “jeg” en een werkwoord in de infinitief. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Må jeg komme ind?”
jeg “jeg” verwijst hier naar de spreker zelf: “Må jeg ...?” Het staat bij vragen en handelingen die de spreker zelf wil uitvoeren. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg skriver datoen.”
sætte “sætte” betekent hier iets op een bepaalde plaats zetten of plaatsen, namelijk de soep in de koelkast. Het staat na “Må jeg” in de vorm “Må jeg sætte ...?” en kan met een plaatsbepaling worden gebruikt. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg vil sætte maden på hylden.”
denne “denne” verwijst hier naar één specifiek ding dat de spreker aanwijst: “denne suppe”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en maakt duidelijk welk voorwerp bedoeld wordt. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Denne beholder er min.”
suppe “suppe” betekent hier het voedsel dat in de gedeelde koelkast geplaatst wordt. Het woord kan rechtstreeks na “denne” staan, zoals in “denne suppe”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg laver suppe i dag.”
i “i” geeft hier de plaats of bestemming aan: de soep gaat “i det fælles køleskab”. Bij plaatsen kan “i” worden gebruikt voor iets dat zich in een ruimte of voorwerp bevindt. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Maden står i køleskabet.”
det “det” maakt in “det fælles køleskab” duidelijk dat het om een bepaald koelkast gaat. Het staat hier vóór een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Det store køleskab er fuldt.”
fælles “fælles” betekent hier dat de koelkast met andere mensen gedeeld wordt: “det fælles køleskab”. Het wordt vóór het zelfstandig naamwoord gebruikt om een gemeenschappelijk bezit of gebruik aan te geven. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Vi bruger et fælles køkken.”
køleskab “køleskab” betekent hier koelkast, de plaats waar de soep wordt bewaard. In “det fælles køleskab” staat het als het centrale zelfstandig naamwoord van de woordgroep. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Køleskabet står i køkkenet.”
Sæt “Sæt” betekent hier: plaats of zet iets ergens neer. Het is de directe instructie in “Sæt et mærke på beholderen” en kan gevolgd worden door een voorwerp en een plaatsbepaling. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Sæt maden på hylden.”
et “et” is hier het onbepaalde lidwoord bij “mærke”: één label of merkteken zonder dat het eerder is genoemd. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg har et mærke.”
mærke “mærke” betekent hier een label of merkteken dat op de voedselcontainer wordt geplaatst. In “et mærke på beholderen” wordt het gebruikt voor iets waarmee je een voorwerp herkenbaar maakt. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Skriv et mærke på posen.”
“på” geeft hier het oppervlak aan waarop het label wordt geplaatst: “på beholderen”. Het wordt vaak gebruikt met iets dat op een voorwerp of oppervlak komt. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Skriv navnet på låget.”
beholderen “beholderen” betekent hier de bepaalde container waarin de soep zit. Het is de bepaalde vorm van “beholder” en wordt in “på beholderen” gebruikt omdat het om de bedoelde container gaat. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Beholderen står i køleskabet.”
før “før” betekent hier “voordat” en geeft aan welke handeling eerst moet gebeuren: eerst het label plaatsen, daarna de container daar laten staan. Het kan een bijzin inleiden, zoals in “før du lader den stå der”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Vask hænder, før du laver mad.”
du “du” verwijst hier naar de persoon tegen wie de instructie gericht is. Het staat in de bijzin “før du lader den stå der” bij de handeling die die persoon uitvoert. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Du skriver datoen.”
lader “lader” betekent hier dat je iets op een plaats laat staan of daar laat blijven. In “du lader den stå der” hoort het bij het patroon “lade noget stå” en krijgt het een plaatsbepaling. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg lader beholderen stå på hylden.”
den “den” verwijst hier naar de eerder genoemde container en voorkomt herhaling van “beholderen”. In “lader den stå” is het het voorwerp dat op zijn plaats blijft staan. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg tager den med hjem.”
stå “stå” betekent hier op een plaats blijven staan of geplaatst blijven. In “lader den stå der” beschrijft het wat de container op die plaats doet. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Lad maden stå her.”
der “der” verwijst hier naar de plaats die in de situatie al duidelijk is, namelijk de koelkast of de gekozen plek daarin. Het staat na “stå” in “stå der” om de locatie aan te geven. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Bogen står der.”
Skal “Skal” vraagt hier of de spreker iets moet of zal doen: “Skal jeg også skrive datoen ...?” Het staat vooraan in de vraag, vóór “jeg” en het werkwoord in de infinitief. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Skal jeg sætte den her?”
også “også” betekent hier “ook” en voegt het schrijven van de datum toe aan de eerder besproken handeling. In “Skal jeg også skrive ...?” staat het vóór het werkwoord. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg skriver også navnet.”
skrive “skrive” betekent hier de datum schriftelijk op iets zetten. Het staat na “Skal jeg også” in “Skal jeg også skrive datoen på den?” en krijgt wat er geschreven wordt als voorwerp. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg vil skrive mit navn.”
datoen “datoen” betekent hier de specifieke datum die op de container moet worden geschreven. Het is de bepaalde vorm van “dato” en staat als voorwerp bij “skrive”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Datoen står på mærket.”
“Så” betekent hier “op die manier” of “daardoor”: doordat de datum erop staat, kunnen mensen zien hoe lang het eten er staat. In “Så kan folk se ...” staat het vooraan en verbindt het de uitleg met de voorafgaande handeling. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Så kan vi finde maden.”
kan “kan” betekent hier dat mensen de mogelijkheid hebben om iets te zien. In “kan folk se” staat het vóór het onderwerp “folk” en vóór de infinitief “se”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg kan se datoen.”
folk “folk” verwijst hier naar de mensen die de koelkast gebruiken en de informatie kunnen controleren. Het staat als onderwerp in “kan folk se”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Folk bruger køkkenet.”
se “se” betekent hier de informatie op het label met de ogen controleren. Het staat na “kan” in “kan folk se” en wordt gebruikt voor wat iemand kan waarnemen of controleren. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Kan du se mærket?”
hvor “hvor” maakt hier samen met “længe” de vraag naar de duur: “hvor længe”. Het introduceert dus niet een plaats, maar de mate of tijdsduur van het staan. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Hvor længe står den der?”
længe “længe” betekent hier hoe lang iets duurt of al duurt, in de uitdrukking “hvor længe”. Het hoort bij tijdsduur en staat vóór de bijzin “den har stået derinde”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Hvor længe har du været her?”
har “har” helpt hier om aan te geven hoe lang de container al ergens heeft gestaan: “har stået”. Het staat vóór “stået” in deze werkwoordsgroep. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Den har stået der hele dagen.”
stået “stået” betekent hier ergens geplaatst of blijven staan zijn. Het is de vorm van “stå” die in “har stået derinde” samen met “har” de voorafgaande duur beschrijft. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Maden har stået i køleskabet.”
derinde “derinde” betekent hier binnen op de bedoelde plaats, namelijk in de koelkast. Het geeft in “har stået derinde” aan waar de container heeft gestaan. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Den står derinde.”
Hvilken “Hvilken” vraagt hier naar één bepaalde plank: “Hvilken hylde ...?” Het staat vóór het zelfstandig naamwoord waaruit gekozen moet worden. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Hvilken beholder er din?”
hylde “hylde” betekent hier een plank in de koelkast waarop eten kan staan. In “Hvilken hylde” is het het voorwerp waarnaar gevraagd wordt. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Denne hylde er fri.”
er “er” verbindt hier “hylde” met de bestemming of functie “til ens egen mad”: de plank is daarvoor bedoeld. Het wordt gebruikt om een toestand, plaats of functie te beschrijven. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Hylden er til grøntsager.”
til “til” betekent hier “bestemd voor” in “til ens egen mad”. Het verbindt de plank met het soort eten waarvoor die gebruikt wordt. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Denne plads er til personlig mad.”
ens “ens” betekent hier “van iemand zelf” of “je eigen”, zonder een specifieke persoon te noemen. In “ens egen mad” verwijst het naar het persoonlijke eten van degene die de regel toepast. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Man skal passe på ens ting.”
egen “egen” benadrukt hier dat het om persoonlijk eten gaat en niet om gedeelde producten: “ens egen mad”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en legt nadruk op eigendom of persoonlijke verantwoordelijkheid. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Hun har sin egen hylde.”
mad “mad” betekent hier voedsel dat iemand zelf bezit of bewaart. In “ens egen mad” wordt het gespecificeerd als persoonlijk eten. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Maden står på hylden.”
øverste “øverste” betekent hier de plank die het hoogst zit: “den øverste hylde”. Het staat vóór “hylde” en beschrijft de positie binnen een reeks planken. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Sæt den på den øverste hylde.”
væk “væk” betekent hier op afstand van de gedeelde spullen. In “væk fra de fælles ting” vormt het samen met “fra” de uitdrukking voor ergens vandaan of ergens van af blijven. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Hold den væk fra maden.”
fra “fra” geeft hier het punt aan waarvan iets verwijderd moet blijven: “fra de fælles ting”. Samen met “væk” beschrijft het afstand. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Sæt den væk fra kanten.”
de “de” verwijst hier naar bepaalde gedeelde dingen: “de fælles ting”. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord om deze specifieke dingen aan te duiden. Een nieuwe voorbeeldzin is: “De grønne ting er mine.”
ting “ting” betekent hier de gedeelde spullen of voedingsmiddelen in de koelkast. In “de fælles ting” verwijst het algemeen naar de voorwerpen die anderen ook gebruiken. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Mine ting står her.”
og “og” verbindt hier twee handelingen van dezelfde spreker: de container daar laten staan en hem later mee naar huis nemen. Het staat tussen de twee werkwoordsgroepen in “lader den stå der og tager den snart med hjem”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg skriver datoen og sætter den på.”
tager “tager” betekent hier iets meenemen naar een andere plaats, namelijk naar huis. In “tager den snart med hjem” verwijst “den” naar de container en geven “med hjem” de bestemming aan. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg tager maden med hjem.”
snart “snart” betekent hier binnen korte tijd, dus de spreker zal de container niet lang in de koelkast laten staan. Het staat vóór “med hjem” in “tager den snart med hjem”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg kommer snart.”
med “med” betekent hier dat de container wordt meegenomen tijdens de verplaatsing naar huis. In “tager den med hjem” hoort het bij het patroon voor iets meenemen. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Tag din taske med.”
hjem “hjem” betekent hier naar de eigen woning, als bestemming van de container. In “tager den ... med hjem” staat het zonder extra plaatsaanduiding bij de beweging naar huis. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Jeg går hjem nu.”
måde “måde” betekent hier manier in de vaste uitdrukking “På den måde”. De volledige uitdrukking beschrijft hoe een resultaat wordt bereikt. Een nieuwe voorbeeldzin is: “På hvilken måde gør vi det?”
bliver “bliver” geeft hier aan dat de koelkast in een bepaalde toestand terechtkomt: gevuld worden. In “bliver køleskabet ikke fyldt” staat het bij de beschrijving van het resultaat. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Køleskabet bliver hurtigt fyldt.”
køleskabet “køleskabet” betekent hier de specifieke gedeelde koelkast. Het is de bepaalde vorm van “køleskab” en staat als onderwerp in “bliver køleskabet ikke fyldt”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Køleskabet er næsten tomt.”
ikke “ikke” ontkent hier dat de koelkast gevuld wordt met oud eten. Het staat vóór “fyldt” in “bliver køleskabet ikke fyldt”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Den er ikke min.”
fyldt “fyldt” betekent hier gevuld met voedsel, als resultaat dat juist voorkomen moet worden. In “bliver ... fyldt med gammel mad” beschrijft het de toestand van de koelkast. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Køleskabet er fyldt med mad.”
gammel “gammel” betekent hier niet langer nieuw of vers en beschrijft de mad die in de koelkast blijft liggen. Het staat vóór “mad” in “gammel mad”. Een nieuwe voorbeeldzin is: “Vi skal spise den gamle mad først.”

Grammatica

køleskab → køleskabet; beholder → beholderen; dato → datoen

Denne suppe står i køleskabet.

den-eh sobbe sdohr ie keu-luh-sgee-bu-dh

Deze soep staat in de koelkast.

In het Deens krijgt een zelfstandig naamwoord vaak een achtervoegsel voor de bepaalde vorm: -et of -en.

Deens woordenschat

beholder zelfstandig naamwoord
be-hoo-ler bak, houder beholderen
Geslacht
common
denne bepaler
den-eh deze
fælles bijvoeglijk naamwoord
felles gedeeld, gezamenlijk
før voegwoord
feur voordat, voor
jeg voornaamwoord
jaj ik
køleskab zelfstandig naamwoord
keu-luh-sgee-b koelkast køleskabet
Geslacht
neuter
lade werkwoord
leh-dhuh laten lader
mærke zelfstandig naamwoord
mer-guh label, merkteken
Geslacht
neuter
stå werkwoord
sdoh staan
suppe zelfstandig naamwoord
sobbe soep
Geslacht
common
sæt werkwoord
sed zet, plak
sætte werkwoord
sedde zetten

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deze

Antwoord tonendenne

soep

Antwoord tonensuppe

bak, houder

Antwoord tonenbeholderen

label, merkteken

Antwoord tonenmærke