Het juiste woon-werkabonnement kiezen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: After a work schedule changes, two adults compare commuter pass options and choose one that matches actual travel habits..

NL → DA / Niveau: B1

Over deze les

Met Het juiste woon-werkabonnement kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Min arbejdsplan har ændret sig, så jeg får måske brug for et pendlerkort.

Mien auw-prajs-plèèn har èn-dret saj, soo jaj foa moosgè broe foa e penler-koat. Mijn werkschema is veranderd, dus misschien heb ik een woon-werkabonnement nodig.
B

Et kort hjælper kun, hvis det passer til, hvor ofte du rejser.

E koat jelper kon, vies de pessa teel, voa ofte doe rajsa. Een abonnement helpt alleen als het past bij hoe vaak je reist.
A

Det føles besværligt at købe enkeltbilletter, nu hvor jeg rejser oftere.

De feules besvèèli e keube enggel-beledder, noo voa jaj rajsa oftara. Losse kaartjes kopen voelt nu onhandig, omdat ik vaker reis.
B

Så sammenlign det fleksible kort med det almindelige kort.

Soo samen-lajn de flekseble koat mee de almenlie koat. Vergelijk dan het flexibele abonnement met het gewone abonnement.
A

Hvis mit arbejdsmønster bliver ved med at ændre sig, passer det fleksible kort måske bedre til mig.

Vies mit auw-prajs-meunster blieva vee mee e èn-dra saj, pessa de flekseble koat moosgè bedra te maj. Als mijn werkpatroon blijft veranderen, past het flexibele abonnement misschien beter bij mij.
B

Det lyder nyttigt, hvis du nogle gange arbejder hjemmefra.

De luuda neutli, vies doe noole gange auw-raja jemma-fraa. Dat klinkt handig als je soms thuiswerkt.
A

Jeg vil sammenligne begge muligheder i transportappen efter arbejde.

Jaj vel samen-lajna begge moeli-heeder ie transpoat-èben efta auw-raja. Ik ga beide opties na mijn werk vergelijken in de vervoersapp.
B

Vælg det kort, der passer til din faktiske uge, ikke en ideel arbejdsplan.

Vel de koat, da pessa teel dien fagdisge oe-e, egge en i-teel auw-prajs-plèèn. Kies het abonnement dat past bij je echte week, niet bij een ideaal schema.

Woord voor woord

Min “Min” betekent hier “mijn” en geeft aan dat de werkplanning bij de spreker hoort. Het staat vóór “arbejdsplan”, zoals in “Min arbejdsplan”. Gebruik deze vorm om bezit of verbondenheid met een zelfstandig naamwoord aan te geven.
arbejdsplan “arbejdsplan” betekent hier “werkschema” of “werkplanning”. Het is een samenstelling rond de planning van het werk, zoals in “Min arbejdsplan”. Je gebruikt het wanneer je iemands werktijden of werkindeling bespreekt.
har “har” betekent hier “heeft” en helpt samen met “ændret sig” om een verandering uit te drukken die al heeft plaatsgevonden. In “har ændret sig” staat het vóór de veranderingsvorm. Deze combinatie is bruikbaar om te zeggen dat iets veranderd is.
ændret “ændret” betekent hier “veranderd” in “har ændret sig”. De vorm hoort bij “ændre” en beschrijft het resultaat van de verandering. Je gebruikt haar bijvoorbeeld wanneer je werkplanning of een andere situatie inmiddels anders is.
sig “sig” verwijst hier terug naar het onderwerp in “har ændret sig”: de werkplanning is zelf veranderd. Het hoort bij de vaste combinatie “ændre sig”. Gebruik deze combinatie wanneer het onderwerp een verandering ondergaat.
“så” betekent hier “dus” en verbindt de veranderde werksituatie met het gevolg: de spreker heeft misschien een pendelkaart nodig. Het staat in “ændret sig, så jeg får...”. Je gebruikt het om een gevolg of conclusie in te leiden.
jeg “jeg” betekent “ik” en verwijst naar de persoon die over haar eigen behoefte en plannen spreekt. Het is het onderwerp in “jeg får måske brug for...”. Gebruik het wanneer je iets over jezelf zegt.
får “får” betekent hier niet eenvoudig “krijgt”, maar maakt in de combinatie met “brug for” de betekenis “nodig hebben” duidelijk. In “jeg får måske brug for et pendlerkort” staat het vóór de behoefte. Gebruik de constructie met “brug for” om aan te geven wat je nodig hebt.
måske “måske” betekent “misschien” en maakt de behoefte onzeker of voorlopig. In “jeg får måske brug for et pendlerkort” staat het tussen het werkwoord en de rest van de constructie. Je gebruikt het wanneer je een mogelijkheid voorzichtig wilt formuleren.
brug for “brug for” betekent als geheel “nodig hebben”. In “får måske brug for et pendlerkort” verwijst “brug” naar behoefte of noodzaak en verbindt “for” die behoefte met wat nodig is. Gebruik de constructie met “få brug for” gevolgd door het benodigde ding.
et “et” is hier het onbepaalde lidwoord bij “pendlerkort” en betekent “een”. In “et pendlerkort” introduceert het één nog niet nader bepaald pendelabonnement. Je gebruikt deze vorm vóór een zelfstandig naamwoord dat met “et” wordt gecombineerd.
pendlerkort “pendlerkort” betekent hier “woon-werkabonnement” of “pendelkaart”. Het benoemt het kaarttype dat bedoeld is voor regelmatig reizen tussen huis en werk. In “et pendlerkort” staat het na het onbepaalde lidwoord.
kort “kort” betekent hier “kaart” in de betekenis van een abonnement of vervoerspas. In “Et kort hjælper kun” gaat het om een pas die het reizen gemakkelijker maakt. Je gebruikt het in deze context ook voor verschillende soorten vervoersabonnementen.
hjælper “hjælper” betekent hier “helpt” of “is nuttig”. Het onderwerp is “Et kort”, dus de zin zegt dat een pas alleen nut heeft onder een bepaalde voorwaarde. Gebruik het bijvoorbeeld om uit te leggen dat iets praktisch voordeel oplevert.
kun “kun” betekent “alleen” en beperkt de uitspraak: de pas helpt uitsluitend wanneer hij bij de reisfrequentie past. In “hjælper kun, hvis...” staat het vóór de voorwaarde. Je gebruikt het om een beperking aan te geven.
hvis “hvis” betekent “als” en leidt hier de voorwaarde in waaronder de pas helpt. In “hvis det passer til...” introduceert het de bijzin. Gebruik het om een voorwaarde of mogelijke situatie te beschrijven.
det “det” betekent hier “het” of “dat” en verwijst naar “kort”. In “hvis det passer til...” is de pas degene die bij de reisfrequentie moet passen. Je gebruikt deze vorm om naar een eerder genoemd onzijdig woord of een situatie te verwijzen.
passer “passer” betekent hier “past bij” of “is geschikt voor”. In “passer til, hvor ofte du rejser” wordt de geschiktheid van de pas gekoppeld aan de reisfrequentie. Gebruik “passer til” om te zeggen dat iets aansluit bij een behoefte of situatie.
til “til” betekent hier “bij” in de vaste verbinding “passer til”. Het koppelt de pas aan de reisfrequentie waarmee iemand reist. In deze context gebruik je het na “passer” om aan te geven waarop iets is afgestemd.
hvor “hvor” betekent hier “hoe” in de combinatie “hvor ofte”. Samen met “ofte” vraagt het naar de frequentie van het reizen, niet naar een plaats. Gebruik “hvor ofte” om te vragen of te beschrijven hoe vaak iets gebeurt.
ofte “ofte” betekent “vaak” en geeft aan met welke regelmaat iemand reist. In “hvor ofte du rejser” maakt het deel uit van de vraag naar de reisfrequentie. Je gebruikt het om regelmaat of frequentie te beschrijven.
du “du” betekent “je” en verwijst naar de persoon tot wie de spreker zich richt. In “du rejser” is die persoon degene die reist. Gebruik het voor een directe aanspreking van één persoon.
rejser “rejser” betekent hier “reist” en beschrijft de verplaatsingen van de aangesproken persoon. In “du rejser” staat het na het onderwerp. Je gebruikt het om reizen of verplaatsingen te bespreken.
føles “føles” betekent hier “voelt” of “komt over als”. In “Det føles besværligt at købe enkeltbilletter” beschrijft het hoe het kopen van losse tickets wordt ervaren. Gebruik deze vorm om een persoonlijke indruk of ervaring uit te drukken.
besværligt “besværligt” betekent hier “lastig” of “onhandig” en beschrijft de ervaring van het kopen van losse tickets. In “Det føles besværligt at købe enkeltbilletter” volgt het op de beschrijving van het gevoel. Je gebruikt het voor iets dat moeite, gedoe of ongemak veroorzaakt.
at “at” betekent hier “om te” en leidt in “at købe enkeltbilletter” de handeling in die als lastig wordt ervaren. Het staat direct vóór “købe”. Je gebruikt deze constructie om een handeling als onderwerp of aanvulling te noemen.
købe “købe” betekent “kopen” en noemt de handeling in “at købe enkeltbilletter”. De vorm staat na “at” en verwijst naar het aanschaffen van losse tickets. Gebruik haar om een koophandeling te benoemen.
enkeltbilletter “enkeltbilletter” betekent “losse kaartjes” of “enkele tickets”. Het gaat hier om afzonderlijke tickets in plaats van een abonnement. In “købe enkeltbilletter” staat het als het gekochte object.
nu “nu” betekent “nu” en verwijst naar de huidige situatie van de spreker. In “nu hvor jeg rejser oftere” vormt het samen met “hvor” de betekenis “nu dat ik vaker reis”. Gebruik deze combinatie om een actuele omstandigheid als aanleiding te geven.
oftere “oftere” betekent “vaker” en zegt dat de spreker nu met een hogere frequentie reist. In “jeg rejser oftere” staat het bij het werkwoord “rejser”. Je gebruikt het om een toegenomen frequentie aan te geven.
sammenlign “sammenlign” betekent “vergelijk” en is hier een aansporing om twee abonnementen naast elkaar te beoordelen. In “sammenlign det fleksible kort med det almindelige kort” worden beide opties genoemd. Gebruik de constructie “sammenlign X med Y” voor een vergelijking.
fleksible “fleksible” betekent hier “flexibele” en beschrijft de optie die zich beter aan wisselende reispatronen kan aanpassen. In “det fleksible kort” staat het vóór “kort”. Je gebruikt het om een optie met aanpasbare voorwaarden te onderscheiden.
med “med” betekent hier “met” en maakt deel uit van de vergelijkingsconstructie “sammenlign det fleksible kort med det almindelige kort”. Het introduceert de tweede optie waarmee iets wordt vergeleken. Gebruik het na “sammenlign” om de vergelijking compleet te maken.
almindelige “almindelige” betekent hier “gewone” of “reguliere” en beschrijft de niet-flexibele optie. In “det almindelige kort” staat het vóór “kort”. Je gebruikt het om iets als de normale of standaardoptie aan te duiden.
mit “mit” betekent “mijn” en geeft aan dat het werkpatroon bij de spreker hoort. In “mit arbejdsmønster” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik het om bezit of verbondenheid met iets van jezelf aan te geven.
arbejdsmønster “arbejdsmønster” betekent “werkpatroon” en verwijst hier naar de manier waarop iemands werk georganiseerd is. In “mit arbejdsmønster bliver ved med at ændre sig” is het onderwerp van de verandering. Je gebruikt het wanneer werkuren of werkgewoonten wisselen.
bliver ved med at “bliver ved med at” betekent als geheel “blijft doorgaan met”. In “bliver ved med at ændre sig” draagt “bliver” het idee van blijven, verbinden “ved” en “med” de vaste uitdrukking, en leidt “at” de daaropvolgende handeling in. Gebruik deze constructie vóór een handeling die blijft voortduren.
ændre “ændre” betekent “veranderen” en staat in “at ændre sig” na de infinitiefmarkeerder “at”. Samen met “sig” beschrijft het dat het werkpatroon zelf verandert. Gebruik deze vorm om een verandering als handeling te benoemen.
bedre “bedre” betekent “beter” en geeft aan dat de flexibele kaart volgens de spreker geschikter is dan de andere optie. In “passer det fleksible kort måske bedre til mig” versterkt het de geschiktheid van de kaart. Je gebruikt het om een betere aansluiting of keuze aan te geven.
mig “mig” betekent “mij” en verwijst naar de persoon voor wie de kaart geschikt moet zijn. In “bedre til mig” maakt het duidelijk op wie de geschiktheid is afgestemd. Je gebruikt deze vorm na “til” wanneer iets voor jou bedoeld of geschikt is.
lyder “lyder” betekent hier “klinkt” en geeft een beoordeling van wat de andere persoon heeft voorgesteld. In “Det lyder nyttigt” wordt de suggestie als nuttig beoordeeld. Gebruik het om te reageren op een idee of voorstel.
nyttigt “nyttigt” betekent “nuttig” en beschrijft het voorstel om een flexibele kaart te nemen. In “Det lyder nyttigt” volgt het op “lyder” en geeft het een positieve beoordeling. Je gebruikt het voor iets dat praktisch voordeel heeft.
nogle “nogle” betekent hier “sommige” of “enkele” en vormt samen met “gange” de uitdrukking “nogle gange”. In die uitdrukking betekent het geheel “soms”. Gebruik deze combinatie om te zeggen dat iets af en toe gebeurt.
gange “gange” betekent hier “keren” in “nogle gange”. Samen met “nogle” geeft het aan dat thuiswerken af en toe voorkomt. Gebruik deze uitdrukking om een niet-regelmatige frequentie te beschrijven.
arbejder “arbejder” betekent hier “werkt” en beschrijft de activiteit van de aangesproken persoon. In “arbejder hjemmefra” wordt gezegd waarvandaan die persoon werkt. Je gebruikt het om iemands werkactiviteit te benoemen.
hjemmefra “hjemmefra” betekent “vanuit huis” en geeft de plaats aan vanwaar iemand werkt. In “arbejder hjemmefra” staat het direct bij het werkwoord. Je gebruikt het om werken op afstand vanuit de woning te beschrijven.
vil “vil” betekent hier “zal” of geeft de bedoeling “wil” aan. In “Jeg vil sammenligne...” kondigt de spreker aan dat zij de opties gaat vergelijken. Je gebruikt het vóór een handeling om een voornemen of toekomstige actie uit te drukken.
begge “begge” betekent “beide” en verwijst hier naar de twee vervoersopties. In “begge muligheder” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het wanneer precies twee personen of zaken samen worden bedoeld.
muligheder “muligheder” betekent “mogelijkheden” of “opties”. In “begge muligheder” verwijst het naar de twee verschillende kaartopties die worden vergeleken. Je gebruikt het om beschikbare keuzes te benoemen.
i “i” betekent hier “in” en geeft aan waar de vergelijking wordt uitgevoerd. In “i transportappen” staat het vóór de app. Je gebruikt het om een digitale of fysieke omgeving aan te duiden waarin iets gebeurt.
transportappen “transportappen” betekent “de transportapp” en verwijst naar de app waarin de vervoersopties kunnen worden vergeleken. In “i transportappen” staat het na “i” als plaatsaanduiding. Je gebruikt het voor een app die met vervoer of reizen te maken heeft.
efter “efter” betekent hier “na” en geeft aan wanneer de spreker de opties gaat vergelijken. In “efter arbejde” verwijst het naar het moment nadat het werk klaar is. Je gebruikt het om een tijdstip na een gebeurtenis aan te geven.
arbejde “arbejde” betekent hier “werk” in de tijdsaanduiding “efter arbejde”. Het benoemt de activiteit waarna de vergelijking plaatsvindt. Je gebruikt het na “efter” om te zeggen dat iets na het werk gebeurt.
Vælg “Vælg” betekent “kies” en is een directe aansporing om één kaart te selecteren. In “Vælg det kort, der passer...” wordt meteen uitgelegd waarop de keuze moet worden gebaseerd. Gebruik het om iemand een keuze te laten maken.
der “der” betekent hier “die” of “dat” en leidt de betrekkelijke bijzin in die beschrijft welk kaartje gekozen moet worden. In “det kort, der passer til din faktiske uge” verwijst het terug naar “kort”. Je gebruikt het om extra informatie over een eerder genoemd zelfstandig naamwoord toe te voegen.
din “din” betekent “jouw” en geeft aan dat de week bij de aangesproken persoon hoort. In “din faktiske uge” staat het vóór de beschrijving en het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om bezit of verbondenheid met de ander aan te geven.
faktiske “faktiske” betekent “werkelijke” of “feitelijke” en verwijst naar de week zoals die echt verloopt. In “din faktiske uge” wordt die echte week tegenover een ideaal schema geplaatst. Je gebruikt het om de realiteit van een situatie te benadrukken.
uge “uge” betekent “week” en verwijst hier naar de feitelijke reis- en werkweek van de persoon. In “din faktiske uge” is het het zelfstandig naamwoord waarnaar de kaart moet passen. Je gebruikt het om een periode van zeven dagen aan te duiden.
ikke “ikke” betekent “niet” en ontkent hier dat de keuze op een ideaal schema moet worden gebaseerd. In “ikke en ideel arbejdsplan” staat het vóór het alternatief dat wordt uitgesloten. Je gebruikt het om een ontkenning of beperking uit te drukken.
en “en” is hier het onbepaalde lidwoord en betekent “een”. In “en ideel arbejdsplan” introduceert het een niet nader bepaalde ideale werkplanning. Je gebruikt deze vorm vóór een zelfstandig naamwoord dat met “en” wordt gecombineerd.
ideel “ideel” betekent “ideaal” en beschrijft een werkplanning die als perfecte of gewenste situatie wordt voorgesteld. In “en ideel arbejdsplan” wordt die planning tegenover de feitelijke week geplaatst. Je gebruikt het om een gewenste situatie te onderscheiden van de werkelijkheid.

Grammatica

bliver ved med at + infinitiv

Mit arbejdsmønster bliver ved med at ændre sig.

Mit auw-prajs-meunster blieva vee mee e èn-dra saj.

Mijn werkpatroon blijft veranderen.

Deze vaste constructie betekent dat iets doorgaat. Na “ved med” volgt “at” plus de infinitief.

får brug for + zelfstandig naamwoord

Måske får jeg brug for et pendlerkort.

Moosgè foa jaj broe foa e penler-koat.

Misschien heb ik een woon-werkabonnement nodig.

In het Deens zeg je letterlijk “krijg behoefte aan”. Gebruik “får brug for” voor iets dat je nodig hebt.

Deens woordenschat

arbejdsplan zelfstandig naamwoord
auw-prajs-plèèn werkschema
besværligt bijvoeglijk naamwoord
besvèèli onhandig
enkeltbilletter zelfstandig naamwoord
enggel-beledder losse kaartjes
får brug for uitdrukking
foa broe foa nodig hebben
hjælper werkwoord
jelper helpt
hvor ofte bijwoord
voa ofte hoe vaak
købe werkwoord
keube kopen
passer til uitdrukking
pessa teel passen bij
pendlerkort zelfstandig naamwoord
penler-koat woon-werkabonnement
rejser werkwoord
rajsa reist
sammenlign werkwoord
samen-lajn vergelijk
ændret sig uitdrukking
èn-dret saj veranderd zijn

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

helpt

Antwoord tonenhjælper

werkschema

Antwoord tonenarbejdsplan

reist

Antwoord tonenrejser

woon-werkabonnement

Antwoord tonenpendlerkort